De hand van Hare Majesteit

Consequent in respect, dat betoogt rabbijn R. Evers*, moet de lijn zijn, wanneer de koningin in contact komt met culturele en religieuze minderheden. Aanleiding vormt het bezoek van de koningin aan eenb Haagse moskee: geen handen schudden, en op kousenvoeten. De Amsterdamse Opperrabbijn Aaron Schuster was in de jaren vijftig mede-initiatiefnemer en oprichter van de Europese Rabbijnenconferentie. Aansluitend aan de oprichtingsvergadering in 1957 in Amsterdam, heeft Koningin Juliana alle deelnemers hartelijk ontvangen op paleis Soestdijk. De opperrabbijnen waren zelfs een beetje beduusd geweest van de hartelijke ontvangst, die getuigde ‘van een persoonlijke belangstelling en hartelijkheid, van een attentie tot in kleinigheden, die verre uitging boven de formele hoffelijkheden die men bij zulke gelegenheden verwacht’. Alle gedelegeerden waren één voor één aan de Koningin voorgesteld, ‘hetgeen steeds met een hartelijke handdruk en een enkel vriendelijk woord gepaard ging’ (NIW, 15-11-1957).
De handdrukaffaire van Verdonk, ruim een halve eeuw later, is uitgegroeid tot symbool van de Nederlandse cultuur. Wie moet zich aan wie aanpassen? De meerderheidscultuur maakt misbruik van haar macht. Het is een prestigestrijd geworden. Voor de Nederlandse en andere Europese rabbijnen uit 1957 was handen geven kennelijk geen probleem. Zij schudden een mannelijke èn een vrouwelijke hand, en lieten een dame niet met uitgestrekte hand voor schut staan.

Naaktheid te ontbloten
De problematiek omtrent het schudden van de hand van een vrouw, gaat terug op een interpretatie van Torateksten in Numeri en Leviticus, waar wordt gewaarschuwd tegen incestueuze relaties. Daarin staat dat je niet tot een vrouw mag naderen om haar naaktheid te ontbloten. Professor Smalhout maakt in zijn column in de Telegraaf (10 juni 2006) een denkfout, dat het hier om onreinheid zou gaan. Dit zou betekenen, dat men vrouwen na een bepaalde leeftijd onbekommerd zou kunnen aanraken. Dit is echter verkeerd geïnterpreteerd. Het gaat om een mogelijke toenadering na lichamelijk contact. Psychologen weten hoe intiem huidcontact kan zijn. Als men die teksten generaliseert, staat er een verbod op het schudden van de hand van een vrouw. De Nederlandse rabbijnen zeggen dat het ‘naderen om de naaktheid van een vrouw te ontbloten’ bij een enkele handdruk niet gebeurt.

Persoonlijke levenssfeer
Los van de Joodse achtergrond van het al dan niet handen schudden, speelt de vraag of minister Verdonk, en in haar kielzog Nederlandse autochtonen, een weigering tot het schudden van een hand zouden moeten respecteren. Ik denk van wel want het gaat hier om de strikt persoonlijke levenssfeer, waar je niet zo maar in kan inbreken. Zeker niet als je weet, dat de persoon tegenover je dat vervelend vindt. Het is een kwestie van simpel fatsoen maar ook dat moest kennelijk politiek worden uitgespeeld. Want wat gebeurt er als we de grenzen van onze persoonlijke levenssfeer niet duidelijk trekken? Stel dat ik bij minister Verdonk op bezoek ben en de vergadering over het nieuwe inburgeringbeleid loopt wat uit. Zij nodigt iedereen uit om een hapje te blijven eten. Als dan blijkt dat er geen kosjer eten is, en Verdonk zou reageren met: ‘In Nederland eten we niet kosjer, dus rabbijn Evers ik verwacht van u dat u eet wat de pot schaft’ ben ik dan opeens een ongewenste vreemdeling terwijl mijn voorouders aantoonbaar langer in deze contreien hebben gewoond dan die van haar? Gaarne wil ik de nationale wetgeving naleven, zolang deze maar geen inbreuk op mijn geloof vormt.

Moedig
Koningin Beatrix bezocht de jubilerende Mobarak Moskee aan de Oostduinlaan in Den Haag, de oudste moskee van Nederland. De moskee heet in de pers ‘liberaal’. Toch ging de Koningin akkoord met de wens van de mannelijke bestuurders dat zij haar geen hand zouden geven, in tegenstelling tot de eerder geschetste gebeurtenis toen de koningin gastvrouw was. Nu paste zij zich aan aan de islamitische normen. Omdat zij te gast was in de moskee, terwijl de rabbijnen destijds bij haar op audiëntie gingen?
Op kousenvoeten betrad zij de moskee, en nadat de sprekers haar hadden gewezen op de speciale band tussen Nederland en de moslimwereld en op het vredelievende karakter van het islamitische geloof, kreeg ons staatshoofd bij haar vertrek een zware boekenbox met een vijfdelig Korancommentaar cadeau. Hibatunnoer Verhagen, voorzitter van de Ahmaddiyya beweging in Nederland, verklaarde dat hij de Koningin had mogen uitleggen waarom moslims geen handen schudden met de andere sekse, en de Koningin had hier volgens hem alle begrip voor getoond.
Ik vind het moedig van de Koningin, dat zij het disrespect van Verdonk zo voorbeeldig heeft weten te pareren door duidelijk wel respect te tonen voor andermans geloofsgebruiken. Premier Balkenende hield kort daarna een toespraak en prees de manier waarop het staatshoofd zich had gedragen. In een pleidooi voor tolerantie noemde hij haar optreden ‘voorbeeldig’.

Contacten met burgers
Toch werd ik pijnlijk getroffen door het contrast. De Europese Rabbijnenconferentie belegde haar tweejaarlijkse bijeenkomst in 1982 in Amsterdam. Hofmaarschalk Pim Osieck besprak de audiëntie met secretaris E.M. Maarsen van het Nederlandse Opperrabbinaat, die hem er opmerkzaam op maakte, dat er orthodoxe rabbijnen bij zouden zijn die de majesteit om religieuze redenen geen hand wilden geven. Of ze mochten volstaan met het maken van een buiging als groet?
Osieck antwoordde dat hij op dat punt geen problemen verwachtte. De ambassadeur van een islamitisch land was kort daarvoor zijn geloofsbrieven wezen aanbieden, en omdat zijn culturele waarden hem evenmin toestonden het staatshoofd een hand te geven, had hij voor haar gebogen. Dat was geen punt geweest.
Daags na dit gesprek werd Maarsen op zijn kantoor gebeld. Osieck aan de lijn. Hij moest Maarsen mededelen dat het staatshoofd toch geen rabbijnen wenste te ontvangen die haar geen hand wilden geven. Het diplomatieke protocol schreef voor dat bijvoorbeeld bij die ambassadeur wel aan culturele eisen tegemoet werd gekomen. Maar in contacten met burgers wenste het staatshoofd die tegemoetkoming niet te doen.

Groot contrast
Het gevolg was dat een groep rabbijnen wel naar het Noordeinde afreisde, terwijl anderen achterbleven. Er werd verder geen punt van gemaakt. De liefde tot het koningshuis weerhield de rabbijnen van het uiten van openlijke kritiek.
Maar het contrast tussen de gebeurtenissen in 1982 en het bezoek aan de Haagse moskee anno 2006 is groot. In vijfentwintig jaar is de lijn geheel anders geworden. De bereidheid die `oorspronkelijk Nederlandse’ waarden en normen terzijde te schuiven en tegemoet te komen aan de religieuze eisen van een godsdienstige minderheid is nu door de minister-president geprezen als een bewijs van voorbeeldige tolerantie.

Ruimere religieuze tolerantie
Is hier sprake voortschrijdend inzicht? Men kan – zoals Bart Jan Spruyt en Geert Wilders in de Volkskrant* – in dit voorval een bewijs zien dat de Nederlandse regering een vorm van aanpassing cultiveert die alleen maar door intimidatie kan zijn ingegeven. De islamitische minderheid eist zelfbewust ‘respect’ voor haar religieuze normen op, en de regering is bereid die te geven omdat zij bang is bij deze groep een agressie wakker te roepen die zich tegen onze samenleving zal keren. In ruil voor een bedenkelijke godsvrede blijkt de regering bereid haar eigen verleden te verloochenen, aldus Spruit. Men kan het gebeurde ook begrijpen als een koerswijziging, n.l. op te schuiven richting een ruimere religieuze tolerantie. Ik vind dat een goede zaak. Het geeft aan dat de overheid, met de koningin aan haar hoofd, religies, maar dan niet alleen het Mohammedaanse geloof, beschouwt als een wezenlijk onderdeel van het publiek domein.

* Rabbijn Evers reageert met dit stuk op een artikel in de Volkskrant van 9 juni van het Tweede Kamerlid Geert Wilders en diens medewerker Bart Jan Spruyt en haalt daarbij een aantal passages uit hun stuk aan.

Reacties zijn gesloten.