Parsja Chajee Sara

CHAJEE SARA (het leven van Sara). Sara sterft op de leeftijd van 127 jaar. Awraham rouwt over haar en wil haar begraven in de spelonk Machpela. Maar die is in het bezit van Efron, een Chitiet. Awrahams koopt deze. Daarna draagt Awraham zijn trouwe knecht op een goede vrouw voor Jitschak te zoeken maar geen Kena’anietische. De knecht zweert dat hij uit de familie van Awraham een vrouw zal zoeken, waartoe hij naar Aram Naharajiem reist. Hij heeft grote geschenken meegenomen. Onderweg vraagt de knecht G’d dringend hem een bepaald teken –dat hij zelf vaststelt- te geven wanneer de juiste vrouw opdoemt. De knecht arriveert bij een bron als ook Rivka verschijnt en hem op zijn verzoek te drinken geeft en ook de kamelen drenkt. Dat is precies waar de knecht G’d om gevraagd had! De knecht wordt ontvangen in het ouderlijke huis van Rivka, waar hij zijn verhaal vertelt. Na enige tijd wordt men het erover eens dat Rivka, na ook haar instemming gevraagd te hebben, met de knecht naar Jitschak meegaat. Jitschak en Rivka trouwen. Hij bemint haar en troost zich over de dood van zijn moeder. Awraham hertrouwt met Ketoera, die zes kinderen krijgt, maar Awraham zendt hen allemaal –met geschenken- weg. Awraham sterft op de leeftijd van 175 jaar. Hij werd door Jisjmaëel en Jitschak in de spelonk Machpela begraven.
Koheen, 23:1-16. Avraham koopt een graf voor Sara.

Levi, 23:17-24:9. Avraham begraaft Sara en laat zijn oudste knecht een vrouw voor Jitschak zoeken.

Ouderdom
De eerste mens die echt oud werd, was Avraham. Hij was de eerste in de geschiedenis die lichamelijke ouderdomskenmerken kreeg. Vroeger was er geen verschil tussen jong en oud. Avraham vond dat niet goed. Hij vond dat de jaren herkenbaar moesten zijn. Anders zouden de jongeren de ouderen nooit kunnen eren. G’d willigde zijn verzoek in. De dag nadat Avraham dit gevraagd had, stond hij ’s ochtends vroeg grijs op. G’d wilde dat hij de eerste was die de kroon van grijsheid zou dragen.

Sjiddoech
Avraham was met alles gezegend. Hij maakte een akte op waarin hij duidelijk maakte dat al zijn aardse bezittingen erfdeel zouden zijn van Jitschak. Dit testament gaf hij mee aan Eliëzer. Eliëzer, de dienaar van Avraham gaat op zoek naar een vrouw voor Jitschak. Dit was de eerste ‘sjiddoech’ – huwelijk in de Tora. Eliëzer stelde eigenlijk een onbetamelijk ultimatum aan G-d: “En het zal zijn: het meisje tot wie ik zeggen zal: neig toch uw kruik, opdat ik drink, en die zeggen zal: drink en ook uw kamelen zal ik te drinken geven – haar hebt U bestemd voor uw dienaar Jitschak” (24:14). Stel, dat het meisje om welke reden dan ook geen gunst had gevonden in de ogen van Jitschak. Eliëzer nam een risico. Ondanks de ‘chotspe’ – wij schrijven G’d geen testen voor – honoreerde G’d toch Eliëzer’s verzoek – omdat een meisje, dat geheel vrijwillig voor een totaal vreemde zo’n 500 liter water schept wel iets heel bijzonders moet zijn. Rivka verscheen op het wereldtoneel. Zij was inderdaad de perfecte sjiddoech.

3e alija 24:10-26. Rivka doorstaat de test glansrijk.

4e alija, 24:27-52. Rivka mag mee naar Jitschak.

Choepa
Uit deze episode worden veel gebruiken rond de choepa afgeleid. Zo is het gebruikelijk dat de Rabbijn voor de choepa bij het strooien van de rijst de kalla (bruid) toewenst: “Onze zuster, wees tot duizenden van tienduizenden”. Dit was de beracha waarmee de familieleden van Rivka haar zegenden toen ze vertrok om met Jitschak te gaan trouwen (24:60). In Nederland gaat alleen de kalla het mikve (rituele bad) in maar in andere kringen dompelt ook de chatan zich in het mikve onder op zijn huwelijksdag. Voor deze minhag (gewoonte) bestaat een aanduiding in de Tora (Devariem 23:12): “Tegen de avond zal hij zich wassen in water”. De uitdrukking ‘tegen de avond’ komt verschillende keren voor in de Tora. In onze sidra (24:63) staat: “En toen ging Jitschak naar buiten om tegen de avond te davvenen (bidden) op het veld’. In het werk Michtam leDavid staat dat ‘hieruit een bron te vinden is voor de gewoonte dat ook de chatan zich onderdompelt voor de choepa want toen Jitschak naar buiten ging om te davvenen, was dat vlak voor zijn huwelijk. Op dit moment staat er ‘tegen de avond zal hij zich wassen met water’. Wat betekent dat ook hij zich moet onderdompelen in het mikve vóór zijn choepa.

Normaliter davvent men het middaggebed voor de choepa, voordat de chatan het gezicht van de kalla bedekt met een sluier. Dan kunnen chatan en kalla de vidoej – zondenbelijdenis uitspreken. ‘En toen ging Jitschak naar buiten om te davvenen op het veld’ (24: 63) wordt al snel gevolgd door de pasoek (vers), die aangeeft dat Jitschak Rivka tegemoet ging toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten, en zij zich sluierde: “Toen hief Rivka haar ogen op en zag Jitschak. Zij nam haar sluier en bedekte zich”. Sommige Risjoniem (Geleerden, die leefden tussen 1000 en 1500) leiden hieruit af dat het bedekken van het gezicht van de kalla één van de wijzen van huwelijkssluiting is.

Sluier
De sluier heeft tevens een diepe symbolische betekenis. Het is alsof chatan en kalla tegen elkaar zeggen: “onze band gaat dieper dan wat het blote oog kan waarnemen”. Het bedekken van het gezicht van de kalla (de bedeckenisj in het jiddisj) is te vergelijken met het bedekken van het gezicht tijdens het uitspreken van onze monotheïstische geloofsbelijdenis ‘Sjema Jisraeel’. Bij het lezen van Sjema bedekken wij ons gezicht om aan te geven dat wij volledig en oprecht geloven in G-d’s eenheid. Wij sluiten onze ogen voor de veelheid, die deze materiële wereld nu eenmaal is, om ons te concentreren op de achterliggende Eenheid. Wij hebben even alleen met Hem een relatie. Zo nemen ook chatan en kalla zich voor om enkel voor elkaar te leven.

De Chatam Sofeer zegt dat het bedekken van het gezicht van de kalla een uitdrukking is van haar ingetogenheid. Hun relatie speelt zich af in de beslotenheid van het joodse huis. Over het algemeen wordt de chatan door zijn bruidsjonkers en familieleden begeleid naar de kalla wanneer hij haar gezicht bedekt. Op andere plaatsen is het gebruikelijk, dat notabelen van de stad het gezicht van de kalla in opdracht van de chatan bedekken. Dit bedekken heeft ook een halachische (juridische) betekenis. In de Talmoed (B.T. Kidoesjien 42a) staat dat het verboden is om een vrouw te trouwen, voordat men haar gezien heeft. Bij de ‘bedeckenisj’ ziet men elkaar ten minste één keer. Hoewel dit in Nederland doorgaans niet zo noodzakelijk is, is dit in chassidische kring zeker geen onbelangrijk gegeven.

Eliëzer ging naar Charan om voor Jitschak een vrouw te zoeken. Gewoonlijk duurt de reis van Chevron naar Charan 17 dagen. Eliëzer deed er echter drie uur over. Hij had hierbij G-ddelijke steun. Rivka ging normaliter nooit uit om water te halen voor de dieren. Zij was van een vooraanstaande familie. Maar toch zorgde G-d er, op de dag van de aankomst van Eliëzer, voor dat Rivka de dieren bij de bron te drinken gaf. Rivka was vanaf haar geboorte bestemd om met Jitschak te trouwen. Ze had nog nooit enige relatie met een man gehad. Zodra Eliëzer het voorstelde was ze bereid om met Jitschak te trouwen. Eliëzer vroeg alleen om zelf wat te drinken te krijgen, maar Rivka was bereid om alle tien kamelen van Avraham te drinken te geven. Zij toonde liefde en chessed voor alles in G-d’s wereld. Eliëzer begreep direct dat zij de geschikte vrouw was voor Jitschak. Ze zag niet tegen werk op. Rivka ging zelf naar beneden om water te scheppen. Toen Eliëzer vroeg: “Geef mij uit de kruik wat te drinken”, gaf ze hem zelf uit de kruik en liet hem het water er niet zelf uitgieten. Na een gesprek met de broer en moeder van Rivka, nam Eliëzer Rivka en haar voedster Devora mee. In drie uur waren ze weer thuis.

“Gouden neusring, een bèka was zijn gewicht” (24:22)

Rasjie legt uit dat Eliëzer hiermee een hint gaf aan Rivka over de toekomstige sjekaliem (munten) die de Joden zouden geven, per persoon één bèka. Waarom wordt hier bij het huwelijk van Rivka en Jitschak een aanduiding gegeven over de halve sjekel die de Joden later in de woestijn zouden geven ter financiering van de gemeente-offers? Het antwoord luidt dat de halve sjekel door iedereen gelijk werd gegeven. Arm en rijk gaven ieder even veel. Hiermee is duidelijk dat deze mitsva voor alle mensen gelijk was. Waar het bij de halve sjekel met name om ging, was de overgave waarmee het gegeven werd. De vreugde, liefde, devotie en het enthousiasme waarmee de halve sjekel geschonken werd, dát was bepalend voor de waarde ervan. In de emotie is iedereen verschillend en afhankelijk van ons religieus niveau is ook onze simche, vreugde. Eliëzer gaf aan Rivka prachtige cadeaus van zilver en wilde daarmee aangeven, dat de objecten zelf niet de hoofdzaak waren. Waar het met name om ging was het spirituele gedeelte van het geschenk. Juist de geestelijke aspecten van onze aardse handelingen bepalen ons niveau.

5e alija, 24:53-67. Jitschak verzoent zich met zijn moeders overlijden.

De zegen van Sara keert terug
Jitschak stond op het veld te davvenen. Toen Rivka in de tent van Sara kwam, bleek zij de juiste plaatsvervangster. Met Rivka kwam de zegen in het deeg terug, zoals dat bij Sara was. Tijdens het leven van Sara hing er een wolk boven de tent. Met Rivka kwam deze weer terug. Het eeuwige licht dat met de dood van Sara gedoofd was, ging weer aan van Sjabbat tot Sjabbat toen Rivka binnenkwam.

Altijd waren er gasten in het huis van Sara. Toen zij was overleden stopte de gastvrijheid. Rivka herstelde het echter weer in ere. Jitschak troostte zich met Rivka over het verlies van zijn moeder, want hij zag zij een even grote tsadeket was als Sara.

“En Awraham nam nogmaals een vrouw, wier naam Ketoera was” (25:1)

6e alija, 25:1- 11. Avraham trouwt Ketoera en overlijdt op 175-jarige leeftijd.

Avraham hertrouwt
Deze Ketoera was eigenlijk Hagar. Maar ze wordt Ketoera (van ketoret – wierook) genoemd omdat zij zo goed was en haar daden zo aangenaam waren als wierook. Nadat zij bij Avraham was weggestuurd, was ze nooit hertrouwd. Het is een mitsva (voorschrift) om te proberen te hertrouwen met een vrouw, waarvan men eerder gescheiden was (machzier geroesjato). Toen Eliëzer in opdracht van Avraham op reis ging om voor Jitschak een vrouw te zoeken, ging Jitschak op reis om voor Avraham een vrouw te zoeken omdat hij het ongepast vond, dat zijn vader ongehuwd zou blijven terwijl hij binnenkort zelf zou trouwen.

Het is bovendien een mitsva om – ook op oudere leeftijd (Avraham was toen 140 jaar) – nog te trouwen en kinderen te krijgen. Men kan namelijk nooit weten welke kinderen ‘beter’ zullen zijn, de eerdere of de latere. Ook moet men altijd blijven leren. Men weet nooit welk ‘lernen’ beter is, het eerdere of het latere. Rabbi Akiva ervoer dit aan den lijve: zijn eerste 24.000 leerlingen stierven allemaal in de Omertijd, tussen Pesach en Sjavoe’ot. Later leidde hij nog zeven talmidiem op – Rabbi Meir, Rabbi Jehoeda, Rabbi Jose, Rabbi Sjimon, Rabbi Elazar ben Azarja, Rabbi Jochanan haSandlar en Rabbi Eliëzer ben Ja’akov. Deze grote Rebbes zorgden ervoor, dat de Tora in die moeilijke tijd van de Romeinse overheersing verspreid werd onder Israël.

7e alija, 25:12-18. De geslachten van Jisjma’eel.

Reacties zijn gesloten.