CDA-Kamerleden stellen vragen aan de minister over een hoofdletter of een kleine letter. Het Groene Boekje hanteert Jood en jood. Maar de toelichting op het onderscheid is onduidelijk. En zo komt er niets terecht van de spellingherziening om een einde te maken aan de kleinerende bedoelingen om jood met een kleine letter te schrijven, een belediging die dateert uit 1941.
De CDA-Kamerleden Schinkelshoek en Van de Camp vinden de keuze die in 2005 is gemaakt onhelder en onjuist. Tot die tijd was het jood, en joodse, met een kleine letter. Sinds 2005 is het Jood, Joodse en jood, joodse. Verwarrend een dergelijke keuzemogelijkheid, zeggen de parlementariërs, en de uitleg is onhelder. Zij bepleiten Joods en Joden in alle gevallen en het verdwijnen van de ‘kleinerende’ kleine j, die de Duitsers invoerden in 1941.
Schoolmeester
De regel wanneer met een kleine of met een hoofdletter te schrijven is kennelijk zo onduidelijk, dat de CDA-Tweede Kamerleden de minister verzoeken het hen, als een schoolmeester, uit te leggen. Zij vragen aan minister Plasterk: “Ziet u kans het verschil tussen J of j uit te leggen? Ook aan leerlingen in welk onderwijs dan ook? Wanneer moet de ene en wanneer de andere schrijfwijze worden gehanteerd? Welke motivering ligt er aan ten grondslag?
Verwarring
Ook vragen de twee Christendemocraten: Creëert het onderscheid tussen Jood en jood niet zo veel verwarring dat niets terecht komt van de uitdrukkelijk bedoeling van de spellingherziening van 2005 om een einde te maken aan de kleinerende bedoelingen om jood met een kleine letter te schrijven, een belediging die dateert uit 1941?
