Aan het einde van de sidra geeft G’d Awram de opdracht zichzelf en alle mannen en jongens in zijn huis te besnijden. Het is een Verbond tussen G’d en Awrams nakomelingen. Een nieuwgeboren kind moet op de 8e dag besneden worden. Awram wordt daarna Awraham en Sarai Sara genoemd. G’d belooft het echtpaar een zoon, ondanks hun leeftijden: 100 en 90 jaar! Jitschak was de eerste in de menselijke geschiedenis, die op de achtste dag besneden werd.
Bij de briet mila staat de gezondheid van het kindje centraal. De briet mag alleen uitgevoerd worden op een kind dat volledig gezond is. De moheel of dokter moet van te voren vaststellen of het kind de besnijdenis op het aangewezen moment kan ondergaan. Als de besnijdenis niet op de achtste dag kan plaatsvinden, wordt de briet uitgesteld. Maar wat is het effect daarvan?
De briet mila is dusdanig hoog verheven boven tijd en plaats dat ook wanneer het te laat wordt uitgevoerd, het desondanks terugwerkende kracht heeft. Hierdoor worden niet alleen de dagen na de briet mila beïnvloed door de kedoesja (heiligheid) van de briet mila, maar ook alle dagen dat de besnijdenis niet was uitgevoerd (om halachische redenen). Het is dan alsof de invloed van het G-ddelijke licht al reeds vanaf de achtste dag aanwezig was.
Maimonides geeft twee redenen voor het uitstellen van de briet mila wanneer dit om medische redenen nodig is. Allereerst is zelfs een minimale bedreiging van het leven dusdanig ernstig dat het vrijwel alles terzijde schuift. Dit is zelfs zo wanneer men weet dat het nooit mogelijk zal zijn om de besnijdenis uit te voeren. Maimonides geeft echter ook een tweede reden: “Het is mogelijk om een kind later te besnijden, maar het is onmogelijk om een Joodse ziel terug te laten keren”. De eerste reden lijkt logisch, maar de tweede reden lijkt de mogelijkheid te creëren de kedoesja van de briet mila retroactief te doen neerdalen.
Hoe kan een status veranderende handeling effect hebben op het verleden? Normaliter heeft het alleen effect op de toekomst! De briet mila verbindt ons met een G-ddelijke uitstraling die wij niet op eigen kracht kunnen genereren. Deze verbintenis kan alleen door G-d worden gecreëerd. Toch moet er besneden worden. Zolang de voorhuid aanwezig is, kan dat G-ddelijke licht niet indalen. Pas na de verwijdering van de voorhuid kan de kedoesja neerdalen en zichzelf openbaren. We zijn in principe intrinsiek verbonden met G-d. Na de besnijdenis wordt dit duidelijk en openbaar. Daarom brengt de briet mila niet werkelijk een verandering te weeg in status, maar maakt het de al aanwezige kedoesja zichtbaar en toegankelijk. Wanneer een jongetje niet besneden wordt, blijft zijn relatie met G-d verborgen, zowel voor hemzelf als voor de buitenwereld. Ook door tesjoeva wordt geen nieuwe situatie gecreëerd. Zelfs wanneer iemand een zonde begaat blijft zijn ziel trouw aan G-d. De verbondenheid met Hasjeem blijft echter verborgen. Tesjoeva brengt die band naar boven. Daarom heeft het een terugwerkend effect. Ook wanneer de briet mila later wordt vervuld, heeft dit invloed op het verleden en wordt de intrinsieke tijdloze dimensie van de relatie met G-d duidelijk.
Het verbond met G-d is niet alleen een volksverbond maar geldt voor iedere individu apart. Iedereen moet zeggen: “de wereld is voor mij geschapen”. Al deze aardse inspanningen zullen ertoe leiden dat G-d Zijn belofte zal houden: “En de Eeuwige, uw G-d, zal uw hart besnijden”. Dit zal uiteindelijk geopenbaard worden ten tijde van de Masjie’ach.
De briet mila gebeurt op de achtste dag. Dit heeft te maken met een bovenaards niveau, het kabbalistische niveau van ketter (kroon), wat dezelfde letters heeft als het woord kareet (afsnijding van het Joodse volk). Hoewel de briet mila alleen een gebod is, volgt er toch kareet wanneer men zich hier niet aan houdt. Wij hebben bijvoorbeeld een achtste dag Soekot. Met Soekot komen allerlei nieuwe G-ddelijke invloeden naar beneden, maar pas op de achtste dag dalen deze ook in de wereld neer. De commentator Kli Jakar legt uit dat de reden dat de besnijdenis op de achtste dag plaatsvindt hetzelfde is als waarom de Tabernakel op de achtste dag werd opgericht in de woestijn. Met het Misjkan (reizende heiligdom) maakte het Joodse volk een woonplaats voor G-d in deze fysieke wereld. De besnijdenis heeft hetzelfde effect.
Halachisch is het over het algemeen zo dat wanneer het pasgeboren kind een ziekte heeft die effect heeft op het gehele lichaam, er zeven dagen na de genezing gewacht moet worden voordat de briet mila plaats kan vinden. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer het kind in een couveuse heeft gelegen, of een bloedtransfusie heeft gehad. Lijdt het kind aan een plaatselijke kwaal dan hoeft er niet gewacht te worden na genezing. Een kind dat te licht is (ondergewicht), mag niet besneden worden. Er is een meningsverschil onder artsen wat het gewenste minimum gewicht is. Zodra het gewenste gewicht is bereikt, zoals vastgesteld door de betrokken moheel of arts, kan de briet plaatsvinden. Ook wanneer de baby een abnormale kleur heeft, wordt de besnijdenis uitgesteld. Als de briet voor langere tijd uitgesteld moet worden, dient men met een rabbijn te overleggen wanneer het kind zijn Joodse naam zal krijgen. De besnijdenis mag nooit naar een andere dag verplaatst worden omdat bepaalde familieleden er anders niet bij kunnen zijn of dat men verwacht dat er op die andere dag meer mensen zullen komen. Enkel uitstel om medische redenen is toegestaan.
Bij de briet mila bestaan er vele minhagiem. Traditioneel werd op de eerste vrijdagavond na de geboorte van een zoon, een viering gehouden ter ere van de pasgeborene – de Sjalom zachar. Deze viering, die de status heeft van een se’oedat mitsva (verplichte maaltijd), werd gehouden in het huis van de pasgeborene. Hoewel dit gebruik een tijd lang in sommige kringen in vergetelheid was geraakt, is het tegenwoordig weer in opkomst. De naam Sjalom zachar is afgeleid van de uitspraak in de Talmoed (B.T. Bava Kama 80a) dat bij de geboorte van een mannelijk kind (zachar) vrede (sjalom) naar de aarde komt.
Het is de gewoonte om bij de Sjalom zachar linzen en andere bonen te serveren (zoals kikkererwten). Linzen en bonen symboliseren rouw: “Net zoals linzen rollen, zo ook rolt rouw van de ene persoon naar de ander; en net zoals linzen geen mond hebben (dwz. zonder gekliefde opening zijn) zo ook is de treurende sprakeloos”. Waarom wordt dit dan bij de Sjalom zachar geserveerd terwijl dit toch juist een moment van vreugde is? De symbolische rouwspijzen verwijzen naar de rouw van het kind om het verlies van zijn kennis van de Tora. De Talmoed leert ons (B.T. Nidda 31b) dat wanneer een kind zich in de baarmoeder bevindt, een Engel hem de hele Tora leert. Vlak voor de geboorte geeft de Engel het kind een tikje op de mond waardoor hij al het geleerde vergeet. Aan de andere kant zorgt het vergeten ervoor dat men nieuwe (intellectuele) prestaties kan leveren en hierdoor kan stijgen in de religie door eigen inspanning.
Een andere minhag is de Vach nacht – de nacht voor de besnijdenis. Aan de vooravond van de briet mila verzamelen zich familieleden en bekenden (minimaal een minjan) in het huis waar de pasgeboren baby slaapt. Deze avond/nacht wordt de nacht van de waad, nacht van de waak of vach nacht genoemd. Volgens de Midrasj is de verdienste van de besnijdenis zo groot, dat het beschermt tegen Gehinnom (de hel). Avraham zit aan de poort van Gehinnom en redt de besnedenen. Om dit te voorkomen zou de Satan er alles aan doen om te verhinderen dat de besnijdenis plaats zal vinden. Om de Satan geen kans te geven wordt deze wake gehouden. De mannen van de familie lernen in het huis waar de pasgeborene slaapt de hele nacht Tora, of in ieder geval tot middernacht. Meestal zijn de voorschriften en gebruiken van de briet mila het gekozen onderwerp van studie. Er bestaan verschillende werken die speciaal zijn samengesteld voor deze vach nacht, zoals het werk `Sjomeer haBriet’ die men gewoon was te leren in Jeroesjalajiem, `Divree Briet’, `Briet Jitschak’, of het werk `Hod Briet` van Rabbi Chaim Josef Azulai. Op andere plaatsen is het de gewoonte dat de ba’alee habatiem (huisvaders) Tenach leren Tora geleerden Misjna en de Midrasj op de Zohar leren en een derde groep de afdeling van de Zohar bestudeert die spreekt over de grootheid van de briet mila. Het is ook goed om het stukje pitoem haketoret te zeggen omdat `ketoret’ de beginletters vormt van kedoesja (heiligheid), tahara (reinheid), rachamiem (medelijden) en tikva (hoop). Omdat vrijdagavond, de beide seideravonden en erev Jom Kippoer een eigen intrinsieke bescherming met zich meebrengen, wordt er op deze avonden geen vach nacht gehouden als de pasgeboren baby de volgende dag wordt besneden.
De kvatter en kvatterin zijn een getrouwd stel, die de eer krijgen om het kind naar de kamer te brengen waar de briet mila plaats vindt en hem daarna weer terug te brengen naar de moeder. De vrouw (kvatterin) neemt het kind over van de moeder, geeft hem door aan de man (kvatter), en deze geeft hem weer door aan de sandek. Het is de gewoonte deze eer te geven aan een stel dat zelf nog geen kinderen heeft. Er bestaat geen bepaalde minhag voor het kiezen van de kvatter en kvatterin. Iedereen zou gevraagd kunnen worden. Het is ook mogelijk om meerdere mensen deze eer te bewijzen, hoewel dit over het algemeen het kind onrustiger maakt dan noodzakelijk is.
De oorsprong van het woord kvatter is volgens Rabbi Jechi’eel Michel Epstein (Aroch haSjoelchan Joree De’a 265:11) van het woord ketoret (reukwerk). Omdat de besnijdenis wordt vergeleken met ketoret wordt degene, die het kind dichter bij de briet mila brengt, kvatter genoemd. Andere bronnen leggen uit dat de reden van de minhag (gewoonte) van kvatter en kvatterin is dat de vader en de moeder het kind niet zelf naar binnen kunnen brengen omdat de moeder over het algemeen nog onrein is door de geboorte en de vader het kind niet van haar kan overnemen. Daarom laat men iemand anders als vertegenwoordiger van de ouders optreden. In Worms was het de gewoonte, dat wanneer de kvatterin het kind bij de moeder ophaalde, zij de moeder een cadeau gaf. Dit werd in het Duits kvatterschaft genoemd omdat zij zo een beetje de pijn van het kind zou vergeten.
Een andere minhag is de kisee sjel Elijahoe hanavie. Bij de briet mila wordt een speciale stoel voor Elijahoe klaargezet. Het kind wordt neergelegd op de stoel van Elijahoe om als het ware een beracha (zegen) te krijgen van een van onze grootste profeten. Met verzoekt G-d om een zegen in de verdienste van Elijahoe hanavie (de profeet).
Deze gewoonte stamt uit de Zohar (mystiekleer) en is bedoeld om de profeet Elijahoe symbolisch welkom te heten. Elijahoe verrichtte een groot wonder op de berg Carmel. Duizenden mensen zagen hoe er een Hemels vuur neerdaalde op het offer dat Elijahoe op het altaar had klaargemaakt, hoewel het drijfnat was. De afgodische profeten van de Ba’al werden vernederd en de menigte riep: “Hasjeem Hij is G-d, Hasjeem Hij is G-d” (I Koningen 18). Deze nieuwe inspiratie zou er toch zeker voor gezorgd moeten hebben dat het Joodse volk vol overtuiging terug zou keren naar de Joodse manier van leven. Enkele dagen later moest Elijahoe echter vluchten voor zijn leven. Izevels soldaten zaten hem op de hielen. Uiteindelijk arriveert Elijahoe bij de berg Sinai en klaagt hij tegen G-d: “Ik was zeer ijverzuchtig voor G-d, want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten”. G-d antwoordde hierop: “Ga terug op je weg”. In feite kreeg Elijahoe van G-d een standje voor deze opmerking. G-d vond het niet gerechtvaardigd om het Joodse volk zo te bekritiseren.
Om dit goed te maken besloot G-d uiteindelijk dat Elijahoe aanwezig moest zijn bij iedere besnijdenis. Hij zou dan persoonlijk kunnen getuigen dat het Joodse volk het verbond niet verlaten heeft: “Ik zweer je, Elijahoe, dat overal waar Mijn kinderen het heilige teken in hun vlees zullen aanbrengen, jij daarbij aanwezig zal zijn. Jij die getuigde, dat Israël het verbond verlaten had, zal getuigen dat Israël het verbond nog steeds vervult”. Daarom wordt er een aparte stoel klaar gezet voor Elijahoe, de profeet. Tot op de dag van vandaag wordt de briet mila door de meeste Joden gehouden. Ook al worden vele andere dingen niet in acht genomen, deze mitsva is blijven voortbestaan. Naast de stoel van Elijahoe staat de stoel van de sandek. In sommige gemeentes is het de gewoonte van de sandek om plaats te nemen op de stoel van Elijahoe.
