Parsja Wajera

WAJERA (en –G’d- verscheen). Er komen drie mannen op bezoek bij Araham en Sara –het blijken Engelen, boodschappers van G’d te zijn. Ze vertellen dat Sara binnen een jaar een zoon zal baren, waarover zij lacht. G’d vertelt Awraham dat Hij Sedom en Amorra zal vernietigen; Awraham houdt een pleidooi voor de steden. Zij zouden gespaard blijven als er –tenslotte- slechts tien rechtvaardigen wonen. Maar zelfs dat is niet het geval. Lot en zijn gezin die in Sedom wonen, worden met krachtige hand door Engelen gered voordat de verwoesting neerdaalt. Ondanks het verbod óm te kijken doet de vrouw van Lot dat wel en verandert in een zoutpilaar. Lots dochters vrezen dat de mensheid uitgestorven is en verleiden hun dronken vader. De ene zoon heet Moav en de andere Ammon. Op de aangekondigde tijd wordt Jitschak geboren. Hij wordt gespeend. Sara ergert zich aan Jisjmaeel en verzoekt Awraham Hagar en Jisjmaeel de woestijn in te sturen. G’d beveelt hem naar Sara te luisteren. G’d zal Jisjmaeel ook tot een groot volk maken. Hagar en Jisjmaeel komen bijna om van de dorst maar door een wonder worden ze gered. Als ultieme test draagt G’d Awraham op zijn zoon Jitschak te offeren. Awraham trekt naar de berg die G’d hem toont en Awraham heft al het mes als een Engel hem zegt zijn zoon niets te doen. G’d beloont hem door hem overvloedig te zegenen omdat hij hem zelfs zijn zoon niet heeft onthouden.
De besnijdenis
Avraham was 99 jaar oud. Hasjeem zei dat hij niet volmaakt zou kunnen worden, wanneer hij zich niet zelf zou besnijden. Avraham vroeg zijn drie vrienden, Aneer, Esjkol en Mamree om raad. Aneer vond dat Avraham geen besnijdenis moest uitvoeren want hij vreesde dat de koningen hem zouden overvallen en dat hij niet eens meer zou kunnen vluchten met een besnijdenis. Esjkol zei dat Avraham het, vanwege zijn leeftijd, niet zou overleven en zou sterven door bloedverlies. Maar Manree zei: “G’d heeft je doorlopend gered. Als Hij alle 248 ledematen kan redden, dan kan Hij je ook redden van eventuele negatieve gevolgen van de besnijdenis”. Avraham besneed zichzelf, zijn 318 leerlingen, zijn hele huishouding, zijn zoon Jisjma’eel op dezelfde dag. Dit was de dag waarop later in de Joodse geschiedenis Jom Kippoer zou worden gehouden. Wanneer G’d het bloed van ons Verbond ziet, worden onze zonden vergeven. Het Joodse volk heeft de besnijdenis altijd consequent in acht genomen. Pas toen het Joodse land in twee rijken verdeeld werd, het noordelijke rijk Israël en rond Jerusalem het rijk Jehoeda, gaf men in het noorden het Verbond van de besnijdenis op. De profeet Elijahoe beklaagde zich daarover bij G’d. Daarom zei G’d tot hem, dat hij voortaan bij iedere besnijdenis aanwezig zou zijn, omdat hij zo zijn best had gedaan voor de nakoming van dit belangrijke gebod. Bij iedere besnijdenisplechtigheid wordt tot op de dag van vandaag nog steeds een ereplaats ingeruimd voor Elijahoe, de engel van het Verbond.

Op de derde dag van de besnijdenis was Avraham erg ziek. G’d onderwierp hem aan een test. Het werd zo heet dat niemand op weg ging. Avraham had dus ook geen gasten om zijn gastvrijheid aan te betonen. Avraham stuurde zijn dienaar Eliezer om te kijken of er gasten zouden komen. Er kwam niemand. Maar Avraham geloofde Eliezer niet en ging, gekweld door pijn, voor de ingang van zijn tent zitten wachten op gasten. Daarom zei G’d tegen verschillende engelen dat zij samen op bezoek zouden gaan bij Avraham. Avraham beklaagde zich bij G’d dat er geen bezoekers meer langskwamen. Hasjeem zei tegen hem: “Voordat jij besneden was had jij bezoek van mensen, maar nu kom Ik met mijn drie engelen je bezoeken”. Opeens zag Avraham drie mensen voor zich staan. Het waren de engelen Michael, Gavriel en Rafael die vermomd waren als mensen. Rafael heelde de wond van de besnijdenis. Michael bracht Sara de boodschap dat ze een zoon zou krijgen. En Gavriel als engel van het strenge recht, was meegekomen om Sedom te verwoesten. Precies een jaar nadat de drie engelen op bezoek waren, kreeg Sara een zoon. Ze was 90 jaar oud. Velen deelden in haar geluk. Onvruchtbare vrouwen werden zwanger. Mensen die krankzinnig geworden waren, kregen hun verstand weer terug. Blinden werden ziend en doven konden weer horen.

Jitschak leek op Avraham
Toen Jitschak gespeend werd, maakte Avraham een grote se’oeda. De tafel telde belangrijke gasten, zoals zijn vader Terach, Sjeem en Ever, Og, de koning van Basjan, Avimelech, de koning van de Filistijnen en zijn overste Fichol. De critici van Avraham en Sara geloofden echter niet dat zij op oude leeftijd een kind hadden gekregen. Ze vonden de feestmaaltijd belachelijk. Het was voor hen alleen maar bewijs dat Jitschak een vondeling was. Avraham moest deze roddels de kop indrukken. Jonge moeders met kinderen werden uitgenodigd. Sara zoogde alle baby’s. De spotters waren nog niet tevreden: “Sara is inderdaad moeder geworden. Maar hoe kan Avraham nog kinderen krijgen op zijn honderdste?” G’d liet Jitschak precies lijken op Avraham. Niemand kon het meer ontkennen: Jitschak was het kind van Sara en Avraham.

Jisjma’ eel verdreven
Eén persoon was echt ontevreden over de geboorte van Jitschak. Dat was Jisjma’eel. Hij meende dat hij de oudste was en dus een dubbel deel van de erfenis zou krijgen. Hij was jaloers op zijn halfbroer Jitschak. Jisjma’eel maakte de hele dag jacht op dieren. Hij werd een bekend boogschutter. Op een bepaald moment was hij zo boos op Jitschak, dat hij hem probeerde dood te schieten. Maar Sara zag dat. Sara wilde dat Avraham Hagar zou verdrijven, samen met Jisjma’eel. Dit was de negende beproeving van Avraham. Het werd een zware test, omdat hij altijd van zijn medemens gehouden had. Van zijn tweede vrouw Hagar scheiden, druiste totaal in tegen zijn karakter. Maar G’d gaf Avraham bevel om te luisteren naar Sara. Avraham gaf hen eten en drinken mee voor onderweg. Omdat Sara kwaad was geworden op Jisjma’eel, was hij heel ziek geworden. Hij was op dat moment 27 jaar oud, maar Hagar moest hem dragen, omdat hij hoge koorts had. Jisjma’eel dronk de hele tijd. Maar de leren zak met water bleef vol. Dit was een wonder. Hagar dwaalde door de woestijn. Uit woede en verdriet diende ze weer haar vroegere afgoden. Daardoor stopte het wonder. De leren zak water werd snel leeg. Toen wendde Hagar zich tot G’d. G’d weigerde te luisteren omdat zij afgoden had gediend.

Maar toen Jisjma’eel begon te huilen en davvenen, werd er in de hemel naar hem geluisterd. G’d wilde hem redden. De engelen wilden dat G’d Jisjma’eel niet zou helpen. Ze zeiden: “Eens zal het Joodse volk in gevangenschap naar Babylonië gaan. De Joden zullen onderweg bijna omkomen van de dorst. Dan zullen de kleinkinderen van Jisjma’eel net doen alsof ze de Joden iets te drinken willen geven, maar in plaats van water geven zij opgeblazen, lege drinkzakken. De Joden zetten hun mond aan de leren zakken en zullen daardoor sterven. Maar G’d liet Zich niet verbidden door de engelen. G’d oordeelt naar het gedrag in het verleden en in het heden, maar niet naar toekomstige gebeurtenissen. G’d vroeg de engelen: “Is hij op dit moment een afgodendienaar of gelooft hij in één G’d?” Het antwoord van de engelen was dat Jisjma’eel een godvruchtig mens was. G’d redde toen Hagar en Jisjma’eel. Hij liet hen een bron zien. Deze bron was al op de zesde scheppingsdag, vlak voor Sjabbat, bestemd om Jisjma’eel en Hagar te redden. Hagar en Jisjma’eel gingen in de woestijn wonen.

De offerande
G’d riep Zijn Hemelse raadgevers bij elkaar. De Hemelse officier van justitie, Satan, was ook rond G’ds troon geschaard. G’d vroeg de Satan: “Waar kom jij vandaan?” Satan vertelde dat hij de aarde had doorkruist en dat de mensen zich inderdaad op G’d richtten en probeerde bij Hem in de gunst te komen. “Maar,” zei Satan, “dit is alleen zo wanneer zij U nodig hebben. Zodra zij U niet meer nodig hebben aanbidden zij U niet meer”. Toch was G’d niet tevreden over dit reisverslag van Satan. “Hoe is het met Mijn dienaar Avraham? Hij dient Mij ook al valt er bij Mij niks te halen”. Satan ontkende dit, hij vond Avraham niet beter dan de andere mensen. “Hij was opofferingsgezind toen hij nog geen kind had, maar zodra U hem een kind gaf, maakte hij een grote se’oeda (maaltijd). Voor alle gasten heeft hij veel dieren geslacht, maar heeft hij nog een altaar voor U gebouwd om daarop een offer voor U te brengen?” G’d meende dat de Satan zich vergiste. G’d zei dat Avraham hem trouw zou zijn, ook al zou Hij eisen dat hij zijn zoon zou offeren. Satan daagde G’d uit: “Geef hem dan opdracht en kijk of hij het doet.”

Discussie op aarde
Hieraan voorafgaand was er een discussie geweest tussen Jisjma’eel en Jitschak. Jisjma’eel schepte op dat hij zich de briet mila (besnijdenis) had laten welgevallen op zijn dertiende. Hij had veel pijn gehad maar had het niet tegengehouden. Jitschak zei toen tegen Jisjma’eel: “Ook al zou G’d mijn hele lichaam willen hebben, dan nog zou ik bereid zijn dat te geven”. Jitschak wilde daarmee benadrukken dat zijn opofferingsgezindheid groter was dan die van Jisma’eel.

Opbrengen als iets opstijgends
Na deze twee discussies gaf G’d opdracht aan Avraham om zijn zoon Jitschak naar boven te brengen. G’d zei niet ‘offeren’ maar wellicht was bij Avraham toch de indruk gewekt dat hij zijn zoon Jitschak zou offeren. Maar G’d had dit nooit gezegd. G’d had alleen gezegd dat Avraham Jitschak ‘naar boven’ moest brengen ‘als iets dat opstijgt’. Dit zou net zo goed kunnen duiden op geestelijke groei of spirituele verheffing. Avraham begreep echter dat hij Jitschak moest slachten. Hij was hier direct toe bereid. Hij maakte zich alleen zorgen over zijn vrouw Sara. Hoe zou zij omgaan met deze G’ddelijke opdracht? Ze was erg verknocht aan haar enige zoon. Avraham besloot om het niet direct aan zijn vrouw te vertellen. Toch wilde hij dat Sara in zou stemmen met het plan. Hij ging naar haar tent en ging zitten. Ze praatten wat en na een tijdje kwam het gesprek op Jitschak: “Ik wil onze zoon nu in een jesjiva laten leren over de wegen van G’d. Hij is daar nu oud genoeg voor, hij is inmiddels 37. Het lijkt mij een geschikt moment om hem naar de jesjiva van Sjeem en Ever te brengen. Laten wij morgen op reis gaan”. Sara stemde in. Ze wilde alleen niet dat hij lang weg zou blijven. Zij kon moeilijk van haar enige zoon afscheid nemen. Avraham vroeg Sara te davvenen dat Hasjeem Jitschak zou beschermen.

Jitschak bereid
Met brandhout en slachtmes bestegen Avraham en Jitschak de berg. Jitschak zei tegen Avraham: “Waar is het offerdier?” Avraham vertelde dat G’d Jitschak als offer wilde. Jitschak was meteen bereid. “Als G’d dat wenst, ben ik bereid”. Avraham wilde de werkelijke gedachten van zijn zoon weten. “Verberg mij niets, vertel mij de waarheid. Ben je bereid om je leven te offeren voor Hasjeem?” Jitschak zei: “Met vreugde aanvaard ik deze opdracht. Ik dank G’d dat hij mij goed heeft gevonden als offer”. Jitschak liet het niet bij woorden. Hij hielp Avraham bij het bouwen van het altaar. Toen de tijd was gekomen om Jitschak te binden, vroeg Jitschak zijn vader om hem stevig vast te binden, zodat hij niet zou kunnen tegenspartelen. Hij wilde ook niet dat Avraham aan Sara zou vertellen hoe hij aan zijn einde was gekomen wanneer zijn moeder op een gevaarlijke plaats zat, zodat zij naar beneden zou kunnen vallen uit wanhoop. Avraham hield het niet meer van emotie. Tranen stroomden over zijn wangen. Jitschak zei tegen zijn vader dat hij niet langer moest wachten. Jitschak strekte zijn hals uit. Avraham pakte het mes op en riep ut: “Alleen op Hasjeems hulp hoop ik”.

Strek je hand niet uit
Ook de engelen in de hemel konden zich niet inhouden. “De enige man op de wereld die werkelijk in U gelooft, slacht nu zijn enige zoon, O G’d!!! Hoe kan de belofte dat de kinderen van Avraham het land Israël zullen erven waarheid worden?” Toen kwam een stem uit de Hemel: “Avraham, strek je hand niet uit naar deze jongen. Ik weet nu dat jij G’dvrezend bent en dat jij zelfs je liefste kind niet van Mij had weggehouden”. Dankbaar keek Avraham om zich heen. Hij zag een ram, die met zijn hoorns verstrikt was geraakt in de struiken. Deze ram was vanaf de schepping reeds voorbestemd om in plaats van Jitschak als offer gebracht te worden. De Satan had hem in een valstrik laten lopen en hem weggehouden, verstrikt in het struikgewas tot na het slachten van Jitschak. Avraham pakte het dier. Het werd in plaats van Jitschak op het altaar geofferd.

Sjabbat Sjalom.

Reacties zijn gesloten.