Parsja Toledot

In de sidra Toledot wordt de basis gelegd voor het Joodse volk. De geboorte van onze derde Aartsvader Ja’akov, die de twaalf stamvaders zou voortbrengen, wordt omgeven door een waas van mystiek. De wonderbaarlijke ontstaansgeschiedenis van Klal Jisraeel begon echter reeds met Jitschak, onze tweede Aartsvader. Awraham kreeg ook Jisjmaeel. Jitschak kreeg ook Esav. Wie zou de voorvaderlijke traditie voortzetten? Was de afstamming wel puur? Werd het eerstgeboorterecht niet geschonden? Nog steeds hebben wij veel met hun afstammelingen te maken. Volgens sommige tradities hebben wij in het Westen veel met de lijn van Esav te maken terwijl wij in het Midden- en Verre Oosten nogal eens in aanraking komen met de tradities uit de lijn van Jisjmaeel. De grondslag voor deze twee divergerende lijnen worden met name in parsjat Toledot uitgekristalliseerd. Dit zijn belangrijke gegevens, ook voor de huidige realiteit. De pesoekiem (verzen) en verklaringen van de meforsjiem (commentatoren) spreken voor zich.

Esav verkoopt het eerstgeboorterecht
Esav kwam moe en hongerig van de jacht thuis. Zojuist had hij koning Nimrod gedood. Esav lag in een hinderlaag. Toen Nimrod langs kwam hakte hij zijn hoofd af met zijn zwaard. Esav pakte toen van Nimrod de prachtige kleding af die hij gestolen had uit de Arke en waardoor hij de baas was geworden over de hele wereld. Dit waren de kleren van Adam waaraan alle dieren zich onderwierpen. Esav kwam hongerig binnen.

Ja’akov stond in de keuken. Hij bereidde een rouwmaaltijd voor, een bord linzen. Ja’akov was treurig omdat zijn grootvader Avraham was overleden. Jitschak zat sjivve voor Avraham en Ja’akov kookte een rouwmaaltijd. Esav zei: “Geef mij wat te eten van dat rode daar. Waarom kook je eigenlijk linzen?” Ja’akov antwoordde dat grootvader Avraham was overleden. Esav zei toen: “Hoe is het mogelijk dat zo een grote tsaddiek toch gestorven is? Hoe kan het zijn dat ook aan deze grote geleerde het Hemelse recht niet voorbij gaat? Er is kennelijk geen beloning voor goede daden. Ik twijfel eraan of er beloning voor het goede en bestraffing van het kwade bestaat. Dan bestaat er ook geen straf en geen herleving van de doden.” Ja’akov ging in op deze opmerking en zei: “Als het zo is dat religie geen nut heeft, waarom wil je dan het eerstgeboorterecht? Jij doet er niks mee en gelooft er niet in. Weet je wat, verkoop het eerstgeboorterecht aan mij. Maar je moet wel weten dat er zeker vergelding, straf en beloning, herleving der doden en een Toekomstige Wereld is. Je moet weten dat ook de korbanot (offers) belangrijk zijn. Je kan dus later niet beweren, Esav, dat ik jou vals voorgelicht heb”.

De Tora vertelt dat Esav at en dronk. Hij versmaadde het eerstgeboorterecht. Hij geloofde niet in de offers. Hij schepte natuurlijk op tegen zijn mannen: “Ik heb mijn broer bedrogen. Ik heb hem mij een heerlijke maaltijd laten serveren en van zijn wijn gedronken, en ik heb betaald met mijn eerstgeboorterecht. Wat een stommeling is die broer Ja’akov van mij.” Hasjeem riep uit: “Wee jij, slechtaard! We hoeven niet te klagen over de overleden Avraham, want we weten wat hij heeft gedaan. Maar Ik huil om de levende mensen die rondgaan.”

Waarom wilde Ja’akov het eerstgeboorterecht?
Wat is de reden dat Ja’akov dat eerstgeboorterecht zo graag wilde hebben? De eerstgeborene had vroeger het recht om de offers te brengen. Als je geen eerstgeborene was, kon je geen offers brengen, net zoals nu alleen de kohaniem offers mogen brengen. Maar toen hij het eerstgeboorterecht had gekregen bracht Ja’kov wel offers aan Hasjeem. G’d zei tegen hem: “Trek op naar Beet Eel en bouw daar een altaar voor Hasjeem”. Jitschak wilde dat zijn kinderen Tora zouden leren. Toen zij 18 waren geworden gingen ze naar de jesjieva van Sjeem en Ever. Ja’akov vond leren geweldig en bleef 32 jaar in de jesjieva. Maar Esav had geen trek in de jesjieva. Hij bleef bij zijn vader thuis. Hij liep door de velden, schoot wild, en bracht dit ook naar huis. De mensen bedroog hij en hij leidde een losbandig leven. Hij had geen normen of waarden.

Een tijdje later vertrok Esav naar Se’ier, wat later zijn woonplaats zou worden. Daar zag hij de dochter van een Kena’anitiesche man, Jehoediet, de dochter van Be’erie, de zoon van Ever de Chitiet. Esav trouwde met Jehoediet. Hij kwam met haar naar Chevron, waar zijn ouders verbleven. Ja’akov was inmiddels 50 jaar oud. Sjeem, de Rosj jesjieva, was gestorven toen hij 600 jaar was. Ja’akov keerde huiswaarts. Hij bleef doorleren. Een tijdje later kwam er bericht uit Charan. Lavan had eindelijk een tweelingdochter gekregen. De oudste heette Lea en de jongste Racheel.

Jitschak wordt blind
Toen Sarah in het paleis van Avimelech, de koning van de Filistijnen was, werd Avimelech kwaad omdat Avraham gezegd had dat hij haar broer was, en niet haar man. Uiteindelijk kreeg Sarah een vloek van Avimelech dat haar kinderen blind zouden worden. Dit is uiteindelijk uitgekomen bij Jitschak (hieruit leren onze Wijzen dat men altijd moet oppassen met de vloek van een Tora-geleerde). Hoe werd hij fysiek blind? Op het moment dat Jitschak gebonden lag op de berg Moria als brandoffer zag hij de grootheid van Hasjeem. De mens mag en kan Hasjeem niet zien. Jitschak heeft toch een glimp opgevangen van het Hemelse gebeuren en is daardoor blind geworden. Andere chagamiem zeggen dat de engelen huilden over het lot van Jitschak. Zijn blindheid werd veroorzaakt door de tranen van de engelen. Weer anderen zeggen dat Jitschak blind werd van de rook van de afgodische offers die de heidense vrouwen van Esav slachtten en verbrandden. Jitschak kreeg dit in zijn ogen en kon niet meer zien.

Rivka wil dat Ja’akov de beracha krijgt
Op seideravond riep Jitschak Esav bij zich: “Vanavond worden alle schatkamers van berachot geopend. Iedereen prijst Hasjeem. De dauw wordt berecht. Maak mij een heerlijke maaltijd. Dan zal ik je zegenen voor mijn overlijden”. Rivka hoorde dit. Ze zei tegen Ja’akov: “Jij bent de voorvader van het Joodse volk. Over enkele eeuwen zullen jouw kinderen uit de Egyptische slavernij worden bevrijd. Ze zullen Hasjeem bejubelen. Neem twee geitenbokjes en maak deze klaar voor je vader, want ik wil dat jij de zegen krijgt”. Ja’akov was bang. Hij wilde niet dat zijn vader zou merken dat hij een bedrieger was. Maar Rivka stelde hem gerust en zei dat de moeder van Adam – de aarde – vanwege hem gevloekt werd. Zo ook zou Rivka de vloek van Ja’akov dragen, mocht Jitschak die uitspreken.

Ja’akov haalde twee bokjes. Het ene was een symbool voor het pesachoffer en het andere was bedoeld als maaltijd. Zijn moeder maakte een heerlijk gerecht maar Ja’akov huilde van de onechtheid en oneerlijkheid die hij ten toon moest spreiden. Rivka deed de geitenvellen om de armen van Ja’akov. Ze nam de kleren van Esav die hij had gestolen van Nimrod. Zo ging Ja’akov met het eten naar Jitschak. Jitschak proefde in het gerecht de heerlijkste smaken. Niet alleen fysieke maar ook spirituele smaken. Het was alsof hij een voorproefje mocht nemen van de Olam Haba, de Toekomstige Wereld waar de geneugten voor de tsaddikiem voor het oprapen liggen.

De beracha
Jitschak geloofde niet dat Esav voor hem stond. Hij riep uit: “De stem is de stem van Ja’akov, maar de handen zijn de handen van Esav”. De stem duidt op de spirituele wereld. Ja’akov had invloed door zijn woorden. “Maar de handen zijn de handen van Esav”. Esav heeft alleen maar invloed door zijn handen. De stem overheerst de handen. Wanneer Ja’akov davvent in de sjoels en Tora leert in de Jesjievot, dan overheerst Ja’akov. Maar wanneer de stem van Israël niet meer gehoord wordt, dan staat Esav klaar om de macht over de wereld over te nemen. Jitschak gaf hem een zegen: “G’d geve je van de dauw van de Hemel en van het vette van de aarde en overvloed van koren en most. Volkeren zullen je dienen en natiën voor je buigen. Wees heerser over je broeders, de zonen van je moeder zullen zich voor je neerwerpen, zij die je vloeken zijn gevloekt en zij die je zegenen, gezegend”.

Met de dauw van de Hemel wordt het manna bedoeld. Gedurende de 40-jarige omzwerving door de woestijn kregen ze het manna te eten, wat spiritueel voedsel was. “ Van de vettigheid van de aarde”. Dat is de bron van Mirjam. Het water in de woestijn kwam daar uit. “Een overvloed van koren en jonge olie”. Daarmee wordt een sterke jeugd bedoeld. “Volkeren zullen u dienen”. In de tijd van koning Sjelomo waren alle koningen onderworpen aan deze Joodse heerser. Uiteraard zal iedereen in de tijd van de Masjie’ach buigen voor de Messiaanse koning. “Zij die u vloeken zijn vervloekt”. Dit slaat op Bilaam die het Joodse volk wilde vloeken. “Degene die u zegent zal gezegend zijn”. Dit zijn Mosjee en de andere profeten. Alhoewel zij harde woorden spraken tegen het Joodse volk, waren zij erop uit het voor de Joden zo goed mogelijk te maken. Esav liet drie tranen om de verloren beracha (zegen). Twee tranen uit beide ogen, en één traan bleef hangen in zijn oog. Deze traan is de oorzaak van alle ellende die over de kinderen van Ja’akov is gekomen.

Esav zint op wraak
Ja’akov was 63 toen hij vluchtte naar de jesjieva van Ever. Ja’akov bleef daar 14 jaar leren. Esav maakte zijn ouders verwijten. Hij vond dat zijn ouders Ja’akov niet mochten helpen bij zijn vlucht. Esav besloot in Se’ir te gaan wonen, ten zuid-oosten van de Dode Zee. Later trouwde hij met een tweede vrouw, Basemat, dochter van Elon. Esav veranderde haar naam in Ada. Ada betekent onthouden. De beracha is aan mij onthouden. Uiteindelijk kwam Esav weer terug bij zijn ouders in Chevron. Uit Ada werd Elifaz geboren, de oudste zoon van Esav. Toch zon Esav op wraak, hij wilde nog steeds zijn broer doden. Toen Ja’akov na veertien jaar jesjieva weer terugkeerde naar zijn ouders, zag Esav zijn kans schoon.

Esav durfde Ja’akov toch niet te doden. Hij dacht namelijk: “Pas nadat vader is gestorven zal ik wraak nemen”. Esav vond dat Kajien maar een ondoordacht persoon was. Hij had zijn broer Hevel gedood bij het leven van zijn ouders. Zijn ouders konden nog kinderen krijgen, en dat deden zij ook. Esav had geduld. Hij wilde Ja’akov pas aanpakken na de dood van zijn vader. De hele erfenis zou dan van hem zijn.

Esav probeerde Jisjma’eel op te stoken om Ja’akov te doden. Hij durfde het zelf niet, want hij was bang voor de rechtbank van Sjeem en Ever. Hij trouwde met een dochter van Jisjma’eel en hoopte dat Jisjma’eel Ja’akov om zou brengen. Dan zou Esav de wraak voor Ja’akov kunnen bekoelen op Jisjma’eel en zou hij een bloedwreker worden. Esav dacht er zo met zowel de erfenis van Jitschak als Ja’akov vandoor te kunnen gaan. Esav vond een luisterend oor bij Jisjma’eel. Jisjma’eel was ook benadeeld ten gunste van Jitschak. Esav beklaagde zich dat Ja’akov alles zou krijgen en hijzelf niets. “Help mij mijn broer te doden, dan worden wij samen de baas over de wereld”. Esav stookte Jisjma’eel op om Jitschak te doden, maar Jisma’eel weigerde, want hij vond dit niet juist. Esav kon niemand vinden die hem wilde helpen om zijn broer te doden.

Ja’akov gaat naar Lavan
Rivka had de plannen van Esav door en stuurde Ja’akov naar Lavan. Haar broer woonde ver weg en zo kon Ja’akov Esav’s woede ontlopen. Jitschak gaf hem heel veel goud en zilver mee. Hij wilde dat hij een vrouw zou trouwen uit zijn eigen familie, een dochter van Lavan. Ja’akov vertrok. Hij was 67 jaar. Esav riep zijn zoon Elifaz. Hij was zojuist dertien jaar geworden. Elifaz was net als zijn vader een goed jager. Esav gaf Elifaz opdracht om Ja’akov te vermoorden en al zijn bezittingen te roven. Ja’akov werd ingehaald bij de stad Sjechem, niet ver van de grens van Kena’an. Ja’akov begreep dat Elifaz hem wilde doden, maar zei: “Neem alles wat mijn ouders mij gegeven hebben, maar dood mij niet. Een arme wordt beschouwd als dode, dus in zekere zin heb je gedaan wat je vader je opgedragen heeft”. Ja’akov bleef helemaal berooid achter. Het enige dat hij nog had was de stok in zijn hand.

Reacties zijn gesloten.