Minister-president Balkenende was op 31 oktober te gast bij een sjoeldienst ter herinnering aan het einde van de Sjoa en aan de bevrijding van Nederland, dit jaar 60 jaar geleden.
De Joodse Gemeente Amsterdam hield een bijzondere dienst in de synagoge rav Aron Schuster aan het Jacob Obrechtplein. Premier Balkenende hield er een toespraak, evenals de Amsterdamse bestuursvoorzitter David Simon en opperrabbijn Arye Ralbag. Oppervoorzanger prof. dr. Hans Bloemendal leidde de dienst, daarbij geassisteerd door het Amsterdams Synagogaal Koor.
De dienst werd bijgewoond door leden van de Joodse Gemeente Amsterdam en van de Portugees-Israëlietische Gemeente. Ook enkele vertegenwoordigers van de Marokkaanse moslimgemeenschap waarmee de Joodse Gemeente Amsterdam sinds een aantal jaren relaties onderhoudt, waren uitgenodigd bij de dienst aanwezig te zijn.
De minister-president bracht voorafgaand aan de dienst in de Obrechtsjoel een
bezoek aan de Hollandsche Schouwburg, waarvandaan de Joden uit Amsterdam werden gedeporteerd.
Toespraak van minister-president Jan Peter Balkenende
Dames en heren,
In deze synagoge denken we vandaag – met elkaar – terug aan de meest donkere periode uit de moderne geschiedenis. De gruwelijke moord op zes miljoen Joodse mensen in de Tweede Wereldoorlog. Op meer dan 100.000 landgenoten. Op zeer vele leden van uw Gemeente. In de gedenkruimte van de Hollandsche Schouwburg is een namenwand met alle 6.700 familienamen van de uit Nederland gedeporteerd en vermoorde Joodse mensen. Deze namen symboliseren alle slachtoffers.
Ik ben dit jaar bij de herdenking in Auschwitz en bij de opening van het nieuwe Yad Vashem geweest. Dit waren indringende, indrukwekkende en zeer ontroerende bijeenkomsten. De gruwelijkheden waarvan deze plaatsen getuigen, snijden mij diep door de ziel.
We herdenken vandaag. Zodat we nooit – maar dan ook nooit – vergeten. En omdat dit nooit meer mag gebeuren. Nooit mogen we zwijgen over oplaaiend antisemitisme. En dat gevaar bestaat helaas nog steeds. Ik denk daarbij aan de recente uitlatingen van de president van Iran. Die zijn dan ook onverteerbaar en onacceptabel.
G.L. Durlacher zoekt in zijn aangrijpende verhalenbundel ‘Strepen aan de hemel’ naar woorden die het ongeloof van velen over de verschrikkingen tijdens de Tweede Wereldoorlog aangeven. Hij schrijft:
“Berichten over ‘daarginds’ kunnen niet waar zijn, want zij ondermijnen alle waarden die wij kennen.”
Maar eens te meer bleek dat de waarden waarop onze samenleving is gestoeld, kwetsbaar zijn en nimmer een vanzelfsprekendheid. Dat hebben de jaren 40 – 45 wel bewezen. Die verschrikkelijke ervaringen sterken ons in de overtuiging dat we alles moeten doen wat in ons vermogen ligt om onze waarden in praktijk te brengen. Elke dag weer.
Waarden als democratie, vrijheid, gelijkheid en tolerantie zijn verbindende elementen in een samenleving. In onze samenleving. Een samenleving waarin plaats is – en moet blijven – voor alle religieuze stromingen.
Wat óók cruciaal is, is participatie. Met behoud van eigen identiteit meedoen en mee blijven doen aan de samenleving. En dat kan. Behoud van identiteit en participatie gaan heel goed samen. Dat bewijst de Joodse gemeenschap in Nederland al eeuwenlang.
Participeren houdt in, de dialoog opzoeken. Ook met andere religies. Dat heeft deze Joodse Gemeente altijd gedaan. Contacten met christenen bent u nooit uit de weg gegaan. En nu zoekt u ook de Amsterdamse moslimgemeenschap actief op. Het is goed dat er bij deze dienst niet alleen leden van uw Joodse gemeente, maar ook christenen en moslims aanwezig zijn. Dat is een krachtig signaal.
We moeten ons gezicht niet afwenden. Maar elkaar opzoeken, met elkaar praten, elkaar leren begrijpen. We willen in dit ene land in alle verscheidenheid vreedzaam samenleven.
Dit is onze opdracht. En bepaald geen eenvoudige. Dat zien we ook nu. Delen van onze bevolking wonen wel tussen ons, maar niet met ons. We moeten alles op alles zetten om dit te veranderen. Daartoe dienen barrières te worden geslecht. Iedereen moet – en kan dan – op basis van gelijkwaardigheid participeren. Een rijke schakering van opvattingen en overtuigingen, van cultuur en historie, van kennis en wetenschap versterkt onze samenleving alleen maar.
Respecteer elkaars verschillen. Niet alleen als een vorm van tolerantie. Maar juist met de bereidheid elkaar te leren kennen. De basis voor een vreedzaam Nederland waar een ieder zich veilig en geborgen weet, ligt in vier werkwoorden: integreren, participeren, kennen en respecteren.
Dames en heren,
De Joodse gemeente hier in Amsterdam heeft het door de eeuwen heen zwaar te verduren gehad. De oorlogsjaren waren een absoluut dieptepunt, maar ook de jaren daarna waren verre van gemakkelijk.
Maar het is u gelukt een actieve Joodse gemeente op te bouwen die voorziet in alle behoeften van de Joodse religie, cultuur en traditie. U staat middenin onze samenleving. U hebt gewerkt aan: integreren, participeren, kennen en respecteren. Dat hebt u op eigen kracht gedaan en daar heb ik diepe bewondering voor. Deze kracht ontleent u ook aan uw geloof.
Een prachtig voorbeeld van die kracht is het verhaal van uw eigen oppervoorzanger prof.dr. Hans Bloemendal. Hoe hij als jongeman daags na de bevrijding de deuren van deze synagoge heeft geopend en als eerste dit gebouw weer heeft betreden. Met maar één doel: zo snel mogelijk deze synagoge weer geschikt maken voor gebruik. Zodat al die mensen die zoveel waren verloren weer een plek van ontmoeting met elkaar en met God zouden hebben.
Dát is kracht. Dát is veerkracht. Vanuit vertrouwen weer kunnen bouwen aan de toekomst. Zoals ons volkslied – dat wij straks samen zullen zingen – zegt:
“Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.”
U hebt een zeer bewogen verleden. Laten we nooit vergeten. Laten wij bouwen aan een toekomst waar voor ieder mens plaats is. Waarin gerechtigheid niet wordt vertrapt door haat, bedreiging en geweld. Wij wensen elkaar vrede toe.
Shalom.
