Tsav 5770

Tsav (gebied). 29e parsja. Aharon krijgt nadere instructies voor de offers: wat, waar en hoe van de offers gegeten mag worden. Het vuur op het altaar moest altijd blijven branden. Bloed en bepaalde vetdelen mogen niet gegeten worden. Het offervlees en ook degene die ervan eet moet rein zijn. De gehele gemeente werd bijeengeroepen om Aharon, zijn zoons en de Tempelvoorwerpen in te wijden. Mosje kleedde Aharon en zijn zoons in de priesterkledij en zalfde het heiligdom en Aharon. Aharon en zijn zonen moesten zeven dagen en nachten bij de ingang van de Tent der Samenkomst blijven in verband met de ambtsaanvaarding.

Zalfolie en Masji’ach

“Vervolgens nam Mosje de zalfolie en zalfde het Misjkan (Tabernakel). Daarna goot hij de zalfolie op het hoofd van Aharon en zalfde hem om hem te heiligen” (Vajikra 8:10-12).

►Wat is het geheim van deze zalfolie, die zo een belangrijke rol speelt? Ook de Joodse verlosser in de eindtijd heet niet de `Go’eel’ (bevrijder) maar de Masji’ach – de gezalfde. De oorspronkelijke zalfolie van Mosje zou voor lange tijd meegaan. Wanneer de derde Tempel zal worden herbouwd, zullen wij dezelfde olie gebruiken, die Mosje gemaakt heeft bij de inwijding van de Tabernakel en de inauguratie van Aharon.

►Het was maar een beetje olie wat Mosje had gemaakt. Toch ging het zeer lang mee en bleek onuitputtelijk.
Waarom heeft G-d Mosje alleen maar opgedragen op twaalf log (5 liter) te maken? Kon Hij hem niet meer zalfolie laten produceren zodat men dat tot in lengte van dagen zou kunnen gebruiken? Nee. Het ging om de kwaliteit en niet om de kwantiteit. Olie zorgt ervoor, dat de transmissie goed verloopt. Olie haalt eruit wat er in zit en brengt dat gesmeerd naar buiten. Olie zorgt ervoor, dat alles functioneert.

►De kohaniem en het Misjkan werden niet geheiligd door de zalfolie. De zalfolie liet alleen zien, dat de priesters en de voorwerpen van het Heiligdom die kedoesja (heiligheid) bezaten. Daarom was een minimale hoeveelheid zalfolie voldoende.
Het lijkt een beetje op het aansteken van de ene kaars met een andere. De aanraking van de volgende pit is maar even. Het brandpotentieel van iedere volgende kaars komt door de eerste `aansteek’-kaars naar buiten en wordt `opgepiept’. Hetzelfde geldt voor de zalfolie. De zalfolie brengt de intrinsieke karaktereigenschap heiligheid slechts naar buiten. Deze kedoesja had G’d al in de genen gelegd.

►Ook de kinderen van de kohaniem en koningen (die ook gezalfd worden) hadden een erfelijke aanleg voor priesterschap of koningschap. De voorwerpen in de Tabernakel kregen kedoesja door de G’ddelijke opdracht en de intentie van de makers..

►De zalfolie leert ons dat kedoesja er niet “ingestampt” kan worden. Het moet er al in zitten en kan door inspiratie opgewekt en naar buiten worden gebracht. Maar als het eenmaal in de ouderlijke genen zit, gaat het door naar de volgende generatie. Het laat ook zien dat het koningschap in Israël, waar de Masji’ach de ultieme vervulling van zal zijn, niet alleen maar een sociale functie heeft.
We kunnen het koningschap zien als een afspraak om het land zo efficiënt mogelijk te besturen. De monarch bekleedt als staatshoofd een aantal functies, die in elke maatschappij moeten worden vervuld.
De Davidische dynastie, waar de Masji’ach van af stamt, had een speciale status. Koning David was bijvoorbeeld de enige die mocht zitten in het Beet haMikdasj (de Tempel in Jeruzalem). Ook de koheen gadol, Hogepriester, had zo een speciale status.
►Koning David had meerwaarde: kedoesja. Meer dan de koningen van het noordelijke rijk Israël hadden. Het zuidelijke rijk Jehoeda, waar de Davidische koningen heersten en de Jeruzalemse Tempel stond, eisten een hogere vorm van kedoesja.
►Afstammelingen van David en kohaniem mochten die zalfolie gebruiken. En – als enigen – mochten zij zitten in het Beet haMikdasj. Omdat zij een intrinsiek onderdeel vormden van de heiligheid van de Tempel.

►Nadat de kohaniem en de heilige voorwerpen gezalfd waren, en de inwijdingsoffers waren gebracht, moest Mosje het offerbloed aanbrengen op het rechteroor, de rechterhand, en de rechtervoet van de kohaniem.
Met het oor neemt men waarheid in zich op en leert men wijze lessen. Het oor is de ingang van hart en ziel. Wanneer het oor gewijd wordt, geeft men daarmee aan, dat het enkel voor verheven doeleinden gebruikt mag worden.
►De hand symboliseert daadkracht. Ook de hand dient verheven te worden om tsedaka (liefdadigheid) te geven en rechtvaardig te handelen. De heiliging van de voet tenslotte dient ertoe om het rechte pad te (blijven) bewandelen.

►Hoewel deze lichaamsdelen door ons allemaal op gewijde wijze gebruikt moeten worden, wordt het in de symboliek van de inwijding van de priesters opgenomen om het belang van correct gedrag en de verheffing van het lichaam boven het dierlijke te benadrukken. De kohaniem zijn rolmodellen voor het hele Joodse volk.

►Aharon en zijn zonen krijgen aan het einde van de parsja een moeilijke opdracht: “Jullie moeten aan de ingang van de Tent van Samenkomst, dag en nacht, zeven dagen lang verblijven en de verordening van Hasjeem in acht nemen opdat jullie niet zullen sterven; want zo is mij bevolen” (Vajikra 8:35).

►Is dit wel mogelijk? Ook Aharon en zijn zoons waren maar mensen. Zij moesten eten, drinken en slapen en af en toe naar buiten. Is het mogelijk dat Aharon en zijn kinderen zeven dagen lang, dag en nacht aan de ingang van de Tent der Samenkomst zouden verblijven? Nee! Maar het onmogelijke begin van de pasoek (zin) wordt teruggebracht tot menselijke proporties door het cryptische tweede gedeelte van de pasoek. `En de verordening van Hasjeem in acht nemen’ legt het eerste deel uit: ze verbleven daar om Hasjeems verordening in acht nemen.
Alleen zolang er dienst was en zij op hun post moesten staan, waren zij gebonden aan de Ohel Mo’eed, de Tent van Samenkomst. Na afloop van de dienst was hun wachttaak echter over. Dan mochten zij naar huis. Nachmanides (13e eeuw) legt het inderdaad zo uit.

►De Tora eist niet het onmogelijke van ons maar wel het mogelijke. Daar gaat de Tora vrij ver in. De pasoek geeft aan, dat men tijdens de dienst aanwezig moet zijn. Een koheen mag de dienst niet links laten liggen en vertrekken. Daarvoor zou hij de doodstraf schuldig zijn.
Dat is ook wat er staat bij een koheen gadol: `Hij mag het Heiligdom niet verlaten en de G’ddelijke woning zo ontwijden’ (21:12). Wanneer leidt vertrek van de koheen gadol tot ontwijding? Dat is het moment van de Tempeldienst. De opdracht is duidelijk: men heeft een gewijde opdracht, die men niet zomaar links kan laten liggen om te doen waar men zin in heeft.

►De Tora is voor eeuwig bedoeld. Haar opdrachten zijn voor iedereen bestemd. Ook deze opdracht voor de kohaniem is aan ons allen gericht. De Tora eist trouw. Wij hebben tegenwoordig geen kohaniem en geen Tempel meer. Maar de sjoel wordt vergeleken met het Beet hamikdasj (B.T. Megilla 29b, Jechezkeel 11:16).
Onze gebeden komen in plaats van de offers (B.T. Berachot 26b). Rabbi Ja’akov, de ba’al hatoeriem, schrijft (Orach Chaim 98): `Onze gebeden komen in plaats van de offers, zoals er geschreven staat: ”laten we onze offers met onze lippen aanvullen” (Hosje’a 14:3).
►Daarom moet ons gebed lijken op een offer. Net als de offers grote aandacht vereisten en iedere verkeerde intentie het offer ongeschikt maakte, zo ook moeten onze gebeden vrij zijn van foute gedachten. We moeten staand davvenen net zoals de kohaniem de offerdienst staand uitvoerden, zoals staat geschreven: “om te staan en dienst te doen” (Devariem 18:5).

►Kohaniem moesten hun voeten naast elkaar zetten bij de dienst. Zo ook moeten wij met gesloten voeten de Sjemonee Esree (het achttiengebed) davvenen. We moeten een vaste gebedsplaats hebben in de synagoge, net zoals de offers ieder een vaste plaats kenden voor het slachten en het aanbrengen van het bloed.
►Bovendien moeten wij mooie kleren aan hebben bij het davvenen, zoals de kohaniem hun prachtige priestergewaden droegen tijdens de dienst. Pas wanneer onze gebeden lijken op de offers van weleer zullen zij als een re’ach nicho’ach, een aangename geur worden aanvaard in de Hemel, dezelfde plaats waarnaar het offer opsteeg.

►En daarom is het ook zo triest om te zien dat velen direct na afloop van de dienst weghollen en bij Alenoe (het slotgebed) al de talliet aan het opvouwen zijn. Wanneer men te snel uit sjoel, de kleine Tempel, wegrent, overtreedt men het verbod “hij mag het Heiligdom niet verlaten en de G’ddelijke woning zo ontwijden”.
►Nog erger is natuurlijk het tomeloze gepraat tijdens de dienst wanneer men in aanwezigheid van G’d staat op een van de heiligste plaatsen die wij hier in het galoet (ballingschap) kennen. Jammer, dat wij die paar momenten per week van één zijn met Hasjeem, zo kunnen versjteren.

Pesach: de seider


Maandagavond is het Seideravond. Hier volgt nog een korte gedachte: Rabbi Jehoeda kortte de 10 plagen af: detsach, adasj be’achav.

►Door Rabbi Jehoeda’s afkorting kunnen we de 10 plagen als geheel overzien. De Ben Iesj Chai brengt in dit verband de episode van Jitro, die ook die gave van een helikopterview had. Hij hoorde van de 10 plagen en kwam naar het Joodse volk in de woestijn toe.
►Alle volkeren hadden van de wonderen en plagen gehoord. Maar alleen Jitro raakte er van onder de indruk.
Jitro was er van overtuigd, dat Hasjeem de 10 plagen met grote zorg en precisie gepland had.
►De Alsjiech merkt het al op: “Bij de vierde plaag van de wilde dieren, werden een aantal Egyptische huisdieren gespaard want anders had de vijfde plaag van veepest geen effect gehad bij gebrek aan dieren. Maar ook gedurende de epidemie van veepest, bleven er nog dieren over, die zouden sterven bij de plaag hagel. Voordat de hagel neerdaalde op Egypte, werden de Egyptenaren door G’d gewaarschuwd om hun dieren op stal te zetten omdat ze anders door het hagelgeweld zouden omkomen.
Hasjeem wilde een aantal rijdieren sparen zodat de Egyptenaren na de jetsiat Mitsraim, de uittocht uit Egypte paarden zouden hebben om de Bnee Jisra’eel achterna te jagen.
►Na iedere plaag, die bijvoorbeeld het vee trof, bleef er nog veel levende have over. Wanneer men elke plaag op zich analyseert, zou men tot de conclusie kunnen komen, dat de Egyptenaren geluk hadden gehad of dat ze door hun goden geholpen waren.
►Gesteund door deze gedachten zouden Farao en zijn raadgevers chas wesjalom kunnen concluderen, dat Hasjeem niet bij machte was Zijn bevrijdingsplan ongehinderd door te voeren. Ook op buitenstaanders zou iedere plaag apart bekeken, los van de andere plagen, een slechte en beperkte indruk kunnen maken.
►Alleen Jitro was in staat het geheel van alle plagen, hun structuur, strategie, logische en logistieke opbouw te overzien. Dat is de boodschap van Rabbi Jehoeda met zijn afgekorte 10 plagen: vergeet niet om hen als een integraal geheel te zien. Pas dan begrijpt men hen ten volle!

“En bij de zee 250 plagen”
Waarom kregen de Egyptenaren bij de zee meer plagen dan in Egypte?
De plagen waren het gevolg van en komen overeen met de slavernij. Net zoals de slavernij aan het einde het ergst was, waren de plagen ook het zwaarst in kwantiteit en kwaliteit aan het einde van de bevrijding. Het laatste stadium van de slavernij moesten de Joden hun grondstoffen ook nog zelf fourneren zonder vermindering van het quotum aan stenen. Daarom werden de Egyptenaren het hardst getroffen tijdens het laatste stadium van de verlossing.
Als een soort Wiedergutmachung kregen de Bnee Jisra’eel gouden en zilveren voorwerpen maar ook kleding mee van hun voormalige buren. Maar wat ze bij de Jam Soef, de Schelfzee meekregen overtrof de Egyptische Wiedergutmachung vele malen.

G’d wilde hen tevens de moeite van de `schlepp’ besparen. Farao nam zijn schatkisten mee naar de Jam Soef om zijn mannen een zekere overwinning te tonen. Uiteindelijk vielen zijn schatten in de handen van hun voormalige slaven!

Echad Mie Jode’a
►Het lied Echad Mie Jode’a wil een brug slaan tussen de Eénheid van G’d en de veelheid der dingen en fenomenen in de wereld om ons heen. Het lied doet dit eerst binnen religieuze kring en daarna meer naar het totaal van het universum.

►De eerste vraag die opkomt, is ‘hoe is het mogelijk dat er een band bestaat tussen eindig (de wereld) en oneindig, G’d’?
Het antwoord is dat G’d zelf deze brug geslagen heeft. Dit heeft concreet gestalte gekregen in de twee Stenen Tafelen, die als het ware een relatie symboliseren tussen G’d en mens. Hier werd het eerste contact gelegd tussen Oneindig en eindig.

►In de symboliek van de midrasj representeren de twee Tafelen hemel en aarde, materie en geest, deze wereld en de Toekomstige Wereld, om daarmee aan te geven, dat totaal verschillende éénheden toch door de fundamentele Eénheid van G’d aan elkaar gerelateerd zijn en samenhangen.

►De Koezari stelt dat men de religie niet uit boeken maar van levende rolmodellen moet leren. Zulke mensen waren de drie Aartsvaderen en vier Aartsmoeders, die als rotsen in de branding de weg wezen voor het Joodse volk.

►De grondwet bestaat uit vijf boeken, terwijl de uitleg voor de praktijk van het Jodendom in de zes misjna-delen staat beschreven. Het Jodendom krijgt iedere week een extra impuls door de zevende dag van de week, de Sjabbat, waarop de mens weer inspiratie opdoet voor de volgende week. Gedurende zes dagen werd de wereld geschapen, maar op de zevende dag gaf G’d één dag van heiligheid en spirituele verheffing, waarop wij in staat kunnen zijn om terug te keren tot de werkelijke waarden van het leven.

►Door middel van de Briet-Mila (de besnijdenis) heeft Avraham het Joodse volk voor eeuwig verbonden met G’d, waardoor de negen maanden van zwangerschap een hogere wijding krijgen.

►In de Tien Geboden werden de ethische richtlijnen voor de hele mensheid vastgelegd, terwijl de elf grote sterren het universum voorstellen, waaraan deze tien hoofdregels van ethisch gedrag zin en betekenis verlenen.

►Uiteindelijk zal de wereld door de twaalf stammen van Israël teruggebracht worden tot zijn oorspronkelijke doel en betekenis.
De mens is de kroon van de Schepping en als zodanig bestemd om G’ds Koninkrijk hier op aarde te vestigen, hetgeen mogelijk is door imitatio Dei, het navolgen in G’ds wegen, waardoor uiteindelijk de Messiaanse tijd zal aanbreken.

►Zo is begrijpelijk dat dit lied aan het einde van de na-seider terecht is gekomen als voorloper voor een terugkeer naar de realiteit van alledag, waarin wij de boodschap van Pesach moeten meenemen.
Hierbij is belangrijk dat wij bij iedere stap die we zetten, die fundamentele eenheid van de schepping in het vizier houden.

Shabbat shalom en Pesach kasher vesameach!

Reacties zijn gesloten.