Parsja Vajeesjev

VAJEESJEV (en hij woonde). Ja’akovs meest geliefde zoon, Joseef, krijgt van hem een fraai, kleurig gewaad. Joseef vertelt zijn broers van zijn dromen: de ene waarin de graanschoven van de broers buigen voor de zijne, de andere waarin de zon, de maan en de sterren voor hem buigen. De broers krijgen een hekel aan hem en als Ja’akov hem erop uit stuurt om naar de welstand van de elders weidende broers te informeren, besluiten ze hem te doden. Op voorspraak van Re’oeween werpen ze hem echter in een droge put. Jehoeda stelt voor hem aan een juist langskomende karavaan te verkopen. Het gewaad dopen de broeders in het bloed van een geitenbokje en laten het door een gezant aan Ja’akov brengen. Deze veronderstelt dat Joseef door een dier verscheurd is. Hij is ontroostbaar. In Egypte wordt Joseef verkocht aan Potifar, de overste van de lijfwacht.
Hoofdstuk 38 onderbreekt het verhaal van Joseef voor de geschiedenis van Jehoeda, zijn zonen en Tamar, de vrouw van zijn eerstgeborene. Zij wordt weduwe van de oudste zoon van Jehoeda. Volgens de regels van het zwagerhuwelijk trouwt ze met de tweede zoon, die echter zijn zaad verspilt om zwangerschap te voorkomen. Ook hij sterft. Tamar ziet dat Jehoeda haar zijn derde zoon niet geeft en besluit nakomelingschap te verwerven via Jehoeda. Dat lukt via een truc. Zij wordt één van de voormoeders van koning David. Weer terug naar Joseef: hij verwerft de gunst van zijn meester en zijn meesteres wil hem verleiden. Hij weigert; door deze belediging beschuldigt zij hem valselijk, zodat hij in de gevangenis wordt geworpen. Ook daar klimt hij op. Hij duidt de dromen van de wijnschenker en de bakker van Fara’o juist. Na zijn vrijlating vergeet de schenker zijn belofte een goed woordje voor hem te doen bij Fara’o.
►Ja’akov blijft in Chevron
Waarom vermeldt de Tora de woonplaats van Ja’akov? Ja’akov bleef in Chevron wonen, hoewel er geen goede weideplaats was voor het vee. Jitschak was daar geslaagd in zijn religieuze werk. Het lukte hem veel mensen naar Tora en Jodendom te brengen. Ja’akov had goede hoop om de rest van zijn leven rustig te kunnen werken aan het levenswerk van zijn vader en grootvader. Hij wilde zich concentreren op het verkondigen van de waarheid. Hij wilde in alle rust mensen onder de vleugels van de G’ddelijke Majesteit brengen. G’d had echter andere plannen. Een tsaddiek mag blij zijn met zijn beloning in de Toekomstige Wereld. Maar op deze wereld kan het zijn dat hij een moeilijk leven heeft.

►Joseef was een bijzonder kind
Wat was de speciale band tussen Joseef en Ja’akov?
Joseef leek op zijn vader. Niet alleen in uiterlijk was Joseef precies zijn vader maar ook hun persoonlijke geschiedenis vertoonde veel overeenkomsten. Joseef was de eerstgeborene van zijn lievelingsvrouw Racheel. Hij bezat grote kwaliteiten. Joseef had een enorme Tora-kennis. Iedereen in zijn omgeving voelde aan dat hij eens een groot man zou worden. Joseef kreeg van zijn vader ook alle geheimen van de Tora mee, die Ja’akov niet met anderen wilde delen. Ja’akov maakte een speciaal zijden kleed voor Joseef met lange mouwen, als teken dat hij geen ander werk hoefde te doen. Dit wekte de jaloezie van de andere broers. Het is geen goede zaak om het ene kind boven het andere kind voor te trekken.

►Waarom besteedt de Tora zoveel aandacht aan Joseef? Joseef was in een groot aantal opzichten duidelijk een bijzonder kind. Hij was besneden geboren, nadat zijn moeder zeer langdurig onvruchtbaar was. Zijn geboorte was een wonder. Juist vanwege Joseefs speciale eigenschappen werd hij door zijn broers gehaat en probeerden ze hem zelfs te doden. Joseef trouwde buiten Israël en kreeg daar kinderen. Dit bewijst zijn grote kedoesja. Zelfs buiten Israël was G’d met hem. Joseef sprak met een Engel op weg naar Sjechem toen hij zijn broers zocht en hij werd groot door een droom, hetgeen duidt op een G’ddelijke sturing. Hoewel hij gevangen zat, werd hij binnen de kortste keren de belangrijkste en rijkste man van Egypte. Joseef was zo’n grote tsaddiek dat zelfs zijn heidense baas Potifar gezegend werd vanwege zijn aanwezigheid. Joseef bracht een groot deel van zijn leven door in Egypte. Toch verliet de Sjechina (de G’ddelijke Aanwezigheid) hem niet. De Roe’ach Hakodesj (G’ds Geest) was constant bij hem.

►Joseef schatte zijn broers verkeerd in
Als zij zulke tsadikiem waren, waar ging hun ruzie dan om?
Joseef en zijn broers hadden een meningsverschil over de vraag wat hun status was: waren zij Noachiden met een speciale opdracht om zich te besnijden en een traditie die veel op de Tora leek? Of waren zij al op het niveau van de Bnee Jisra’eel na Matan Tora (de Tora-wetgeving op de berg Sinai). Hoewel zijn gedachten doorlopend op G’d gericht waren, beoordeelde Joseef zijn broers verkeerd. Hij besprak het gedrag van zijn broers met Ja’akov. Hij hoopte dat Ja’akov de broers weer op het rechte pad zou zetten.
Maar dit was onjuist. Joseef had alle problemen die hij had met het gedrag van zijn broers eerst met zijn broers moeten bespreken. Dat had alle misverstanden kunnen ophelderen en er waarschijnlijk toe geleid dat de broers hun gedrag zouden veranderen. Joseef sprak lasjon hara en kreeg precies zo betaald door Hasjeem als hij gedaan had. De broers begonnen hem te haten. Zo vertelde Joseef aan Ja’akov dat hij de broers vlees van levende dieren zag eten. Ze hadden verzuimd het dier te slachten.
Maar dit was verkeerd gezien. De broers slachtten alle dieren op een koosjere manier. Als het nog stuiptrekt na de sjechita (koosjere slachting) mag het vlees in principe al gegeten worden. Voor niet-Joden is dit verboden omdat ze moeten wachten tot het dier helemaal stil ligt. Voor de Joden geldt de sjechita als het moment van het overlijden en mogen zij direct daarna het dier eten. Een foetus in de buik mag gegeten worden zonder eigen sjechita, wanneer de moeder een koosjere sjechita heeft gehad. Het dier in de buik hoeft niet apart nog geslacht te worden. Hij zag hen zo’n dood kalf eten zonder sjechita en beschuldigde hen dus onterecht.

►Midda keneged midda – straf naar schuld. Joseef kreeg straf zoals hij gezondigd had. G’d beloofde hem dat, wanneer de broers uiteindelijk zijn gewaad in geitenbloed gedrenkt aan hun vader zouden laten zien en zouden zeggen dat Joseef verscheurd was door een wild dier, zij het dier eerst koosjer zouden slachten, hoewel ze die geit niet eens zouden eten. Joseef vertelde zijn vader dat de kinderen van Lea, de kinderen van Bilha en Zilpa de zonen van de dienstmeisjes noemden. Maar dit was niet negatief bedoeld door de zoons van Lea. G’d verweet dit Joseef en zei dat hij als midda keneged midda als dienaar en slaaf verkocht zou worden. Hij beschuldigde de broers ervan dat zij handelden met Kena’anitische vrouwen. Joseef vond dit maar minderwaardig en ontuchtig. G’d zei tegen Joseef: “Als jij denkt dat je beter bent dan je broers dan zal Ik kijken of jij bestand bent tegen de verleidingen van de vrouw van Potifar. We zullen zien hoe jij reageert.” De haat tegen Joseef werd steeds sterker. De broers, die geen huichelaars waren, konden hem niet eens meer goedemorgen zeggen.

►De dromen van Joseef
Waren de dromen essentieel voor het verdere verloop van de Joodse geschiedenis?
Op een goede dag had Joseef een droom en wilde dat aan zijn broers vertellen. Maar die waren niet geïnteresseerd. Toch voelde Joseef de behoefte om zijn profetische droom aan zijn familieleden te vertellen. Joseef hoopte dat hij door de droom wat meer geliefd zou worden. Als ze maar zouden weten dat hij voorbestemd was voor een hoge functie, zouden ze hem niet meer zo haten. Bovendien mag een profeet bij een openbaring niet eens zijn mond houden. Hij moet zijn visioen vertellen. Joseef vertelde dat hij in zijn droom zag dat alle twaalf broers schoven op het veld aan het binden waren. De schoven van de broers vergingen maar die van Joseef bleef goed en uiteindelijk bogen de schoven van de broers voor de schoof van Joseef. Uiteindelijk werd deze droom gerealiseerd. Joseef verzamelde alle graan in de jaren van overvloed. Hij sloeg het graan op en zorgde ervoor dat het niet verging. De broers zouden naar Egypte komen om daar te buigen voor de Joodse onderkoning. Maar de broers konden dit niet verkroppen: “Denk je werkelijk dat je over ons zult heersen?” Doordat de broers de droom niet geloofden, werd de vervulling van deze profetische droom 22 jaar uitgesteld.

►Al gauw volgde er een tweede droom: “Ik zag de zon, maan en sterren zich voor mij buigen.” Vader Ja’akov was hierbij aanwezig en Ja’akov vroeg zich af hoe Joseef wist dat hij, Ja’akov, door G’d ‘zon’ genoemd werd. Joseef kon het alleen op profetische wijze weten. Ja’akov probeerde de haat van de broers enigszins te sussen. Hij verweet Joseef dat zijn droom onmogelijk waar kon zijn, omdat de zon en de maan zijn vader en zijn moeder voorstelden. Hoe kon zijn moeder voor hem buigen? Racheel was al lang overleden. Ja’akov wist niet dat Bilhah de rol van Joseefs moeder Racheel had overgenomen. De broers begonnen Joseef steeds meer te haten, hoewel Ja’akov duidelijk zijn afkeuring had uitgesproken.

►De broers waren bang dat de droom klopte
Zowel de broers als Ja’akov voelden aan dat de droom waarheid bevatte. De broers waren bang dat Joseef als enige hun heilige vader Ja’akov zou opvolgen in het Jodendom. Ze hadden de voorbeelden voor zich gezien. Uit het huis van Avraham was Jisjma’eel verdwenen. In het huis van Jitschak had Esav uiteindelijk niets meer te vertellen. De broers vreesden dat zij vroeg of laat ook het veld moesten ruimen. Zij vreesden dat Joseef als enige opvolger in de Joodse traditie zou verdergaan en hen van G’ds erfdeel zou verdrijven.
Joseefs broers weidden hun vee in de buurt van Sjechem. Ja’akov had lang niets van zijn zoons gehoord. Hij werd een beetje bang omdat Sjimon en Levi Sjechem hadden uitgemoord. Wellicht zouden de mensen uit de omgeving wraak nemen op de kinderen van Ja’akov. Ja’akov riep Joseef bij zich en vroeg of hij bereid was naar zijn broers te gaan. “Hier ben ik”, zei Joseef. Later realiseerde Ja’akov zich dat dit een geweldige gehoorzaamheid en opofferingsgezindheid was. Joseef en Ja’akov beseften hoe de broers hem haatten, en toch was Joseef zonder meer bereid om hen te bezoeken en Ja’akov’s wens uit te voeren. Ja’akov verweet zichzelf later dat hij Joseef gestuurd had, maar het was G’d’s plan dat Joseef naar Egypte gevoerd zou worden. Dit was ook aan Avraham voorspeld.

►Ja’akov stuurt Joseef naar de broers
Ja’akov begeleidde Joseef tot Chevron, maar Joseef zei tegen zijn vader dat hij terug moest gaan. Ja’akov legde uit waarom hij meeging. In de Tora staat de mitsva (gebod) van de egla aroefa, het genekte kalf. Wanneer iemand dood wordt aangetroffen op het veld, wordt er gemeten naar de dichtstbijzijnde stad. Als het Beet dien de moordenaar niet kan vinden, moeten zij de nek van een kalf breken als verzoening voor de moord. De leden van het Beet dien moeten verklaren: “Onze handen hebben dit bloed niet vergoten, we hebben de man niet zonder eten of drinken weggestuurd, en hem begeleiding aangeboden”. “Als men iemand onbegeleid op weg stuurt, is men mede verantwoordelijk voor zijn dood. Daarom begeleid ik je zo veel mogelijk, hoewel ik oud ben”. Uiteindelijk keerde Ja’akov terug. Drie Engelen begeleidden Joseef om hem te redden uit de handen van zijn broers, om hem te bewaken in de put, en hem te beschermen gedurende zijn reis naar en verblijf in Egypte.

►Waarom vermeldt de Tora het gesprek met de `man’ onderweg? Joseef kwam een man tegen die in feite de Engel Gavriel was. Hij vroeg Joseef wie hij zocht, en vertelde hem dat zijn broers hier ver vandaan waren. De Engel wilde Joseef aangeven dat zijn broers ver van hem weg waren. Maar Joseef begreep de hint niet. Gavriel zei verder dat hij de broers had horen zeggen dat zij naar Dotan zouden gaan, waarmee hij aangaf dat zij slechte plannen tegen hem aan het beramen waren (Dotan komt van het woord “slechte plannen”).
De broers zagen Joseef aankomen en werden kwaad. “Daar komt die dromer en die kwaadspreker”. Ze wilden hem voor de honden gooien omdat dat de straf is voor kwaadsprekers. Maar andere broers wilden hem in een slangenkuil gooien omdat kwaadsprekerij als een slang werkt. Een paar andere broers wilden hem met pijl en boog dood schieten omdat kwaadsprekerij als een giftige pijl werkt. Uiteindelijk besloten ze om hem te doden en zijn lichaam in een van de putten te gooien. Ze zouden vader Ja’akov vertellen dat Joseef door een wild dier verscheurd was. Ze waren benieuwd hoe zijn dromen nog uit zouden kunnen komen, maar ze hadden buiten de waard gerekend, want G’d had andere plannen.

►Ruben neemt het op voor Joseef
Ruben was niet zo hard en was Joseef dankbaar dat hij hem in zijn droom had meegeteld als volwaardige broer. Bovendien voelde Ruben zich als oudste verantwoordelijk voor alles dat er in het gezin gebeurde. Hij realiseerde zich dat wanneer het mis zou gaan hij de schuld zou krijgen, zowel van zijn broers als van zijn vader. Hij wilde het initiatief niet aan Sjimon en Levi overlaten. Hij was bang dat als zij Joseef te grazen zouden nemen, zijn stoffelijk overschot niet eens ongeschonden bij Ja’akov zou terugkomen.
Ruben herinnerde zijn broers er aan dat volgens de voorschriften van de Tora een Beet dien een aangeklaagde vrijuit moet laten gaan wanneer alle rechters unaniem van mening zijn dat hij de doodstraf schuldig is. Dit duidt er op dat zij niet objectief zijn. Ruben pleitte er voor om Joseef vrij te laten. Ruben vertelde zijn broers dat hij zijn eerstgeboorterecht was kwijtgeraakt omdat hij een kleine beoordelingsfout had gemaakt. Wanneer zij Joseef zouden doden, zou dit een fatale fout zijn. “Laten we hem in een put gooien in de woestijn”. Ruben was van plan om zijn broer te redden en hem terug te brengen naar zijn ouderlijk huis.

►Wat gebeurde er tussen de broers en Joseef? Joseef was in paniek. Hij smeekte de broers voor zijn leven, maar zij luisterden niet. Zij rukten zijn zijden sierkleed af. Sjimon wierp Joseef in de put en vroeg zijn broers om stenen naar hem te gooien om hem te doden. De put zat vol slangen en schorpioenen. G’d beschermde Joseef echter. Het wachten in de put was ellendig. Joseef wist niet wat hem boven het hoofd hing. Hij probeerde zich de Tora die hij van zijn vader had geleerd, te herinneren, maar hij was zo geshockeerd dat hij een black-out had. Hij moest vreselijk huilen, maar de broers hoorden het niet eens. Ze gingen eten omdat zij er heilig van overtuigd waren dat zij gelijk hadden. Joseef moest gestraft worden. Ruben was niet bij de maaltijd omdat hij continu aan het vasten was. Op deze manier wilde hij tesjoeva doen voor de inmenging in zijn vaders huwelijkse leven.

►Joseef wordt verkocht
Plotseling kwam daar een karavaan van Jisjmaëliem aan. Hoewel de Arabieren normaliter kerosine vervoerden, hadden zij vandaag heerlijke spijzen bij zich. G’d had dit zo geregeld zodat Joseef, de tsaddiek, niet zou lijden onder de slechte geur. Jehoeda stelde zijn broers voor dat zij Joseef niet zouden doden. Ze zouden zijn dood dan moeten verbergen. Als hij verkocht zou worden zouden ze hem zonder bloedvergieten kunnen lozen. Als iemand sterft is het niet meer mogelijk om te zien welke straf de zondaar zou krijgen. Wanneer Joseef zou blijven leven, zouden ze kunnen zien hoe hij zijn rechtvaardige straf tegemoet gaat. “Laten we hem verkopen aan de Jisjmaëliem”. Jehoeda begon langzamerhand in te zien dat Joseef totaal onschuldig was en dit allemaal niet verdiende. Eigenlijk had hij hem direct terug moeten brengen, maar dat kon hij niet over zijn hart verkrijgen. De broers verkochten Joseef aan de Jismaëliem .

►De broers na de verkoop
Nadat Joseef verkocht was, was de haat tegenover Joseef niet meer functioneel. De profetische voorspelling van het verbond tussen de stukken, dat G’d met Avraham had gesloten, was in werking gezet. De Egyptische ballingschap en slavernij lag in het verschiet.

De broers waren bang dat één van hen de waarheid aan hun vader Ja’akov zou vertellen. Ze zwoeren elkaar dat Ja’akov nooit van de verkoop zou horen. De broers waren bang voor de vloek van Ja’akov. De vloek van een talmied chagam komt altijd uit. Als zij het niet zouden redden, zou niemand er meer zijn om G’d’s waarheid aan de mensen bekend te maken. Ruben was niet aanwezig bij de verkoop. De broers besloten toen dat G’d Zelf de tiende zou zijn, en hoopten dat Hij met hen akkoord zou gaan. ‘s Nachts kwam Ruben terug. Hij wilde Joseef uit de put bevrijden. Maar helaas! Er was niemand meer in de put. Helaas….
Sjabbat sjalom !!

Reacties zijn gesloten.