TAZRIA (conceptie en geboorte): Wajikra 12:1 – 13:59. Na de bevalling van een zoon of een dochter wordt de kraamvrouw onrein; ze moet een offer brengen. De briet-mila (besnijdenis) moet op de achtste dag geschieden. Uitvoerig wordt melaatsheid (een verkleuring of aandoening) beschreven, die bovendien kleding en gebouwen kan aantasten. Wie als onrein wordt beschouwd door de koheen moet de kleren scheuren, het haar niet knippen en buiten de legerplaats wonen. Als aan kleding bij latere schouwing weer tsara’at wordt vastgesteld, dan moet dat materiaal verbrand worden. Mocht de aangedane plek met wassen verdwijnen, dan is het voorwerp rein.
METSORA (voorschriften voor melaatsheid-tsara’at): Leviticus 14:1 – 15:33. Wie genezen wordt verklaard van tsara’at moet een offer brengen, al het lichaamshaar afscheren, baden, de kleding wassen en nog zeven dagen wachten alvorens terug te keren naar de legerplaats. Als een huis aangetast is door tsara’at dan moet het huis leeggeruimd worden. Als de aandoening zich uitgebreid heeft, dan moet het huis neergehaald worden en al het puin naar een onreine plaats gebracht worden. Voorts gaat de Tora in op vloeiingen, die onreinheid veroorzaken bij voorwerpen die in aanraking komen met de onreine persoon. Als de vloeiing ophoudt moet men baden, kleren wassen en een offer brengen. Een vrouw die een vloeiing heeft, is ook onrein, tot het einde van de vloeiing, waarna ze zeven reine dagen telt en een offer brengt.
‘En op de achtste dag zal hij besneden worden’ (12:3).
Kracht en betekenis
De briet-mila heeft grote kracht. De briet-mila is niet alleen een lichamelijke ingreep maar ook een geestelijke houding. De Briet-mila weerspiegelt het idee van tsenioet (ingetogenheid). De besnijdenis is gericht tegen peritsoet (promiscuïteit) in het dagelijkse, openbare leven. Perietsoet is een aantasting van het verbond met G’d. Door versterking van de heiligheid van ons verbond met Hasjeem verzwakken wij de kracht van toema (onreinheid). Ons verbond met het Opperwezen is in ons lichaam gegrift.
De kracht van de briet-mila ligt in zijn helende en verheffende betekenis. De Joodse besnijdenis toont onze innige verbondenheid met HaSjeem (G’d). Jisjmaeel was 13 jaar oud toen hij werd besneden. Jitschak werd besneden op de achtste dag. Dit leidde tot een discussie tussen de twee zonen van Avraham. Jisjmaeel claimde dat hij meer opofferingsgezindheid had voor het geloof dan Jitschak, omdat hij zich vrijwillig had laten besnijden op zijn dertiende. Jitschak ging hierop in en stelde dat hij inderdaad op de achtste dag na zijn geboorte niet kon protesteren maar wanneer G’d zijn hele lichaam zou eisen, hij dit verzoek zonder meer zou willen inwilligen. Volgens de Midrasj vormde deze discussie de inleiding van de Akeda, de offerande van Jitschak. Toen werd Jitschaks leven gevraagd, althans daar leek het op.
Bovenverstandelijk
Het verschil tussen de besnijdenis van Jitschak en Jisjmaeel illustreert de diepgang van onze briet-mila. Jisjmaeel ging het verbond met G’d aan bij zijn volle verstand. Het werd dus een verstandelijke verbintenis. Jitschaks verbond met G’d was van een bovenverstandelijke kwaliteit omdat hij op het moment, dat de besnijdenis aan hem verricht werd, nog niet zelf kon beslissen.
Avraham besneed zichzelf op zijn 99ste. Hij ontving deze mitsva voor de conceptie van Jitschak omdat Hasjeem wilde dat Jitschak vanaf de geboorte heilig zou zijn. De briet-mila had niet alleen invloed op het nageslacht, maar het betekende ook een perfectie voor Avraham. G’d had hem namelijk gezegd dat, zolang hij onbesneden zou zijn, hij niet in religieuze zin `volledig’ zou kunnen worden. Alleen door de besnijdenis zou Avraham zichzelf kunnen verheffen boven de natuurwetten. Twintig generaties heeft G’d gewacht, voordat Hij deze mitsva aan de mensen gaf. Maar Avraham maakte bezwaren, aangezien hij bang was dat de mensen na de besnijdenis niets meer met hem te maken zouden willen hebben. “Daarvoor hoef je niet bang te zijn. Bovendien zal je naam veranderd worden van Awram tot Avraham. Awram betekent “vader van Aram”, maar Avraham betekent vader van vele volkeren. De besnijdenis leidt tot lichamelijke perfectie. De getallenwaarde van de naam Avraham is 248 en het toont dat je alle 248 ledematen van het lichaam beheerst. Je bent de baas over je eigen lichaam en bent in geestelijk opzicht gegroeid.”
Gezondheid en uitstel
De briet mag alleen uitgevoerd worden op een kind dat volledig gezond is. De moheel of dokter moet van te voren vaststellen of het kind de besnijdenis op het aangewezen moment kan ondergaan.
De briet mila is dusdanig hoog verheven boven tijd en plaats dat ook wanneer het te laat wordt uitgevoerd, het desondanks terugwerkende kracht heeft. Hierdoor worden niet alleen de dagen na de briet mila beïnvloed door de kedoesja (heiligheid) van de briet mila, maar ook alle dagen dat de besnijdenis niet was uitgevoerd (om halachische redenen). Het is dan alsof de invloed van het G-ddelijke licht al reeds vanaf de achtste dag aanwezig was.
Maimonides geeft twee redenen voor het uitstellen van de briet mila wanneer dit om medische redenen nodig is. Allereerst is zelfs een minimale bedreiging van het leven dusdanig ernstig dat het vrijwel alles terzijde schuift. Dit is zelfs zo wanneer men weet dat het nooit mogelijk zal zijn om de besnijdenis uit te voeren. Maimonides geeft echter ook een tweede reden: “Het is mogelijk om een kind later te besnijden, maar het is onmogelijk om een Joodse ziel terug te laten keren”. De eerste reden lijkt logisch, maar de tweede reden lijkt de mogelijkheid te creëren de kedoesja van de briet mila retroactief te doen neerdalen.
Effect van uitstel op de kedoesja
Hoe kan een status veranderende handeling effect hebben op het verleden? Normaliter heeft het alleen effect op de toekomst. De briet mila verbindt ons met een G-ddelijke uitstraling die wij niet op eigen kracht kunnen genereren. Deze verbintenis kan alleen door G-d worden gecreëerd. Toch moet er besneden worden. Zolang de orla, voorhuid aanwezig is, kan dat G-ddelijke licht niet indalen. Pas na de verwijdering van de voorhuid kan de kedoesja neerdalen en zichzelf openbaren. Het Joodse volk is intrinsiek verbonden met G-d. Na de besnijdenis wordt dit duidelijk en openbaar. Daarom brengt de briet mila niet werkelijk een verandering te weeg in status, maar maakt het de al aanwezige kedoesja zichtbaar en toegankelijk. Wanneer een jongetje niet besneden wordt, blijft zijn relatie met G-d verborgen, zowel voor hemzelf als voor de buitenwereld. Ook door tesjoeva wordt geen nieuwe situatie gecreëerd. Zelfs wanneer iemand een zonde begaat blijft zijn ziel trouw aan G-d. De verbondenheid met Hasjeem blijft echter verborgen. Tesjoeva brengt die band naar boven. Daarom heeft het een terugwerkend effect. Ook wanneer de briet mila later wordt vervuld heeft dit invloed op het verleden en wordt de intrinsieke tijdloze dimensie van de relatie met G-d duidelijk.
Het verbond met G-d is niet alleen een volksverbond maar geldt voor iedere individu apart. Iedereen moet zeggen: “de wereld is voor mij geschapen”. Al deze aardse inspanningen zullen ertoe leiden dat G-d Zijn belofte zal houden: “En de Eeuwige, uw G-d, zal uw hart besnijden”. Dit zal uiteindelijk geopenbaard worden ten tijde van de Masjie’ach.
Bovenaards niveau
De briet mila gebeurt op de achtste dag. Dit heeft te maken met een bovenaards niveau, het kabbalistische niveau van ketter (kroon), wat dezelfde letters heeft als het woord kareet (afsnijding van het Joodse volk). Hoewel de briet mila alleen een gebod is, volgt er toch kareet (Hemelse straf) wanneer men zich hier niet aan houdt. Wij hebben bijvoorbeeld een achtste dag Soekot. Met Soekot komen allerlei nieuwe G-ddelijke invloeden naar beneden, maar pas op de achtste dag dalen deze ook in de wereld neer. De commentator Kli Jakar legt uit dat de reden dat de besnijdenis op de achtste dag plaatsvindt hetzelfde is als waarom de Tabernakel op de achtste dag werd opgericht in de woestijn. Met het Misjkan (reizende heiligdom) maakte het Joodse volk een woonplaats voor G-d in deze fysieke wereld. De besnijdenis heeft hetzelfde effect.
Medisch en spiritueel gaan hand in hand
De briet-mila heeft symboolfunctie: net zoals wij ons fysiek moeten perfectioneren, moeten wij ons ook in spiritueel opzicht doorlopend verbeteren.
De besnijdenis is een religieus gebeuren. Interessant is de samenloop tussen lichaam en geest. Wanneer G’d, die alles – zowel lichaam als geest – geschapen heeft, een mitsva geeft, is het ondenkbaar dat deze mitsva niet ook in andere opzichten een heilzame werking heeft. Lichaam en geest corresponderen. De achtste dag is overigens het moment waarop de stolling van het bloed optimaal is en genezing zo snel mogelijk plaatsvindt. De besnijdenis vindt plaats op de achtste dag omdat dit aangeeft dat dit een boventijdelijk verbond is met het Opperwezen. Zeven is het getal van de week, de aardse gebeurtenissen. Acht ontstijgt dit enigszins.
De achtste dag
Zeven is de perfectie van de wereld. Acht symboliseert het bovennatuurlijke, de Macht boven de aardse Schepping. Daarom droeg de Hogepriester acht kledingstukken, wanneer hij dienst deed in de Tempel. Hij gaf hiermee aan dat de Joodse geest hoger reikt dan de mensenwereld. Het is niet toevallig dat ook de briet mila, het onuitwisbare verbond met G-d, op de achtste dag werd voorgeschreven. We wachten niet met de besnijdenis tot het kind voldoende begrip heeft om dit te bevatten. Deze mitsva is zo belangrijk, dat het zo vroeg mogelijk in het leven wordt gedaan en niet wordt uitgesteld.
Sommige Geleerden stellen dat acht dagen Chanoeka omstreeks 165 v.d.g.j. niet alleen zijn ingesteld vanwege het wonder met het kruikje olie maar ook omdat het weer toegestaan was om de briet mila (besnijdenis) op de achtste dag na de geboorte te volbrengen. De Hellenisten vonden de besnijdenis een aantasting van de lichamelijke integriteit. Het verbod op de briet mila was een zware beproeving. Na de overwinning was het Joodse volk bijzonder blij dat het de briet mila weer mocht uitvoeren. Daarom duurt Chanoeka acht dagen.
Het verbond van de briet mila is eeuwig omdat het van Boven komt, een verbond met Hasjeem (G-d) is. Een verbond tussen twee vrienden, hoe hecht de vriendschap ook is, loopt altijd het risico verbroken te worden omdat de mens van nature veranderlijk is. Een verbond met Hasjeem is een eeuwig verbond omdat Hasjeem niet aan verandering onderhevig is.
Sjalom zachar
Traditioneel werd op de eerste vrijdagavond na de geboorte van een zoon, een viering gehouden ter ere van de pasgeborene – de Sjalom zachar. Deze viering, die de status heeft van een se’oedat mitsva, werd gehouden in het huis van de pasgeborene. Hoewel dit gebruik een tijd lang in de vergetelheid was geraakt is het tegenwoordig weer in opkomst.
Wanneer de geboorte op vrijdag namiddag plaatsvindt na zonsondergang, zal de briet op de volgende Sjabbat of zondag plaatsvinden. Dit betekent dat er twee vrijdagavonden zijn voor de besnijdenis. Op welke van de twee vrijdagen de Sjalom zachar plaatsvindt is de vraag. Over het algemeen wordt de mening gevolgd dat het plaats zal vinden op de tweede vrijdag. Één van de redenen hiervoor is een praktische: het zal lastig zijn mensen direct na de geboorte te informeren dat er een Sjalom zachar zal zijn, te meer omdat de Sjabbat al is begonnen en mensen misschien niet allemaal in de directe omgeving wonen.
Vaak heerst er onzekerheid over de vraag of de briet wel binnenkort zal doorgaan. Het kind kan nog geel worden. Maar zelfs wanneer men zeker weet dat de besnijdenis niet gedurende de komende week plaats zal hebben, wordt de Sjalom zachar toch gehouden.
Het is de gewoonte om bij de Sjalom zachar linzen en andere bonen te serveren (zoals kikkererwten).
Vach nacht – de nacht voor de besnijdenis
De nacht voor de besnijdenis wordt ook wel de “vach nacht” genoemd (waak nacht). Volgens de Midrasj is de verdienste van de besnijdenis zo groot, dat het beschermt tegen Gehinnom. Om dit te voorkomen zou de Satan er alles aan doen om te verhinderen dat de besnijdenis plaats zal vinden. Om te zorgen dat er niks gebeurt, wordt de vach nacht gehouden.
Als onderdeel van de wake komen de mannen van de familie (en de directe omgeving) in het huis waar de pasgeborene slaapt de hele nacht Tora leren, of in ieder geval tot middernacht. Meestal zijn de voorschriften en gebruiken van de briet mila het gekozen onderwerp van studie.
De vach nacht vindt niet plaats wanneer de vrijdagnacht samenvalt met een van de seideravonden of erev Jom kippoer. Het unieke karakter van ieder van deze nachten brengt zijn eigen bescherming mee, wat de vach nacht als het ware overbodig maakt. Kinderen komen naar het wiegje van de pasgeborene om daar Sjema en Hamalach hago’el (Bereesjiet 48:16) te zeggen.
Kvatter en kvatterin
Een man en een vrouw (meestal een getrouwd stel) krijgen de eer om het kind naar de kamer te brengen waar de briet mila plaats vindt en hem daarna weer terug te brengen naar de moeder. De vrouw (kvatterin) neemt het kind over van de moeder, geeft hem door aan de man (kvatter), en deze geeft hem weer door aan de sandek. Het is de gewoonte deze eer te geven aan een stel dat zelf nog geen kinderen heeft. Iedereen zou in principe kvatter of kvatterin kunnen zijn. In sommige families is het de gewoonte om de baby door een aantal verschillende mensen gedragen te laten worden. Zo komt hij steeds een stukje dichter bij de plaats waar de Briet uiteindelijk uitgevoerd zal worden.
De sandek
De meest eervolle rol bij de briet mila is die van de sandek. De sandek is de man die de pasgeborene vasthoudt tijdens de eigenlijke besnijdenis.
Er zijn verschillende gewoontes in het aanstellen van een sandek. Omdat het juist is om de grootvaders bij de briet mila te betrekken, wordt een van hen vaak aangewezen als sandek, tenzij zij uitdrukkelijk stellen dat de eer naar de overgrootvader zou moeten gaan. Een andere gewoonte is om de rabbijn deze eer te geven. Hoe dan ook doet men er goed aan deze eer te geven aan een rechtschapen, G’dvrezende man. Omdat het voor de sandek een (halachische) feestdag is, draagt hij Sjabbatkleding. Ook draagt de sandek een tallit, die gedeeltelijk over het voorhoofd van de pasgeborene ligt.
Tweelingen
Wanneer twee jongetjes tijdens dezelfde ceremonie worden besneden (ongeacht of het om een tweeling gaat, of om twee kinderen uit verschillende families), worden zij apart van elkaar de kamer binnen gebracht. Dit gebeurt om beide kinderen dezelfde eer te geven.
Als het voor een van beide besnijdenissen niet de achtste dag is, wordt het kind wiens achtste dag het wel is eerst besneden, ongeacht de reden van het uitstel. Wanneer het voor allebei de achtste dag is (of voor allebei niet), dan wordt de oudste het eerste besneden.
Realisatie van het verbond
De mitsvot (geboden) zoals die door de Aartsvaders werden uitgevoerd worden door onze Wijzen beschouwd als aroma, terwijl ónze mitsvot worden vergeleken met olie. Hierbij is het aroma het spirituele en de olie het tastbare. De olie is waardevoller, bruikbaarder, dan het aroma. Als onze mitsvot zoveel hoger zijn, waarom wordt de briet mila dan het verbond van Avraham, onze aartsvader, genoemd? Waarom zeggen we niet dat het ons verbond is met G-d? Misschien kunnen we het beter begrijpen aan de hand van het idee dat de ziel het lichaam binnenkomt bij de briet mila. In eerste instantie lijkt dit alleen maar meer verwarring te creëren, omdat het kind in de buik van zijn moeder al de hele Tora heeft geleerd en de G-ddelijke ziel al aanwezig is. Hoe is het dan mogelijk dat de doordringing van de G-ddelijke ziel pas bij de achtste dag begint? Bij de briet mila ontstaat er een intrinsieke band tussen de nesjomme (ziel) en het lichaam. Wanneer de embryo in de buik van zijn moeder zit, waart de nesjomme wel over het lichaam, maar er is nog geen intrinsieke band ontstaan. Niet alleen de verbinding tussen ziel en lichaam wordt beklonken op de dag van de briet mila, maar ook tussen de fysieke mens en het doel waarvoor hij als Jood is geschapen: om deel uit te maken van het verbond tussen Avraham en G-d.
