De Joodse Gemeente Winterswijk heeft een eigen Sefer Tora aangeschaft ter herinnering aan hen die tijdens de oorlogsjaren zijn weggevoerd en niet zijn teruggekeerd. De kehilla Winterswijk had familieleden van de omgekomenen uitgenodigd om bij de inwijding te zijn, en … een letter te (laten) schrijven.
De plechtige inwijding van het Sefer Tora vond plaats op rosj chodesj Siewan 5766/ zondagmiddag 28 mei 2006 in de synagoge te Winterswijk.
De inwijding werd geleid door de hoofdrabbijn Jacobs van het IPOR. Uiteraard was ook de rabbijn die in het gebied werkzaam is, rabbijn Salzmann uit Enschede, bij de ceremonie aanwezig. Het oudste lid van de Joodse Gemeente – de heer Abraham Kropveld – droeg het Sefer onder de choepa met begeleiding van zang en muziek en kinderen met een brandende kaars in de hand de prachtige sjoel binnen, die voor deze gelegenheid met bloemen was versierd.
Waardig monument
Is het niet een wonder, zo merkte rabbijn Jacobs in zijn predikatie op, “dat na de verschrikkingen van de jaren ’40–’45 nota bene in Winterswijk dat helaas niet bekend stond om zijn vele verzetsstrijders, wij hier nu bijeen zijn gekomen om een nieuwe Torah te eindigen en in te wijden. Een Tora ter nagedachtenis aan de vele Winterswijkse Joden die niet mochten terugkeren….vergast…vermoord. Is er een waardiger monument denkbaar dan een Tora te hunner nagedachtenis. De Tora, symbool van overleven?”
Het kleinst van alle volkeren
Aan het adres van de Joodse Gemeente Winterswijk zei de hoofdrabbijn: “Mazzeltov Joods Gemeente Winterswijk. Jullie zijn heel klein, zo is het joodse volk in z’n geheel ook: atem hame’at mikol ha’amiem – jullie zijn het kleinst van alle volkeren. Jullie Winterswijk zijn wellicht ook bijna de kleinste joodse gemeente van Nederland. Maar gelijk het Joodse volk ondanks zijn kleinheid overleefde, overleeft en blijft overleven, zo ook moeten jullie verder gaan in jullie bestaan als onderdeel van Joods Nederland. En zelfs als jullie zouden menen dat het voor jullie zelf niet meer hoeft…denk dan aan onze ouders en grootouders, broers en zussen, ooms en tantes die niet meer zijn, wreed uit ons midden weggerukt… laat deze sjoel met zijn nieuwe Torah een levend monument zijn voor hen, opdat zij van Boven op ons kunnen neerzien en aanschouwen dat diezelfde Torah die zij vereerden ook door ons wordt gekoesterd.”
