Ge-Anjerde Joodse Antilliaan overleden voor uitreiking

Charles Gomes Casseres is vorige week vrijdag overleden. Aan Casseres was de Zilveren Anjer toegekend vanwege het feit dat hij zich decennialang heeft toegelegd op het vastleggen van cultuur-historische tradities, waarden en gewoontes van de Joods-Sefardische gemeenschap op dit eiland. De bejaarde Gomes Casseres kon vanwege zijn broze gezondheid niet naar Nederland reizen, maar zou als laureaat later zijn prijs ontvangen.
De Zilveren Anjer is op 28 juni aan de andere laureaten uitgereikt door koningin Beatrix. Tijdens haar staatsbezoek in november zou de koningin de Anjer bij Casseres opspelden. Nu zal de uitreiking postuum geschieden.

Gomes Casseres (Havana, 1921) heeft als voorzitter van het Joods Cultureel Historisch Museum het verzamelen en exposeren van voorwerpen uit
de Joodse traditie bevorderd. Het museum bevindt zich in de tuin van de Mikve Israel-Emanuel synagoge die dateert uit 1732, in twee gerestaureerde huizen uit de 18e eeuw. Het ene huis behoorde aan de rabbijn, het andere bevatte het mikwe.
Op zijn initiatief organiseert het museum open dagen en museumbezoek in schoolverband. Daardoor kan een breed publiek kennismaken met de Joodse traditie op het eiland. Het museum bestaat sinds 1970. Casseres is de eerste joodse laureaat in tien jaar.

Actief
Casseres’ ouders, afkomstig van Curacao, schreven Charles na zijn geboorte in Havana in bij de Nederlandse consul in Cuba. Casseres stamde rechtstreeks af van Yzak Gomes Casseres, die zich als arts reeds in 1690 op Curaçao gevestigd heeft.
Eerder werd Gomes Casseres onderscheiden met het Officierschap in de Orde van Oranje-Nassau en in 1985 met het Ridderschap in de Orde van de Nederlandse Leeuw.  Naast zijn inzet voor de Joodse cultuur-historie was Gomes Casseres actief in het bank- en bedrijfsleven en lid van uiteenlopende Raden en Commissies, waaronder voorzitter van de Kamer van Koophandel, Raad van Beroep voor Ambtenarengeschillen, de Sociaal-Economische Raad en de Adviescommissie voor Toerisme, op de Nederlandse Antillen.

Cultuur of natuurbehoud
De koningin reikte de Anjers op 28 juni uit op Paleis Noordeinde in Den Haag. Zij heeft deze taak van wijlen haar vader Prins Bernhard, bekend van de witte anjer in zijn knoopsgat, overgenomen.
De Zilveren Anjer wordt sinds 1950 jaarlijks toegekend aan personen die zich vrijwillig en onbetaald hebben ingezet voor de cultuur of het natuurbehoud in Nederland of de
Nederlandse Antillen en Aruba.

Beiaardcultuur
Andere Anjerontvangers zijn het kunstverzamelaars-echtpaar prof. mr. Piet Sanders en diens echtgenote Ida Sanders-Sanders. Meer dan vierhonderd werken, waaronder topstukken van Constant, Karel Appel en Werkman, hebben zij aan musea in Nederland geschonken en daarmee aan het Nederlandse én internationale
publiek.
Verder: Foeke de Wolf die zich al jaren inzet voor de beiaardcultuur en Harrie ten Dam medeoprichter en voorzitter van de Kunstvereniging Diepenheim. Dankzij de kunstvereniging is Diepenheim landelijk en over de grenzen bekend geworden als kunststadje bij uitstek.

Prins Bernhard
Het Prins Bernhard Cultuurfonds besloot in 1950 de Zilveren Anjer-onderscheiding in te stellen ter gelegenheid van de tiende herdenking van de zogeheten Anjerdag van 29 juni 1940 en het tienjarig jubileum van het op 10 augustus 1940 opgerichte fonds. De Zilveren Anjer werd tot aan zijn overlijden in december 2004 elk jaar door Prins Bernhard en sindsdien door zijn dochter H.M. Koningin Beatrix uitgereikt aan personen die zich op een bijzonder wijze hebben ingezet voor de Nederlandse cultuur en voor die van de Nederlandse Antillen en Aruba. De Zilveren Anjer kan elk jaar aan maximaal vijf personen worden verleend.

Joodse laureaten
Andere joodse laureaten, sinds de instelling van het ereteken in 1950, zijn onder meer:
J.G. Wertheim (openbaar kunstbezit, 1960); mevrouw H.A. Polak-Schwarz (Muziekleven, wetenschap, humanistisch maatschappelijk werk, 1970); H. Beem (Joodse geschiedenis en taal in Nederland, 1970); M.H. Gans (Geschiedenis Joden in Nederland, Memorboek, 1970); Dr. A. Horodisch (Boekgeschiedenis, bibliografie, bibliofilie, 1978); mevrouw drs. R.C. Musaph-Andriesse (Joods cultureel erfgoed, 1991); Prof. dr. H. Bloemendal (Joodse liturgische muziek, 1996).

Reacties zijn gesloten.