Extreem-rechtse jongens uit Almere zijn veroordeeld in verband met brandstichting van de sjoel in Almere en een aantal andere misdrijven. Hun motief: ideologie.
Tegen de sjoel in Almere werd in oktober vorig jaar brandbaar materiaal gegooid, maar het vuur wist zich niet te verspreiden. De rechter acht vijf verdachten verantwoordelijk voor poging tot brandstichting van de synagoge in Almere in oktober 2006. Zij zijn veroordeeld tot twee jaar celstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie had 2,5 jaar cel tegen hen geëist. De drijfveer voor hun acties werd gevoed door hun nationalistische gedachtegoed.
De rechter legde twee minderjarige jongens tweehonderd uur werkstraf en zes maanden voorwaardelijke jeugddetentie op. Een van hen wordt onder toezicht van Bureau Jeugdzorg geplaatst. Alle elf moeten een reclasseringstraject doorlopen met een proeftijd van twee jaar.
De brandstichtingen in Almere veroorzaakten onrust onder de bewoners van de stad. De rechter stond daar dinsdag bij stil. ”De rechtbank houdt ernstig rekening met gevoelens van maatschappelijke onrust die zij teweeg hebben gebracht. Deze acties van extremistische aard van welke zijde dan ook kunnen in het huidige tijdsgewricht bijdragen aan een verdere radicalisering. Daar moet resoluut tegen worden opgetreden.”
De jongemannen noemden zich beschermers van de nationale cultuur. Enkele verdachten toonden openlijk sympathie voor Hitler. De vernielingen en brandstichtingen praatten zij voor zichzelf goed omdat zij het vanuit een ideologisch standpunt deden.
De veroordeelde jongeren zijn afkomstig uit de gabber subcultuur. Zij hebben vanaf oktober vorig jaar branden gesticht. Doelwit waren een kraakpand in Amsterdam, de Almeerse synagoge, een islamitische school, en een islamitische supermarkt in Almere, omdat daar tegen de principes van verdachten halalvlees werd verkocht. In Almere werden voorts krakers belaagd, die een winkelpand hadden betrokken. Meerdere belagers werden kort daarop gearresteerd. Toen werd duidelijk dat een van hen een leider is van de ultra-nationalistische Voorpost in Almere.
De verdachten vormen een hechte groep, met eensluidende opvattingen over rechts-extremisme. Volgens de antifascistische onderzoeksgroep Kafka trok dit verbond de aandacht van de leiders van ultranationalistische bewegingen. Via informele borrels benaderden zij de Almeerders en nodigden hen uit zich in breder verband aan te sluiten. Ook de Nederlandse Volks Unie zou aantrekkingskracht hebben gehad op leden van de groep. Bij demonstraties van de NVU waren Almeerders aanwezig. Sinds hun nauwere band met de extreem-rechtse organisaties werden de activiteiten van de Almeerse groep gewelddadiger. Die nauwere band is ontstaan in oktober 2006 wanneer de groep de overstap maakt naar Voorpost. Uiterlijk lijkt er niks te veranderen: er worden vooral borrels georganiseerd, alleen zijn vanaf dit moment ook landelijke Voorpost-leiders Paul Peters en Robert Schaap regelmatig aanwezig. Peters is in het verleden veroordeeld voor bekladding van een Joodse begraafplaats. Ook was hij in 2005 betrokken bij het 5-mei feest in Zoetermeer waar de Hitlergroet werd gebracht.
Volgens onderzoekers van Kafka verandert er echter wel wat. In dezelfde maand waarin de groep lid wordt van Voorpost begint een viertal kernleden een reeks brandstichtingen. De eerste keer wil de groep een moskee in brand steken. Wanneer de ramen echter te goed beschermd blijken tegen aanslagen besluiten ze uit te wijken naar een synagoge. Brian B. gooit een steen tegen een ruit, gevolgd door twee brandbommen. Uiteindelijk dooft het vuur voordat er echt brand uitbreekt. Een van de veroordeelden, een 20-jarige man, is medeoprichter van de afdeling Flevoland van Voorpost. Hij zou de acties hebben aangevoerd, maar beschouwt zichzelf niet als leider. Voor de rechter zei hij: „Onze drive is voornamelijk vernielzucht, maar we willen niet overkomen als een soort hooligans die het alleen maar doen om het vernielen. Daarom hebben we een ideologie”.
Hij werkte samen met een even oude verdachte die het brein achter de acties zou zijn geweest. Met nog drie anderen kwamen zij voor de rechtbank openlijk uit voor hun nationalistische gedachtengoed. Zo zien zij zichzelf als beschermers van het nationale cultuurgoed en sluiten zij, om hieraan te kunnen voldoen, gewelddadigheden niet uit.
Eén veroordeelde (19) ging nog een stap verder en idealiseerde het regime van nazi-Duitsland. „Zoals Hitler er destijds over dacht, zo denk ik er ook wel over.” Een ander (20) erkende eveneens sympathie voor de beginselen van Hitler te koesteren, maar maakte de kanttekening dat ’hij in de uitvoering toch wel te ver is doorgegaan’.
Brian B. is het enige lid van de groep dat geen Voorpost-lid zou zijn, maar al geruime tijd in kringen van JSN en Combat 18 verkeert. Hij zit onder de nazistische tatoeages en verklaarde bij de politie Hitler-aanhanger te zijn.
Michel R. (20) vindt dat Hitler is doorgeschoten op het moment dat hij besloot Joden te gaan deporteren, maar hij kan Hitlers drive ‘wel begrijpen.’
Het proces, onder wie twee minderjarigen, vond om veiligheidsredenen plaats in de extra beveiligde zaal van de rechtbank in Rotterdam.
Het aandeel van extreemrechts bij racistische geweld is vorig jaar met ruim driekwart gestegen vergeleken met 2005. Dit blijkt uit de Monitor Racisme en Extremisme van de Anne Frank Stichting, schrijft de Volkskrant woensdag. Vooral losser georganiseerde extreemrechtse organisaties, zonder statuten en bestuur, zouden volgens het rapport in aantal en in belang toe te nemen. De activiteiten in Almere vormen hier een voorbeeld van.
Het rapport voorspelt voor dit jaar een verdere ontwikkeling van het aantal extreemrechtse incidenten, schrijft het dagblad. Ook de bloei van het aantal neo-nazistische samenwerkingsverbanden zou zich dit jaar doorzetten.
