Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft in verband met hun deelname aan de herdenking van het feit dat Auschwitz zestig jaar geleden werd bevrijd een boodschap gericht aan de koningin en de minister-president. Premier Balkenende toonde zich onder de indruk van de brief. Rabbijn Evers vertegenwoordigde het NIK bij de herdenking in Polen. Daar onderhield hij zich met koningin Beatrix, de Russische president Poetin (zie foto) en nadien met de Duitse president Köhler.
Aan de koningin en de premier schreef het NIK:
“Met gevoelens van waardering vernamen wij van uw voorgenomen deelname aan de herdenking van de bevrijding van Auschwitz op donderdag 27 januari a.s. ter plaatse in Polen.
Het is bepaald niet voor het eerst dat u uiting geeft aan uw verbondenheid met de joodse bevolking en de verschrikkelijke rampspoed die haar destijds heeft getroffen.
De betekenis van deze herdenking is groot; het begrip ‘Auschwitz’ en de daarmee verbonden notie ‘nooit meer Auschwitz’ zijn dat evenzeer. Auschwitz staat voor wat zich ten aanzien van een bevolkingsgroep in 1940-1945 heeft afgespeeld, waar Joden aan de hand van Duitse maatregelen werden gesegregeerd, gediscrimineerd en onderdrukt, om uiteindelijk systematisch en op men zou bijna zeggen industriële wijze te worden vernietigd. Omwille van één overweging: hun ‘zijn’. Daarom is het van zo’n grote betekenis dat u heeft besloten aan deze herdenking deel te nemen.
Ons kerkgenootschap zal bij de herdenking vertegenwoordigd zijn door de NIK-rabbijn, mr. drs. R. Evers, die gezien het gegeven dat zijn moeder Auschwitz heeft overleefd, ook een zeer persoonlijke betrokkenheid heeft.”
Reacties Beatrix en Balkenende
In een korte ontmoeting tijdens de herdenkingsplechtigheid, met de koningin zei rabbijn Evers: “We zijn zeer vereerd met uw aanwezigheid, majesteit.” De koningin antwoordde: “Rabbijn Evers, ook ik ben vereerd hier aanwezig te mogen zijn. Wij mogen nooit vergeten.”
Minister-president Balkenende verklaarde daags voor zijn afreizen naar Polen tegenover NIK-secretaris Ruben Vis onder de indruk te zijn van de brief. Hij gaf aan deze ter voorbereiding op zijn aanwezigheid bij de herdenking in Auschwitz te hebben gebruikt en de inhoud er van een zeer juiste boodschap te vinden.
Impressies rabbijn Evers
Rabbijn Evers zei na afloop over zijn bezoek aan Auschwitz: “Het moest er een keer van komen. Bij de herdenking van de 60-jarige bevrijding van Auschwitz ben ik toch maar gegaan. Mijn moeder was daar geweest en – hoewel ze er nooit veel over verteld had in onze jeugd – voelden wij intuïtief aan dat het een hel op aarde moest zijn geweest. Auschwitz-Birkenau. Het grootste kerkhof op aarde. Je kunt niet Auschwitz bezoeken en onaangedaan blijven. Je kunt nooit meer onverschillig zijn. In de bus op weg naar de hel op aarde zat ik naast de vroegere Opperrabbijn van Israel, rav Jisraeel Meier Lau. Hij vertelde mij hoe hij op 8-jarige leeftijd uit Buchenwald bevrijd werd, meer dood dan levend. Zijn broer had er hem doorheen gesleept.
De confrontatie met de ijzingwekkende realiteit was bikkelhard. 27 januari was het bitterkoud. De wijde omgeving was bedekt met een dikke laag sneeuw. De herdenking duurde van twee tot zes. We waren beschermd door warme jassen en thermo-kleding. Er werden dekens uitgedeeld. Maar toch was je na vier uur herdenking bijna bevroren. Wat moeten onze ouders en grootouders geleden hebben op deze vreselijke plaats. Ik zat temidden van vele oud-kampgevangenen, die weinig last leken te hebben van de kou.”
