Parsja Dewariem

DEWARIEM (Woorden): Dit laatste boek van de Tora wordt ook wel “herhaling van de Tora” genoemd omdat veel van wat in de vier vorige boeken staat, herhaald wordt. De Bné Jisraeel staan op het punt de Jordaan over te trekken en Mosjé drukt het volk op het hart toch vooral G’ds geboden te houden. Hij noemt de wonderen die G’d verricht heeft voor het volk, dat nu het Land moet veroveren onder leiding van Jehosjoea; God zal hen bijstaan.

Mosjé vertelt de geschiedenis van de verspieders, door wier zonde het volk veertig jaar door de woestijn moest trekken en noemt een aantal tochten. Deze generatie sterft in de woestijn, behalve Kalev en Jehosjoea. Mosjé zelf mag het Land ook niet intrekken. De stammen Reoeween, Gad en de halve stam Menasjé krijgen grond aan de oostzijde van de Jordaan maar de mannen beloven stoottroepen te zijn voor hun broeders bij de verovering van het Land. Voorts worden de oorlogen die gevoerd zijn en de veroveringen genoemd, ook de nederlagen en de volkeren tegen wie de Bné Jisraeel het zwaard niet mochten opheffen.
Koheen (1:1-11) De afscheidsdroosje van Mosje vindt plaats in de Arwot Moaw, de laatste legerplaats voor de intocht in Israël. Het begint op de Rosj Chodesj Sjewat in het veertigste jaar van de woestijntocht. Verschillende plaatsen die in de pesoekiem (verzen) vermeld worden, zijn in feite “hints” naar gebeurtenissen gedurende de 40-jarige omzwerving: het gouden kalf, de opstand van Korach en de klachten omtrent het manna. Mosjé geeft ook een standje over de episode van de verspieders. Verder vertelt hij over de overwinningen over de Emori en Chesjbon om het volk vertrouwen te geven voor de verovering van het land. Het doel is G’ds wetten nakomen in het land.

►G’d verbiedt afgoderij streng. Mosje kapittelt de Joden over hun afgodische neigingen. Afgoderij staat haaks op het monotheïstische Jodendom. Het is verboden enig profijt te hebben van een afgodsbeeld, van de offervoorwerpen, de versieringen en de offers van afgoderij. Maar niet alleen beeldjes ook bijgeloof is verboden. Daarom is het verboden om waarzeggers te raadplegen, alleen in levensgevaar of wanneer men gekweld wordt door een zieke geest mag men een niet-joodse magiër raadplegen. Toch zegt Maimonides dat zwarte magie nonsens is. Degenen die er in geloven zijn volgens Rambam geestelijk zwak: “Vertrouw volkomen op Hasjeem” (Dewariem 18:13).
Wat is magisch voorspellen? De toekomst voorspellen op basis van astrologie. Volgens horoscoopmakers zijn sommige dagen goed of slecht maar dat strookt niet met het Jodendom.

►Ook bijgeloof is verboden. Wat is bijgeloof? Als iemand zegt:”Omdat mijn brood uit mijn mond gevallen is of omdat mijn stok uit mijn hand gevallen is of een raaf tegen mij gekrast heeft of een hert mijn pad kruiste zal ik deze weg maar niet nemen omdat mij dat ongeluk zal brengen.” Dit heet bijgeloof. Dit soort uitspraken zoals “een slang passeerde mij rechts” of “een vos passeerde mij links” zijn allemaal verboden door de Tora.

►Mosje geeft het Joodse volk een stevig standje voor hun zonden. Toch meldt hij die niet specifiek. Hij hint alleen maar aan alles wat er mis ging. Onze Wijzen zeggen (B.T. Sota) dat men zichzelf liever in een vuuroven moet werpen dan dat men publiekelijk iemand anders te schande zet. Daarom heeft Mosje de zonden van het Joodse volk niet expliciet willen noemen.

►De Joden stonden op het punt om het Heilige Land binnen te trekken. Ze begrepen dat het nu nodig was om alle voorbereidingen voor de intocht te treffen. Ze moesten alle voorschriften voor het land Israël kennen. In een paar weken – vlak voor het overlijden van Mosje – konden ze alle wetten herhalen die ze tot dan geleerd hadden, dat lukte inderdaad in heel korte tijd. Bovendien geeft Mosje hier een moesardroosje (een scherpe redevoering). Daarom werden alle Joden verzameld. Hoewel niet iedereen wellicht alle Tora-aspecten, die Mosje tot nu toe had onderwezen, begreep, begreep iedereen wel wat Mosje nu te vertellen had. Iedereen had een duidelijke vermaning nodig. Het leven in Israël zou niet gemakkelijk zijn. Iedereen had Mosje’s richtlijnen nodig, zijn warme aanbevelingen voor de toekomst. Bovendien wilde Mosje met heel het Joodse volk afspreken dat ze zich niet zouden opdelen in verschillende fracties. Alle Joden zouden, nadat ze Israël waren binnengetrokken, voor elkaar verantwoordelijk zijn. Dit gevoel bestaat nog steeds, zowel in de Joodse- als in de niet-Joodse wereld. Mosje had het niveau bereikt van een koning, die alle noden, behoeften, wensen en gebreken van zijn onderdanen als geen ander aanvoelt. Hiervoor is G’ddelijke inspiratie nodig maar hij kon zich inleven in iedere individuele onderdaan. Hij begreep waar hun kracht en hun zwakte lag. En iedereen ving de woorden op alsof ze speciaal voor hem waren uitgesproken. Alleen een man als Mosje, met een geweldige helikopterview, was in staat om iedereen het gevoel te geven dat hij aangesproken werd.

►In eerste instantie worden de zonden van het Joodse volk niet duidelijk aangegeven. Mosje behandelt ze met een hint. Maar later wordt er wel duidelijk melding gemaakt van wat het Joodse volk allemaal misdeed (zie 1:22 en 9:16). Dit lijkt in tegenspraak maar het antwoord is simpel. De Joden begrepen de hint van Mosje maar al te goed. Ter plekke deden zij tesjoeva (kwamen zij tot inkeer). Hun zonden werden vergeven. Daarom hoefden zij zich ook niet meer te schamen voor hun overtredingen; die konden toen openlijk besproken worden om tot een nieuw niveau van godsdienstigheid en religiositeit te komen. Wanneer men tesjoeva doet, worden zelfs opzettelijke zonden veranderd in goede daden. Dat is nog een reden waarom ze later wel expliciet vermeld konden worden.

Levi (1:12-21) Mosjé vertelt, dat hij niet meer in staat was om het volk alleen te leiden en dat hij de leiders van de stammen als rechters over het volk heeft aangesteld op G’ds bevel. Rechters moeten zich onderscheiden door Torakennis en andere kwaliteiten. Het is verboden om een rechter aan te stellen om de verkeerde redenen (rijkdom, charisma of relaties). Rechters moeten eerlijk en onpartijdig zijn en mogen de partijen niet vrezen. Mosjé bleef de hoogste autoriteit voor moeilijke zaken. Het volk wordt aangespoord niet te vrezen voor de toekomst.

Derde alija (1:22-38) De nieuwe generatie hoort de episode van de verspieders.

Vierde alija (1:39-2:1) Mosjé waarschuwt de blunders van de vorige generatie niet te herhalen. Zij huilden dat hun kinderen wezen zouden worden, maar deze kinderen staan nu op het punt het Land binnen te gaan. Mosjé vertelde ook van de tragische gevolgen van de pogingen om het land tegen G’ds wil binnen te trekken. Het werkt niet zonder G’ds hulp en het kan niet mis gaan met G’ds hulp.

►Mosje stelt dat hij de zorg voor het hele volk niet in zijn eentje kan dragen:”G’d heeft u vermenigvuldigd en zie, vandaag bent u zo talrijk als de sterren aan de hemel. De G’d van uw vaderen moge aan u nog duizendmaal zoveel toevoegen als u nu telt en moge Hij u zegenen zoals Hij u beloofd hebt” (1:11)
Het Joodse volk was niet tevreden met deze zegen van Mosjé. In Bereesjiet 32:13 had G’d beloofd dat het Joodse volk zou zijn als het `stof der aarde, teveel om te tellen’. Het volk bevroeg Mosje waarom hij hen relatief zo gering zegende. Het antwoord van Mosjé luidde volgens de Midrasj: “Dit is mijn persoonlijke beroche (zegening) aan jullie”. Maar wat hebben we aan deze beperkte, persoonlijke beracha van Mosjé als de zegen van de Almachtige oneindig veel groter is?

►Volgens Chatam Sofeer wilde Mosje hen testen. Hij wilde kijken hoe de Joden zouden reageren. Wilden ze alleen maar kinderen als verzekering voor de oude dag in een tijd dat er nog geen pensioenen waren, omdat zij konden helpen in de huishouding of op de boerderij, of werd de kinderwens ingegeven door behoefte aan gezelschap of gezelligheid? Was het verlangen naar kinderen gebaseerd op egoïsme en egocentrisme of wilden ze kinderen omdat ieder mens een vonk G’ddelijkheid in zich heeft en kinderen de grootste Hemelse gaven zijn?
Als ze alleen kinderen zouden willen krijgen om hen te helpen dan zou de beracha van Mosjé hebben volstaan. Met duizend kinderen kan men alle aardse behoeften vervullen.

►Maar het Joodse volk reageerde negatief. Ze wilden een oneindig aantal kinderen omdat ze niet aan hun eigen behoeften maar aan de bovennatuurlijke zegen dachten, die ieder kind is. Daarom was het Joodse volk G’ds zegen waardig.

►Deze discussie over waarom wij kinderen willen krijgen, was niet nieuw. Al eeuwen daarvoor had die plaats gevonden, toen Esau Ja’akov kwam begroeten bij zijn terugkeer uit Aram. Esau kwam Ja’akov met een leger van vierhonderd man tegemoet. Dat zag er gevaarlijk uit. Ja’akov kwam alleen met vrouwen en kinderen. Esau’s bedoelingen waren niet duidelijk. In de eerste spannende ogenblikken vroeg Esau: “Wie zijn deze kinderen?”. Ja’akov antwoordde: “Dit zijn de kinderen die G’d mij heeft gegeven”. De discussie ging – volgens onze commentatoren – eigenlijk over het nut van kinderen. Esau vroeg: “Wat heb jij aan al deze kinderen? Ik dacht dat wij de wereld hadden verdeeld. Jij zou de Toekomstige Wereld nemen. Waarom heb je zoveel kinderen? In de Olam Haba heb je niets aan kinderen. Kinderen zijn alleen van nut op deze wereld”. “Onzin”, zei Ja’akov, “kinderen zijn G’ddelijke vonken. Elk kind heeft zijn eigen waarde als G’ddelijke ziel. Kinderen zijn de hoogste spirituele waarde die wij kunnen bereiken op deze wereld.”

►Ja’akov wil kinderen voor hun eigen ontwikkeling en religieuze ontplooiing. Esau ziet ze slechts als koeienmelkers en knechten. De moderne mens heeft ontdekt dat kinderen een geweldige last kunnen zijn. Ze zijn duur, kosten veel tijd en ze zijn uitermate arbeidsintensief. Voel je je alleen? Neem een hond! Wat is er leuker dan een hond die verder niets eist en kwispelstaartend je slippers en je krantje aandraagt als je thuiskomt. Dat was Esau’s houding. Dit is de moderne opvatting bij veel mensen. Ja’akov gaat er niet vanuit dat kinderen het leven leuker of makkelijker maken. Een kind is een spirituele missie. G’d wil dat er zoveel mogelijk mensen op de wereld zijn. Wat is er meer de moeite waard? Investeren in infrastructuur, nieuwe computers, robotten of in mensen? De mens werd naar G’ds evenbeeld geschapen. Een mooiere investering bestaat er niet.

Vijfde alija (2:2-30) Het volk ging naar het noorden en krijgt de opdracht om niet te vechten met het volk van Esau. Ze mochten alleen water en voedsel kopen voor op reis. Ook het land Moaw was een erfdeel voor de afstammelingen van Lot. Verder worden er verschillende volkeren genoemd in verschillende landen in de regio. Achtendertig jaar had men door de woestijn getrokken totdat G’d het gebod vertelde om het land van Ammon en Moaw door te trekken zonder strijd. Maar Edom en Ammon/ Moaw zouden de strijd aanbinden. Sichon werd vrede aangeboden maar hij verwierp het. Zijn land werd veroverd.

Zesde alija (2:31-3:14) Mosjé vertelt over de overwinning over Sichon en zijn land. Og, koning van Basjan, werd ook veroverd. Mosjé gaf deze landen aan Re’oeween, Gad en half Menasje. De overwinningen ten oosten van de Jordaan gaf weer moed.

Zevende alija (3:15-22) Mosjé herhaalt instructies voor de twee en een halve stam: pas na verovering van Israël zullen ze terug mogen keren naar hun families en steden. Mosjé gaf opdracht aan Jehosjoe’a om niet bang te zijn aan de westkant van de Jordaan.

Reacties zijn gesloten.