VERSCHILLENDE LEEFTIJDEN – VERSCHILLENDE BETEKENISSEN
Toen Sara hoorde dat haar zoon bijna geslacht werd, slaakte ze zes kreten, die nog steeds de basis vormen voor de sjofartonen op Rosj Hasjana. Sara was één van de zeven profetessen. Mirjam, Dewora, Channa, Awigaïl, Choelda en Esther kwamen na haar. Bij de hespeed (treurrede) sprak Avraham het Eesjet Chajiel (letterlijk: een geweldige vrouw) uit, dat wij nog steeds elke vrijdagavond zingen als loflied op moeder Israëls.
Sara was inderdaad een heel bijzondere first lady geweest. Rasjie (op pasoek 24:67) legt uit, dat er de hele week in haar spirituele verdiensten lichten brandden in haar tent, de zegen in het deeg nooit stopte en er boven haar tent continu een wolk van G’ddelijke majesteit hing als teken van haar tsidkoet (oprechtheid). G’d had direct met haar gesproken en Avraham opdracht gegeven naar haar te luisteren. Zelfs Engelen luisterden naar haar. Toen zij geschaakt was door Farao, gaf zij opdracht het huishouden van Farao te slaan met builen, hetgeen ook direct gebeurde.
Sara, Avraham en Jisjmaëel
In parsja – afdeling – Chajee Sara berekent de Tora de uiteindelijke leeftijden van Sara, Avraham en Jisjmaëel. In het begin van de sidra (23:1) staat er, dat het leven van Sara “honderd jaar en twintig jaar en zeven jaar” was. Aan het einde van de sidra staat: “Dit zijn de dagen van de jaren van het leven van Avraham… honderd jaar en zeventig jaar en vijf jaar” (25:7) en verder: “Dit zijn de jaren van het leven van Jisjmaëel: honderd jaar en dertig jaar en zeven jaar” (25:17).
De verklaring van Rasjie (1040-1105) hierbij is moeilijk. Bij alle drie leeftijden staat het woordje ‘jaar’ of ‘jaren’ bij alle getallen, zowel bij de honderdtallen als de tientallen en de eenheden. Maar Rasjie legt alle drie leeftijden op een andere manier uit. De Lubawitscher Rebbe, Rabbi Menachem Mendel Schneursohn gaat nader in op de verschillen in Rasjie’s uitleg.
Sara en Avraham
Bij de levensjaren van Sara legt Rasjie uit: “Het woord ‘jaar’ wordt bij elke tijdseenheid herhaald, om duidelijk te maken, dat elke tijdseenheid apart gedarsjend (uitgelegd) kan worden. Hieruit leert men dat zij, toen ze honderd jaar was, nog net zo onschuldig was als een vrouw van twintig ten aanzien van zonde (pas na 20 jaar is men volledig toerekeningsvatbaar en verantwoordelijk) en toen ze twintig was, was zij als iemand van zeven in schoonheid”. Maar bij Avraham zegt Rasjie: “Toen hij honderd was, was hij als zeventig en toen hij zeventig was, was hij als vijf, zonder zonde”. In eenvoudige zin betekent dit, dat bij Avraham – in tegenstelling tot Sara, waar men twee vergelijkingen leert uit de jaartellingen – er slechts één gedachte uitgelicht wordt: toen hij honderd was, was hij als zeventig en als vijf, zonder zonde.
Jisjmaëel
Bij Jisjmaëels leeftijd legt Rasjie helemaal niets uit! Waarom het woord ‘jaar’ verschijnt bij elke tijdseenheid van Jisjmaëel wordt in ieder geval in de verklaring van Rasjie niet verduidelijkt. Befaamde verklaarders op Rasjie doen veel moeite om al die verschillen te verhelderen.
Maar opmerkelijk blijft, dat Rasjie zelf, die er immers op uit is om de Tora te verklaren voor een kind van vijf jaar, duidelijk had moeten maken waarom hij dergelijke verschillen maakt in de uitleg van de onderscheiden leeftijden van Sara, Avraham en Jisjmaëel. Rasjie doet dit niet en dat wijst er op, dat de verschillen in de uitleg van de samenstellende bestanddelen van de leeftijden van Sara, Avraham en Jisjmaëel kennelijk zelfevident zijn of in ieder geval op andere wijze duidelijk worden voor de oplettende Tora-lezer.
Elke tijdseenheid apart
Rasjie stelt bij onze eerste Aartsmoeder Sara: “Daarom wordt het woord jaar bij elke eenheid geschreven, om u mede te delen dat elke tijdseenheid apart wordt uitgelegd. Toen zij honderd was, was Sara nog net zo onschuldig als een vrouw van twintig ten aanzien van zonde. Toen ze twintig was, was zij als iemand van zeven in schoonheid”.
Hieruit blijkt dat elke tijdseenheid, waar het woord jaar of jaren op volgt, apart gedarsjend (uitgelegd) moet worden. Wanneer daarna bij Avraham ook het woord jaar of jaren bij elke tijdseenheid herhaald wordt, zou ook daar hetzelfde moeten gelden. Wanneer Rasjie bij Avraham zegt: “Toen hij honderd was, was hij als zeventig”, bedoelt hij daarmee te zeggen, dat hij gemakkelijk kinderen kon krijgen. Maar een toevoeging, een extra afleiding geeft Rasjie niet bij Avraham.
De reden, dat Rasjie niet expliciet maakt wat hij exact bedoelt met: “Toen Avraham honderd was, was hij als zeventig” is dat dit duidelijk in de pesoekiem (verzen) van de Tora zelf staat. Rasjie gaat dus uit van een bepaald niveau van intelligentie en oplettendheid bij zijn lezerspubliek.
Vruchtbaarheid
Toen G’d aan Avraham de toezegging deed, dat hij een zoon van Sara zou krijgen, staat in de Tora (17:17): “Toen zei Avraham tegen zichzelf: Zal een man van honderd jaar nog kinderen kunnen krijgen?”. Bij hem was het dus een grote vraag of hij nog vruchtbaar was. Zoals Rasjie zelf uitlegt, gebeurde het in de tijd van Avraham dat de leeftijden terugliepen, er ‘zwakte’ op de wereld kwam en mensen veel eerder kinderen kregen (omstreeks hun zestigste of zeventigste). Terach kreeg Avraham toen hij zeventig was (11:26). Hieruit kan een kind eenvoudig opmaken, dat toen “Avraham honderd was, hij als zeventig was”, betekent dat, Avraham de “zwakte die over de wereld was afgedaald” bespaard was gebleven. Hoewel hij een stuk ouder was dan de toenmalige vruchtbare leeftijd (toen rond de zeventig) was Avraham nog steeds volop vruchtbaar. Men ziet dit reeds uit het feit, dat hij Jisjmaëel heeft gekregen toen hij 86 was (16:16). Toen hij honderd was had Avraham dezelfde levenskracht als iemand van zeventig.
Een wonder bij Sara
Bij Sara was dat anders. Zij had geen normale cyclus meer (18:11). Voor haar was het in natuurlijke zin onmogelijk om kinderen te krijgen. Bij haar moest er dus een wonder plaatsvinden: “Zou voor G’d iets te wonderlijk zijn?” (16:14).
Hiermee is ook begrijpelijk, waarom Rasjie niet verklaart, tegen het einde van het leven van Avraham, dat hij nog veertig jaar na de geboorte van Jitschak zes kinderen heeft gekregen, terwijl daar géén sprake is van een wonder. Avraham was op zijn honderdste als op zijn zeventigste, omdat bij hem geen ‘verzwakking’ van de latere generaties had plaatsgevonden. Daarom heeft hij ook kinderen kunnen krijgen toen hij honderd was en zelfs nog veel later (waarschijnlijk na zijn 140e). Gelijk bij “toen hij zeventig was, was hij als een kind van vijf” bedoeld is, dat hij zonder zonde was gedurende zijn hele leven (niet alleen tot honderd jaar), betekent dit ook bij zijn vruchtbaarheid, dat die niet ophield na honderd jaar.
Verschil Avraham Sara
Dit was het verschil tussen Avraham en Sara. Hiermee wordt ook een ander verschil in Rasjie duidelijk. Op de pasoek (vers 21:7) “Sara heeft kinderen gezoogd” legt Rasjie uit: “Op de dag van het feest brachten de vorstinnen hun kinderen mee. Sara gaf hen allen te drinken. Ze plachten namelijk te zeggen dat Sara geen kinderen kon krijgen, en zij Jitschak als vondeling van straat had meegenomen”. Op de pasoek (25:19) “Avraham bracht Jitschak voort” zegt Rasjie: “Omdat de grappenmakers van die generatie zeiden dat Sara van koning Avimelech van de Filistijnen zwanger was geworden, heeft G’d er voor gezorgd, dat Avraham en Jitschak als twee druppels water op elkaar leken, zodat iedereen kon getuigen: Avraham heeft Jitschak voortgebracht.”
Vondeling
Wat is het verschil met Sara? Rasjie zegt, dat de vorstinnen en belangrijke dames zeiden, dat Sara geen kinderen kon krijgen, terwijl bij Avraham wordt verklaard, dat de grappenmakers van die generatie zeiden dat Sara van Awimelech zwanger was geraakt. Bovendien is nog een ander punt moeilijk te vatten. Het feit, dat Sara de kinderen zoogt is alleen een bewijs dat Sara inderdaad een kind heeft gekregen en dat Jitschak geen vondeling was. Het is echter geen bewijs, dat het kind ook van Avraham was. De dames uit de omgeving van Sara konden zonder probleem blijven roepen en roddelen, dat Sara zwanger was van Avimelech, omdat ze wisten dat Avraham honderd jaar oud was.
De vraag is eigenlijk nog sterker. In de Babylonische Talmoed (B.T. Bawa Metsia 87a) worden beide beledigingen achter elkaar gebracht: “Sara heeft kinderen gezoogd… alle mensen begonnen hen belachelijk te maken, dat zij een vondeling van de straat hadden meegenomen. Avraham heeft toen alle grote mensen uitgenodigd en Sara hun dames. Toen heeft zij alle kinderen gezoogd.
Gelijk gezicht
Toch bleef men nog zeggen, dat het bijna onmogelijk was, dat Sara van negentig een kind zou krijgen van Avraham van honderd. Daarom werden de gelaatstrekken van Jitschak precies gelijk aan die van Avraham. Hieruit wordt duidelijk, dat de dames alleen een vraag hadden ten opzichte van Sara, omdat ze onmogelijk nog kinderen kon krijgen. Maar bij Avraham zagen ze dat Jisjmaëel nog geboren was op zijn zes en tachtigste. Zij twijfelden er niet aan, dat Avraham nog op zijn honderdste vruchtbaar was.
Daarom is het bij de verstandige en belangrijke mensen überhaupt geen vraag geweest, of Avraham Jitschak voortgebracht had. Het waren alleen de cynici, grappenmakers en cabaretiers uit die tijd die het nodig vonden Avraham en Sara te blijven ridiculiseren in de trant van: “Sara is zwanger geworden van Avimelech”. G’d heeft echter zelfs grappenmakers en columnisten willen terechtwijzen. Daarom heeft Hij Jitschak als twee druppels water laten lijken op Avraham, zodat niemand meer iets negatiefs kon zeggen.
De reden, dat Rasjie niet uitlegt bij Jisjmaëels leeftijd “Toen hij honderd was, was hij als dertig, toen hij dertig was, was hij als zeven”, is vanzelfsprekend. Jisjmaëel was op zijn honderdste zo krachtig als toen hij dertig was en toen hij dertig was, was hij even vrij van zonden als toen hij zeven was. Hij zal dus voor het eerst tesjoeva hebben gedaan, tot inkeer zijn gekomen, toen hij dertig was.
Vanwege Ja’akov
Bij de leeftijd van Jisjmaëel stelt Rasjie: “Waarom worden de levensjaren van Jisjmaëel vermeld? Om de levensjaren van Ja’akov te kunnen berekenen.” Rasjie maakt daaruit op, dat Ja’akov veertien jaar heeft doorgebracht in de Baté Medrasj (leerhuizen) van Sjeem en Ever, waar tsaddikiem als onze derde Aartsvader Ja’akov speciaal getraind werden in de omgang met verdorven mensen als Lawan (zijn schoonvader Lawan – een aartsbedrieger – vormde later een van de grootste beproevingen van Ja’akov Avinoe). Waarom de term ‘jaar’ telkens herhaald wordt bij de tijdseenheden van Jisjmaëel is geen probleem. De enige vraag, die resteert, luidt waarom de leeftijd van Jisjmaëel überhaupt vermeld wordt. Maar als deze laatste vraag beantwoord is met “om de levensjaren van Ja’akov te berekenen” dan betekent dit, dat bij Ja’akov dezelfde tijdsdimensies bestonden – alleen op een totaal andere manier.
Tesjoeva (inkeer)
De verandering rond Jisjmaëels honderdste was het feit, dat hij tesjoeva had gedaan. Uit de traditie is bekend, dat Jisjmaëel nog tijdens het leven van Avraham tesjoeva heeft gedaan. Bij het overlijden van Avraham was Jisjmaëel 89 jaar. Rasjie wil met de vergelijking tussen Jisjmaëel en Ja’akov aangeven, dat de tesjoeva van Jisjmaëel in het niet viel bij de ‘tsidkoet’ (oprechtheid) van Ja’akov.
Op dertigjarige leeftijd is men sterk en krachtig (vgl. Pirké Awot 5:25). Omdat over Jisjmaëel geprofeteerd werd, dat hij “zijn hand overal in had” (16:12), stond dit aspect op dertigjarige leeftijd dus op de voorgrond. Desondanks bezat Ja’akov zelfs in fysieke zin grotere kracht dan Jisjmaëel. Dit blijkt uit het feit, dat hij – bij zijn ontmoeting met zijn toekomstige vrouw Rivka – in zijn eentje een enorme steen van de bron kon rollen (29:10). Als we ons realiseren, dat Ja’akov bij de bron 77 jaar oud was, valt Jisjmaëel ook op dit gebied bij hem in het niet. Op zevenjarige leeftijd is men zonder zonde. Toch was de onschuld van Ja’akov van een hoger gehalte dan de zondeloosheid van Jisjmaëel. Daarom worden de levensjaren van Jisjmaëel vermeld: om daarmee Ja’akovs grootheid beter te doen uitkomen.
