Parsja Tetsave

TETSAVE (beveel): Mosjee krijgt de opdracht ervoor te zorgen dat de Menora brandend gehouden wordt en Aharon en zijn zonen aan te stellen als priesters (kohaniem). Ook moeten er kleren voor hen geweven worden, die gedetailleerd beschreven worden: o.a. een borstschild, een voorhoofdsplaat, een schoudermantel (efod), een tulband en een gordel. Er moeten ook twee stenen waarin de namen van de stammen gegraveerd worden, aan de schouderstukken gehecht worden. Voorts een borstschild ‘’voor bijzondere beslissingen’’ met speciale stenen die Aharon op zijn hart moet dragen. Onderaan de mantel moeten belletjes aangebracht worden. Voor de aanvaarding van het priesterschap moeten er offers gebracht worden en de nieuwe priesters moeten zich zeven dagen voorbereiden, Aharon wordt ook gezalfd met olie, en ingewijd met een meeloffer, olie en wijn.
PARSJAT ZACHOR wordt deze week extra gelezen na de wekelijkse parsja als voorbereiding op Poeriem.

De Arba Parsjot
Er zijn sommige sjabbatot, die enigszins als bijzondere sjabbatot beschouwd worden, waarop buitengewone parsjot worden voorgelezen. De meeste van deze sjabbatot ontlenen hun naam aan de speciale afdeling uit de Tora (of haftara), die op die dagen gelezen wordt. Gedurende de vier sjabbatot voor en na Poeriem worden de zogenaamde Arba Parsjot voorgelezen.

De eerste sjabbat heet Sjabbat Sjekaliem (twee weken geleden), de sjabbat voor of op 1 Adar of 1 Adar II, waarop de afdeling van de sjekaliem (Exodus 30:11-16) gelezen wordt ter herinnering aan de oproep om de bijdragen voor de tempel- en offerdienst in te leveren.

De tweede sjabbat heet Sjabbat Zachor, de sjabbat voor Poeriem, waarop de afdeling omtrent het gebod om de herinnering aan Amalek te vernietigen wordt voorgelezen (Deut. 26:16-19).

De derde sjabbat heet Sjabbat Para, de eerste of tweede sjabbat na Poeriem. Daarop wordt gelezen over de reiniging met de as van de rode koe (Numeri 19). Deze parsja was juist in deze tijd van het jaar toepasselijk in verband met het brengen van het Pesach-offer, waarvoor men rein moest zijn.

De vierde sjabbat heet Sjabbat Hachodesj, de sjabbat vóór of op 1 Nisan. Op deze sjabbat wordt de parsjat Hachodesj voorgelezen (Exodus 12:1-20), waarin het Joodse volk wordt voorbereid op het Pesach-offer en de Jom Tov (feestdag) van Pesach.

Parsjat Zachor: een mitsva uit de Tora?
Het voorlezen van de Parsjat Zachor is volgens een aantal Wijzen een mitsva uit de Tora. In de Talmoed (B.T. Megilla 18a) wordt dit als volgt verwoord: “de Tora schrijft voor (Deut. 25:19): Herinner! … Nu had ik kunnen denken, dat puur herinneren (in de gedachte) voldoende zou zijn. Wanneer de pasoek nu verder zegt: “Ge zult niet vergeten” (ibid.), wordt met deze laatste uitdrukking gedoeld op het herinneren in de gedachte. Wat bedoelt de Tora nu met het woord ‘herinner’? Dit betekent verbaal herinneren”. Parsjat Zachor moet met minjan uit een sefer-Tora (Tora-rol) worden voorgelezen.

Parsjat Zachor en de overige drie bijzondere parsjot
Rabbi Sjelomo Hakkoheen uit Vilna geeft hierbij een verschil aan tussen parsjat Zachor en de overige parsjot van de Arba Parsjot: parsjat Zachor verschilt van parsjat Sjekaliem, Para en Hachodesj, want deze laatste drie zijn alleen maar ingesteld voor de gemeenschap. Maar ieder individu is niet verplicht deze Parsjot te lezen, indien er geen minjan is. Dit is anders bij parsjat Zachor, want hierbij rust op ieder individu een plicht om deze parsja te lezen. Als er geen perkamenten sefer-Tora is, moet men dit uit een choemasj (gedrukte Tora) lezen. Rabbi Sjelomo Hakkoheen voegt hieraan toe, dat het ook de gewoonte was van de Gaon van Vilna om parsjat Zachor en ook de Megilla zelf te lezen. De Gaon van Vilna deed dit zelf, omdat deze verplichtingen op het individu rusten. Indien er sprake is van een individuele (in tegenstelling tot de gemeenschaps-) plicht geldt de algemene regel, dat het beter is dit zelf uit te voeren en dit niet te laten doen door iemand anders. Bij de overige van de vier Parsjot geldt, dat er alleen maar een verplichting is om te luisteren en hierbij kan men zijn verplichting gerust door iemand anders laten vervullen.

Is Parsjat Zachor voor Poeriem verplicht?
Volgens sommigen bestaat er geen specifiek voorgeschreven tijdstip voor het voorlezen van parsjat Zachor. De Chagamiem hebben dit alleen vlak voor Poeriem ingesteld, omdat het bij het onderwerp van Poeriem aansluit.

Rabbi Jesaja Pieck-Berlin leidt uit het verbod om te vergeten af, dat men minimaal een maal per jaar moet voorlezen over wat Amalek ons heeft aangedaan, omdat het een algemene regel is in de Talmoed (B.T. Berachot 58b), dat men na een jaar begint te vergeten (vandaar bijvoorbeeld ook, dat het aweeljaar nooit langer dan een jaar duurt).

Een aanduiding in de Tora voor het voorlezen uit een perkamenten en handgeschreven Tora-rol
In de responsa-verzameling Amoedee Or wordt in de tekst van Exodus 17:14 een aanknopingspunt gevonden voor de verplichting om parsjat Zachor uit een sefer-Tora voor te dragen. Daar staat namelijk: “Schrijf dit als herinnering in een Boek”. Waarom moest “davka” parasjat Zachor in een boek of perkamenten rol worden neergeschreven? Bovendien zou men zich kunnen afvragen hoe de Joden in de woestijn, die toch ook elk jaar verplicht waren om parsjat Zachor voor te lezen, hun plicht hebben kunnen vervullen. De Tora werd immers pas aan het einde van de veertig jaar opgeschreven. Daarom heeft G’d aan Mosje opdracht gegeven om Parsjat Amalek op te schrijven in een apart sefer.

Wat te doen, indien men parsjat Zachor niet heeft gehoord?
Wat moet men doen als men parsjat Zachor niet heeft gehoord? Volgens de Mageen Avraham kan men de plicht van het herinneren ook vervullen met de Tora-voorlezing op Poeriem zelf ‘s ochtends, dat ook over de oorlog van Amalek met het Joodse volk handelt (Exodus 17:8 e.v.). De Misjna Beroera is het echter niet eens met de Mageen Avraham. Het belangrijkste van de mitsva is namelijk te herinneren, wat Amalek ons heeft aangedaan en om aan de komende geslachten door te geven, dat wij verplicht zijn om de naam van Amalek uit te wissen. Dit staat echter niet beschreven in de parsja, die op Poeriem zelf wordt voorgelezen.

De verplichting van vrouwen
De Poskiem verschillen van mening over de vraag of ook vrouwen verplicht zijn om te luisteren naar parsjat Zachor. Volgens Chinoeg (603) zijn vrouwen vrijgesteld van de verplichting om parsjat Zachor te horen, omdat zij niet ten strijde trekken in een oorlog (de herinnering aan Amalek is verbonden met de verplichting om Amalek uit te roeien). Chinoeg is dezelfde mening toegedaan bij alle andere geboden, die in verband staan met oorlog: die gelden alleen maar voor mannen.

Velen maken echter bezwaar tegen deze opvatting van Chinoeg, omdat er immers heel duidelijk in de Misjna (B.T. Sota 4b) geschreven staat, dat bij een verplichte oorlog (en dit is de oorlog tegen Amalek) zelfs een bruid van onder haar choepa moet meevechten.

Anderen stellen echter, dat de verplichting om Amaleks daden te herinneren niet in verband staan met een daadwerkelijke oorlog tegen Amalek en bovendien staat er niet alleen een gebod, maar ook een verbod (“Ge zult niet vergeten”) en dit geldt zeker voor vrouwen. Vrouwen zijn namelijk alleen vrijgesteld van GEboden, die aan tijd gebonden zijn. Tot de VERboden zijn vrouwen altijd verplicht.

POERIEM IN ISRAËL

Poeriem in Israël is heel anders dan in Holland. Poeriem wordt daar door iedereen gevierd. In de orthodoxe wijken beheerst Poeriem het straatbeeld. Daarom is het interessant enige halachische problemen rond Poeriem in Eretz Jisra’eel te bespreken.

In beide Talmoeden is een speciaal tractaat – onder de naam Megilla – gewijd aan één van de zeven mitsvot op Poeriem: keriat hamegilla – het voorlezen van de Megilla. In de Babylonische Talmoed (Megilla 3a) staat het volgende: ‘De kohaniem, levie’iem en de vertegenwoordigers van het volk Israël (die altijd aanwezig waren bij het brengen van de offers) verlaten allen de Tempeldienst om te gaan luisteren naar keriat hamegilla (de Megilla-voorlezing)’. In de Sjoelchan Aroech (O.Ch. 687:2) werd deze uitspraak als volgt opgeschreven: ‘Men stopt Tora-studie om keriat hamegilla te horen. Zeker geldt dit voor alle andere mitsvot uit de Tora: alle mitsvot wijken voor het horen van de Megilla’, tot zover de mening van Rabbi Joseef Karo (1488-1575). Bij oppervlakkige lezing lijkt hij te stellen, dat keriat megilla in absolute zin voorrang verdient boven vrijwel iedere andere Tora-verplichting.

Rabbi Mosje Isserles (1520-1577), Rema, is het met deze uitleg echter niet eens. Volgens hem is de voorrang van keriat megilla slechts een relatieve zaak. Keriat megilla heeft in het algemeen slechts voorrang – in tijd – boven een andere mitsva min-haTora. Met andere woorden indien ik moet kiezen tussen twee mitsvot, die ik beide binnen de voorgeschreven tijd kan vervullen, moet ik keriat hamegilla laten voorgaan. Maar als er onvoldoende tijd is voor het vervullen van beide mitsvot, gaat een Tora-verplichting voor het lezen van de Megilla en kan het zo zijn, dat men de mitsva van keriat megilla helemaal niet vervult.

Taz verschilt van mening met Rabbi Mosje Isserles. Op de vraag hoe het mogelijk is, dat een mitsva deRabbanan (keriat megilla, die door de Rabbijnen werd ingesteld) voorgaat boven een mitsva van de Tora, antwoordt Taz, dat keriat megilla de status heeft van ‘Divree Kabbala’, dwz. het is een mitsva, die voorgeschreven wordt in Nach. Taz is van mening, dat de Divree Kabbala gelden als Divree Tora, dus Tora-status hebben.

Ommuurde steden
De vraag of keriat megilla een Rabbijnse of Tora-status heeft, is niet geheel van praktisch belang ontbloot. Als algemene regel geldt, dat in geval van twijfel over een mitsva min-haTora, wij verzwarend paskenen (lechoemra), terwijl wij lekoela (verlichtend) paskenen bij een mitsva mideRabbanan.

In steden, die een muur hadden ten tijde van Jehosjoe’a ben Noen wordt Poeriem gevierd op 15 Adar. Wat nu, als er twijfel bestaat of een bepaalde stad sinds de dagen van Jehosjoe’a een muur had? Zulke steden bestaan in Israel: Jaffa, Akko, Gaza, Loed, Tiberias, Sjechem, Chevron, Tsefat en Chaifa, de oude steden van het Heilige Land. Moeten de inwoners van deze steden nu lechoemra gaan (zowel op de veertiende als op de vijftiende Adar de Megilla lezen) of lekoela en alleen op de veertiende Adar Poeriem vieren, zoals de gewoonte is in de meeste steden?

In de praktijk wordt in deze steden zowel op de veertiende als op de vijftiende Adar de Megilla voorgelezen. Deze minhag staat reeds opgetekend in de Talmoed (B.T. Megilla 5b): ‘Chizkia las de Megilla in Tiberias op de veertiende en de vijftiende, omdat hij niet precies wist of deze stad reeds in de tijd van Jehosjoe’a ben Noen een muur had of niet’.

Rabbenoe Nissiem (1290-1375) meent, dat Chizkia de Megilla twee maal voorlas uit voorzichtigheid (middat chassidoet) maar niet omdat dit halachisch verplicht zou zijn. Immers, zo vervolgt Rabbenoe Nissiem, de Ge’oniem (750-1000) hebben reeds gepaskend (beslist), dat men in geval van twijfel de meerderheid van de steden volgt, die geen muur hadden in de tijd van Jehosjoe’a ben Noen. Bovendien geldt ‘safeek deRabbanan lekoela’: bij geval van twijfel aangaande een mitsva deRabbanan paskenen we verlichtend.

Rambam (1135-1204), Rabbi Ja’akov Asjerie (1283-1340) en de Sjoelchan Aroech zijn echter van mening, dat bovengenoemde ‘twijfelachtige steden’ halachisch verplicht zijn op beide dagen de Megilla te lezen. Zij baseren zich uiteraard op de hiervoor geciteerde Gemara.

De nieuwe wijken in Jeroesjalajiem
De Talmoed (B.T. Megilla 3b) deelt mee, dat steden en dorpen in de buurt van ommuurde steden, de dien (status) van de nabij liggende ommuurde stad volgen: ook zij lezen op de 15e Adar. Deze dorpen en steden moeten wel binnen een afstand van 2000 Talmoedische ellen (960 tot 1120 meter) liggen van de ommuurde steden of vanuit de ommuurde steden zichtbaar zijn. Toen in het begin en midden van deze eeuw de oude Joodse steden herbouwd en uitgebreid werden, ontstonden vragen omtrent de aanbouw rond bijv. de oude stad van Jeroesjalajiem (immers alleen de oude stad kan geacht worden een muur te hebben gehad in de dagen van Jehosjoe’a ben Noen). Vele wijken bevinden zich op meer dan 2000 el afstand van de oude stad en zijn vanuit de oude stad niet zichtbaar.

Ten opzichte van het loopgebied op Sjabbat geldt, dat iedere aanbouw aan de stadskern tot de bebouwde kom van de stad wordt gerekend, hoewel de nieuwbouw veel verder dan 2000 el van de stadskern kan reiken. Hoe luidt de dien nu t.o.v. keriat Megilla? In de praktijk leest geheel Jeroesjalajiem de Megilla op de 15e.

Een volgend probleem in Israel betreft soldaten in militaire dienst. Soms zal het hen aan tijd ontbreken om de megilla twee maal te horen. Indien zij moeten kiezen tussen ‘s avonds of overdag lezen, wat is dan de halachisch meest juiste beslissing?

De Megilla ‘s avonds en overdag
Op Poeriem moet men de Megilla twee keer horen voorlezen, eenmaal ‘s avonds ingaande Poeriem en eenmaal overdag. Volgens de Tosafisten (ca. 1250) en Rabbenoe Nissiem is de voorlezing overdag het belangrijkst. De voorlezing ‘s avonds is relatief minder verplichtend. Dit gegeven is belangrijk in verband met de bovenstaande vraag: als een soldaat slechts beperkt verlof heeft en moet kiezen tussen het horen van de Megilla overdag of ‘s avonds, zou hij volgens Chagam Zwi overdag verlof moeten aanvragen, omdat dit de hoofdverplichting vormt. Rabbi David Ben Zimri, Radbaz is echter van mening, dat men in dergelijke gevallen niet zozeer moet letten op de belangrijkste verplichting maar meer op de eerstkomende verplichting, hoewel deze lichter kan zijn. ‘Men mag niet voorbijgaan aan mitsvot’ en daarom moet een soldaat verlof vragen voor de eerstkomende mitsva, wat in dit geval keriat haMegilla ‘s avonds is. Omtrent dit meningsverschil wordt – voor zover mij bekend – niet voor de praktijk gepaskend.

Sjabbat sjalom!

Reacties zijn gesloten.