Parsja 04 Wajera

Er komen drie mannen op bezoek bij Araham en Sara –het blijken Engelen, boodschappers van G’d te zijn. Ze vertellen dat Sara binnen een jaar een zoon zal baren, waarover zij lacht. G’d vertelt Awraham dat Hij Sedom en Amorra zal vernietigen; Awraham houdt een pleidooi voor de steden. Zij zouden gespaard blijven als er –tenslotte- slechts tien rechtvaardigen wonen. Maar zelfs dat is niet het geval. Lot en zijn gezin die in Sedom wonen, worden met krachtige hand door Engelen gered voordat de verwoesting neerdaalt. Ondanks het verbod óm te kijken doet de vrouw van Lot dat wel en verandert in een zoutpilaar. Lots dochters vrezen dat de mensheid uitgestorven is en verleiden hun dronken vader. De ene zoon heet Moav en de andere Ammon. Op de aangekondigde tijd wordt Jitschak geboren. Hij wordt gespeend. Sara ergert zich aan Jisjmaeel en verzoekt Awraham Hagar en Jisjmaeel de woestijn in te sturen. G’d beveelt hem naar Sara te luisteren. G’d zal Jisjmaeel ook tot een groot volk maken. Hagar en Jisjmaeel komen bijna om van de dorst maar door een wonder worden ze gered. Als ultieme test draagt G’d Awraham op zijn zoon Jitschak te offeren. Awraham trekt naar de berg die G’d hem toont en Awraham heft al het mes als een Engel hem zegt zijn zoon niets te doen. G’d beloont hem door hem overvloedig te zegenen omdat hij hem zelfs zijn zoon niet heeft onthouden. Koheen, 18:1-14. G’d belooft Awraham een zoon. Sara ontkent, dat ze gelachen heeft.

Zeven klinkers
Rabbenoe Bachja ibn Pakoeda (14e eeuw) legt uit, dat de Hebreeuwse taal zeven klinkers kent. De A-klanken zijn de kamats, die in het Sefardisch een lange `a’ en in het Asjkenazisch een ‘o’-klank is, en de patach die volgens alle uitspraken een korte ‘a’-klank vormt. De kamats (de lange a/o-klank) is een zelfstandige klank die niet tegen een medeklinker aanleunt. De patach (de korte a) steunt op de volgende letter en vormt daar altijd een eenheid mee. Een typisch betekenisverschil tussen kamats en patach is te vinden in de parsja van deze week. Toen Awraham zei:”Mijn Heer, als ik toch gunst in Uw ogen gevonden heb, ga dan toch niet weg van Uw dienaar”, was het voor onze Geleerden niet duidelijk tegen wie Awraham nu sprak. Sprak hij tegen de grootste bezoeker, dan wordt het Hebreeuwse Mijn heer gepunctueerd met een patach wat geen G’ddelijke strekking heeft. Was het echter zo dat Awraham G’d aansprak om even te blijven wachten tot hij de gasten had opgevangen, dan moet Mijn Heer gepunctueerd worden met een kamats want alleen de kamats wijst op een volledige zelfstandigheid, het onafhankelijke Opperwezen. Alle geschapen zaken steunen op de scheppende kracht van G’d. Alleen Hakadosj Baroech Hoe is echt zelfstandig.

Zulke grote betekenisverschillen zijn het gevolg van een verandering in punctuatie. Vandaar dat er bijzonder gelet wordt op de uitspraak. Mijn heer gepunctueerd met een patach is een ongewijde aanspreektitel. Mijn Heer gepunctueerd met een kamats slaat op G’d. Jemenitische joden maken duidelijk verschil tussen kamats en patach maar in het modern Hebreeuws is dat verschil bijna geheel weggevallen.

Gastvrijheid 
Als Awraham het Opperwezen toesprak en Hem vroeg even te blijven wachten totdat hij de gasten had binnengehaald, wordt gastvrijheid in het Jodendom hoger aangeslagen dan het te woord staan van G’d. Wanneer de Chafeets Chaim (een geleerde uit de 20e eeuw) arme gasten had met Soekot (Loofhuttenfeest), wachtte hij niet tot het opgehouden was met regenen om in de Soeka te gaan zitten. Hij liet de gasten meteen eten. Hij wachtte zelfs niet om Sjalom Aleechem (het welkomstlied voor de Engelen) te zingen:”De Engelen kunnen wachten tot de gasten iets gegeten hebben en daarna kunnen we Sjalom Aleechem zingen. Een hongerige gast moet direct aan tafel kunnen”. En dit was voor hem een leidend beginsel. 

Awraham kreeg op het heetst van de dag drie mannen op bezoek, die later drie Engelen bleken te zijn. Awraham meende aanvankelijk, dat zij heidenen waren, die zich plachten te buigen voor het stof van hun voeten. Het stof aan hun voeten was een soort afgoderij geworden. Awraham wilde, als voorvechter van het monotheïsme, geen afgoderij in zijn huis. Daarom liet hij hun eerst hun voeten wassen. Toch is het moeilijk te begrijpen dat G’d hem nu uitgerekend gasten stuurt die “er als heidenen uitzagen”? Dit detail is niettemin belangrijk. Het leert ons veel over de mitswa van hachnasat orchiem (het voorschrift van gastvrijheid). Hachnasat orchiem wordt pas echte gastvrijheid wanneer men het huis openstelt voor iedereen, die hongerig is; niet alleen voor belangrijke gasten maar ook voor simpele, hongerige zielen. Rabbi Chaïm Brisker meende ook, dat echte hachnasat orchiem betekent dat iedereen welkom is.
 
Daarom heeft G’d Awraham ook gasten gestuurd die in zijn ogen niet zo belangrijk waren. Het leert, dat we niet kieskeurig op de gasten moeten neerkijken. Maimonides (1135-1204) geeft dit ook duidelijk aan: “Wanneer men een mitswa doet, moet men dit zo mooi mogelijk doen. Wanneer men een sjoel bouwt moet dat mooier zijn dan het eigen huis. Wanneer men armen te eten geeft, moet men het zoetste en het beste op tafel aan hen geven”. 

Wanneer we aan armen geven wat ze nodig hebben, doen wij de mitswa van tsedaka (liefdadigheid). Maar een arme van het beste en het zoetste te geven, is een hidoer mitswa (de mitswa op een hele fraaie manier uitvoeren). Dat is ook wat Awraham deed. Hij bood zijn gasten de beste en de heerlijkste gerechten aan. Een ander aspect van hidoer mitswa van gastvrijheid wordt aangeduid in het vers: “en Awraham stond bij hen onder de boom toen zij aten” (18:8). Gasten ervaren het als aangenaam wanneer de `ba’al habajit’ – de gastheer – bij hen blijft als zij hun maaltijd eten.

“En Awraham hief zijn ogen op en zag; en zie! drie mannen stonden boven hem en hij zag en rende hen tegemoet van de ingang van de tent en boog zich ter aarde” (18:2).

De Midrasj Rabba stelt, dat Awraham’s achterkleinkinderen de Tora kregen vanwege het feit, dat Awraham zich zo uitgesloofd had om de Engelen te bedienen. De Gemara vertelt (B.T. Sjabbat 88b), dat toen Mosje Rabbenoe de berg Sinaï beklom om de Tora te ontvangen de Engelen protesteerden en G’d vroegen: “Wat doet zo een sterveling onder ons? Welk recht heeft hij om de Tora te ontvangen?”. G’d zei tegen Mosje dat hij de Tora alleen ontving wegens de verdiensten van Awraham en zijn onbeperkte gastvrijheid.

Toen de Engelen Awraham bezochten, zegt de Tora, dat “zij boven hem stonden” (18:2). Zij stonden als het ware op een hoger niveau, maar iets later staat er in de Tora, dat “Awraham boven hen stond” (18:8). Wie stond nu boven wie?
Awraham was aanvankelijk klein in hun ogen. De Engelen dachten, dat Awraham slechts een gering menselijk wezen was. Maar nadat zij zagen hoe gastvrij Awraham was, bleek hij toch hoger te staan dan zij. Awraham maakte diepe indruk. De Engelen Michaël en Gavriël waren vol ontzag voor Awrahams grootheid. 

Wat deed de Engelen van inzicht veranderen? Awraham was 100 jaar oud, ziek van de besnijdenis en zwak. Het was op het heetst van de dag en toch zat hij bij de ingang van zijn tent op gasten te wachten. Wat doet een normaal mens in deze omstandigheden? De meeste mensen zouden op bed gaan liggen en in ieder geval niet op zoek zijn gegaan naar potentiële gasten. Als we ons niet goed voelen, proberen wij iedere verstoring van onze rust te vermijden. Maar Awraham “hief zijn ogen op en zag de Engelen boven zich staan” (18:2). Hij stelde de behoeften van anderen boven zijn eigen belang. Het kunnen verrichten van een mitswa was in zijn ogen zo belangrijk, dat alle menselijke zwakheden daarvoor moesten wijken.

Awraham had zichzelf net besneden: een duidelijk commitment. Met de Briet Mila gaf hij aan, dat hij zijn passies en verlangens onder controle had. Daarom was zijn naam ook veranderd van Awram in Awraham, dat in getallenwaarde 248 telt. Awraham had al zijn 248 ledematen onder controle. Awraham ontsteeg zijn menselijke beperkingen. Al zijn eigen verlangens waren ondergeschikt aan een hoger doel.

Dit verbaasde de Engelen. In eerste instantie meenden zij hoger te staan dan Awraham, maar toen zij bij hem weggingen realiseerden zij zich, dat Awraham hoger stond dan hen.

Zeven generaties later zouden de Joden de Tora krijgen. De Engelen protesteerden. G’d liet Mosje lijken op Awraham. Hij gaf hiermee de volgende boodschap aan de Engelen: “Jullie waren kennelijk vergeten dat er mensen zijn die hun eigen belang ondergeschikt kunnen maken aan het hogere belang van HaSjeem”. Een menselijk wezen kan zichzelf ontstijgen. De Engelen gaven dit uiteindelijk toe.

Daarom moesten de Engelen, voordat zij Sedom gingen vernietigen, eerst bij Awraham en Sara langs. Toen G’d Gavriël opdracht gaf om Sedom te vernietigen, vroeg hij waarom zij de dood schuldig waren. G’d antwoordde dat zij slecht waren. Maar de Engel antwoordde dat G’d Zelf in 9:21 gesteld had, “dat de neiging van het hart van de mens slecht is vanaf zijn jeugd”. “U heeft de mensen met deze slechte neiging opgezadeld. Waarom wilt U de mens dan straffen voor het volgen van zijn natuurlijk neiging?”. G’d antwoordde:“De mens heeft inderdaad een slechte neiging, maar hij heeft ook een goede neiging. Hij heeft de vrije keus. Dat dit zo is, blijkt uit het gedrag van Mijn dienaar Awraham. Ga maar eens bij hem op bezoek en zie welke kedoesja (heiligheid) en goedheid hij tentoonspreidt. Dan zul je heel anders tegen de mensen van Sedom aankijken”.

 “En de Engelen stonden op uit Awraham’s tent en keken naar Sedom” (18:16). Rasji verklaart, dat die uitdrukking van kijken een negatieve uitdrukking is: “met een vernietigende bedoeling”. Pas nadat zij Awraham en Sara hadden bezocht en hun edele karakter hadden gezien, konden ze Sedom naar hun verdorvenheid berechten.

Levi, 18:15-33. Awraham hoort van de a.s. vernietiging van Sedom en dawwent (bidt) vurig, dat dit niet zal geschieden. 3e alija, 19:1-20. De mensen van Sedom omsingelen Lots huis en dreigen de bezoekers te misbruiken. Lot biedt zijn dochters aan om zijn gasten te beschermen. Sedom wordt verwoest en Lot gered.

De doodstraf
De Tora besteedt veel aandacht aan het slechte gedrag van de mensen uit Sedom. Avraham, houdt een vurig pleidooi om de stad en omgeving te sparen. Uiteindelijk lukt dit niet. G’d vernietigt Sedom en Gomorra. Dit maakt de vraag naar de doodstraf hoogst actueel. De wereld heeft zeer verdeeld gereageerd op de doodstraf, die Saddam Hoessein werd opgelegd. De V.S. was vóór, de EU tegen de uitvoering daarvan. Hoe staat het Jodendom tegenover de doodstraf? Iedereen herinnert zich nog de onverbiddelijkheid, waarmee de regering in Singapore alle smeekbedes om het leven van de van drugshandel beschuldigde Johannes van Damme, te sparen, naast zich heeft neergelegd. Informele gesprekken, diplomatieke nota’s, brieven van bewindslieden, en een appèl van de Koningin, konden de autoriteiten in de Aziatische stadsstaat niet vermurwen. Doodstraf blijft een drama. Mogen wij andermans leven nemen?

Een moordenaar krijgt de doodstraf. We lazen het nog niet zo lang geleden:”Wie het bloed van mensen vergiet, zijn bloed zal door de mensen vergoten worden. Want G’d heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt “ (9:6). Hier lijkt de doodstraf een dwingende noodzaak. Iemand die koelbloedig andermans leven neemt, verliest zelf het recht verder te leven. Voorstanders van de doodstraf stellen dat respect voor menselijk leven meebrengt, dat de mens niet ongestraft gedood kan worden. Toch worden in de Tora niet alle gevallen van doodslag met de doodstraf bekocht. Kaïn, David en Achab worden wel gestraft maar niet met een doodvonnis. In 1870 werd de doodstraf in Nederland afgeschaft. Na de Tweede Wereldoorlog werd de doodstraf weer even ingevoerd. Het Sanhedrien te Jeruzalem was reeds 40 jaar vóór de verwoesting van de Tempel, dus 1977 jaar geleden, gestopt met het toepassen van de doodstraf. 

In de Talmoed wordt zeer terughoudend met de doodstraf omgesprongen. Zo wordt de wet van ‘de weerspannige zoon’ vier pagina’s lang in de Talmoed besproken (B.T. Sanhedrien 68b-72a) maar daarna wordt besloten dat het geval van ‘de weerspannige zoon’ nooit is voorgekomen en ook nooit zal voorkomen. Deze wet werd alleen gegeven voor studie, maar niet voor de praktijk. Toch protesteert Rabbi Jonatan en stelt: “Ik heb een weerspannige zoon gezien en op zijn graf gezeten”. In B.T. Sanhedrien 51b wordt de studie van de doodstraffen vergeleken met de studie van de offers, die ook geen praktijk meer zijn. In de Misjna Makkot (1:10) wordt gesteld dat een Sanhedrien, dat iemand één keer per zeven jaar ter dood veroordeelt, beschouwd wordt als een bloedbank. Rabbi Elazar ben Azarja meent dat zelfs één keer in de 70 jaar al veel te veel is. Rabbi Tarfon en Rabbi Akiva stellen dat als zij in het Sanhedrien zouden hebben gezeten, er nooit een doodstraf zou zijn uitgesproken. Maar Rabbi Sjimon ben Gamli’eel stelt dat dit averechts zou werken: ”Met zo een opstelling zouden er veel moordenaars onder Israël zijn”. 

Toch werd de doodstraf voor levensgevaarlijke criminelen, soms zelfs tot in de Middeleeuwen, nog uitgesproken. Waar de Joodse rechtbanken met deze juridische bevoegdheden waren bekleed, zoals in Spanje onder de heerschappij van de Moslims, werden soms doodvonnissen uitgevoerd, wanneer bepaalde individuen een bedreiging vormden voor de gemeenschap. In de Responsa van Maharam Lublin (138) staat beschreven dat deze Joodse rechtbanken liever niet een van de vier Bijbelse doodstraffen toepasten, om niet de schijn te wekken dat zij zich Sanhedriale bevoegdheden aanmaten. Toen de eerste moordzaak in de staat Israël werd gehouden telegrafeerden beide Israëlische Opperrabbijnen de minister van Justitie de doodstraf onmiddellijk af te schaffen. Een doodvonnis achtten zij in strijd met de Joodse wet. Alleen Eichmann werd ter dood veroordeeld vanwege genocide.

4e alija, 19:21-21:4. Lot wordt verleid. Sara wordt geschaakt door Awimelech. Jitschak wordt geboren. 5e alija, 21:5-21. Jitschak wordt besneden. Awraham verdrijft Hagar en Jisjmaeel, die door een wonder gered worden in de woestijn.
6e alija, 21:22-32. Awimelech en zijn generaal Pichol sluiten een pact met Awraham. Awraham plant een Esjel=herberg in Be’er Sjewa.
7e alija, 22:1-24. Jitschak wordt op het altaar gebonden maar op het laatste nippertje niet geslacht.

Reacties zijn gesloten.