Adjunct-direteur Hadassa Hirschfeld heeft met een symposium over de herinnering aan de Holocaust afscheid genomen van het CIDI.
Te lang te tolerant
Het meest bekend is Hirschfeld geworden met haar jaarlijkse analyse van antisemitische incidenten in Nederland. Hirschfeld: ,,We zijn in Nederland te lang tolerant geweest. Toen in voetbalstadions ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas’ werd gescandeerd, werd er niets gedaan. Er had natuurlijk meteen een grens getrokken moeten worden. Wat is dat toch voor iets raars dat toen werd gezegd: ‘ach ja, dat is in het stadion’, ‘ze weten niet wat ze zeggen’ of ‘het zijn maar kinderen’. Er trad gewenning op en daardoor kwam er een glijdende schaal. Telkens weer hakenkruizen op gebouwen en graven, en nauwelijks iemand die er wakker van ligt. Deze gedoogpolitiek heeft geresulteerd in een radicaliserende tijdgeest.
Geen waarschuwing
Hirschfelds zorg – en dat is ook waar haar afscheidssymposium over ging – is dat de Holocaust geen waarschuwing meer is voor wat er kan gebeuren wanneer een samenleving op een racistische wijze radicaliseert. ,,We mogen niet het risico lopen dat komende generaties niet meer weten dat de Holocaust is ontstaan, louter en alleen uit haat tegen Joden omdat zij Joden waren.
Uit de afscheidsrede van Hadassa Hirschfeld:
Laat begrip Auschwitz niet afslijten tot een holle frase
Steeds makkelijker grijpen mensen naar het begrip Auschwitz om zaken aan de kaak te stellen. Daarmee lijkt de Holocaust als moreel ijkpunt te verdwijnen.
Decennia lang was het duidelijk wat het ultieme kwaad was: rassenhaat die heeft geresulteerd in het vermoorden van volkeren niet vanwege hun daden maar vanwege hun wezen: de Joden omdat ze Joden zijn, de Roma en Sinti omdat zij Roma en Sinti zijn. Auschwitz was, om met de woorden Geert Mak te spreken, de kern van alles. Dat is niet meer zo.
Loze mantra
De slogan Nooit meer Auschwitz wordt steeds meer een loze mantra. Wij zijn getuigen van de aanvallen op de onaantastbare normen die Auschwitz heeft geschapen. Van het in brand steken van synagogen of Islamitische scholen liggen we niet meer echt wakker, evenmin van het roepen van leuzen als Hamas Hamas Joden aan het gas.
En we zijn gaan discussiëren: mag de jacht op zeehonden de Holocaust van de zeehonden genoemd worden, mag de Israelische politiek jegens de Palestijnen vergeleken worden met de nazi-politiek, mogen pitbulls een Jodenster worden omgehangen als een fokverbod wordt uitgevaardigd of mag het optreden van IND-functionarissen vergeleken worden met het optreden van de nazi’s tegen de Joden. Het lijkt wel of iedereen zijn eigen holocaust heeft. Kennelijk worstelt onze samenleving met het verleden dat Auschwitz ons oplegt: namelijk het aanvaarden van onaantastbare normen, die een dam opwerpen tegen racisme en antisemitisme.
Versleten instrument
De Holocaust is niet langer meer het symbool van de moord op de Joden, laat staan van een volkerenmoord voortgekomen uit haat tegen een bevolkingsgroep. De Holocaust lijkt een versleten instrument te zijn geworden in de handen van een ieder die meent onrecht te zien en daartegen wil strijden: een grabbelton waar men naar believen in kan graaien om argumenten te vinden voor of tegen idealen en misstanden van allerlei soort.
Gebagatelliseerd
Dat is een betreurenswaardige ontwikkeling. Immers veel in onze samenleving is moreel verwerpelijk, maar niet alles wat moreel verwerpelijk is, is te vergelijken met de nazi-politiek en de moord op zes miljoen Joden. Door dat te doen wordt de betekenis van Auschwitz gebagatelliseerd en uitgehold. Auschwitz als moreel ijkpunt lijkt te zijn vervangen door het debat of je hedendaagse abjecte fenomenen mag vergelijken met de Shoa en nazi-politiek. Dat maakt Joden opnieuw kwetsbaar en zal bovendien leiden tot de ontkoppeling van de Holocaust als waarschuwing tegen hetgeen er kan gebeuren wanneer een samenleving op grond van racistische motieven radicaliseert.
Als de wereld indertijd de volle betekenis van de genocide op de Armeniërs had gekend, had men wellicht beseft tot welke onvoorstelbare gruweldaden de mens in staat is en had het redden van het Joodse volk misschien wel tot één van de geallieerde oorlogsdoelen behoord.
Opnieuw genociden
Tegen de onverschilligheid en tegen het niet willen weten dient de herinnering aan Auschwitz levend te worden gehouden. “Het is gebeurd en kan dus weer gebeuren” heeft Primo Levi gezegd. Tegelijkertijd immers met het afkalven van de waarschuwing die Auschwitz voor ons heeft, zien wij voor onze eigen ogen zich opnieuw genociden en menselijke tragedies voltrekken, zoals in Darfur en Joegoslavië.
Onantastbare norm
De deuken die de herinnering aan Auschwitz heeft opgelopen dienen hersteld te worden, opdat de samenleving niet vervalt tot racistisch geweld en haat jegens de ander. Dat wil niet zeggen dat Auschwitz op een eenzaam voetstuk geplaatst moet worden, waardoor de band met het heden wordt doorgesneden. Auschwitz heeft onaantastbare normen geschapen, die hun geldingskracht dienen te behouden.
Blijven inzetten
Het als moreel en ethisch ijkpunt voor de eenentwintigste eeuw loslaten van de Holocaust zou in feite betekenen dat we ons zouden neerleggen bij de menselijke drang elkaar uit te moorden of elkaar te haten. Overbodig te zeggen dat ík mij daar in ieder geval niet bij zal neerleggen en mij zal blijven inzetten voor een rechtvaardige samenleving, waarin wél plaats is voor verschil, maar niet voor haat en intolerantie.
