De Tora was zijn tijd ver vooruit

De bioloog Ben Hobrink betoogt dat de TeNaCh (Oude Testament) zijn tijd 3.500 jaar vooruit was. In zijn boek ‘Moderne wetenschap in de Bijbel’ vergelijkt hij de voorschriften in TeNaCh met de huidige inzichten van de moiderne wetenschap. Hobrink concludeert dat die nagenoeg met elkaar overeenkomen en dat de Joden uit die tijd deze regels onmogelijk zelf beredeneerd kunnen hebben.

Hobrink analyseert wat de bedoeling is van de voedselwetten en reinheidswetten in het Oude Testament. Al die mitswot (verplichtingen) zijn gegeven om het Joodse volk te vrijwaren van bijvoorbeeld de pest (en andere besmettelijke ziekten). Ben Hobrink maakt duidelijk dat zelfs ogenschijnlijk futiele bepalingen in werkelijkheid zeer nuttig zijn.

Hobrink licht zijn onderzoek toe: “Het is een boek vol feiten die de mensen in de oudheid absoluut niet konden weten. Hoe lang zal het duren voordat we inzien dat de Bijbel niet is geschreven vanuit menselijke kennis die in die tijd aanwezig was, maar juist vanwege het ontbreken van die kennis?”

Volgens een recensent is het dikke, rijk geïllustreerde boek van Ben Hobrink “boeiend en vlot geschreven. Een echte doorlezer. Voor wie van feiten en cijfers houdt, een boek om van te smullen!”

De recensent op een kerkelijke internetsite beschrijft het boek verder aldus.
Hobrink deelt de voedselwetten in twee categorieën in: goed voor de mens, en goed voor het milieu. Varkensvlees is óngezond, het zit vol met trichinen, die in de tijd van Mozes door geen slager gezien konden worden. Roofdieren zijn niet altijd ongezond, maar wel nuttig als opruimers van zieke dieren en kadavers, daarom moeten ze beschermd worden.

De bioloog Hobrink kwam op dit idee toen hij jaren geleden een handboek voor slachtdieronderzoek las. De Duitse schrijver beweerde dat de meeste parasieten die in vlees voorkomen gemakkelijk gezien kunnen worden. Alleen protozoën, bloedfilariën en trichinen zijn te klein om met het blote oog te zien. Maar daarvan zijn alleen de trichinen schadelijk voor menselijke consumptie. En die zitten vooral in het vlees van varkens en roofdieren, wat voor de lsraëlieten verboden werd. Hoe kon Mozes dat weten?

Veel van de mitswot in de Tora waren hygiënische wetten. Hobrink leest de reinheidswetten als hygiënische richtlijnen. Ook de besnijdenis heeft volgens Hobrink, behalve een symbolische, een hygiënische reden. “In Brazilië, waar bijna niemand is besneden, is het aantal gevallen van peniskanker zeventig keer zo hoog als in Israël, waar bijna alle mannen zijn besneden.” En wist u dat de geslachtsziekte gonorroe al in Leviticus genoemd wordt, mét de remedie ertegen? Zo geeft de schrijver talloze voorbeelden, met uitgebreide verklaring.

De meeste van deze bepalingen uit de Tora zijn weinig bekend buiten het Jodendom. Ze klinken ingewikkeld en vaak voor de buitenstaander zelfs absurd. Alleen die bepaling dat men z’n behoefte moest doen buiten de legerplaats en dat met een schopje moest begraven, is bij veel mensen nog wel bekend. Maar wie staat er bij stil dat Mozes met deze simpele regel zijn tijd drieduizend jaar vooruit was? Twee eeuwen geleden was het in Nederland nog heel gewoon dat de mensen hun behoeften op straat deden, zonder die te begraven. En als men al over een privaat beschikte, in huis of in de tuin, dan werd de inhoud toch regelmatig op straat geloosd.

Behalve voeding en hygiëne behandelt Hobrink in zijn boek andere vormen van wetenschap in de Bijbel, zoals geologie (zondvloed), archeologie en sterrenkunde in de tijd van Mozes en Jesaja, en de betrouwbaarheid van de tekst van de Bijbel.

De conclusie van Hobrink is dat het Oude Testament keer op keer gelijk blijkt te hebben, tegen de toenmalige stand van de wetenschap in, maar in overeenstemming met de huidige kennis.

——————————————————————————–

Moderne wetenschap in de Bijbel, uitgeverij Gideon in Hoornaar, 360 pagina’s; prijs: € 18,80. ISBN 9060677943

Reacties zijn gesloten.