Een NIK-delegatie werd rondgeleid op de tentoonstelling Lihoed Maroc in het Bijbels Museum. NIK-voorzitter Ben Blog benadrukte het feit dat Joden overal een minderheid vormen, iets wat nu ook geldt voor Marokkanen in Nederland.
De NIK-delegatie bestaande uit bestuurders en medewerkers van het NIK en van de Joodse Gemeente Amsterdam, werd ontvangen door museumdirecteur Janrense Boonstra, en de samenstelster van de tentoonstelling.
Het Bijbels Museum belicht in de tentoonstelling Lihoed Maroc de bijzondere geschiedenis van de joodse gemeenschap in Marokko. Al vele eeuwen wonen moslims en joden er harmonieus samen. In de tentoonstelling komt duidelijk naar voren dat beide culturen veel raakvlakken hebben. Deze gedeelde geschiedenis wordt getoond aan de hand van een grote verscheidenheid aan objecten, waaronder gebruiksvoorwerpen, kledij, sieraden, documenten, film en foto’s. In de titel komen de twee werelden samen: Lihoed betekent “joden” in het Marokkaans Arabisch.
De tentoonstelling is nog tot en met zondag 15 januari a.s., te bezichtigen. Die dag is de toegang gratis en zijn er muzikale en humoristische activiteiten gepland. Zie voor een gedetailleerd programma: www.bijbelsmuseum.nl
Laatste grote evenement
Boonstra gaf aan de NIK-delegatie een uiteenzetting over de snelle totstandkoming van de tentoonstelling die het laatste grote evenement vormt in het 400-jarig jubileumjaar van Marokkaans-Nederlandse betrekkingen.
Niet alleen de bijzondere cultuur van Marokkaanse Joden kwam aan de orde, ook werd in de voor- en nabespreking van de rondgang langs vitrines en afbeeldingen over Joods Marokko uitvoerig ingegaan op de reacties van leerlingen van VMBO-scholen. Zo’n 1200-1300 Amsterdamse middelbare scholieren bezochten de tentoonstelling, en kregen voorafgaand aan het bezoek een les van een Marokkaanse en Joodse jongere in hun klas. Voor Marokkaanse jongeren was het met Joden gedeelde verleden een openbaring.
Dubbele identiteit
Na museumdirecteur Boonstra voerde Ben Blog het woord. Hij sprak van ‘een bijzondere tentoonstelling die tot uitdrukking brengt hoe Joden in Marokko samen leefden met en naast hun niet-Joodse medebewoners van dit Noord-Afrikaanse land’.
De NIK-voorzitter ging in op het gegeven van de dubbele identiteit die geldt voor joden in Marokko of in Neerland en voor Marokkanen in Nederland, en het feit dat Joden steeds een minderheid vormen. Blog zei:
“Joden leefden en leven al meer dan 2000 jaar temidden van een niet-Joodse meerderheid. Het is goed te zien hoe dat in Marokko gebeurd is. En dat levert vanzelfsprekend een bepaalde uitwisseling op. Nederlandse Joden zijn Joods en Nederlands. Zoals Marokkaanse Joden èn Joods èn Marokkaans zijn. Er ontstaat een bepaalde verwevenheid met de omgeving. Wie ess sich Christelt, Jüdelt es sich, zegt men in Noord-Westeuropa. Ongetwijfeld zal iets dergelijks ook tussen Joden en Marokkanen of Joden en moslims gelden.”
Vreemdeling
“Joden zijn overal en altijd een minderheid geweest, die bij hebben gedragen aan de kwaliteit en cultuur van de samenleving. Ik mag verwijzen naar de episode die wij in de synagogen dezer weken uit de Tora lezen. Het was de vreemdeling Jozef, de zoon van aartsvader Jacob, die in Egypte uitgroeide tot onderkoning en het land afwendde van een dreigende hongersnood. Dat het, wanneer zich een nieuwe koning of farao aandient, ook anders kan, blijkt uit het vervolg van het Tora-verhaal. De Joodse minderheid wordt als bedreiging gezien en wordt daarom tot slavernij gedwongen.”
Nederlandse taal verrijkt
“Dat Joden hun bijdrage aan de samenleving geven zie je ook in Nederland. Bijvoorbeeld door de Hebreeuwse en Jiddisje woordenschat waarmee zij [of mag ik zeggen: wij] het Nederlands hebben verrijkt. Aan het boekje Resten van een Taal, geschreven door Hartog Beem, ooit lid van het NIK-bestuur, ontleen ik bekende voorbeelden: mazzel, lef, bajes en choochem.
Ik bied u als dank voor deze ontvangst graag Resten van een Taal aan, alsook het door Beem geschreven boek De verdwenen mediene. Daarin beschrijft hij hoe Joods leven er voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitzag, tot in de kleinste dorpen. De resten van de door de daarin voorkomende Joden gebezigde taal, is veelal wat resteert van dat leven van een bevolkingsgroep die op zichzelf stond, maar ook participeerde in de Nederlandse samenleving.
Identiteit verstevigen
“Ook het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap is een voorbeeld van de relatie Joods & Nederlands. Het is opgericht door koning Willem I die het noodzakelijk achtte alle Joden in één groepering te verenigen. Maar intern heeft het de taak de Joodse identiteit te verstevigen. Noodzakelijk wanneer je als minderheid wil voortbestaan. Daar werkt het NIK hard aan, landelijk, en hier in Amsterdam, waar de Joodse Gemeente Amsterdam, onze grootste Joodse Gemeente, op dat terrein veel werk verricht. Dat gebeurt ook in de relatie met de niet-Joodse en steeds multicultureler geworden samenleving.”
Ervaringen uitwisselen
“Daarin ontmoeten wij ook de Marokkaanse Nederlanders. Soms ervaren we dat zij niet beseffen hoe harmonieus Joden in Marokko hebben kunnen leven met hun niet-Joodse landgenoten. Dat willen wij hier ook, want beide groeperingen maken deel uit van de Nederlandse samenleving. Beide als minderheid, voor ons niets nieuws, voor de Marokkanen wel een nieuwe ervaring. Op dat terrein kunnen we van elkaar leren en ervaringen uitwisselen. Wanneer we in die contacten, die stapje voor stapje ontstaan, dan kunnen verwijzen naar een rijk verleden in Marokko, dan heeft deze tentoonstelling een nog diepere betekenis gekregen dan deze uit cultuur-historisch oogpunt al heeft.”
