LECH LECHA (ga (voor jezelf)). G’d beveelt Avram zijn geboortegrond te verlaten om naar een onbekend land te trekken. Hij neemt vrouw, familieleden en personeel mee. G’d belooft hem tot een groot volk te maken. Wegens een hongersnood daalt hij af naar Egypte, waar hij zijn vrouw Sarai verzoekt voor zijn zuster door te gaan opdat hij niet vermoord zal worden door de Egyptenaren. Ze komt aan het hof van de Farao maar G’d zendt ziekten zodat Sarai ongedeerd blijft. Na enige tijd keert Avram met de zijnen terug. Daar er te veel vee is geeft Avram zijn neef Lot de keus waar hij zich zal vestigen. Hij kiest voor de vruchtbare grond richting Sedom. Na een oorlog redt Avram de krijgsgevangen Lot. Avram krijgt een visioen, dat zijn nakomelingen 400 jaar onder een vreemd juk gebukt zullen gaan, maar dat ze rijk aan bezit zullen weerkeren in hun land. Na tien jaar huwelijk heeft Sarai nog geen kinderen. Daarom vraagt ze Avram een kind bij Hagar te verwekken, zodat Sarai uit haar opgebouwd zal worden. Er komt ruzie tussen de vrouwen en Hagar vlucht de woestijn in. De zoon die zij baart heet Jisjmaeel. G’d geeft Avram de opdracht zichzelf en alle mannen en jongens in zijn huis te besnijden. Het is een Verbond tussen G’d en Avrams nakomelingen. Wie nog geboren zal worden, moet met de 8e dag besneden worden. Avram wordt in het vervolg Avraham en Sarai Sara. Daarna belooft G’d het echtpaar een zoon, ondanks hun leeftijden: 100 en 90 jaar!
Vlucht
De adviseurs van koning Nimrod zeiden dat Avram gedood moest worden, want hij zou een grote bedreiging vormen voor het rijk van Nimrod. Eliezer, de dienaar van Avram die Nimrod had geschonken aan Avram toen hij uit de kalkoven gered was, hoorde toevallig wat er gebeuren zou. Hij lichtte Avram in. Avram vluchtte naar Noach en zijn zoon Sjeem. Vroeger had hij bij Sjeem geleerd in de jesjiva (religieuze school). Avram was niet meer thuis toen de soldaten van Nimrod aanklopten. In feite was Avram ondergedoken in de jesjiva van Sjeem. Terach kwam regelmatig op bezoek bij zijn zoon. Avram stelde voor, dat ze naar Kena’an zouden gaan om in rust en vrede de boodschap van Hasjeem uit te dragen.
Terach overtuigd
Terach was een belangrijke minister aan het hof van Nimrod. Maar Avram overtuigde hem ervan, dat Nimrod hem alleen maar gebruikte en zodra hij niet meer van belang was, hem zou laten vallen. Terach werd door Noach, Sjeem en zijn eigen zoon Avram overtuigd, dat hij het land moest verlaten. En zo gingen ze op weg met Lot en al hun bezittingen. Overal waar Avram kwam, vertelde hij aan iedereen die het maar wilde horen, over de enige G’d. Toen zij in Charan aankwamen, bleven ze daar echter wonen. Na drie jaar verblijf in Charan was Avram 55. Toen gaf G’d hem opdracht om naar Israël te gaan. Hij bleef daar 15 jaar maar wilde terug naar zijn vader, zijn moeder en zijn vrienden in Charan. Zijn 72 leerlingen begeleidden hem.
Opdracht te vertrekken
Nadat Avram 5 jaar had gewoond in Charan, gaf G’d hem opnieuw opdracht naar Kena’an te vertrekken. Hij liet zijn oude vader Terach alleen en ging met Lot, de zoon van zijn broer Haran, op weg. G’d zei hem: ”Aan jouw kinderen zal ik dit land geven”. Avram bouwde toen een altaar voor Hasjeem.
G’d sprak tot Avram op 75-jarige leeftijd: ”Verlaat je land”. Avram moest zijn land verlaten omdat er vijf omstandigheden zijn die het leven ten goede kunnen veranderen: tsedaka (liefdadigheid), tefilla (gebed), tesjoeva (inkeer), sjinoei hasjeem (naamsverandering) en sjinoei makom (het veranderen van plaats). Alleen in Israël zou Avram kinderen kunnen krijgen. Wanneer men verhuist, wordt men nederig, omdat men in een nieuwe plaats nog niet zo ingeburgerd is.
Vader verlaten
Avram vroeg zich af of hij zijn oude vader mocht verlaten. Hij had altijd aan iedereen onderwezen dat men eerbied moet hebben voor de ouderdom. Avram vreesde een chiloel Hasjeem wanneer hij zijn vader alleen zou laten. Maar G’d bevrijdde hem van die verplichting, omdat zijn vader en andere familieleden niet sympathiek stonden tegenover Avram. Ze waren zelfs van plan om hem te doden, omdat hij te lastig was, teveel afwijkende, religieuze opvattingen had en te fanatiek was.
Naamsbekendheid en kinderen
De reis van Avram had verschillende doelen: allereerst naamsbekendheid. G’d wilde dat de naam van Avram bekend zou worden en iedereen door zijn nieuwe religie zou worden aangetrokken. Bovendien kon hij in Oer Kasdiem geen kinderen krijgen. Pas in Israël zou hij de basis kunnen leggen voor het Joodse volk.
Doel onbekend
Het doel van de reis was Avram onbekend. De onduidelijke bestemming vergrootte de verdienste van Avram. Hij klaagde nooit en vroeg niet eens waar de reis naar toe ging. Koning Nimrod stuurde zijn dienaar Eliezer met Avram mee om hem te bedienen. Avram trok heel Israël door. Overal waar hij stopte gaf G’d hem een toekomstvisie wat er met zijn afstammelingen zou gebeuren. In Sjechem davvende Avram om Ja’akov te redden na het debacle met Chamor en Dina. In Ai davvende Avram om de straf van de Bnee Jisra’eel te verminderen, toen Achan zondigde door diefstal. Door over een land te lopen is het mogelijk om dat te verwerven als men daarmee laat zien, dat men er de baas over is (chazaka). Toen Avram door Israël trok nam hij bezit van het land.
Hongersnood
Er brak voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een zware hongersnood uit. De hongersnood was alleen in Kena’an. Het was een beproeving voor Avram. Ongaarne moest Avram naar Egypte trekken om te overleven. Ze kwamen bij de grensrivier en bereidden zich voor op de oversteek naar Egypte.
Sarai’s schoonheid
In de geschiedenis waren er vier bijzonder mooie vrouwen: Sara, Rachav, Avigail en Ester. Hoewel Avram vermoedde wat hem te wachten stond, durfde hij de reis naar Egypte met Sara toch aan omdat hij voelde dat de Sjechina met Sara was. Maar omdat hij niet wilde vertrouwen op wonderen, nam hij alle mogelijke voorzorgsmaatregelen.
Avram zag in het water van de rivier dat zijn vrouw bijzonder mooi was. Hij vreesde dat de Egyptenaren hem zouden doden vanwege Sarai’s schoonheid. Avram vroeg iedereen te vertellen dat hij de broer van Sarai was. Maar voor de zekerheid verborg hij Sarai in een kist en zette haar neer tussen de overige koffers. De grenswachters vroegen tien procent van alle bezittingen om toegelaten te worden tot Egypte. Toen ze vroegen wat er in de kist zat, kon Avram geen onwaarheid spreken. Hij bood de grenswachten alles aan om de kist maar niet te hoeven openen. Uiteraard werden de grenswachten steeds nieuwsgieriger. Ze braken de kist open en daar kwam een hele knappe Aartsmoeder uit de kist. Alle voorname mensen uit de buurt werden bij elkaar geroepen om te beoordelen of zij geschikt was voor Fara’o.
Onaanraakbaar
Fara’o liet haar halen en Sarai werd naar het paleis gebracht. Iedereen die Sarai had aangebracht bij Fara’o werd rijkelijk beloond. Avram davvende tot Hasjeem dat Hij Sarai zou verlossen. Een engel kwam om haar te beschermen. De koning probeerde Sarai te benaderen en vroeg haar: ”Wie is die man die bij u is?”. “Dat is mijn broer”, zei Sarai. “Wij kunnen hem heel rijk maken”, zei Fara’o. Avram ontving schapen, runderen, zilver, edelstenen, knechten en slavinnen. Ook Lot werd rijkelijk bedacht. Fara’o bood aan dat Avram in het paleis van de koning zou kunnen wonen. Maar toen hij zijn hand probeerde uit te strekken naar Sarai, kreeg hij een harde tik van de engel. Elke keer dat hij het weer probeerde, werd hij neergeslagen. Ook de rest van het hof van Fara’o had zwaar te lijden onder deze plaag.
Gosjen
Uiteindelijk begreep Fara’o waarom hij Sarai niet kon benaderen. Hij bleef op afstand staan en vroeg Sarai wie die man was die bij haar was. Uiteindelijk moest Sarai toegeven dat het niet haar broer maar haar man was. Fara’o begreep nu waarom zij door een engel beschermd werd. Noodgedwongen gaf Fara’o zijn verlies toe. Sara kreeg bij het afscheid geschenken mee van Fara’o. Hij schonk haar ook het land Gosjen. Zij kreeg zelfs de akte van overdracht. Toen de Joden later in Egypte woonden, werden ze in Gosjen gehuisvest. Het erfdeel van Sara kwam hen later in de geschiedenis te pas. Dit gebeurde allemaal in de nacht van Pesach. Later zou dit Seideravond worden. Heel Egypte zou in die nacht gestraft worden. Ma’asee avot siman labaniem, wat er met de voorouders gebeurde is een voorteken voor de latere Joodse geschiedenis.
Ma’asee avot, siman labaniem
Alles wat met onze voorouders gebeurde, was een teken voor hun kinderen en kleinkinderen. Avram ging naar Egypte vanwege de hongersnood. En zo ook moest de familie van Ja’akov uiteindelijk naar Egypte gaan vanwege hongersnood. Net zoals Sarai zich geen onzedelijk gedrag heeft veroorloofd in het paleis van Fara’o, zo zouden de Joodse vrouwen in Egypte zeer ingetogen leven. Net zoals Fara’o een tik kreeg voor een poging om Sarai te schaden, zou Fara’o gestraft worden voor het schaden van de Bnee Jisra’eel. En net zoals Avram Egypte verliet met grote rijkdom, zo ook verlieten de Joden na 210 jaar slavernij Egypte met grote rijkdom.
Hagar
Voordat Avram Egypte verliet, gaf Fara’o hem dure cadeaus mee. Hij gaf ook zijn eigen dochter Hagar mee om een dienstmeisje bij Avram te worden. Hij was van mening dat het beter was dat zijn dochter dienstmeisje werd in het huis van Avram, dan dat zij elders prinses zou worden. Farao liep vier stappen mee met Avram. Daarom werd zijn land later uitgekozen als verblijfplaats voor het Joodse volk, gedurende de 400 jarige ballingschap en slavernij. Mensen uit de omgeving van Avram waren verbaasd dat hij en Sarai opkonden tegen de Egyptische zwarte magie.
Hagar voorgesteld als vrouw
Hagar werd door Sarai voorgesteld als nieuwe vrouw voor Avram. “Ik kan geen kinderen krijgen. Ik weiger te geloven in amuletten of bezweringen. Ik geloof ook niet in medicijnen. Het is mij duidelijk dat alleen G’d de oorzaak is dat ik geen kinderen kan krijgen”. Sarai sprak niet alleen met Avram over een huwelijk met Hagar, maar ook Hagar moest worden overtuigd. Avram was al oud. Maar Sarai overreedde Hagar en zei haar, dat ze zich gelukkig mocht prijzen dat zij zich met zo een heilige mocht verbinden.
Sarai uit de gratie
Hagar werd snel zwanger. Haar meesteres degradeerde in haar ogen. Hagar zei de gasten dat Sarai niet zo vroom was als ze eruit zag. Daarom was Sarai zoveel jaar onvruchtbaar geweest. Sarai was erg kwaad en zei tegen Avram: “G’d zal tussen u en mij richten”. Deze onvoorzichtige uitspraak van onze Aartsmoeder Sarai kostte haar 48 jaar van haar leven. Eigenlijk had ze 175 moeten worden, zoals Avraham. Uiteindelijk werd ze maar 127.
Geboorte van Jisjma’eel
Sarai had een ajin hara (boos oog) op Hagar. Daardoor kreeg ze in eerste instantie een miskraam. Sarai liet Hagar water dragen naar het badhuis om haar te vernederen. Hagar vluchtte weg naar een bron. Daar trof ze een engel. Omdat Hagar in het huis van Avraham had gewoond, was ze gewend aan engelen. Zij vreesde niet zoals Mano’ach, de vader van Sjimsjon, die toen hij een engel zag, dacht dat hij zou sterven. Maar Hagar was niet bang. De engel vertelde haar dat zij een zoon zou krijgen. Ze zou hem Jisjma’eel noemen. Jisjma’eel was een van de vier mensen die al voor zijn geboorte een naam kreeg. De andere drie zijn, Jitschak, Sjelomo en Josjijahoe.
Gebaseerd op Parsjiot hasjawoe’a lefie Chazal
