Parsja Soekot

Rosj Hasjana, Jom Kippoer, Soekot (Loofhuttenfeest) en Simchat Tora (Vreugde der Wet) vormen één doorlopend proces. Vele aspecten van het begin van de feestmaand Tisjrie, de zevende maand van het Joodse jaar, zijn terug te vinden aan het eind van deze maand. De honderd sjofartonen, die de mens uit zijn religieuze sluimertoestand moeten wekken, zijn weer terug te vinden in het ‘sechach’, de rieten dakbedekking van de loofhut. Iedere Hebreeuwse letter heeft een getalwaarde: de ‘s’ is 60, de ‘ch’ is 20 en de tweede ‘ch’ eveneens. Tezamen dus honderd (de klinkers tellen niet mee). Het getal honderd, dat op Rosj Hasjana weerklank vindt in de honderd tonen, die ons wakker schudden uit onze roes van zelfingenomenheid vormen twee weken later het sechach, de schamele bedekking van onze gammele loofhut, die ons onze breekbaarheid en afhankelijkheid van Boven doet beseffen.

Daarom heeft de soekka kedoesja – heiligheid. Dit komt naar voren in verschillende diniem (voorschriften). Zo mag men van het hout van de soekka geen ander gebruik maken, noch van de wanden, noch van het schach (loofbedekking), tot na Simchat Tora, omdat het hout gebruikt werd voor een mitsva. Het is zelfs verboden er een stukje riet van af te nemen om als tandenstoker te gebruiken! En zelfs als het er afgevallen is, is het nog verboden.

►Ook van de versiering van de soekka mag men geen ander gebruik maken, zelfs niet als die afgevallen is. En omdat men er geen gebruik van mag maken, is het op Sjabbat en JomTov moektse en mag men het dus niet verplaatsen. Maar men mag wel ruiken aan een Etrog die in de soekka hangt want de geur is niet moektse. Maar als men van tevoren gezegd heeft dat de versiering die aan de wanden hangt, gebruikt mag worden als het eraf valt, dan is dat toegestaan. Kleden die als versiering in de soekka hangen, mag men eraf nemen, zodat ze niet kapot gaan door de regen, zelfs als men daar geen uitspraak over gedaan heeft, want wij gaan ervan uit dat men dit in gedachte had toen men ze ophing. Maar het is wel beter wanneer men hier wel van tevoren over uitspreekt, dat men geen afstand doet van het gebruik van de versieringen voor andere doelen.

►Vóór de zonsondergang van de eerste feestdag – vlak voor Jom tov dus – gaat men dan bij zijn soekka staan en zegt: „Ik verklaar dat het is toegestaan om de versiering van deze soekka op te eten of te gebruiken wanneer ik dat wil”. Men moet er dan wel voor zorgen dat de versiering die men op de feestdag zelf wil gebruiken niet met een knoop is vastgemaakt maar met een strik.

►Ook na Soekkot, wanneer men de soekka uit elkaar genomen heeft, moet men niet op het hout gaan staan en het ook niet op een verachtelijke manier behandelen. Het wordt immers beschouwd als een voorwerp dat bestemd is voor een mitsva, net als bijvoorbeeld de tsietsiet. Het is verboden om in een pompoen het vers „Je moet in soekkot wonen” (Vajjikra 23:42) te graveren of te schrijven, of welk andere pasoek dan ook, of op welke andere versiering dan ook, want naderhand wordt dat zonder respect behandeld. Bovendien mag men niet zomaar een Tenachvers opschrijven.
Hoe zitten we in de soekka?
►„Jullie zullen zeven dagen in de soekka verblijven” (Vajikra 23:42). Dat wil zeggen: jullie moeten erin wonen, zoals men woont in zijn huis, gedurende het hele jaar, zo moet nu de soekka zijn woning zijn. Men brengt er al zijn mooie huisraad in, men eet en drinkt er, men leert en –indien mogelijk- slaapt men in de soekka en brengt er zijn tijd door. Wanneer men wil praten, doet men dat in de soekka. Ook als men in zijn eentje davvent, davvent men in de soekka.

►Wat is de reden van deze grote mitsva? „Opdat jullie toekomstige generaties zullen weten dat Ik de Israëlieten in Soekkot heb laten wonen, toen Ik hen uit Egypte gevoerd heb” (23:43). Daarom moet men, als men in de soekka zit, bedenken, dat Hasjeem ons geboden heeft in de soekka te zitten als herinnering aan de Uittocht uit Egypte. Over dit woord „Soekkot” hebben de Tannaïem (B.T. soekka 11b) een meningsverschil. Rabbi Eliëzer zegt dat dit de wolken zijn van de G-ddelijke Heerlijkheid, waarmee Hasjeem onze voorouders beschermde tegen de hitte en de zon overdag en de koude ‘s nachts.

►Maar Rabbi Akiwa meent dat het echte hutten waren die de Joden voor zichzelf maakten wanneer zij zich ergens legerden. Hoewel wij in Nisan uit Egypte trokken, gebood Hij ons nog niet om op dat tijdstip van het jaar hutten te bouwen, omdat het dan het begin van de zomer is. Iedereen maakt dan een hut voor de schaduw. Het zou dan niet duidelijk zijn dat men de soekka voor de mitsva bouwde.

►Wanneer men een vaste maaltijd wil eten dan doet men dat in de soekka. Wat is een vaste maaltijd? Brood van een hoeveelheid groter dan een kebeetsa (=een ei), en dat geldt zelfs voor koek en dergelijke. Ook iets dat gekookt is met één van de vijf graansoorten, meer is dan een eigrootte en als maaltijd gepland is, moet men in de soekka eten met de beracha leesjeev basoekka. Maar vruchten mag men buiten de soekka eten, zelfs als men er veel van eet en zelfs als men het als een maaltijd beschouwt. Ook wijn of andere drank, en vlees of kaas mag men buiten de soekka eten, mits men die niet als „maaltijd” bestempelt. Maar wanneer men wijn of een andere drank als vaste maaltijd drinkt of als men vlees of kaas als vaste maaltijd wil eten, dan moet men dat in de soekka doen (overigens zonder beracha leesjeev basoekka). Toch is het dan beter dat men eerst brood eet, zodat men de beracha kan zeggen. Dit alles is halacha, maar wie streng is voor zichzelf, drinkt zelfs geen water buiten de soekka.

►Wanneer het regent is men vrijgesteld van de soekka, als het zo hard regent dat men verwacht dat het eten bederft wanneer het in gekookt eten valt. Ook al eet men op het moment niet in de soekka maar voelt men dat als zoveel regen in de kamer zou vallen, men die kamer zou verlaten, dan mag men de soekka verlaten.

►Het is de minhag om de beracha leesjeev basoekka alleen te zeggen bij een vaste maaltijd. Men zegt dan eerst hamotsie en daarna leesjeev basoekka, voordat men begint te eten. Alle andere dingen die men de hele dag in de soekka eet en doet, is vrijgesteld met de beracha die men gezegd heeft voor de vaste maaltijd, tot de volgende vaste maaltijd. Wanneer men tussen de ene maaltijd en de volgende de soekka niet verlaten heeft om naar werk of sjoel te gaan, dan hoeft men, als men voor de eerste maaltijd de beracha leesjeev basoekka gezegd heeft, die voor de tweede maaltijd niet nog eens te zeggen. Zelfs als iemand alle zeven dagen van het feest in zijn soekka gezeten heeft, daar gegeten, geleerd, gedavvend en geslapen heeft, dan hoeft hij maar eenmaal de beracha te zeggen, omdat hij in gedachten continu bij de soekka is gebleven. Ook als men maar even de soekka verlaten heeft, met de bedoeling om daar direct weer naar terug te keren, wordt dat niet beschouwd als een mentale onderbreking of verwijdering. Dan hoeft men bij de tweede maaltijd niet opnieuw de beracha leesjeev basoekka te zeggen. Dat moet alleen als men naar werk of sjoel gaat. Maar ook als men het huis is binnengegaan om daar te leren of om iets anders te doen dat enige tijd vergt, dan geldt dat ook als onderbreking en moet men de beracha leesjeev basoekka opnieuw zeggen bij een volgende maaltijd.

►Wanneer iemand naar de soekka van een vriend gaat, zelfs al was dat middenin de maaltijd, en daar een hoeveelheid eet die men in de soekka moet eten, dan moet men ook daar de beracha leesjeev basoekka zeggen. Wie vergeten is leesjeev basoekka te zeggen, en zich dat realiseert midden in de maaltijd, of zelfs nadat hij zijn eten al beëindigd heeft, die zegt alsnog de beracha, want in de soekka zitten na de maaltijd is ook een deel van de mitsva.

►Wie zich oncomfortabel voelt in de soekka, is daarvan ook alle overige nachten vrijgesteld en alle dagen dat het hem onaangenaam is wegens de kou, wind, of stank en dergelijke. Dit geldt ook wanneer de kaarsen op Sjabbat in de soekka zijn uitgegaan, terwijl het erg veel moeite kost om naar de soekka van een vriend te gaan om daar bij licht te eten. Dan mag men naar huis gaan, als daar de kaarsen wel branden. Dit alles geldt alleen wanneer de soekka naar behoren gebouwd was, en iemand zich door een ongelukkig toeval oncomfortabel voelt als hij in de soekka zit of slaapt. Maar wanneer de soekka is opgezet op een plaats met een vreselijke geur of iets dergelijks, dan kan men zelfs zijn verplichtingen niet doen als hij daar alleen overdag in eet. Wanneer de wind door de wanden van de soekka de kaarsen uitblaast, mag men daar een doek of kledingstuk voor hangen.

►Reizigers die onderweg zijn, zijn overdag vrijgesteld van de verplichting van de soekka, omdat zij geen tijd hebben om op zoek te gaan naar een soekka, daar zij gehaast zijn om hun reis voort te zetten. Maar wanneer men zonder veel moeite in een soekka kan zitten, is men dat verplicht. ’s Nachts, wanneer men in het hotel is, waar men wil overnachten, moet men moeite doen om in een soekka te zitten. En zelfs wanneer men ergens is waar geen soekka is en men kan voor weinig geld een soekka opzetten, dan moet men moeite doen om in een soekka te kunnen slapen. Voor wie ’s nachts reist, gelden de voorschriften van overdag. Wie op chol hamo’eed de dorpen langs gaat om zijn vorderingen te innen, moet streng zijn voor zichzelf en iedere avond terugkeren naar huis, om de mitsva van de soekka uit te voeren.

►Wie voor een mitsva op reis is, zelfs al is dat ’s avonds, is vrijgesteld van de soekka als hij in een hotel overnacht en hij moeite zou moeten doen om een soekka te vinden. Dit geldt zelfs wanneer hij het alleen maar oncomfortabel vindt om in een soekka te slapen, omdat, als hij daar wel in zou slapen, hij de volgende ochtend moe zou zijn en de mitsva niet naar behoren zou uitvoeren. Wie in een winkel of kantoor werkt en gewend is om de rest van het jaar daar te eten, is verplicht met Soekkot in een soekka te eten.

Reacties zijn gesloten.