JITRO. De schoonvader van Mosjé heeft gehoord van de wonderen, verheugt zich erover en brengt offers. Jitro ziet dat Mosjé als enige rechtspreekt en raadt aan meerdere rechters aan te stellen voor zaken van geringere omvang, zodat Mosjé de belangrijke zaken kan berechten. Mosjé zoekt 78.600 rechters.
De Bné Jisra’eel arriveren bij de berg Sinaï waar G’d een Verbond aanbiedt dat zij aanvaarden. Ze moeten zich 3 dagen voorbereiden op de ontvangst van de Tora. G’d daalt neer op de berg Sinaï en Mosjé moet, als enige, de berg bestijgen. Het volk blijft op afstand. Onder hevig sjofar-geschal geeft G’d de Tien Geboden. Het volk is zo verschrikt dat ze Mosjé vragen met G’d te spreken en als bemiddelaar te functioneren. G’d drukt Mosjé op het hart dat het Joodse volk haar verantwoordelijkheid neemt en trouw aan G’d te blijven.
► Jitro, de koheen van Midjan, schoonvader van Mosje hoorde alles wat G’d gedaan had voor Jisra’eel, zijn volk …en Jitro kwam” (18:1-5).
De afdeling van de Tien Geboden staat op naam van een geer tsedek, iemand, die uit overtuiging Joods is geworden. Waarom? Omdat hij een afdeling heeft toegevoegd aan de Tora. G’d was akkoord met Jitro’s visie.
Jitro stelde een geordende rechtsgang voor. Er werden op zijn initiatief 78.600 nieuwe dajaniem, rechters aangesteld. Orde is belangrijk. Men kan dit veralgemeniseren: een geordend leven is de basis voor het ontvangen van de Tora. Derech erets kadma laTora: menselijkheid gaat vooraf aan de Tora. Daarzonder dreigt men het kind met het badwater weg te gooien!
► “Jitro hoorde …en Jitro kwam”.
Jitro was de enige van de omringende bevolking, die de les van de Exodus ter harte nam. Alle volkeren hoorden en sidderden, lazen we vorige week in het lied van de zee (15:14). Maar niemand reageerde. Alleen Jitro. Jitro had een zesde zintuig voor roechnioet, voor spiritualiteit. Onze Wijzen zeggen, dat hij “alle afgoden van over de hele wereld had gediend”. Dit is niet denigrerend bedoeld voor Mosje’s schoonvader. Het is juist een compliment. Hij was doorlopend op zoek naar de waarheid. De heidenen en afgodendienaars, die hem omringden, konden dit ongetwijfeld niet waarderen. Hoewel hij de `koheen Midjan’ was en een hoge positie bekleedde, werd hij door velen gehaat.
►Maar Jitro had geleerd te luisteren. Alleen door intensief luisteren naar het geluid van de roechnioet, de spiritualiteit, die door de wereld waart, kan men groeien. Jitro begreep, dat het Jodendom de enige weg tot ware geestelijke bevrijding is, hoe moeilijk dit pad ook is.
Vrijheid in gebondenheid
Het probleem van voorbestemming tegenover vrijheid, natuurwet tegenover de vrije wil heeft filosofen uit alle eeuwen bezig gehouden. Moderne mensen zoeken ongeremde vrijheid. We voelen ons vrij als we onze eigen levensdoelen mogen kiezen. Een beperking in middelen noemen wij geen onvrijheid. Toch is het fysieke lichamelijke leven zeer beperkend. Er bestaat een prijs voor alles. Iedere menselijke keuze is een afweging van het doel en de middelen.
► Wat doet een mens als hij zich alles kan veroorloven? Dan kiest hij alleen datgene wat hij werkelijk wil. En wat als hem vrijwel niets iets kan schelen? De enige die werkelijk vrij kan kiezen is degene die nergens aan gebonden is.
Bij de Exodus vieren wij de matsa, ellende en vrijheid ineen. Want de matsa is ‘lechem onni’ brood van ellende, maar ook ‘lechem sje’oniem alav devariem harbé’ – brood waar we veel over vertellen, over onze vrijheid. Matsa is ellende en vrijheid ineen, ontzegging van alles en tegelijkertijd onze vrijheid. Hij, die zonder iets kan, is het meest vrij.
Bereidheid te veranderen
Eigenlijk moet de matsa gegeten worden “met de lendenen omgord, wandelschoenen aan en een wandelstok in de hand”. Het duidt op een constante bereidheid van plaats of ingenomen positie te veranderen. In de Spreuken der Vaderen (Pirké Awot) staat, dat alleen hij, die constant bezig is met Tora, werkelijk vrij is.
Doel van de uittocht
Wat is dat Tora? De Tora was het doel van de uittocht. Tora in diepste zin betekent een voortdurend najagen van de Enige Echte Waarheid, objectief zonder vooroordeel en bias. Het moeilijkste voor de mens is zichzelf te veranderen. Ook de vrije mens kost het enorme moeite om af te stappen van zijn eigen ideeën en gewoontes. Hij moet bereid zijn zijn eerdere zienswijzen opnieuw te evalueren en steeds nieuwe uitgangspunten kunnen kiezen. En dit is het eenvoudigst als hij letterlijk nergens aan vast zit, ook niet aan de meest allerdaagse zaken als brood. “Als de Joden maar een moment geaarzeld hadden uit te trekken uit Egypte waren ze niet verlost”, zeggen onze Wijzen. Matsa is ongecompliceerdheid, constant jezelf durven toetsen.
Waarheid is nergens aan gebonden
Jitro woonde prachtig in Midjan. Hij had daar alle aardse luxe, die hij zich maar wensen kon. Maar hij koos voor zijn geestelijke ontwikkeling, verliet huis en haard en trok de woestijn in.
Later besloot Jitro terug te keren naar zijn vaderland. Had hij spijt van zijn keuze voor het Jodendom? Verlangde hij terug naar zijn luxe leven in Midjan? Rasji verklaart, dat hij zo vol was van het Jodendom en hier zo enthousiast over was, dat hij het met iedereen wilde delen. Jitro keerde terug naar Midjan om zijn oud volksgenoten te bekeren tot het Jodendom.
Of zijn missie slaagde, weten wij niet. Hoogstwaarschijnlijk niet omdat niemand behalve Jitro ontvankelijk was voor de boodschap van de echte Waarheid en spirituele groei. Ook financieel ging hij er ongetwijfeld op achteruit. Zijn werkgevers konden zijn overstap naar het monotheïsme natuurlijk niet waarderen. Dat druiste volledig in tegen hun heidense lifestyle. Zijn salarisbetaling werd stopgezet. Maar Jitro had letterlijk alles over voor zijn nieuwe overtuiging. Als dat niet zo was, zou hij nooit Mosje’s schoonvader zijn geworden en zou de Tora hem nooit vermeld hebben.
►Vajisjma Jitro, Jitro’s luisteren vormt de inleiding op Matan Tora. Spirituele gerichtheid is de prelude op het ontvangen van de Tora. Sjema Jisra’eel – hoor, Israël. Uw oor is de toegangspoort voor geestelijke groei.
► “Mosje vertelde aan zijn schoonvader alles wat Hasjeem (G’d) Farao en Egypte had aangedaan voor Israel…Jitro verheugde zich over al het goede, dat Hasjeem voor Israel gedaan had (18:8-9).
Rasji benadrukt, dat Jitro wel blij was over al het goede, dat het Joodse volk mocht ervaren maar verdrietig was over de ondergang van Egypte. Hij had daar nog gewerkt als adviseur van Farao. Hoewel hij er door Farao was uitgezet en moest vluchten naar Midjan, voelde hij toch medelijden met deze schepselen van G’d.
Mosje wilde zijn schoonvader dichter bij het Jodendom halen. Hoewel hij de teleurgestelde blik in zijn schoonvaders ogen zag, vertelde hij toch over het einde van het rijk van het kwaad in alle details.
Het Jodendom is niet alleen de religie van het blije en mooie in het leven maar heeft ook oog voor de omgang met het verdorven deel van de mensheid. En dat kan – na eindeloos veel waarschuwen en langzaam opvoeren van de straf – wel eens hard aankomen. Jodendom is niet alleen `flower-power’ maar kent als geen ander de harde realiteit.
► “Bezig de Naam van Hasjeem, je G’d, niet voor niets” (20:7).
In woorden uiten wij onze gedachten maar woorden vormen ook onze gedachten. Gedachten zijn onbestendige hersenspinsels totdat ze omgezet worden in woorden. Dan wordt het harde realiteit. Onze Wijzen leidden uit deze pasoek (vers) af, dat men niet vals mag zweren bij G’ds Naam maar Nachmanides (Ramban, 13e eeuw) legt uit, dat deze pasoek in eenvoudige zin iedere (onnodige of onheilige) vermelding van de G’dsnaam verbiedt.
►De Tora wil ons het belang van woorden bijbrengen. Woorden vormen het denkproces en de houding van mensen. De zorg om de eigen ziel, de ziel van de naaste en het volk Israël wordt door niets zo makkelijk ondermijnd als door het woord. De manier waarop we denken over onszelf en de ons omringende wereld uit zich in de manier waarop we spreken. Wie bozig is, vloekt snel. Wie consequent en hartgrondig vloekt, verkeert in spirituele nood.
►Wie een goed mens wil zijn, moet in de eerste plaats goed voor zichzelf zijn. De grote zegening die het Jodendom biedt is de constante oefening de eigen gedachten, en daarmee de eigen houding, zodanig in te richten, dat we dit ‘goede’ werkelijk kunnen ervaren.
Alleen een houding van dankbaarheid ten opzichte van Hasjeem zal dit bewerkstelligen, want: “U opent Uw hand en stelt al wat leeft tevreden” (ps. 145). Alleen als wij onszelf dankbaar opstellen tegenover Hasjeem en ons realiseren dat alles wat we hebben en bereiken er is zodat wij tegenover Hasjeem en anderen goed kunnen doen, worden wij zelf gelukkig. Daarom wordt psalm 145 driemaal daags gezegd, voorafgegaan door ‘Gelukkig dit volk zoals het gaat’.
►Hoe kunnen we werken aan dit geluk? Door een zodanige houding tegenover onszelf, Hasjeem, onze naasten en de wereld in te nemen, dat we hierin rust en vrede hebben. Dit hebben onze Wijzen ingezien door ons een kort dankgebed voor te schrijven, direct bij het ontwaken. Deze eerste dankwoorden bij het begin van de dag betekenen, dat we dankbaar zijn voor het leven zelf, en voor de terugkeer van de ziel. Het vormt ons gevoel. Het is het begin van de nieuwe dag en het begin van de verantwoordelijkheid voor onszelf. Dit geeft ons dagelijks de juiste koers.
Chafeets Chajiem
Een van onze grote geleerden is rabbijn Israël Meïr HaCohen Kagan (1833-1933) naar zijn werk de ‘Chafeets Chajiem’ genoemd. De Chafeets Chajiem noemde zijn eerste boek zo omdat hij hierin de bepalingen rondom het kwaadspreken uiteenzet. Hij heeft de rest van zijn leven geijverd de negatieve kracht van het kwaadspreken tegen te gaan. De frase ‘Chafeets Chajiem’ zelf komt uit de pasoek (vers) van psalm 34:14-15: “Wie is de man die graag wil leven, vele dagen begeert om geluk te zien? Behoed je tong voor kwaad, je lippen voor het spreken van bedrog. Mijd het kwade en doe het goede, zoek de vrede en streef er naar.” Wie werkelijk verlangt naar het leven om vele dagen van geluk te zien, moet in ieder geval zijn tong in bedwang houden.
►Het kwade staat gelijk aan het plegen van bedrog. Het goede na te streven gaat samen met behoeden van de tong. Het zoeken van vrede kan dus slechts in een omgeving waar deze vorm van stilte de overhand heeft. Vrede moet gezocht worden en actief worden bewerkstelligd. Aangezien alleen vrede ons geluk brengt, moeten wij, willen we werkelijk gelukkig zijn, ons van kwaadspreken onthouden. Leven en dood zijn in de hand van de tong, zei koning Salomo.
