In het 24-ste rapport over antisemitische incidenten in Nederland constateert het CIDI dat er een forse toename is in het aantal gebeurtenissen. Maar ernstige geweldsincidenten zijn afgenomen.
Uit een gehouden enquete blijkt dat 91 procent van de ondervraagden denkt dat antisemitisme niet is afgenomen. De bestrijding van antisemitisme verdient voor 84 procent van de ondervraagden een harde aanpak.
Stijging 64 procent
Gedurende dit jaar registreerde CIDI 261 meldingen van antisemitisme, tegen 159 in 2005. Een stijging van 64%. In de voorgaande jaren was een lichte daling te constateren. Dit blijkt uit het CIDI jaaroverzicht van antisemitische incidenten in Nederland over het jaar 2006 en de eerste vier maanden van 2007.
Opiniepeiling
Dat het antisemitisme toeneemt, is ook de mening van de Nederlandse bevolking. Uit een opiniepeiling onder 1250 respondenten, die vorige week verricht werd door het Bureau Synovate/Interview NSS te Amsterdam, blijkt dat maar liefst 91% van de ondervraagden denkt dat in de afgelopen vijf jaar het aantal antisemitische incidenten in Nederland gelijk is gebleven of is toegenomen. 9% denkt dat de incidenten zijn afgenomen. Van de ondervraagden vindt 84% dat Jodenhaat streng dient te worden vervolgd. 39% meent dat er in Nederland te weinig aandacht wordt geschonken aan de Tweede Wereldoorlog, terwijl 19% het daarmee oneens is.
Hezbolla-oorlog
De toename van het aantal meldingen van antisemitisme blijkt voor een groot deel te wijten te zijn aan de vele antisemitische e-mails, die in juli en augustus 2006 verstuurd werden naar aanleiding van de zomeroorlog tussen Israel en Hezbollah. Zoals ook in 2002 het geval was, hadden gewelddadigheden tussen Israel en de Palestijnen invloed op de uitingen van antisemitisme in ons land. Het gaat daarbij om zuivere uitingen van anti-Joods gedrag; kritiek op Israel, hoe heftig ook, wordt niet opgenomen.
Extreem-rechtse kringen
Het significant hogere aantal vernielingen en bekladdingen van oorlogsmonumenten en Joodse gebouwen rond 4 en 5 mei geeft een andere reden tot bezorgdheid. Uit de aard van de incidenten blijkt dat het merendeel van de daders in extreemrechtse kringen gezocht moet worden.
“Die toename is lang onderschat. Maar steeds meer rechts-extremisten vertonen zich op straat en verwijzen regelrecht naar het Hitlertijdperk. Een zeer zorgwekkende situatie”, aldus Ruben Vis van het Centraal Joods Overleg (CJO), overkoepelend orgaan van de voornaamste joodse organisaties in ons land.
Vis noemt het zeer ernstig dat er rondom dodenherdenking en Bevrijdingsdag schendingen plaatsvinden. “De herinnering aan de Holocaust wordt geschonden. Jongeren die uit balorigheid bloemstukken bij monumenten vernielen, beseffen niet wat dat betekent voor de joodse bevolking. Het mag niet worden gebagatelliseerd”, aldus Vis.
Positieve ontwikkelingen
Een belangrijke positieve ontwikkeling is, dat de ‘categorie onderwijs’ een sterke daling laat zien. Het aantal gemelde incidenten halveert ten opzichte van 2005 naar 7. Hiermee wordt het laagste peil sinds 2002 bereikt, toen eveneens 7 incidenten werden gemeld. Ook het aantal ‘ ernstige incidenten’, waartoe het CIDI de categorieën ‘ fysiek geweld’ en ‘ bedreiging met geweld’ rekent, is, in tegenstelling tot het buitenland, sterk gedaald.
Doorgezet
Ook is het aandeel van daders afkomstig uit Noord-Afrika in de ‘zichtbare’ antisemitische incidenten afgenomen. In 2002 bleek 41% van de herkenbare daders van Noord-Afrikaanse afkomst te zijn. De jaren 2003 en 2004 lieten een stijging zien naar respectievelijk 43,5% en 45%. Het jaar 2005 liet een daling zien tot 38%. Deze lijn wordt in 2006 doorgezet naar 33,3%. Dialoogprojecten lijken vruchten af te werpen.
