“Mogen wij vandaag ook een beroep doen op diegenen, die van onze kehilla nog geen lid zijn?” Die vraag stelde de Joodse Gemeente Amsterdam tijdens de Hoge Feestdagen aan bezoekers van de vijf synagoges die juist op die bijzondere dagen veel extra sjoelpubliek trekken.
De Joodse Gemeente Amsterdam tracht juist wanneer meer dan door het jaar het aantal ‘nog-niet-leden’ door de sjoeldeur komt, duidelijk te maken dat het niet bij die ene keer per jaar zou moeten blijven, maar dat het goed is om ook daadwerkelijk lid te worden.
Op iedere zitplaats kon de sjoelbezoeker een kaart aantreffen waarop de Joodse Gemeente Amsterdam zich manifesteert als een gemeenschap op grond van Tora en traditie, die zich openhartig en zorgzaam opstelt, met begrip voor ieders individuele beleving van het Jodendom.
“De dienst in deze sjoel wordt, zoals alle diensten in al onze sjoels, mogelijk gemaakt door de Joodse Gemeente Amsterdam, dankzij de steun en de bijdrage van haar leden. Zeer velen van u zijn zich van deze verantwoordelijkheid bewust,” zo werd de sjoelbezoeker uitgelegd.
De dienst in de synagoge Jacob Obrechtplein werd op de eerste dag Rosj Hasjana opvallend goed bezocht. Het Amsterdams Synagogaal Koor ondersteunde daar oppervoorzanger Hans Bloemendal. Op de tweede dag van het Nieuwjaarsfeest werd Bloemendal in de dienst door een ditmaal kleiner, koor geassisteerd.
Ook in de synagoge in Amstelveen-noord was er op eerste dag Rosj Hasjana een grote toeloop. De andere drie synagoges, West, Lekstraat en Buitenveldert, ontvingen een voor de hoogtijdagen regulier aantal bezoekers.
