Voor het gezin van Anne Frank heeft Cuba een visum verleend. Het visum is nooit aangekomen, blijkt uit deze week geopenbaarde documenten in New York. Het Institute voor Jewish Research (YIVO) heeft de documenten bij toeval teruggevonden in haar archieven. Uit het dossier blijkt dat de Franks op een haar na hun vlucht uit Nederland voor elkaar hadden.
Otto Frank schreef over zijn pogingen met een vriend iun de Verenigde Staten, Nathan Strauss. Aan hem maakte hij in 1941 duidelijk dat zijn vrouw Edith er op aandrong om al het mogelijke te doen om het gezin, of op z’n minst haar en de kinderen Nederland uit te krijgen. Strauss was de zoon van de toenmalige eigenaar van de Macy’s warenhuizen.
De documenten werden in 2005 bij toeval gevonden in een archief met meer dan honderdduizend brieven. Een vrijwilligster van het YIVO zag dat iemand een foutje maakte met een datum. Zij keek in de betreffende envelop en vond het dossier van Otto Frank, de vader van Anne.
De Cubaanse autoriteiten hadden op 1 december 1941 een uitreisvisum verleend. In dat geval had de wereld het dagboek nooit gekend, en was Anne Frank haar noodlot ontlopen. Het kwam nooit aan. Tien dagen later werd het visum geannuleerd. Misschien omdat Amerika de oorlog had verklaard aan Duitsland.
Dat het nieuws nu bekend is geworden is wel opmerkelijk, omdat vader Otto Frank kennelijk nooit eerder de pogingen om een uitreisvisum te bemachtigen openbaar heeft gemaakt. Blijkbaar heeft hij na de oorlog ook niet geweten dat de Cubaanse autoriteiten het visum hadden verstrekt. En geannuleerd.
