Katholieke priesterstudenten hebben een middag doorgebracht met de rabbijnen Shmuel Spiero en Menachem Sebbag. De priesters in spé bekeken ook de Haarlemse sjoel.
De katholieke kerk is zich sinds het tweede Vaticaanse concilie meer bewust van het belang van haar Joodse wortels en onderstreept dit door het meer zoeken van contact en dialoog.
Voor de priesterstudenten van het Haarlemse priesterseminarie De Tiltenberg was er een concrete gelegenheid om met die wortels in contact te komen tijdens een ontmoeting met rabbijn Spiero van de Joodse Gemeente Haarlem, en hoofdkrijgsmachtrabbijn Sebbag.
De beide rabbijnen hebben de seminaristen op maandag 14 mei ontvangen in de Haarlemse synagoge. Het was voor de priesterstudenten een goede gelegenheid om vragen te stellen en met de rabbijnen in dialoog te treden.
Rabbijn Spiero spreekt van ‘een zeer open gesprek. De studenten kregen de kans om ons twee uur lang te “ondervragen”. Daarbij ging het over de meest uiteenlopende onderwerpen, van abortus tot het verhaal van Ijov (Job), van de 120 jaar die Mozes bereikte, de Toren van Bavel tot ….. religieuze vrijheid.”
Sebbag (“Een zeer geslagde bijeenkomst! Als er de tijd voor was geweest zouden ze uren door zijn gegaan.”) en Spiero vertelden over hun werk en hun opleiding, lieten de synagoge zien en gaven uitleg over de synagogale eredienst. Rabbijn Sebbag heeft voorts over zijn rol in de krijgsmacht gesproken en over de samenwerking met de katholieke aalmoezeniers die hun werk bij de krijgsmacht doen. Rabbijn Spiero is ook in Haarlem actief in de lokale interreligieuze dialoog.
De ontmoeting tussen priesterstudenten en de twee rabbijnen is tot stand gekomen op initiatief van de Katholieke Raad voor Israel en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
