WAJAKHEEL (bijeenroepen): Mosje draagt op de Sjabbat te houden. Ook vraagt hij opnieuw om bijdragen in natura voor de bouw van de Woning. Naast Betsalel uit de stam Jehoeda wordt Oholiav uit de stam Dan als meesterbouwer aangesteld, naast alle andere deskundigen. Er wordt zoveel materiaal gebracht, dat Mosje laat omroepen dat er nu genoeg is.
PEKOEDEE (inventaris-berekening): Mosje geeft een overzicht van alles wat er gedaan is met de gewijde gaven. Mosje zegent het volk. Daarna verneemt Mosje dat de Woning op de eerste van de maand Nisan moet worden opgezet. Mosje zorgt er voor dat alle onderdelen van de Woning op de juiste plaats terecht komen. Aharon en zijn vier zonen worden gekleed in de priesterkleding en worden gezalfd. Als alles klaar is daalt de Wolk op de Woning, ten teken dat G-ds glorie is neergedaald. Als de Wolk optrekt, reist het volk verder.
Dit zijn de geboden die de Eeuwige mij heeft opgedragen om ze tot uitvoering te brengen. Zes dagen mag er werk verricht worden maar op de zevende dag moet het iets heiligs voor jullie zijn, een dag van volkomen werkonthouding ter ere van de Eeuwige”. (35:1-2)
Het eerste wat in de Tora kadosj – heilig – heet, is niet een voorwerp, een berg of een altaar, maar een dag, een stuk uit de tijd. G-d zegende de zevende dag en heiligde deze (Bereesjiet 2:3). In het Scheppingsverhaal is de Sjabbat heiliging van het begrip tijd. Opvallend is dat het woord kadosj – heilig – in het boek Bereesjiet niet meer voorkomt en pas weer aan de orde komt in Sjemot 19:6 wanneer er sprake is van een volk dat een specifieke opdracht krijgt: “Jullie zullen een heilig volk zijn,” waarna al snel in de Tien Geboden volgt: “Gedenk de Sjabbat om die te heiligen” (Sjemot 20:8).
Rust voor alles en iedereen
Opvallend bij het werkverbod op de Sjabbat is dat iedereen tot rust wordt verplicht. Niet alleen de kinderen, de slaven en de dieren, maar ook het milieu wordt met rust gelaten. De menselijke heerschappij stopt een dag volledig. Luchtvervuiling en milieuproblematiek komen even tot rust. In het moderne Israël is de Sjabbat in de orthodoxe wijken werkelijk een verademing. Verkeer wordt daar niet toegelaten door afsluitingen aan het begin en aan het einde van de wijk. Het is een genot om de kinderen zorgeloos op straat te kunnen laten spelen. Heerlijk is ook dat wij één dag bevrijd zijn van uitlaatgassen, overlast door lawaai en vervuiling. De grond wordt met rust gelaten, men mag niet ploegen en oogsten.
De Rabbijnen hebben de Torawetgeving in Talmoed en latere wetgeving uitgebreid, hetgeen ook gevolgen heeft voor de beheersinstelling van de mens. Een typisch voorbeeld is het beweegverbod (moektse) op Sjabbat. De Tora verbiedt schrijven. De Talmoed verbiedt zelfs een pen aan te raken uit angst dat men wellicht tot schrijven zou kunnen komen. Zo mag men op Sjabbat als uitvloeisel van het oogstverbod ook geen planten aanraken of zelfs maar een tak breken. Onder het wandelen mag men dus zelfs geen blaadjes plukken, leren de Rabbijnen.
De rustdag geldt ook voor dieren en alle andere schepselen die de mens dienen en als dienaren hun heer onderworpen zijn. De rust geldt ook voor alle soorten planten en bomen omdat het niet toegestaan is om ook maar een tak of zelfs maar een blad af te snijden. De hele natuur, de flora en de fauna zijn vrijgemaakt op deze dag en leven in vrijheid. Niemand mag ze aanraken.
Baas over de Schepping
Alle schepselen van welke aard en soort dan ook delen onze vrijheid. Op Sjabbat laten wij zien dat wij niet de bezitters van de Schepping zijn maar deze ervaren als een geschenk van boven.
Iets dergelijks vinden wij ook in de voorschriften omtrent het Sjemieta- of Sjabbatjaar en het Jubeljaar. In het Sjabbat- of Jubeljaar laat men het beheer over het land vrij en hebben armen en buren evenveel rechten om van de oogst te nemen als de landeigenaar. Op deze manier maakt de boer duidelijk dat G-d de uiteindelijke Bezitter is van het land.
Interessant is in dit verband, dat rijk en arm dezelfde eigendomspositie krijgen. Rijk noch arm weten of zij aan het eind van het Sjabbatjaar voldoende te eten zullen hebben. Niemand is eigenaar van het land en mag daar beheersdaden over verrichten.
Voor de moderne mens lijkt dit een onmogelijke opdracht. Zolang wij er inderdaad niet in slagen – ook in ons dagelijkse jachtige leven – iets van de Sjabbat-gedachte in te bouwen, zullen wij behept blijven met het beheersbaarheidfanatisme, dat onze tijd kenmerkt. De ‘Sjabbatsfeer’ eist onze constante aandacht; niet verzwolgen worden door de snel vliedende economie betekent ook tussen zondag en vrijdag bezinningsmomenten inbouwen.
Illustratief hiervoor is de volgende Talmoedische anekdote: “De keizer vroeg eens aan Rabbi Jehosjoe’a ben Chananja: ‘Hoe komt jullie Sjabbatvlees toch aan dat heerlijke aroma?. De Rabbi antwoordde: ‘Bij het koken doen we er een kruid in, dat ‘Sjabbat’ heet. Daarom heeft het vlees zo’n overheerlijke smaak’. De keizer vroeg toen: ‘Geef mij wat van dat kruid’. Maar Rabbi Jehosjoe’a antwoordde, dat dat niet kon: ‘Dat kruid werkt alleen voor diegenen, die Sjabbat houden. Voor hen, die de Sjabbat-rust niet kennen, sorteert het kruid geen effect’”.
Alleen bij volle overtuiging van de noodzaak en het nut van rust en bezinning zal de Sjabbat-gedachte zijn zegenrijke invloed kunnen uitoefenen. Bestaat deze overtuiging niet, stopt men wel met werken maar de diep louterende werking van de rustdag – het aroma van Rabbi Jehosjoe’a – zal de workaholic niet deelachtig worden.
Mogen wij zo simpel conclusies trekken omtrent de gevolgen en effecten van de ge- en verboden uit de Tora? Gaat het hen, die de geboden opvolgen automatisch goed en blijven de jachtige ‘yuppies’ gevangen in een vicieuze cirkel van onrust en niet-bezinning? Een neerwaartse spiraal van steeds meer fysiek bezig zijn en steeds minder spiritualiteit? Nee! Op ieder moment kan de mens de maalstroom van zijn eigen tekorten opheffen, door een ingeving van Boven gesteund of door een obstakel van onder geveld. Vroeg of laat ontmoet ieder eerlijk mens zichzelf en wordt hij geconfronteerd met de vraag ‘wat doe ik eigenlijk op deze wereld, waarvoor werk ik zo hard?’.
Beperking en vrijheid
Zes dagen leven wij in de beperkende materiële wereld. Maar op Sjabbat richten wij ons op het spirituele. Lord Immanuel Jakobovits, voormalig Opperrabbijn van het Gemenebest geeft de Sjabbatidee nog meer diepgang. Het rusten van G’d zelf op Sjabbat was een ultieme expressie van vrijheid. Het Hebreeuwse woord voor Almachtige is ‘Sja-dai’, dat de Rabbijnen interpreteerden als ‘Hij die tegen Zijn wereld zei: dai, genoeg’. Gedurende zes dagen legde G’d Zijn wil op: de hemelen en de aarde, de hemellichamen daarin en al hun krachten riep Hij één voor één tot leven, en elke dag was Hij getuige van een ingewikkelder schepping, totdat uiteindelijk de mens verscheen.
Toen zei Hij ‘genoeg’ en stopte Hij verdere, nieuwe schepping. Terwijl Hij alle leven de vrijheid liet om zich volgens eigen natuurwetten te vermenigvuldigen, rustte Hij en beheerde Hij slechts wat Hij had geschapen zonder toe te staan dat de mens overtroffen zou worden door een nog verder ontwikkeld, wellicht niet te beheersen schepsel of monster. G’d heet de ‘Almachtige’ naar zijn vermogen om te scheppen. Toch is het juist Zijn vermogen om te stoppen met scheppen, om datgene wat Hij geschapen heeft in toom te houden, een nog grotere blijk van Zijn grootsheid. Door het scheppingsproces een halt toe te roepen, zorgde G’d ervoor dat datgene wat hij geschapen had vrij bleef en niet ondergeschikt werd aan steeds maar grilliger en ontembaarder vormen van leven en energie.
Sjabbat als onthaasting
Stress en verhaasting, gezondheidsproblematiek en tijdgebrek zijn allen bekende verschijnselen in het moderne dagelijkse leven. De Bijbelse rustdag kenmerkt zich door een intensief gezins- en familieleven, gezamenlijke Tora- en Talmoedstudie en synagogebezoek.
Het ‘niet-creëren’ en ‘niet-produceren’ staan op deze dag centraal. Men dient af te zien van iedere activiteit, die als planmatig en doelgericht produceren kan worden opgevat. Op de Sjabbat wordt er aan tafel gezongen en komen gasten langs. Geen elektrisch apparaat wordt aangezet. Al deze factoren zorgen voor een werkelijke lichamelijke rust, met volop mogelijkheden tot geestelijke groei en ontplooiing.
De economie in is de motor van onze welvaart. Sommige bedrijven draaien volcontinu, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week. De 24-uursecononie gaat voorbij aan lichamelijke en psychische ritmes. Dit heeft gevolgen voor onze fysieke en geestelijke gezondheid. Tevens komt bij afwijkende werktijden het sociale leven tekort. Ouders kunnen minder tijd vrijmaken voor de opvoeding van hun kinderen, waardoor ook de waarden en normen die een familie samen deelt en de overdracht daarvan in het gedrang komen.
Het samen beleven van religieuze waarden, het met elkaar stilstaan bij zingevingsvragen vormen – zeker tegenwoordig – de belangrijke elementen in het menszijn. De mens heeft behoefte aan bezinning, tijd en ruimte voor het onderhouden van – naast de relatie met de medemens – zijn relatie met G-d.
Geen tijd voor rust…
Mensen hebben behoefte aan een collectieve vrije dag. Een bijzondere dag, waarop zij iets anders doen dan normaal en doorgaans het gezelschap zoeken van anderen.
Rust is een kostbaar en schaars goed in onze samenleving. Het benadrukken van economische factoren leidt ertoe dat wezenlijke zaken uit het beeld verdwijnen, zoals de kans op grote gezondheidsproblemen ten gevolge van de verhaasting.
Het Tora denken voegt nog enkele dimensies toe aan de omgang met onze economische ontwikkeling. In het Tora denken wordt de mens niet geacht iets in eigendom te hebben. Kapitaalgoederen moet men beschouwen als deposito’s; alle aardse goederen zijn aan de mens toevertrouwd onder andere met de bedoeling daarmee goede, G-d welgevallige werken te verrichten.
Het Hebreeuws kent geen apart werkwoord voor het begrip ‘hebben’ of ‘bezitten’. In plaats daarvan wordt een constructie van het woord ‘zijn’ gehanteerd; ‘jeesj lie – er is voor mij aanwezig’.
Eigendommen en bezittingen zijn in de religieuze werkelijkheid slechts panden, door G-d aan de mens – voor zekere tijd – toevertrouwd.
Vanuit een Tora denkkader voelt ieder mens zich afhankelijk van de Almachtige, die de mens voorziet in alles wat hij nodig heeft. Van de mens wordt hiervoor enige tegenprestatie verlangd.
Eén van de vele wegen hiertoe is het ondersteunen van armen, zieken en behoeftigen. Een andere manier is door het heiligen van de Sjabbatdag.
Op die manier laat men zien dat men bewust is dat álles van Hem komt. Door de Sjabbat in het teken te zetten van de relatie tussen mens en G-d, maakt men deze dag “heilig”.
Sjabbat Sjalom.
