Parsja Noach

De Tora is naast een sefer mitsvot – een boek met veel voorschriften om het Joodse leven vorm te geven – ook een werk vol ethiek en kennis van G’d, waar ook de moderne mensheid nog veel van kan leren.
Van gedachte veranderen?
Een belangrijke vraag in de parasja Noach is een theologische kwestie. Hoe kan het Opperwezen van gedachte veranderen? Heeft G’d niet kunnen voorzien, dat de mensheid – aan de vooravond van de Maboel (Zondvloed) – in de fout zou gaan? Een bekende `masjal’ (parabel) illustreert deze problematiek. Een heiden vroeg eens aan Rabbi Jehosjoe’a ben Korcha: “Stellen jullie niet dat G’d de toekomst kan voorzien?”. “Inderdaad stellen wij dat”, bevestigde Rabbi Jehosjoe’a. “Waarom staat er dan in de Tora (6:6) “en G’d had er spijt van dat hij de mens had geschapen”? Was G’d zich er niet bewust van dat de mens in de toekomst kwaad zou doen?”.

Dubbele gevoelens
Rabbi Jehosjoe’a antwoordde met een wedervraag: “Heb je ooit een kind gekregen”? “O zeker”, antwoordde de heiden. “Hoe voelde je je toen je dat kind kreeg?”. “Ik was erg blij en heb een groot feest gegeven”, antwoordde de heiden. “Wist je dan niet dat dat kind uiteindelijk weer zou sterven?”, vroeg Rabbi Jehosjoe’a. “Wat heeft het een met het ander te maken?”, vroeg de heiden. “Wanneer er vreugde is dan maak ik een feest en wanneer ik moet rouwen dan treur ik”, antwoordde de man. “Hetzelfde geldt voor G’d”, antwoordde Rabbi Jehosjoe’a ben Korcha. Hoewel Hij wist dat Hij uiteindelijk kwaad zou zijn op de generatie van de Zondvloed en Hij hem uiteindelijk zou vernietigen, heeft Hij de mens toch geschapen.”

Corruptie alom
Zelfs de Engelen werden corrupt in de tijd van Noach. Twee Engelen daagden G’d als het ware uit: “Heer der wereld, hebben we U niet voor de schepping van de mens verteld dat hij onwaardig zou zijn en dat hij beter niet geschapen had kunnen worden?”. Maar G’d antwoordde dat wanneer de mens niet geschapen zou zijn de wereld geen nut zou hebben. De Engelen waren het er niet mee eens en stelden dat hun bestaan voldoende doel voor de wereld was. Bovendien stelden zij dat wanneer zij op aarde werden neergelaten, zij alle aardse verleidingen zouden kunnen weerstaan om G’ds naam in de wereld te heiligen. G’d gaf hun toestemming om naar de aarde af te dalen en de test te doorstaan, maar helaas faalden de Engelen. Toen zij de schoonheid van de menselijke vrouwen zagen, konden zij de verleiding niet weerstaan en zondigden zij met hen. Uit deze Engelen zijn de reuzen die leefden in de generatie voor de zondvloed voortgekomen.

Goed leven
Het leven op aarde was goed voor de zondvloed. Kinderen werden op dezelfde dag geconcipieerd en geboren. De pasgeborenen konden direct staan, lopen en spreken. Mensen leefden honderden jaren, waren erg sterk en niemand stierf gedurende het leven van zijn ouders. Ze leden niet en ze hoefden maar een keer per veertig jaar te zaaien. Het klimaat was heerlijk. Pas na de zondvloed zouden de seizoenen ontstaan met wisselende weersomstandigheden. Juist omdat de mensen het zo goed hadden, wierpen ze het Hemelse juk van zich af en verwijderden zich van G’d.

Verval
Zo vervielen zij tot de diepste dalen van beestachtigheid. Ook in moreel opzicht deden ze het slecht. Partnerruil en zoöfilie kwamen veel voor. Met name maakten zij zich schuldig aan diefstal. Ze deden het echter zodanig dat ze daarvoor nooit gestraft zouden kunnen worden. Wanneer iemand met een mand vol appels kwam, werd hij omringd door een groep dieven. Iedereen nam minder dan de strafmaat weg uit de mand. Omdat iedereen minder dan het strafbare bedrag gestolen had, kon niemand ooit voor de rechter gedaagd worden.

Ondanks zijn generatie
Noach was een tsaddiek (heilige) in vergelijking met zijn generatie. Anderen menen dat Noach een tsaddiek was ondanks zijn generatie. Toch wordt hij door onze Chagamien (Wijzen) bekritiseerd. Noach was inderdaad een tsaddiek omdat hij precies deed wat van hem verwacht werd maar verder ging hij niet.
Verder dan vereist
Uit de Joodse geschiedenis is bekend dat onze tsaddikiem altijd verder gingen dan vereist was. Awraham ging op de derde dag van zijn besnijdenis op zoek naar gasten ondanks zijn pijn. Awraham wilde altijd liefdedaden bewijzen aan zijn medemens. Wanneer er niemand in de buurt was, ging hij op zoek naar anderen om hen te helpen. Meer doen dan vereist verandert de persoonlijkheid. Awram, zo heette hij oorspronkelijk, veranderde in Awraham, hij werd een beter mens. Daarin schoot Noach te kort en op deze subtiele tekortkoming wordt hij bekritiseerd. Een les voor iedereen: als we alleen maar doen wat van ons verwacht wordt, schieten we te kort. Stilstand is achteruitgang. In het Jodendom geldt dat we altijd moeten proberen meer te doen dan formeel zou kunnen worden gevraagd. Juist dat toont waar ons hart eigenlijk ligt!

Voorvader Chanog
Waarom kon Noach dit niet opbrengen? Een voorvader van Noach was Chanog. Ook in de tijd van Noachs bedovergrootvader ontbrak het aan gemeenschapszin. Wie was deze Chanog? “En toen ging Chanog met G’d en hij was er niet meer want G’d had hem genomen” (5:24).
De Midrasj stelt, dat Chanog schoenmaker was. Bij iedere steek zei hij ‘Baroech Sjeem kewod malchoeto le’olam wa’ed’ – naderbijgebracht wordt de naam van Zijn Koningschap tot de wereld. Het stikken van leer betekende voor Chanog een aardse weergave van de eenheid, die tussen de hogere en lagere werelden moet bestaan.
Wat was de religieuze impact van het werk en leven van Chanog? Chanog deed zich voor als een eenvoudige handwerksman en werkte niet meer dan hij nodig had. Dit op zich is al een les voor ons. Wij jagen meer na dan we nodig hebben.
Op een dieper niveau imiteerde Chanog het Opperwezen. Zelfs gedurende zijn aardse beslommeringen was hij totaal met de Hemel verbonden, klikte hij in op hogere werelden. Maar Chanog liet dit aan niemand blijken net zoals G’d de wereld leidt zonder dat iemand dit merkt. Daarom vermeldt de Midrasj dat hij bij elke steek aan G’d dacht. Zijn hele leven stond in de dienst van de Hemel.

Rolmodel
Daarom zei Chanog ook bij iedere steek ‘Baroech Sjeem kewod malchoeto le’olam wa’ed’: hoewel G’d niet zichtbaar is, is het effect van Zijn scheppingsdaden zeker wel duidelijk in deze wonderlijke wereld!.
Chanog dient als rolmodel. G’d dienen doet men niet alleen door davvenen (bidden) of leren. De ultieme test is of men ook in de aardse realiteit in staat is om het G’ddelijke naar voren te halen en te openbaren. Aan de buitenkant kan men op een schoenmaker lijken maar diep in het hart hoort men elk moment met het G’ddelijke in de wereld verbonden te zijn.

Altruisme
Toch is Chanog niet één van de Aartsvaders geworden. De Chatam Sofeer (18de eeuw, Hongarije) stelt, dat wanneer een Tsaddiek – heilige – de gemeente nader bij G’d brengt, de wereld zijn vervulling nadert. G’d wil dat wij buitenstaanders dichterbij halen. Daarom was de levensstijl van Awraham Awienoe hoger dan die van Chanog, omdat Chanog alleen voor zichzelf bezig was, op een engel leek en uiteindelijk ook tot engel werd “en hij was er niet meer want G’d had hem genomen”. Maar Awraham richtte zich ook op anderen en verhief hen tot een hoger niveau. Deze weg verdient navolging. Daarom heten wij ook ‘kinderen van Awraham, Jitschak en Ja’akov’!

Lichtzinnig
Volgens Rasjie was Chanog inderdaad een Tsaddiek (Heilige) maar toch was hij lichtzinnig. G’d vreesde, dat hij snel tot het kwade zou vervallen. Daarom heeft Hij hem van de wereld weggenomen vóór zijn tijd, en daarom staat er in de tekst “en hij was er niet meer”, omdat hij zijn leven niet heeft afgemaakt. G’d voorzag, dat hij niet in staat zou zijn om zijn hoge niveau in een slechte omgeving te behouden. Gelijk de Profeet Elijahoe werd hij levend naar Gan Eden gebracht door vurige paarden. In de Joodse geschiedenis kennen wij negen rechtvaardigen die levend Gan Eden binnen zijn gekomen. Dit waren Chanog, Eliëzer (de dienaar van Awraham), Serach (de dochter van Asjer), Batja (de dochter van Pharao), de profeet Elijahoe, de Masjie’ach, en noch enkele anderen.

Spirituele energie
Nachmanides (13e eeuw) legt uit, dat de beloning voor het vervullen van de mitsvot afhankelijk is van onze motieven. Mensen die alleen maar een goed leven in deze wereld wensen, krijgen hun beloning hier op aarde door een leven van rijkdom en eer. Doet men de mitsvot (geboden) om een deel in de toekomstige wereld te bemachtigen, dan krijgt men inderdaad een deel in Gan Eden en wordt men gered van de hel Géhinnom. Mensen die de mitsvot vervullen vanuit pure liefde voor G’d, geen beloning verlangen en dit zonder bijbedoelingen doen, krijgen zowel in deze wereld als in de toekomstige wereld beloning, omdat ze op beide niveaus actief waren. Maar uiteindelijk zijn er ook mensen die zich totaal onttrekken aan alle aardse bezigheden. Al hun gedachten en verlangens zijn gericht op G’d en zij verkrijgen zowel fysiek als spiritueel een eeuwig leven. Dit gebeurde met Chanog en de profeet Elijahoe. Laten we niet vergeten dat het lichaam niets anders is dan een gecondenseerde energietoestand, die makkelijk in spirituele energie kan worden omgezet. Toch slaagde hij er niet in zijn (achter-)kleinkinderen tot het niveau van Aartsvaders te verheffen. Pas Awraham kon dat worden omdat hij het Jodendom met anderen wilde delen.

De toren van Bavel
De torenbouwers van Bavel wilden een stad en een toren bouwen waarvan de spits in de hemel reikte om zich een naam te maken. Volgens één interpretatie richtte de `spits’ zich tegen Hasjeem, de Hemelheer. Zij meenden dat ze G’d konden aanvallen. Hun koning heette Nimrod, die in zijn expansiedrift over de hele wereld wilde heersen. Toen hij zag dat alle volkeren zich begonnen te verspreiden en zijn invloed tanende was, zocht hij naar een methode om iedereen bij elkaar te houden. Hij bouwde een hoge toren als centraal oriëntatiepunt tegen verspreiding maar tevens om duidelijk te maken hoe machtig hij was.
In zijn hoogmoedsverplettering meende hij het te kunnen opnemen tegen G’d. Nimrod wilde dat de hele wereld zijn naam zou verheerlijken ten koste van Hasjeems naam.

G’d frustreerde zijn plannen en liet iedereen een andere taal spreken. Hun eenheid werd verbroken. Daardoor konden ze zich niet meer verenigen achter één koning. Nimrods plannen werden verijdeld. Zij kregen een veel lichtere straf dan de mensen uit de tijd van de Maboel, de Zondvloed omdat de mensheid in de tijd van Nimrod ten minste op het intermenselijke vlak goed was. Wanneer er eenheid is onder de mensen kan men alles bereiken.
In de Zohar trekt men hieruit de volgende conclusie: als reeds slechte mensen in eenheid veel kunnen bewerkstelligen, geldt dit toch zeker voor goede burgers, die zich verenigen om Tora en mitsvot uit te voeren. Als zij een eenheid vormen, kunnen zij tot grote hoogten reiken. Dit is uiterst actueel. Alleen als onze gemeenschap zich tot een eenheid verenigt, kunnen wij grote doelen te realiseren.

Nog actueel?
Is de torenbouw van Babel nog actueel? Ik denk dat wij voortdurende bezig zijn hoge torens van onszelf te bouwen om maar niet te hoeven luisteren naar G’ds woord. Velen geloven meer in de wetenschap dan in G’d. De wetenschap is inderdaad tot grote hoogten gestegen. Het menselijk verstand, de rede, wordt vaak tegenover het geloof in G’d gesteld. Het omgekeerde is echter waar.
Wanneer we lang nadenken over de schepping wijst dat op de nietigheid van de mens en de almacht van G’d. De grote wijsheid van G’d, die verborgen ligt in de natuur is slechts een vingerwijzing. In feite doet de wetenschap niets anders dan ontdekken wat er allemaal verborgen ligt in het universum. We voegen niets toe aan de Schepping. Het enige wat we doen is correlaties ontdekken tussen fenomenen in de natuur. Dit is ook wat koning David in zijn Tehilliem (Psalmen 8) zegt: ‘Wanneer ik Uw hemel zie, het maaksel van Uw vingers, de maan, de sterren die U heeft bereid, wat is dan nog de mens dat u hem zult gedenken en het mensenkind dat U naar hem omziet, o G’d, hoe groot is uw naam over de hele wereld!’.

God daalde af
Hasjeem daalde af om de stad te zien. Het woord afdalen zit de verklaarders enigszins dwars. G’d is toch overal? Seforno (16e eeuw, Italië) legt dat `afdalen’ uit: G’d kijkt niet alleen naar de handelingen van de mensen maar ook beoordeelt Hij de gevolgen daarvan. Hij daalt af tot het einde van iedere handeling.
Seforno’s opmerking geldt voor alle gedrag van de mens. Iedere daad heeft enorme gevolgen. Ook voor de gevolgen wordt men verantwoordelijk gehouden. Dit geldt niet alleen in het privé leven. Wanneer men iets kan doen voor de gemeenschap en dat nalaat, heeft dat ook consequenties. Ook daarvoor is men aansprakelijk. Aan de andere kant heeft ook al het goeds dat men doet positieve gevolgen, waarvoor men beloning krijgt. Wanneer men meerdere mensen onder de vleugels van de G’ddelijke majesteit heeft gebracht is dit ook weer een verdienste voor vele generaties.

Reacties zijn gesloten.