Staatssecretaris Van Gennip stelt voor iedere werknemer twee vrije dagen te schenken, ten bate van de viering van religieuze feestdagen. Zij stelt daarbij een dag vrij op Chanoeka als voorbeeld. Een goed initiatief, maar een verkeerd voorbeeld. Niet te werken op feestdagen is omdat het werkverbod een verplichting is die samenhangt met de wijze waarop het feest te vieren.
Een prachtig initiatief lanceert staatssecretaris Van Gennip door iedere werknemer het recht op maximaal twee religieuze feestdagen toe te kennen. Hoewel de keuze voor het getal twee arbitrair is en geen volledige oplossing biedt, tracht het recht te doen aan het gegeven dat naast de christelijke en inmiddels als algemeen erkende feestdagen er feestdagen zijn voor andere bevolkingsgroepen, ieder naar hun eigen kalender. Nederland is een multi-religieus land en heeft dus te maken met uiteenlopende religieuze gedragingen en vieringsmomenten.
Nieuwe Nederlanders
De staatssecretaris eindigt met haar oproep aan nieuwe Nederlanders van islamitische Joodse en Chinese origine: ‘vier jullie Suikerfeest en Offerfeest, neem vrij op Chanoeka en luid het Chinese jaar van de haan in.’ De erkenning van het vieren van andere feestdagen dan de christelijke, is natuurlijk zeer welkom. Zeker voor het Joodse volksdeel. Die vormt overigens beslist geen onderdeel van wat de staatssecretaris aanduidt als nieuwe Nederlanders. De door de Vader des Vaderlands al betoonde vrijheid van godsdienst deed Joden naar de Nederlanden komen. Haar oproep om in ieder geval met z’n allen Koninginnedag te vieren, een echte nationale feestdag, spreekt mij dan ook zeer aan.
Werkverbod
Staatssecretaris Van Gennip wijst op haar ervaring in de VS waar een Joodse collega tijdens Chanoeka een dag verlof nam. Dat moet hier ook kunnen, is haar opvatting. Het is wel een verrassend voorbeeld, want Chanoeka duurt acht dagen, maar heeft geen werkverbod. Dus de Joodse collega had, uit oogpunt van het vervullen van zijn of haar religieuze beleving geen vrij hoeven nemen. En slechts een dag vrij had ook niet geholpen, want de rest van de week is het ook nog Chanoeka. Iedere dag met precies de zelfde religieuze status.
Is het ingaan op dit voorbeeld niet wat futiel? Geenszins, want het geeft iets aan wat in het nobele voorstel van Karien van Gennip over het hoofd lijkt te worden gezien. Waarom neemt een werknemer vrij voor een feestdag? Om die feestdag te vieren, zou je natuurlijk antwoorden. Maar het antwoord is verdergaand: omdat hij de plicht heeft die feestdag te vieren, en het niet werken een onderdeel is van die verplichte viering. De wekelijkse rustdag op zaterdag geldt ook voor andere dagen op de Joodse kalender, zoals het Joodse Nieuwjaar, Grote Verzoendag en het Slotfeest. De afschaffing van werken op zaterdag in de meeste beroepsgroepen betekende een enorme verlichting voor Joden die hun inkomsten moesten vergaren maar ook hun religieuze plichten na trachtten te komen. Wat tot nu is gebleven is het moeten opnemen van verlof om de overige feestdagen te vieren. De mogelijkheid daartoe is, zoals Van Gennip onder verwijzing naar jurisprudentie opmerkt, afhankelijk van de vraag of door afwezigheid van de religieuze werknemer op die dagen de gang van zaken in het bedrijf ernstig wordt geschaad.
Naast het aanwijzen van twee of meer religieuze dagen zou voor het vieren van de andere religieuze dagen de nu op basis van rechtspraak bestaande beperking, n.l. wanneer de opname de gang van zaken in het bedrijf ernstig zou schaden, ook teniet moeten worden gedaan.
