In de eisen die worden gesteld aan een huwelijkspartner uit het buitenland volgt PvdA-leider Wouter Bos de opvattingen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap zoals die anderhalf jaar geleden, onder meer ook in Trouw, uiteen werden gezet. Bos legt op 23 december 2003 in Trouw het accent bij het toelatingscriterium op kennis in plaats van op de door de regering beoogde norm dat de in Nederland verblijvende partner minimaal 120 procent van het minimumloon te verdienen. Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap pleitte in juli 2002 al om als maatstaf opleiding te kiezen.
Tot die opvatting kwam het NIK kijkend naar de eigen, Joodse, bevolkingsgroep die op zichzelf al hoog is opgeleid, maar waar binnen de Joodse immigranten tot de hoogst opgeleiden behoren [bron: socio-demografisch onderzoek ‘De Joden in Nederland anno 2000’].
Bos wijst er op dat er in de nabije toekomst een tekort aan arbeidskrachten optreedt. Daarom pleit hij voor een immigratie op grond van criteria als vermogen, maar ook opleiding, beheersing van de taal en beroepskansen. In juli 2002 oordeelde het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap al op vergelijkbare wijze door te stellen:
”Opmerkelijk in dit verband is dat juist deze week blijkt dat er een tekort is aan hoog opgeleid personeel. Men zou dus hun komst naar Nederland moeten stimuleren, niet belemmeren. De maatstaf is daarom opleiding in plaats van gezinsinkomen. Dit te meer omdat wanneer iemand nu een gezinsinkomen heeft van 120 procent van het minimumloon, dit geen garantie geeft voor de toekomst. Een behoorlijke opleiding op bijvoorbeeld HAVO/VWO-niveau geeft dat meer. De verwachting is immers gerechtvaardigd dat een behoorlijke opleiding toegang geeft tot hoger gesalarieerde functies, terwijl een persoon met een inkomen van ruim het minimumloon minder mogelijkheden tot carrièregroei heeft.”
SJABBAT-TIJDEN
Wajeetsee
02 dec | Begin: 16:05
03 dec | Einde: 17:28
