Het Centraal Joods Overleg bepleit vervolgonderzoek naar de herkomst van joodse kunst tussen 1933 en 1940 in museumcollecties. Dat heeft het CJO aan de minister van OC&W laten weten. Volgens het CJO zijn museumcollecties veel minder goed onderzocht op oorlogskunst dan de NK-collectie.
De Nederlandse Museum Vereniging (NMV) is dat ook van plan en begint op korte termijn een onderzoek naar de herkomst van joodse kunst die tussen 1933 en 1940 in museumcollecties terecht is gekomen.
Het gaat om onderzoek in vijftien musea. Het nieuwe onderzoek betreft bezittingen die joodse families en kunsthandelaars vóór 1940 bij hun vlucht uit Duitsland kwijt zijn geraakt en die wellicht in musea zijn terechtgekomen.
Het onderzoek is een vervolg op een in 2000 gepubliceerd rapport over door de Duitsers geconfisqueerde kunst. Het slagen van de inventarisatie hangt af van de medewerking van de musea. Die mogen zelf bepalen wat zij opgeven. De onderzoekscommissie laat weten te vertrouwen op de ethische instelling van de musea.
