Op de Holocaust Memorial Day werd op de Erasmus Universiteit in Rotterdam een bijeenkomst gehouden, waarbij jongerenrabbijn Menachem Sebbag een toespraak hield. Hij legde uit waarom voor hem de herinnering ‘6 miljoen en 1’ betreft. Er zijn niet voldoende woorden in de Nederlandse taal, of in een andere taal, om een beschrijving van een onderwerp zoals de Sjoa, de Holocaust of genocide recht te doen. Maar woorden is alles wat wij hebben en woorden zal ik moeten gebruiken, maar dan met diep respect voor de slachtoffers van de te noemen gebeurtenissen, wetend dat achter iedere cijfer of statistiek een behoorlijke menselijke tragedie schuilt.
Getallen ……. Getallen………. Getallen……….
De Joodse wet kent een verbod om mensen te tellen.
Vaak als een groep mensen moet worden geteld om bijvoorbeeld te zien of er voldoet aan de minjan, de benodigde hoeveelheid mensen om gezamenlijk te bidden, zal er doormiddel van een bijbelvers van 10 woorden worden geteld. Iedere persoon krijgt een woord toebedeeld en zodoende worden de aanwezigen geteld. Als meerdere mensen moeten worden geteld dan worden bijvoorbeeld schoenen geteld en dan door twee gedeeld om het aantal aanwezigen vast te stellen.
Dit gebruik vindt zijn oorsprong in bijbelse teksten. Wanneer in bijbelse tijden het volk werd geteld, en dit gebeurde regelmatig, lezen wij in de Bijbel het volgende. G-d geeft opdracht aan Mozes om het volk Israël te tellen en geeft ook daarbij aan de wijze waarop dit dient te geschieden. Iedere persoon moest een machatsit hasjekel, een halve sjekel munt geven, en deze munten worden vervolgens geteld en het getal kwam overeen met de hoeveelheid mensen. Interresant is de bijbelse opmerking die hieraan wordt gekoppeld. (Exodus 30:12) “Tel het volk doormiddel van de halve sjekel, Opdat er geen plaag onder hen ontsta, waneer men hen telt”. Als je gewoon de mensen telt kan er een plaag ontstaan. Op deze wijze niet! De vraag is duidelijk. Wat maakt het uit hoe je mensen telt?. En waarom zou je een plaag kunnen vermijden door het met de halve sjekel, eigenlijk een omweg, te doen.
De Bijbel brengt de mens een belangrijke gedachte hierbij. Door aan de mens een getal toe te schrijven, cijfer je de persoonlijke identiteit van de mens helemaal weg. Zijn identiteit als mens is verdwenen. Zijn naam bestaat niet meer. Hij heeft geen gezicht meer. Hij heeft geen gevoelens dromen of wensen meer. Hij is niet meer een vader, moeder, broer, zuster zoon of dochter. Maar wordt nummer 2354. Een koude statistiek. En met een statistiek, een getal, ga je anders om dan met een persoon. Een statistiek kan gemakkelijk worden uitgeroeid.
Is het dan niet interessant dat het eerste wat de Nazi’s gedaan hebben toen zij massaal joden de kampen in hebben gestuurd was iedereen een nummer geven. Geen naam maar een nummer. Het is veel makkelijker om een nummer af te slachten of vermoorden dan een vader, een zoon, een mens.
Het bijbelse verbod om mensen te tellen is hier een belangrijke waarschuwing! Wijs de mens nooit en te nimmer een getal toe. Dit schept de opening voor een plaag. Niet zoals vaak in het bijbelse vers wordt begrepen. Namelijk dat door het niet voldoen aan het G-delijke gebod, als straf van boven, een plaag door de eeuwige zal plaats vinden. De nummertoewijzing geeft een opening aan de mens om een plaag te veroorzaken. De bijbel kent deze menselijke aard en waarschuwt daartegen. Als je eenmaal blind bent voor de individualiteit van het individu, ben je ook in staat om met dit individu op een onmenselijke manier om te gaan. Dus tellen mag maar geef de individuele mens nooit een nummer.
Zes miljoen is een enorm getal maar het blijft een getal. Het is een getal zonder betekenis, omdat wij niet met een getal kunnen identificeren. Wij hebben geen empathie met een rij nullen. Wij kunnen moeilijk in die rij nullen voor onszelf verbeelden, gezichten van moeders bij wie de baby’s van hun borsten werd weggerukt. Of het gezicht van een klein kind wiens vader en moeder net voor zijn ogen zijn afgeslacht. Of de hersens van een baby uit wiens hoofd vloeien nadat hij tegen een muur is verpletterd. Wij kunnen in een rij nullen de geur van brandend menselijk vlees niet ruiken. 6 miljoen is een getal en het blijft een getal. Het is een enorm getal, zo enorm dat het een “fact beyond meaning” wordt.
De wereld begon pas de dimensie van de Sjoa, de Holocaust te begrijpen, op het moment dat het getal ook een naam kreeg.
Anne Frank is hier voor velen, een herkenbaar voorbeeld. De pijn van een jong meisje kunnen wij begrijpen. Toen werd het in plaats van 6 miljoen, Anne Frank plus nog eens 6 miljoen namen. Anne met haar dromen die niet konden worden gerealiseerd, haar ideeën die nooit kon verwezenlijken, en haar potentieel wat als een kaars werd gedoofd. En dat dan 6 miljoen keer opnieuw. De pijn en dromen van 6 miljoen mensen. Ieder van deze 6 miljoen mensen met een eigen levensverhaal en leefomgeving.
6 miljoen levens. Neem 6 miljoen blaadjes papier en schrijf op elk vel alleen de naam op. Welk persoon kan geen boek schrijven over zijn bijdrage aan de wereld? Schrijf een boek over iedere baby die gedood is. Misschien zou hij of zij een begaafde componist zijn geweest. Hoeveel symfonieën zou hij hebben geschreven? Schrijf een symfonie voor iedere musicus die is omgebracht. Misschien was hij of zij schilder geworden, hoeveel schilderijen zou hij of zij hebben geschilderd? Hoeveel schade is hier eigenlijk aangericht? Onvoorstelbaar. Ontelbaar. Hoe kan de mens zoveel schade aanrichten?
Simpel. Het ging hier niet om een musicus, een architect, of gewoon een mens. Het gaat hier alleen nog om een getal, een cijfer, een statistiek.
Anne Frank was zestien jaar toen zij in het concentratiekamp Bergen-Belsen omkwam. Alles wat van haar is overgebleven is haar dagboek. Voor vele mensen heeft dit jonge meisje de holocaust tot de realiteit gebracht. Haar wereldberoemde foto, waarop in haar eigen handschrift staat de zin, “Dit is een foto van hoe ik altijd eruit wil zien, dan heb ik misschien de kans om naar Hollywood te komen” brengt veel emotie los..
Met haar voelen wij de angst! Wij kunnen ons doormiddel van haar woorden, inleven in een wereld waar je 2 jaar in een achterkamer woont en hier je jeugd verliest. En dit alleen omdat je toevallig aan een religieuze denominatie behoort. Tranen vloeien als wij lezen over haar hoop en dromen, wetende dat verraad deportatie en een gruwelijk einde haar te wachten staat. Wij vinden het moeilijk om haar overtuiging te delen dat “de mens intrinsiek goed is”. Wij huilen samen met Anne omdat wij haar pijn nu kennen, terwijl haar pijn in het niets valt met de pijn van zo velen. Als wij al deze slachtoffers van genocide ook allen op diezelfde manier hadden gekend zouden wij de omvang van deze tragedie kunnen beginnen te begrijpen.
In de Holocaustherdenkingsstad Jad Vashem in Israël is voor velen het meest indrukwekkende, het gedeelte waarin zich de hal van kinderen bevind. Het is er donker, claustrofobisch en angstaanjagend. Aan het donkere plafond schijnen kleine lichtjes, net als sterren. De sterretjes staan symbool voor al de kleine kinderen die tijdens de holocaust vermoord zijn. Het enige geluid is een zachte stem in de achtergrond. Hier worden geen gebeden uitgesproken maar alleen het opnoemen van de namen van al deze kinderen. Kinderen die niets anders hadden dan de naam die zij van hun ouders bij de geboorte hadden gekregen. Alles is van ze afgepakt! Zij zijn een onderdeel geworden van een statistisch getal, verloren en opgeslokt in dat enorme getal van 6 miljoen.
In Jad Vashem krijgen die kinderen hun naam terug. Niet omdat zij hiermee wat opschieten, maar om de mens op het hart te drukken dat achter ieder getal een menselijke tragedie schuilt. Niet alleen een persoonlijke tragedie maar een tragedie voor de wereld.
Het opduiken van persoonlijke verhalen van slachtoffers, van overlevenden en van daders plaatst het geheel in een andere perspectief. Plotseling krijgen de getallen en statistieken gezichten en gevoelens. De volledige contouren van alle gezichten zullen wij nooit zien.
De extreme emotie zullen wij nooit begrijpen of ervaren, maar wij komen wel steeds dichterbij de werkelijkheid.
Het is niet alleen belangrijk om slachtoffers van een genocide te individualiseren, maar ook de daders, helden en de ramptoeristen. Wat beweegt mensen om genocide te plegen, wat beweegt de helden om op te treden, en wat beweegt de toeschouwers om vaak passief te blijven. Met een poging om dit te analyseren zouden wij een stap in de goede richting kunnen zetten. Een richting waarin wij wellicht potentiële daders kunnen herkennen en genocide van de toekomst kunnen voorkomen.
Vaak denken wij dat de dader van genocide een product is van achterstallige beschaving of een gebrek aan culturele ontwikkeling. Is dit de reden waarom de holocaust ons zo heeft verbijsterd? Omdat dit het product was van één en dezelfde beschaving als de onze.
Zolang wij niet in staat zijn om genocide, waar dan ook ter wereld, te onderkennen.
Zolang wij niet een gezicht en een naam aan ieder slachtoffer en dader kunnen geven.
Zijn wij ook niet in staat om genocide te begrijpen.
Zijn wij ook niet in staat om de oorzaken van genocide in kaart te brengen.
Zijn wij ook niet in staat om genocide te voorkomen.
Als de holocaust heeft kunnen plaatsvinden. Als genocide vandaag nog plaatsvindt, is dit bewijs dat de mens in staat is om zijn medemens massaal af te slachten. Is dit bewijs dat de mens hoe ontwikkeld hij ook is tot extreme dingen in staat is. Om dit beest te bestrijden moet het begrepen worden. Maar dat is dan weer een heel andere verhaal.
Dat vreselijke woord genocide geeft iets weer over daders en slachtoffers. Iedere dader heeft een naam en een gezicht. Iedere slachtoffer heeft een naam en een gezicht.
Voor mij is het, en zal het altijd blijven, 6 miljoen en één! Dat één staat voor mij symbool van iedere mens die naamloos en identiteitloos in dat enorme getal is verdwenen. Symbool voor het individuele leed dat soms wordt vergeten vanwege de omvang van een tragedie. En ik weet als ik die één begrijp, begin ik dan ook de omvang van de Sjoa te bevatten.
Door de namen van alle betrokkenen op te schrijven, door een gezicht aan alle betrokkenen te geven, veranderen wij genocide van een woord, een puur samenstelling van letters, in een reeks menselijke falen en een reeks menselijke tragedies.
Dit is de wijze om een begin te maken om, genocide van het verleden recht te doen, genocide van het heden te bestrijden en genocide van de toekomst te voorkomen.
Menachem Sebbag, 26 januari 2007 – Holocaust Memorial Day
