Wajikra 5770

WAJIKRA: Derde boek van de Tora. Wajikra heet ook Torat Kohaniem – Leer van de Priesters. Een groot deel is gewijd aan de taak van de kohaniem in het (draagbare) Heiligdom. Daar moesten brand-, vredes- eerstelingen-, zonde- en schuldoffers en meeloffers gebracht worden. Bij alle offers komt zout te pas. Wie een offer brengt, legt de handen op de kop van het dier. De offers worden soms geheel, soms gedeeltelijk verbrand. In het laatste geval is wat overblijft deels voor de koheen, en soms ook voor de aanbieder van het offer

ZOEKEN NAAR CHAMEETS IS SPEURTOCHT NAAR SPIRITUALITEIT

►De maand Nisan heeft zich al aangediend. Pesach nadert met rasse schreden. Vroeger brachten we een Pesachoffer. We slachtten het lam, de afgod van Egypte, om ons geloof in G’ds Eenheid te benadrukken. Tegenwoordig is er geen Pesachoffer meer. Het Pesach offer is vervangen door de afikoman matsa (letterlijk betekent dit toetje).
Ter herinnering aan het Pesachoffer eten wij het afikoman. We zeggen hem ook nog dat we niets mogen eten na dat Pesach offer. Het Pesachoffer herinnert eraan, dat Hasjeem juist het Joodse volk heeft uitverkoren om zijn bereidheid Hasjeem te volgen, hoewel het Joodse volk niet zoveel bijzonders was in Egypte.
Bij de doorgang door de gespleten Schelfzee zeiden de Engelen tegen G’d: “Waarom redt U de Joden in de Jam soef? De Egyptenaren en de Joden zijn beiden afgodendienaren!”.
Desondanks zijn de Joden gered, omdat ze kennelijk iets meer hadden dan de Egyptenaren. We hadden in ieder geval een toekomst, waarin we de Tora zouden ontvangen.

►En dat is het idee van ‘na het Pesach offer na de herinnering aan het Pesach offer – mag je geen toetje meer eten’. Die smaak van dat speciale Pesach offer, die speciale uitverkiezing moet bij ons blijven voor de rest van het jaar. Het gaat hier om de symboliek ervan, die speciale uitverkiezing, dat gevoel een speciale opdracht te hebben, onze speciale taak, die bij ons moet blijven. We eten geen toetje na het Pesach offer, zodat die “smaak van de uitverkiezing, die speciale opdracht niet verdwijnt.
►We zitten nog steeds in galoet – ballingschap. We hebben nog steeds geen Beet Hamikdasj, Tempel, en kunnen nog steeds geen offers brengen. Waarom herinneren we het Pesach(offer) en de Exodus dan nog? Dit is een heel fundamentele vraag. De volgende gedachte biedt wellicht uitkomst.

Tora winst
►Er was eens een arme man die plotseling een fortuin won in de loterij. Omdat hij besefte, dat hij nooit had kunnen leren, huurde hij leraren in en werd hij een wijs man. Elk jaar placht hij de verjaardag van het winnende lot te vieren. Enige tijd later verloor hij al zijn geld en werd hij weer arm.
Toch bleef hij de verjaardag van het winnende lot vieren. Mensen om hem heen vroegen waarom hij toch zo blij bleef om deze dag, ondanks het verlies van zijn hele vermogen. De man antwoordde: “Het geld is weg, maar de kennis, die ik heb verworven, is nog steeds bij me”. Hoewel we onze politieke onafhankelijkheid, verkregen bij de Exodus, verloren hebben, is de spiritualiteit, die wij opgedaan hebben bij Matan Tora, de Openbaring op de berg Sinaï nog steeds bij ons. We vieren Pesach zelfs in ballingschap, omdat wij daarmee de spirituele winst van het hele traject vieren.

►Iemand, die lang blijft stilstaan bij de Exodus, verdient inderdaad een pluimpje, omdat hij laat zien dat hij spiritualiteit hoog op zijn prioriteitenlijstje heeft staan.
Matsa symboliseert eenvoud en openstaan voor het Hogere.
Chameets representeert materialisme. Deze hang naar aards bezit wordt symbolisch aangepakt door het `chomets battelen’. Het zoeken naar en de nietigverklaring van chameets geven in Kabbalistische termen aan, dat wij afstand doen van al het aardse, materiële en tevens afscheid nemen van ons opgeblazen ego. Men mag op Pesach zelfs geen kruimeltje gegist meel in bezit hebben, laat staan gebruiken of nuttigen. Daarom wordt het hele huis nauwkeurig onderzocht. Chameets – zelfs de kleinste hoeveelheden gerezen producten – worden nietig verklaard. Hoe werken dat zoeken en de nietigverklaring in de praktijk en welke geestelijke winst valt hier ter behalen? Laten we eerst de regels uit de Joodse Codex opslaan.

Bedieka-onderzoek
►Op de avond vóór de dag voor Pesach (d.w.z. op de avond tussen 13 en 14 Nisan, dit jaar 28 maart) zoekt men naar chameets. Men is verplicht hiermee onmiddellijk na nacht te beginnen. Vanaf een half uur voor nacht is het verboden iets te eten of werk te verrichten, opdat men het zoeken niet zal vergeten. Men zoekt uitsluitend met een enkele waskaars. Men gebruikt geen gevlochten kaars, waarmee men niet goed in alle hoeken en gaten kan kijken.

►Men zoekt in alle kamers, waarin mogelijk chameets is gekomen, zelfs in kelders en op zolder, in opslagplaatsen en houten schuren. Alle plaatsen waar chameets in gekomen is, moet men onderzoeken. Men moet ook alle voorwerpen nakijken, waar chameets in kan zitten. Voordat men begint te zoeken, maakt men alles grondig schoon van chameets, zodat het zoeken veel makkelijker verloopt.

Dieren
►Een veestal en een kippenren hoeft men niet te onderzoeken, ook al geeft men daar graanproducten als voer, want waarschijnlijk is het graan daar nooit gegist. Wanneer men wil stellen dat het misschien wel gegist is, dan is het mogelijk dat alles is opgegeten en dat er niets over is. Maar wanneer men de dieren graan heeft gegeven dat al chameets geworden is, zodat er maar één twijfel overblijft – dat het misschien helemaal is opgegeten, dan vertrouwt men daar niet op en men moet dan ook daar zoeken.
Men moet op alle plaatsen kijken, ook in gaten en in kieren waar dat mogelijk is. Men moet ook de zakken van zijn kleding en van die van zijn kinderen nakijken, want soms stopt men daar chameets in. De volgende ochtend, wanneer men het chameets verbrandt, schudt men ze nogmaals leeg.

Verkochte ruimten
Ook een kamer, waar chameets ligt opgeslagen en die men verkoopt aan een niet-Jood, moet men onderzoeken, want het wordt pas de volgende dag verkocht. Daarom moet men het ’s avonds controleren. Maar niet alle Geleerden zijn het hierover eens. Velen stellen, dat men de kamers, die men voor Pesach verkoopt, niet hoeft te onderzoeken. Het beste is het Rabbinaat te vragen om de kamers voor de onderzoeksnacht te verkopen. Dan is er zeker geen zoekplicht.

Beracha
Voordat men met het zoeken begint zegt men de Beracha:”Asjèr Kiddesjanoe Bemitsvotav Vetsivanoe Al Bioer chameets – Die ons geheiligd heeft met Zijn geboden en ons heeft opgedragen het chameets weg te rui¬men. En hoewel men nu het chameets, dat men bij het zoeken vindt, nog niet vernietigt, zegt men toch deze Beracha omdat men direct na het zoeken het chameets, dat men niet gevonden heeft en waarvan men het bestaan niet kent, nietig verklaart. Hiermee voert men de Mitsva van Bioer chameets uit. Men mag geen onderbreking maken tussen de Beracha en het begin van het zoeken, en het is het beste om helemaal niet te onderbreken tot het einde van het zoeken, behalve voor iets dat met het zoeken te maken heeft. Men kan verschillende huizen doorzoeken met één Beracha.

Kleine stukjes brood
►Sommigen hebben de Minhag (gewoonte) om voordat zij beginnen te zoeken, kleine stukjes brood neer te leggen op de plaatsen waar men zoekt, want zij vrezen dat men niets zal vinden en dat men dan een Beracha Lewatala (voor niets) gezegd heeft. Het is duidelijk dat wie niet naar behoren zoekt maar alleen die stukjes brood verzamelt, de Mitsva van het zoeken niet volvoert. Dit heeft ook invloed op de Beracha. Hij maakt dus een Beracha Lewatala (voor niets).

►Het chameets dat men laat liggen om nog te eten of om te verkopen, legt men van tevoren op een bewaakte plaats. Ook het chameets dat men bij het zoeken vindt en dat men de volgende ochtend verbrandt, legt men op een bewaakte en bekende plaats, opdat het daar niet verloren raakt. Men legt het op een plaats die men de volgende dag nog weet, zodat men het niet vergeet te verbranden.

Nietigverklaring
►Direct na het zoeken verklaart men het ongeziene chameets nietig. De echte nietigverklaring vindt in het hart plaats. Men besluit serieus, dat al het chameets dat men in zijn bezit heeft voor hem geen enkele waarde meer heeft en dat het als stof is, dat hij in het geheel niet nodig heeft.
De Geleerden hebben bepaald dat men dit ook verbaal moet uitspreken: “Kol chamira vechami’a – Al het gegiste en chameets dat in mijn bezit is, dat ik niet gezien heb en dat ik niet heb weggeruimd, verklaar ik nietig en het zal zijn als het stof van de aarde”.

Nogmaals
►Hoewel men het chameets ’s avonds na het zoeken heeft nietig verklaard, moet men ook de volgende ochtend, nadat men het verbrand heeft, nogmaals nietig verklaren. Daarbij moet zijn verklaring nu alle chameets omvatten: „Al het gegiste en chameets dat in mijn bezit is, wat ik gezien heb en wat ik niet gezien heb, wat ik heb weggeruimd en wat ik niet heb weggeruimd, verklaar ik nietig en het zal zijn als het stof van de aarde”.

Op Jom Tov
►Als men chameets in het huis vindt gedurende Chol Hamo’eed – de tussendagen van het feest, dan brengt men dat naar buiten en verbrandt men het. Wanneer dat de hoeveelheid van een Kezajit of meer is, zegt men daar eerst de Beracha van Bioer chameets over, maar over minder dan een Kezajit zegt men geen Beracha. Wanneer men het op Jom Tov of op Sjabbat Chol Hamo’eed vindt, of op Sjabbat als dat de dag voor Pesach is, dan is het verboden om het op te nemen en te verwijderen omdat het Moektse is. Daarom dekt men het af met een voorwerp tot na Jom Tov of tot na Sjabbat en dan verbrandt men het. (bron: Kitsoer Sjoelchan Aroech, editie NIK).

►We zagen hiervoor vele regels. Tot in de kleinste details werd het chameetsverbod behandeld. Minutieus wordt alles weggeruimd. De vraag is wat de diepere achtergrond van dit zeer precieze onderzoek is. Het kleinste beetje chameets is verboden. Waarom?

Chameets en matsa
►Chameets is de antithese van matsa. Waarin bestaat het verschil eigenlijk tussen deze twee broden? Normaal geldt de regel, dat verboden voedsel wordt opgelost in toegestane materie in een verhouding van 1:60. Een mengsel van melk en vlees is verboden.
Maar een miniscule hoeveelheid melk kan een grote pan vlees niet verbieden. Zolang er maar zestig keer – een overweldigende meerderheid – meer toegestane materie staat tegenover het verboden voedsel, verliest de verboden substantie zijn gewicht en functie en gaat het op in de grote hoeveelheid koosjere stof.

►Bij chameets gelden echter andere voorschriften. Als ook maar een klein kruimeltje chameets in een enorm vat matsadeeg valt, wordt het hele deeg verboden. Wat is het verschil tussen chameets en alle andere verboden voedselsoorten? En wat is het verschil tussen chameets en matsa? Wanneer matsadeeg met rust gelaten wordt, zal het spontaan gaan rijzen en chameets worden.
Matsadeeg blijft alleen matsa als het bewogen, gekneed, gerold en direct gebakken wordt. De Halacha vereist doorlopend contact. Matsa wordt het pas wanneer de bakker doorlopend met de vorm van het deeg bezig is. Chameets echter rijst vanzelf.

Twee Weltanschaungen
►Chameets en matsa vertegenwoordigen twee Weltanschauungen. Matsa staat voor de constante G’ddelijke Voorzienigheid. Niets gebeurt zonder dat G’d het laat gebeuren. Dat er iets vanzelf zou ontstaan, is ondenkbaar. De kleinste verandering in het universum is G’ds werk.
Chameets is spontane verandering. De grote “Big-Bang” vormt de inleiding op een proces waar niemand meer vat op heeft. Na de uittocht uit Egypte was het duidelijk dat G’d alle touwtjes in handen heeft. Zelfs in de meest dagelijkse gebeurtenis is G’ds hand herkenbaar. Niets gebeurt zonder dat G’d dat wil. Deze gedachte ligt in de matsa. Anders dan chameets is er bij matsa geen sprake van spontane veranderingen.
Om te benadrukken, dat zelfs de kleinste gebeurtenissen niet aan G’ds aandacht ontsnappen, luidt de Halacha dat zelfs de kleinste kruimeltjes chameets verboden zijn. Misschien is het daarom dat de matsa “brood van geloof” wordt genoemd. Matsa leert ons dat er één groot Scheppingsplan is, dat tot de tijd van de Messias zal voortduren. Behalve onze vrije wil en onze eigen morele beslissingen ligt alles al vast.

Reacties zijn gesloten.