De koningin bepleit de zelfde terughoudendheid wanneer het gaat om de vrijheid van meningsuiting, als eerder rabbijn Evers deed. Beiden keren zich tegen een recht om te beledigen of te kwetsen.
In haar jaarlijkse kersttoespraak zei koningin Beatrix: “Naast de algemeen geldende grens die in de wet is vastgelegd, zijn er ook normen van moraal en beschaving. Ze zijn het fundament van een samenleving die uitgaat van eerbied voor de medemens. Een recht om te beledigen bestaat dan ook niet. Evenmin geeft godsdienstvrijheid een vrijbrief om te kwetsen of op te roepen tot haat.”
De ruimte voor de vrijheid van meningsuiting stond in februari 2006 centraal toen cartoons van Mohammed in een Deense krant, en de reacties uit moslim-kringen, wereldwijd tot commotie leidde.
Rabbijn Raphael Evers schreef toen: “We houden rekening met andermans rechten. Daarom reageren wij niet met geweld, boycot of vlagverbrandingen. Kwaadsprekerij werd al in de Bijbel verboden. Anderen zwart maken is in vrijwel ieder rechtsstelsel verboden. Dan geldt dit toch zeker voor zaken, die hele bevolkingsgroepen ernstig kwetsen. Nee, er bestaat geen recht om (nodeloos) te kwetsen.”
