Parsja Wajisjlach

WAJISJLACH (en hij stuurde). Ja’akov zendt gezanten met geschenken voor Esav. In de nacht worstelt een man – een Engel, met Ja’akov. Aan het einde van de strijd vertelt de man dat zijn naam in het vervolg Jisraëel zal zijn wat betekent dat hij met G’d en mensen gestreden heeft en heeft overwonnen. Ja’akov gaat niet in op het voorstel van Esav om bij elkaar in de buurt te wonen. Ja’akov koopt land van Chamor, de vorst van Sjechem. Enige tijd later wordt Dina, Lea’s dochter, verkracht door Sjechem, de zoon van Chamor. Hoewel Sjechem met haar wil huwen en zijn vader voorstelt beide volksstammen met elkaar te vermengen, zijn de zonen van Ja’akov zeer beledigd door de ontering van hun zuster. Zij stellen voor dat huwelijken pas kunnen plaatsvinden als alle mannen van de stad besneden zijn. Daarna doden Sjimon en Levie alle mannen van Sjechem. Onderweg sterft Rachel tijdens de bevalling van Benjamin. Jitschak sterft op de leeftijd van 180 jaar.
Koheen, 32: 4-13. Ja’akov stuurt Malachiem met verzoenende woorden. Esav komt hem dreigend tegemoet. Ja’akov is bang en davvent tot G’d.
Levi, 32: 14-30. Ja’akov stuurt gaven uit zijn kudde als verzoening. Ja’akov worstelt met een Engel.
3e alija, 32:31-33:5. Na het gevecht met de Engel gaat Ja’akov mank aan zijn heup. Daarom eten wij de heupspier niet. Esav omarmt en kust Ja’akov.

Ja’akov kwam aan in Israël. De Engelen, die hem begeleid hadden in het buitenland, verdwenen en de wacht werd gewisseld door zeshonderdduizend Engelen, die hem nu vanaf de grens van Israël begeleidden.

Discussie over slapende honden
Bij zijn terugkomst in Israël stuurde Ja’akov een bericht aan Esav dat hij in vrede met hem wilde leven. Dit wordt in de Tora vermeld want Ja’akovs mannen vonden dit geen goede zaak. Ze wilden geen slapende honden wakker maken en waren bang dat Esav zou aanvallen maar Ja’akov vertrouwde op zijn Beschermengelen. Dit zou een eeuwig discussiepunt blijven binnen de Joodse gemeenschap. Wat moet men wel en wat moet men niet melden aan de buitenwacht.

“Zo zult u tot mijn heer, tot Esav zeggen:’ Zo zegt uw knecht Ja’akov: ik heb als vreemdeling bij Lavan vertoefd en ben daar tot nu toe gebleven. En ik heb runderen, ezels en kleinvee, dienaren en dienaressen verworven”.
Wat wil de Tora ons hiermee aangeven
?

De inhoud van Ja’akovs boodschap aan Esav
Ja’akov bereidde zijn mannen voor op de ontmoeting. Hij leerde ze allereerst heel bescheiden en nederig te zijn. Zij moesten Esav aanspreken met de titel meester. Toch straalde Ja’akov ook spirituele kracht uit. De gezanten van Ja’akov moesten hem de boodschap meegeven: “Ik heb bij Lavan gewoond en ik was spiritueel toch sterker dan hij. Ik ben pas nu aangekomen omdat Joseef eerst geboren moest worden.” Joseef symboliseert de geestelijke kracht, die Esav toema (onreinheid) aankon.
Ja’akov wilde ook ingaan op de gestolen berachot (zegeningen). Zijn gezanten moesten ook de volgende boodschap doorgeven aan Esav:”Jij denkt dat ik beter ben geworden van de berachot waarvan jij meent dat ik ze van je gestolen heb. De dauw van de Hemel en de vettigheid van de aarde heb ik niet gekregen. Ik heb wel ossen en ezels, maar die zijn noch onderdeel van de dauw van de Hemel noch van de vetheid van de aarde. De berachot zijn dus nooit uitgekomen. Je hebt geen enkele reden om mij te haten!”

Ja’akov wilde eigenlijk helemaal niet over dieren alleen spreken. Het ging om zijn spirituele manpower. Elk van zijn kinderen wordt vergeleken met een specifiek dier. Joseef werd vergeleken met de os. Jisachar wordt vergeleken met de ezel. Ja’akov vertelde Esav ook dat hij schapen had, waarmee hij het Joodse volk bedoelde, dat de Tora zou ontvangen.

Ja’akov gaf Esav aan dat hij immuun was voor zijn slechte intenties. Bij zijn nakomelingen zou koning David horen (dienaren) en Avigail (dienaressen), die met hun grote heiligheid de onreine krachten onderwerpen aan kedoesja.

“Leg uit aan Esav dat als hij vrede wil, ik ook bereid ben met hem vrede te sluiten. Maar als hij uit is op oorlog, dan ben ik daartoe ook bereid.” Ja’akovs boodschappers waren niet erg blij met de ontwikkelingen want ze zagen dat Esav met vierhonderd soldaten op hen afkwam. Was het geen misrekening om boodschappers te sturen naar Esav? Had Ja’akov beter in het geheim terug kunnen keren naar Israël en dat niet aan Esav laten weten? Ja’akov trok nu wel heel erg sterk de aandacht. Hoe zou de oorlog aflopen als Ja’akov met Esav zou moeten gaan vechten? Ja’akov had er geen rekening mee gehouden dat Esav nog steeds vreselijk kwaad op hem was.

Ja’akov was wel voorbereid op oorlog maar op het bericht dat Esav met vierhonderd soldaten onderweg was, begon hij te sidderen van angst. Hij was niet alleen bang om gedood te worden, maar ook om te doden. G’d had wel beloofd hem te beschermen maar Ja’akov begreep dat dit niet onvoorwaardelijk gold. Als maar iemand uit zijn kamp had gezondigd, zou de G’ddelijke belofte van hulp en bijstand niet kunnen doorgaan.

Waarom was de spirituele reus Ja’akov bang voor Esav? Ja’akov was ook bang voor de grote zechoet – verdienste van Esav. Hij herinnerde hoe Esav zijn vader altijd had geëerd, toen Ja’akov weg was in de jesjiva van Sjeem en Ever. Bovendien was Ja’akov daarna nog twintig jaar weg geweest zonder zijn ouders bediend te hebben. Esav had zich de hele tijd bekommerd om zijn ouders. Esav woonde de laatste twintig in het Heilige Land, terwijl Ja’akov in Aram woonde.

Ja’akov bereidde zich op de ontmoeting met Esav op drie manieren voor: hij davvende intens, stuurde geschenken en was ook met wapens voorbereid op een aanval. Ja’akov realiseerde zich dat de belofte van G’d om hem te helpen afhankelijk was van zijn gedrag. Ja’akov besefte ook dat hij al de weldaden die G’d hem bewezen had, niet door zijn grote verdiensten (zechoejot) kwamen. “In mijn eentje ben ik de Jordaan overgetrokken maar nu ben ik uitgegroeid tot een geweldig kamp. Red me uit de handen van Esav. Ik ben nu in twee kampen verdeeld”.

Deze hele episode heeft ook een voorspellende waarde. “Alles was mij gebeurt is een voorspel voor wat met mijn nakomelingen zal gebeuren. Als U mij nu redt, zal dat een teken zijn dat ook mijn nakomelingen gered zullen worden als zij verdrukt en vervolgd worden. Er staat in de Tora dat moeder- en kind-dier niet op één dag geslacht mogen worden. Maar deze slechte Esav dreigt mijn familie helemaal uit te moorden, mannen, vrouwen en kinderen, alles op één dag”.

Iedereen davvende mee, niet alleen Ja’akov. Ja’akovs gebed werd direct door Hasjeem beantwoord. Engelen beschermden Ja’akov. Esav zou later rapporteren dat een groep Engelen, vermomd als gewapende soldaten, inhakten op de troepen van Esav. Hierdoor hielden ze afstand van Ja’akov en zijn familie.

Een-tiende afkoop in plaats van tsedaka. Ja’akov stuurde ook prachtige cadeaus aan Esav om hem gunstig te stemmen. Een tiende van al zijn dieren gaf hij aan zijn broer Esav. Eigenlijk had hij het aan tsedaka moeten geven. Die kans had hij gemist. Daarom verviel het nu aan Esav. Ja’akov verdeelde de schapen en andere dieren die hij vooruit stuurde, in kleine kudden. Dit was voor het psychologische effect dat de cadeaus zouden hebben op Esav. Als hij de ene kudde in ontvangst had genomen, zou hij niet weten dat er nog een andere aankwam. Hij zou denken dat dit het cadeau was. Maar als hij weer een kudde zou zien, daarna weer een kudde en daarna weer een kudde, zou hij elke keer weer blij verrast zijn en de indruk hebben dat hij een enorm cadeau had gekregen.

Spreidingsbeleid als voorloper
Als ze Esav tegen zouden komen, moesten ze zeggen dat het een cadeau was van Ja’akov voor zijn meester Esav. Ja’akov davvende dat zijn `spreidingsbeleid’ van de kudde als gave aan Esav een voorloper zou zijn voor zijn kinderen in goles. Ja’akov hoopte dat de enorm hoge belastingen die vijandige overheden zouden opleggen aan de Joden in hun land, gespreid in de tijd zouden zijn, en niet allemaal tegelijkertijd zouden komen. Hasjeem was niet zo blij met de onderdanige houding van Ja’akov. Maar Ja’akov zei: “ Ik moet mij vernederen, want anders zal hij mij doden.”

”Dan kan de groep die overblijft ontkomen (32:8). Ja’akov bereidde zich ook voor op het gevecht met Esav. Iedereen moest een zwaard onder zijn kleren gereed houden. Ja’akov deelde zijn familie in twee kampen. Als het ene aangevallen zou worden, zou het andere kunnen vluchten. Ja’akov wilde dat dit een teken zou zijn voor zijn toekomstige afstammelingen, dat wanneer het Joodse volk aangevallen zou worden door hun vijanden op de ene plaats, ze zouden kunnen vluchten naar een andere plaats. Alles wat de voorouders deden, is een teken van wat er in de toekomst met de kinderen zal gebeuren. Daarom probeerde Ja’akov op al deze plaatsen waar zich rampen zouden voltrekken voor het Joodse volk dit door zijn tefilla (gebed) voor te zijn.

Dina. Ja’akov was bang dat de rokkenjager Esav zou willen trouwen met zijn dochter Dina. Ja’akov wilde dit huwelijk absoluut niet, maar aan de andere kant wordt hem dat toch verweten. Dina had een positieve invloed kunnen hebben op Esav. Ja’akov verhinderde dit maar het kwam hem duur te staan. G’d zwoer dat Dina zou worden verkracht door de onbesneden Sjechem, zoon van Chamor, terwijl Esav besneden was.

Het gevecht met de Engel als voorloper. Ja’akov trok de rivier Jabok over, en hij ging terug om te kijken of hij niks vergeten was. Tsaddikiem hechten veel waarde aan hun bezittingen omdat ze die eerlijk verkregen hebben. Ze willen die dus niet achterlaten. Aan de andere kant van de rivier zag Ja’akov een man die op een schaapherder leek. Hij bood aan alle bezittingen van Ja’akov over de rivier te brengen maar dan zou Ja’akov ook hem moeten helpen. Ja’akov keek om zich heen en zag, dat de vreemdeling in een mum van tijd alle bagage van Ja’akov over de rivier had gebracht. Ja’akov moest hem nu helpen en bracht de kamelen over, maar er bleken steeds meer kamelen te zijn. Ja’akov liep de hele nacht heen en weer. Er kwam geen einde aan. Ja’akov dacht dat de man een magiër was. Maar het bleek een Engel te zijn, de beschermengel van Esav. Hij probeerde Ja’akov te vernietigen, maar Ja’akov verzette zich. Zij vochten de hele nacht en de stof, die deze strijd deed opdwarrelen, reikte tot in de Hemel.

Ja’akov bleek onoverwinnelijk. Dit nachtelijke gevecht was de voorloper van de continue strijd tussen Ja’akov en de afstammelingen van Esav, het Romeinse rijk en haar opvolgers, tot op de dag van vandaag.
Wij zitten nog steeds in het goles van Edom. Esav wordt Edom genoemd. Uiteindelijk zullen de ons omringende volken niet in staat zijn om los te weken van G’d. Maar de Engel kon wel de heup van Ja’akov ontwrichten.
De ontwrichtte heup duidde er op dat net zoals de beschermengel van Esav Ja’akov toch stevig kon treffen, de volkeren ons bijna zouden uitmoorden. Op bepaalde punten in de geschiedenis was het moeilijk overleven. In de tijd van de Romeinen was het in sommige perioden vrijwel onmogelijk om goed Joods te zijn. De volkeren konden ons echter misschien wel rake klappen uitdelen, maar toch niet helemaal vernietigen.

Toen de ochtend aanbrak moest de beschermengel van Esav terug naar de Hemel. Uiteindelijk had Ja’akov toch gewonnen. Wanneer de Masji’ach komt, zal het Joodse volk zich kunnen bevrijden van de heidense overheersing en zal het goles eindigen. De engel wilde terug naar de Hemel en vroeg permissie aan Ja’akov.
Ja’akov vroeg zich af waarom hij zo snel weg moest. De Engel legde het uit: hij moest ’s ochtends terugkeren om Sjira (het dagelijkse lied) voor Hasjeem te zingen voor de eerste keer. Ja’akov stelde voor dat hij iemand anders zou vragen om zijn plaats in te nemen in het Hemelse koor, maar de beschermengel van Esav weigerde dat omdat dat niet toegestaan was. Hij was bang zijn beurt voor eeuwig kwijt te raken: “Als ik nu niet ga kom ik nooit meer aan de beurt”.

Zorg om talmidee chagamiem. Ja’akov wilde weten waarom de Engel hem kon treffen in zijn heup. Hij legde Ja’akov uit dat hij als talmied chagam nooit in zijn eentje ’s nachts had mogen uitgaan. Dat is verboden omdat verschillende slechte wezens hem zouden kunnen aanvallen. Avraham ging altijd met minimaal twee begeleiders de straat op. “Bovendien Ja’akov, had je ook beloofd dat je G’d een tiende van alles dat je verdient zou geven, en je hebt deze belofte nog niet ingevuld. Bovendien heb je de beracha van Esav afgenomen door een list”. Dat laatste moest de Engel terugnemen.

Reacties zijn gesloten.