Honderden mensen kwamen zondagavond bijeen in de sjoel van Amsterdam-Buitenveldert, waar de Joodse Gemeente een speciale dienst hield in verband met de situatie in het noordelijk deel van de staat Israel. Nadat het middag- en avondgebed waren gezegd en de aanwezigen twee mizmoriem (psalmen) samen hadden gereciteerd, hield rabbijn R. Evers een gloedvolle derasja (predikatie).
“Wij staan als één man achter Israel”
Rabbijn R. Evers
Sjalom, sjalom larachok welakarov – Vrede, vrede zegt de profeet – voor de verafstaande en de nabije. Als wij het woord vrede uitspreken, geeft dat een tegenstrijdig gevoel. Vrede staat centraal in het Joodse denken maar heeft een dubbele klank. Wij willen vrede en strekken onze hand regelmatig uit naar onze buren om tot oplossingen te komen. Maar er is een punt waarop wij het recht van zelfverdediging hebben en actie moeten ondernemen om onze eigen huizen en haarden veilig te stellen.
bouwen en een wapen in de hand
Dit gaat helemaal tegen onze volksopdracht in. Wij zijn het volk van het Boek – de Tora – en willen dat ook blijven maar soms worden we in de positie gedrongen – zoals in Bijbelse tijden, in de periode van Ezra en Nechemja, 2500 jaar geleden – in de ene hand een troffel vast te houden om te bouwen maar in de andere hand een wapen te dragen uit voorzorg tegen mensen die het in woord, geschrift en daad niet goed met ons menen. Uit de geschiedenis hebben wij helaas moeten leren, dat wij dreigementen serieus moeten nemen.
Vastberaden
Juist op deze momenten staan wij samen, vastberaden in onze gebeden, in onze gedachten, in onze hoop. Am echad ba’arets – wij staan als één man achter Israel. Namens de ambassadeur van Israël, de heer Harry Kney Tal, mag ik u vertellen hoe hij zich gesterkt voelt door de reactie van de Joodse gemeente, door onze aandacht voor deze crisis. De verbondenheid tussen onze Joodse gemeente en de staat Israël doet hem bijzonder goed. Hoop op een betere en rechtvaardiger toekomst heeft het Joodse volk altijd die levenskracht geschonken, die nodig was om alle rampen en crises het hoofd te kunnen bieden.
Pal achter Israel
Ele masa’ee Bnee Jisraeel – volgende week lezen wij wereldwijd in alle synagogen over de vele tochten die het Joodse volk heeft moeten maken. Veertig jaar zwierven zij door de woestijn voordat zij het Heilige Land mochten betreden. Hun trouw aan de Tora, het transportabele vaderland van het Joodse volk, en hun liefde voor het G’ddelijke en het goede in de wereld inspireerde hen en hield hen bijeen. Dat was ook onze drijfveer gedurende de vele omzwervingen, die wij over de hele aardbol hebben afgelegd. Overal hebben wij de Tora uitgedragen, normen en waarden gebracht. Door alle vijandschap van buiten laten wij ons niet van ons levensideaal afbrengen en blijven wij pal achter Israël staan. Nog vandaag is – ondanks de hachelijke situatie – een jongerengroep naar Israel afgereisd. Over enige tijd volgt een tweede groep. Dit is een positief signaal. De achdoet, de eenheid, is juist nu onontbeerlijk.
Ieder heeft verantwoordelijkheid
Toch zijn al deze vormen van sympathie en loyaliteit niet voldoende. Kol Jisra’eel Areviem ze la ze – Dit betekent dat ieder lid van het Joods volk, ieder op zijn manier en niveau verantwoordelijkheid heeft en moet nemen voor elkaar. Onze gedachten gaan hierbij uit naar de vele jonge mensen die in Israël hun leven in de waagschaal stellen voor onze veiligheid. Maar wij, buiten Israël, moeten hen bijstaan in tefilla, tsedaka en ons juist nu verdiepen in wat onze taak in de wereld is.
Bestaansrecht
Antizionisme is – helaas – weer salonfähig en het onderscheid tussen deze politieke aversie en de negatieve emotie richting Joden in het algemeen blijkt flinterdun. Het lijkt bijna onmogelijk het fenomeen Israël neutraal te benaderen. Regelmatig wordt het bestaansrecht van Israël in twijfel getrokken. De meeste resoluties vanuit de Verenigde Naties zijn tegen dit ministaatje gericht, terwijl Israël in 1947 onder auspicien door de volkenbond werd opgericht.
Bloeimomenten en dreigingen
Ik ervaar de vraag naar Israëls bestaansrecht als een vraag naar het bestaansrecht van ons volk. Israël is een historische samenvatting van de joodse geschiedenis, die veel bloeimomenten heeft gekend maar ook extreem veel dreiging, gedwongen bekering en uitroeiing. Bijna zestig jaar lang werd Israël aangevallen, geboycot, besmeurd en gehaat. Er lijkt geen einde te komen aan de stroom agressie tegen de kleine Joodse staat. Er is een mondiale demonisering van Israël en Jodendom gaande. Haat wordt geleerd en onderwezen in verschillende landen die Israël omringen. Jong geleerd, oud gedaan. Iedereen realiseert zich dat oorlogen – gelukkig – niet lang duren. Juist nu is het zaak de abjecte jodenhaat van vele politieke en geestelijke leiders luidkeels te veroordelen. De verdorven mythevorming rond Israël en Joden heeft al veel te veel slachtoffers geëist.
Tocht door de geschiedenis
Ele masa’ee Bnee Jisra’eel. Dit is onze tocht door de geschiedenis van de mensheid. Onderweg heeft de mensheid veel van ons culturele erfgoed overgenomen. Diezelfde wereld is getuige van de niet aflatende haatcampagne tegen de Joodse staat. Met haat valt niet te leven. Dan dooft het licht… Hand in hand met alle wereldburgers moet gewerkt worden aan een betere wereld van verdraagzaamheid en wederzijds begrip.
Anie ma’amien
Am Jisraeel chai – De Joodse boodschap van naastenliefde is gelukkig nog springlevend. Als wij niet voor ons eigen bestaansrecht opkomen, kunnen wij dat ook niet voor anderen doen.
Vele Israëlische ceremonieën eindigen met het lied “Ani Ma’amien beviat haMasjie’ach”: “Ja, wij blijven geloven in een beter wereld”.
