Wanneer Nederland en de EU er toe zouden overgaan hulp aan Palestijnen te geven via de Hamas geleide regering, dan is dat antisemitsche buitenladpollitiek. Die zware aantijging doet de SGP. Daarmee gaat Tweede Kamerlid Cees van Staaij van de SGP zelfs verder dan de Israelische ambassadeur in Den Haag. Harry Kney Tal wilde in een voordracht voor het NIK niet zo ver gaan om Hamas te kwalificeren als een vorm van religie-gebaseerd antisemitisme. Cees van Staaij en diens fractiemedewerker Brouwer: “van structurele ontwikkelingshulp aan een Hamasregering kan en mag geen sprake zijn.”
De islamitische terreurbeweging Hamas verkreeg in januari de absolute meerderheid in het Palestijnse parlement. Door middel van democratisch georganiseerde verkiezingen. Alleen al het feit dat Hamas mee kon doen aan de verkiezingen, geeft te denken. Hamas heeft een verleden van bloedige aanslagen op Israël, waarbij de organisatie geen onderscheid maakte tussen militairen en burgers.
Hamas is door de EU en de VS als terroristische organisatie gekwalificeerd. Zo’n partij zou eigenlijk niet mee moeten kúnnen doen aan de verkiezingen. Zo’n partij staat haaks op alle principes die in een democratie gehuldigd worden. Vandaar dat de SGP in de Tweede Kamer, daarin gesteund door een meerderheid, najaar 2005 de regering ertoe opriep niet te berusten in de verkiezingsdeelname van Hamas, laat staan deze te respecteren.
We zijn nu helaas een fase verder. Onder kritisch toeziend oog van vele internationale waarnemers hebben de Palestijnen Hamas in het zadel geholpen. Na een aantal weken van onderhandelen heeft Hamasvoorman Haniyah zondag zijn regering gepresenteerd. Hamas gaat alleen regeren, zonder Fatah, de huidige regeringspartij van de meer gematigde Mahmud Abbas.
De cruciale vraag waar Nederland en de EU voor staan is of de Palestijnse Autoriteit ontwikkelingshulp moet krijgen. Vanuit Nederland gaat jaarlijks ongeveer 10 miljoen euro naar de Palestijnse Autoriteit, vanuit de EU ongeveer 500 miljoen euro. Forse bedragen dus.
In internationaal verband bestaat er in theorie overeenstemming over uitgangspunten op basis waarvan in deze kwestie gehandeld zou moeten worden. De Verenigde Naties, de EU, Amerika en Rusland hebben gezegd dat een Hamasregering alleen maar geld kan krijgen als ze: 1. Israëls bestaansrecht erkent; 2. terrorisme afzweert; 3. de tot nu toe gesloten overeenkomsten respecteert (denk aan de Osloakkoorden). Tot op dit moment heeft Hamas aan geen van de drie voorwaarden voldaan en is hij dat ook niet van plan. Daar doen de Hamasleiders ook niet geheimzinnig over, ze zeggen dat gewoon hardop.
Manoeuvreren
In de praktijk lopen de zaken heel anders. De VN hullen zich in stilzwijgen over voortzetting van de hulp en de positie van Rusland is onduidelijk. In de VS zijn er debatten in het Congres over het stopzetten van de financiële hulp, dit in navolging van Israël, dat onmiddellijk de uitbetaling van belastingopbrengsten aan de Palestijnse Autoriteit heeft stopgezet. De EU en Nederland zijn omzichtig aan het manoeuvreren. Zij willen graag de financiering voortzetten, maar zoeken naar modaliteiten om daarbij de Palestijnse Autoriteit (lees: Hamas) te omzeilen. Wereldbankman James Wolfensohn spoort de internationale politiek ertoe aan mild te zijn voor de Palestijnen. Stopzetten van de hulp zou tot een humanitaire catastrofe leiden.
Nederland en de EU staan voor een principiële keus. Een keus die zich nú aandient. De Europese regeringsleiders zijn eind deze week bijeen in Brussel en moeten daarover een knoop doorhakken. Wachten kan niet meer, dat speelt Hamas in de kaart.
Een belangrijke vraag is of we wel een keus hebben. Laten we eens teruggaan naar 30 april 2003. Op die dag werd de zogeheten ”routekaart voor de vrede” gepresenteerd door de VS, de VN, de EU en Rusland. Deze routekaart bevatte een tijdschema waarbinnen het Israëlisch-Palestijnse conflict opgelost zou moeten worden.
De eerste stap die de Palestijnse Autoriteit volgens de routekaart zou moeten zetten is het ondubbelzinnig beëindigen van alle geweld en terrorisme en het ontmantelen van terroristische organisaties. Die stap had medio 2003 al gezet moeten zijn. De harde werkelijkheid is dat de Palestijnse Autoriteit het zover niet gebracht heeft, nog afgezien van de vraag of ze dat ook daadwerkelijk wilde en kon.
Toch heeft de internationale gemeenschap daarna uitentreuren herhaald dat de routekaart hét document was en bleef waarop Israël en de Palestijnse Autoriteit aanspreekbaar zouden blijven. Noch richting Arafat, noch richting Abbas hebben de internationale grootmachten hun tanden laten zien. Men bleef de Palestijnse Autoriteit gewoon financieel steunen, ook al werd van die zijde zelfs niet aan de meest elementaire voorwaarde voor het bereiken van vrede voldaan.
Showonderzoek
Ondertussen kwamen al die jaren door telkens berichten naar buiten over de gigantische corruptie van het Palestijnse bestuurlijke apparaat. Het Europees Parlement verrichtte een soort showonderzoek naar de besteding van de hulpgelden om te laten zien dat het die geruchten serieus nam.
De uitkomsten van dat onderzoek waren echter niet serieus te nemen: veel zaken werden toegedekt of mooier voorgesteld dan ze waren. Terwijl tal van ontwikkelingslanden werden en worden gekort vanwege te veel corruptie, kon Ramallah de dollars en euro’s gewoon blijven opstrijken. Zelfs los van de discussie over het vredesproces en los van de routekaart voor de vrede zou die corruptie al een zakelijk argument zijn om de hulp aan de Palestijnen tegen het licht te houden.
Het zou de werkelijkheid op haar kop zijn als Nederland en de EU, die de routekaart in allerlei toonaarden bezongen hebben, een Hamasregering van miljoenen euro’s zouden blijven voorzien. Dit terwijl Hamas de vernietiging van Israël vooraan in zijn handvest heeft staan. Om van heel Palestina weer een ”waqf”, een islamitisch heilig land, te maken, waartoe alle middelen zijn geoorloofd. Zeker, het verstrekken van hulp via andere kanalen, volledig onafhankelijk van de Palestijnse Autoriteit, blijft een optie. Maar van structurele ontwikkelingshulp aan een Hamasregering kan en mag geen sprake zijn. Daar is maar één woord voor: dat is antisemitische buitenlandpolitiek.
De auteurs zijn respectievelijk Tweede Kamerlid voor de SGP en beleidsmedewerker van de SGP-fractie.
