Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer. Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen. Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende kohaniem (priesters). Dieren met gespleten hoeven, die bovendien herkauwen, zijn rein. Vissen moeten vinnen en schubben hebben. 24 soorten vogels worden verboden. Van insecten mag men slechts 4 soorten sprinkhanen eten.
Een Hemels vuur daalde af om de offers te verteren. Nadav en Avihoe brachten vreemd, eigen vuur. G’ds vuur verteerde Nadav en Avihoe van binnen. Aharon zwijgt.
Nadaw en Awihoe waren zeer begaafde mannen, die in feite op een hoger spiritueel niveau stonden dan Mosjé en Aharon. Zij meenden uit de Tora te kunnen afleiden, dat ze hun eigen vuur op het altaar moesten plaatsen. Zij verlangden zó intens naar een ontmoeting met de Sjechiena, G’ds Aanwezigheid, dat ze het Allerheiligste binnenliepen om het reukwerk, ketoret, te brengen.
Hun streven was een mystieke ontmoeting met het G’ddelijke van boven deze wereld.
Het Jodendom is een doe-religie. Het gaat om het aardse hier en nu en niet om hoogzweverij met mystieke zweem en kabbalistisch jubelend vertoeven onder de vleugelen van G’ds Majesteit. Nadaw en Awihoe waren inderdaad zeer hoogstaande geesten. Maar zij gingen niet mee in de ware bedoeling van het Jodendom.
G’d wilde wonen temidden van het Joodse volk. De heiligheid zou afdalen naar de aarde. Nadaw en Awihoe gingen de tegenovergestelde richting, van beneden naar boven. Zij zochten juist stijging.
De laatste tijd zijn er vele vragen over Kabbala geweest. Mystiek is een algemeen religieus streven. Niettemin bestaat er wel degelijk een duidelijk Joodse invalshoek en dus ook een Joodse mystiek.
Mystiek kan men zien als verbreding van bestaande religieuze beleving. Mystiek probeert door middel van een direct ervaren van het G’ddelijke de heersende traditie te ontstijgen en zo te komen tot een wezenlijk kennen van het G’ddelijke, zonder tussenkomst van een bemiddelaar.
Steeds weer blijken grote groepen mensen zich tot de mystiek aangetrokken te voelen. Dit laat zich begrijpen als een zoektocht naar een dieper ervaringsniveau dan alleen de zekerheid van de religieuze leerstelling. Het is zeker niet on-joods en ook niet verboden. Het wordt zelfs sterk aangeraden maar moet wel gebaseerd zijn op een sterk fundament van Jodendom. Men mag er pas na zijn 40e mee beginnen.
Mystici streven naar een grondige kennis van het G’ddelijke, die rationalisering en verstandelijk denken te buiten gaat.
Mystici zijn niet noodzakelijkerwijs anti-intellectueel maar zij zijn geïnteresseerd in de ervaring van het heilige op een manier die intuïtief, direct en intens is. De diepe en directe G’dservaring, waarin de mens met zijn hele wezen opgaat, maakt veelal deel uit van het mystieke doel.
Mystici treffen vaak in zichzelf iets aan wat ze gemeenschappelijk hebben met het G’ddelijke. Zij wenden hun blik dikwijls naar binnen om te ontdekken dat een aspect van hun wezen of hun hele wezen correspondeert met G’d. Het is deze verwantschap, die ten grondslag ligt aan het verlangen van een mysticus om een zekere verbintenis met het heilige buiten hem of haarzelf aan te gaan. Mystiek wordt met andere woorden typisch geassocieerd met de ontwikkeling van zelfbewustzijn, niet als doel op zich maar als een poging om een volmaakte gelijkenis tussen het eigen wezen en G’d te ontdekken.
Door mystieke kennis, ‘verborgen wijsheid’, kunnen diepere lagen van het menselijk voelen en denken gekend worden. Kabbala is de studie van:
– G’ddelijke inspiratie en profetie;
– Wegen om G’d te benaderen en Hem trouw te blijven;
– G’ds uniciteit, Voorzienigheid en wereldleiding – hoe Hij reageert op onze daden in deze wereld door Zijn Attributen van Liefde (Chessed), Strenge beoordeling (Dien) en Ontferming (Rachamim);
– Hoe de mens de wereld kan verbeteren door ge- en verboden uit de Tora na te leven.
Mystieke G’dsdienstbeleving houdt bijna altijd een bijzonder gedisciplineerde leefwijze in. Ook conventionele religie brengt een duidelijke discipline met zich mee maar mystici gaan verder. Riten en vormen van ethisch gedrag worden gepraktiseerd om het eigen wezen te vervolmaken, hoge bewustzijnsniveaus te bereiken of tot bepaalde ervaringen te geraken.
Deze bijzondere discipline houdt de toepassing van diverse gebedstechnieken in. Deze technieken kunnen bedoeld zijn om de kennis en het bewustzijn van het G’ddelijke te vergroten of om de relatie tussen het individu en het G’ddelijke te bevorderen.
Uit welke klassieke boeken en geschriften bestaat de Joods mystieke leer? Vele kabbalisten beschouwen het boek van de Schepping – Sefer Jetsira – als de basis van hun kabbalistische studie.
Sefer Jetsira is gebaseerd op de geheime leer van kosmogonie en kosmologie. Het dateert uit de vierde eeuw n.d.g.j.. Meer bekend is het werk Zohar, die een Kabbalistische verklaring op de Tora is. De Zohar (lett. Glorie) wordt ook wel de Midrasj van Rabbi Sjimon bar Jochai genoemd. Sefer Bahir is een moeilijk toegankelijk maar zeer invloedrijk geschrift. Hierin wordt onder andere de theorie van de reïncarnatie behandeld. Andere belangrijke kabbalistische geschriften zijn: Pardes Rimmoniem, (1548) en de 32 paden van wijsheid (vertaald in 1642), door Rabbi Mosje Cordovero, en de Hechalot.
Mystiek probeert het G’ddelijke licht in de Schepping te openbaren. Binnen het kader van Tenach en Talmoed pogen kabbalisten aan te tonen hoe deze geschriften gegevens uit hogere werelden weerspiegelen.
De mystiekleer wil de eenheid van dit G’ddelijke Licht waarborgen en legt verbanden tussen Hemelse sferen, de verschillende mensaspecten en de vele facetten, waarin Tora en Talmoed tot ons komen. Op deze wijze wordt de hogere intentie in alles wat wij doen, spreken en denken geopenbaard. Dit streven naar eenheid bestaat op alle niveaus van Tora en geldt niet alleen tussen de verschillende sferen maar ook binnen iedere sfeer afzonderlijk.
Als voorbeeld van dit laatste kunnen we de Tora-interpretatie zelf onder de loep nemen: alleen die psjat (eenvoudige verklaring) is ‘waar’, die aansluit bij de hogere vormen van Tora – uitleg. Omdat ‘sod’ de hoogste vorm hiervan is, is de mystiekleer de uiteindelijke toetssteen voor de authenticiteit van iedere uitleg op elk niveau. Alleen wanneer alle niveaus van exegese onderling in harmonie zijn, kan er sprake zijn van een ‘doorbraak’ van het G’ddelijk licht tot in de laagste regionen.
Dit model ‘van samenhang van hoog tot laag’ kan met heel veel verschillende voorbeelden uit vele ervaringsgebieden worden toegelicht.
De Kabbala leert ons dat de 613 ledematen en pezen van het menselijk lichaam corresponderen met de 613 geboden. Tevens komt dit overeen met de 613 afdelingen in de hogere werelden, die allemaal geperfectioneerd en hersteld moeten worden na de zondeval. Elke ziel heeft zijn oorsprong in de hoogste wereld vlakbij G’d. Als iemand zondigt, bevlekt hij deze bron, maar ook het daarmee corresponderend lidmaat in het lichaam. Door boetedoening en tikkoeniem (kabbalistische correcties), zet de mens de bezoedeling recht.
Elke mitsva (gebod) heeft ook een bron en oorsprong in hogere werelden. Als iemand davvent, bidt of een mitsva doet – al schudt men slechts een loelav (palmbundel) op het Loofhuttenfeest of ziet men af van roddelen – dan herstelt en perfectioneert men de daarmee corresponderende delen van zijn lichaam, zijn ziel en de hogere werelden, die aansluiten bij deze mitsva. De mitsva stijgt als energie-eenheid op naar G’d, de Bron van perfectie, en hasjpa’a (de invloed van Boven, bijvoorbeeld een zegen) daalt van G’d af naar deze lagere wereld.
Het geopenbaarde deel van de Tora – de voorschriften en de eenvoudige betekenis van de verzen zoals uitgelegd door onze Wijzen in de Talmoed – is bedoeld voor iedereen. De verborgen wijsheid van de Tora is slechts bestemd voor een select groepje in iedere generatie. De mens moet zijn daden, karakter en zijn kennis van de Tora eerst verbeteren totdat hij waard wordt bevonden om de geheimen van de Tora te kennen.
G’ds geheim is voor diegenen die Hem vrezen (Tehilliem 25:14). De Kabbalistische wijsheid moet verborgen blijven voor degenen die het niet waard zijn. “Dit is Mijn Naam om te verbergen” (Exodus 3:15). Niet iedereen is in staat om de diepe wijsheid van de Kabbala te bestuderen, want dit is niet ongevaarlijk, zeker wanneer men wil overgaan tot het praktisch uitvoeren van Kabbalistische begrippen.
Kabbala kent twee belangrijke onderdelen: Ma’ase Bereesjiet (de Scheppingshandeling) en Ma’ase Merkava (het G’ddelijke voertuig).
Ma’ase Bereesjiet beschrijft al de hogere en lagere werelden. Het legt uit hoe ze zijn geschapen, hoe ze worden gestuurd, hoe ze kunnen worden verbeterd en naar volledige perfectie kunnen worden verheven. Ma’ase Bereesjiet openbaart het mysterie van G’ds eenheid, alsook de geheime betekenis van de Tora en haar voorschriften.
Ma’ase Merkava onderwijst de verschillende methoden waardoor men geheiligd kan worden en zichzelf kan verheffen tot profetische visioenen. Heiliging ontstaat door intens bidden, het uitvoeren van mitsvot met aandacht en speciale intenties (kawanot), zuivering van het lichaam en het perfectioneren van de ziel totdat deze geschikt is om te dienen als voertuig voor de Sjechina (G’ddelijke Aanwezigheid).
G’d schiep vier spirituele werelden, die Zijn licht steeds meer verbergen en in onze materiële wereld doen binnengaan. “Licht” is een beschrijving van de reeds genoemde Attributen van Liefde, Gestrengheid en Erbarmen, waarmee G’d op onze daden reageert.
De vier werelden zijn, van hoog tot laag:
– Atsiloet (Nabijheid);
– Berija (Schepping);
– Jetsiera (Vorming);
– Asija (Actie) – het laagste niveau, die onze materiële wereld is.
Er zijn vier niveaus van G’ddelijke inspiratie, die elk gebaseerd zijn op één van de vier werelden. Profetie ontspringt uit de hoogste wereld, Atsiloet.
Praktische Kabbala is de studie van de verborgen krachten in de laagste wereld, Asija. Iemand die een extreem hoog spiritueel niveau heeft bereikt, mag, onder geschikte omstandigheden, praktische Kabbala gebruiken om de krachten van de natuur naar believen te leiden. De Schepper gaf deze kracht aan de vromen om Zijn wil te doen en Zijn Naam te heiligen. Tegenwoordig echter staat niemand meer op dit niveau en is de toepassing van praktische Kabbala verboden.
Intellectuele tegenover extatische benadering
Het beoefenen van Joodse mystiek heeft als doel te proberen op kosjere wijze één te worden met het G’ddelijke in de wereld. Het verschil tussen een intellectuele en een extatische benadering van de Kabbala is vergelijkbaar met het onderscheid van een intellectuele benadering van de Tora tegenover een emotionele, extatische manier van Tora ervaren.
De intellectueel verbindt zich alleen in zijn denken met het G’ddelijke terwijl de extaticus in zijn hele wezen en al zijn emoties daarin betrokken wordt.
Nadav en Avihoe waren te onstuimig in hun verlangen naar eenheid met G’d. Veel mystici bevinden zich in rabbijnse kringen.
Mystiek wordt beleefd in het hart van het rationele, wettische en normatieve rabbijnse Jodendom en maakt deel uit van diezelfde cultuur. Een typisch voorbeeld van de rationele mystieke benadering vindt men in de computeranalyse van de verborgen codes van de Tora.
Iedereen heeft de macht en de kracht om het G’ddelijke licht in deze wereld te brengen of door een chiloel Hasjeem, ontwijding van G’ds Naam, G’ds lichtende aanwezigheid, te verminderen. Kiddoesj Hasjeem is daar waar men mitsvot met grote opofferingsgezindheid vervult. De mitsva dient als middel om G’ds aanwezigheid in ons midden te openbaren.
