Parsja Naso

NASO (neem op): Hier volgen verdere opdrachten inzake het transport van de Tabernakel. Daarna wordt opgedragen iedereen die ritueel onrein is, weg te zenden. Dan volgt een richtlijn voor wie zaken ontvreemd heeft. Als een man zijn vrouw van ontrouw verdenkt, volgt de voorgeschreven procedure. Voorts wordt de wet op het nazireeërschap vermeld: een nazier is iemand die vrijwillig een gelofte op zich neemt gedurende een zekere tijd. In die periode mag zij of hij geen wijn drinken of wat dan ook van de wijngaard eten, dan wel andere sterke drank gebruiken. Voorts moet haar/zijn hoofdhaar niet geschoren worden en zij/hij mag zich niet verontreinigen aan een overledene. Aan het einde van de periode brengt hij/zij een offer in de Tempel, scheert het hoofd en hervat het normale leven. De kohaniem moeten het volk zegenen. Het Heiligdom krijgt van alle stammen dezelfde geschenken.
Sjawoe’ot: Feest van geestelijke groei en wetgeving
►Sjawoe’ot – het feest van het ontvangen van de Tora – is de gelegenheid bij uitstek om ons eens in zeer fundamentele vragen te verdiepen, die de essentie van onze spirituele opdracht raken. In Pirké Awot (VI:2) komt een opmerkelijke uitspraak voor: “Tevens zei Rabbi Jehosjoe’a ben Levie, naar aanleiding van Sjemot/Exodus 32:16 ‘De Tafelen – met de Tien Geboden – waren G’ddelijk werk en het schrift was G’ddelijk schrift – charoet – gegrift in de Tafelen; lees niet ‘charoet’ maar ‘chéroet’, vrijheid. Want alleen degene die de Tora bestudeert is werkelijk vrij en een ieder die Tora leert, komt steeds op een hoger peil”.

Binding en vrijheid
►Dat men door constante Tora-studie steeds op een hoger plan komt, lijkt logisch omdat de Tora G’ds wijsheid bevat. Hoe meer men van deze ‘chogma’ in zich opneemt, hoe dichter men bij G’d komt en hoe hoger men reikt. Maar dat ‘alleen degene, die Tora bestudeert werkelijk vrij is’, dat is een zeer opmerkelijke uit¬spraak. Juist in onze tijd van liberalisme, tolerantie en individualisme lijkt gehecht¬heid aan de Tora een belem¬mering voor onze individuele ontplooiing. Het omge¬keerde lijkt waar te zijn: hoe vaak horen we niet dat juist de voorschriften van de Tora ons overal beperkingen opleggen. We kunnen niet zomaar overal eten, op Sjabbat kunnen we niet naar het strand, onze gebeden moeten op vaste tijdstippen worden uitgesproken… Kort maar krachtig: met handen en voeten zijn wij gebon¬den aan de Tora. Is dat nu de werkelijke vrijheid, die Rabbi Jehosjoe’a ons be¬looft?

Gezag en ontplooiing
►De Tora eist van ons dat wij ons aan haar voorschriften houden, hetgeen telkens een vorm van onderwerping inhoudt. Wanneer wij een gezagsverhouding aangaan met een mens van ‘vlees en bloed’ betekent dit inderdaad dat wij onze eigen wensen en verlan¬gens tijdelijk ‘in de ijskast’ zetten. Als wij ergens in dienst treden en voor een ‘baas’ gaan werken, worden wij geacht ons 8 uur per dag volledig voor het werk van onze werkgever in te zetten. Onze eigen ontplooiing en de invulling van onze eigen behoeften verschuiven wij naar de avonduren. Er zijn maar zeer weinig mensen die het lukt om hun eigen identiteit en persoon¬lijkheid volledig te actualiseren in de werkopdrachten van hoger¬hand. Mystieke ervaringen vinden bijvoorbeeld zelden of nooit op de werkvloer plaats. De mensen van de directie en het personeel sporen zelden gelijk, noch qua inhoud, noch qua tempo.

Tora is ontplooiing
►Bij het Tora-gezag lijkt dat echter anders. Hoewel het zeker waar is dat de Tora onvoorwaardelijke onderwerping aan haar gezag eist, is juist de Tora-Gever in staat geweest een systeem te creëren, waardoor beide doelen tegelijkertijd haalbaar zijn: een maximale onderwerping is de voorwaarde voor de meest optimale per¬soonlijke ontplooi¬ing. Het verschil tussen een menselijke en de G’ddelijke ‘baas’ ligt ingebed in de volgende punten:
a. De G’ddelijke ‘baas’ heeft ons niet nodig, de menselijke baas wel. Door zijn menselijke beperkingen is de directeur niet in staat alles zelf te doen. Hij moet veel delegeren en overlaten aan zijn ondergeschikten.

b. Hierdoor is het zo dat de aardse baas anderen inhuurt voor de realisatie van zijn plannen, of dit nu de verkoop van een bepaald product betreft of de bouw van een nieuw kanto¬rencomplex.
Door Zijn ‘onbeperktheid’ en ‘onafhankelijkheid’ is G’d nu juist bij uitstek in staat een systeem te creëren waarin juist de persoonlijke groei van Zijn onderda¬nen centraal staat.

Veel regels
►Het is ontegenzeggelijk waar dat de Tora-Gever ons vele regels voorschrijft. Wat G’d hiermee beoogt, is juist het meest mense¬lijke – en bij het Joodse volk is dat het meest ‘Joodse’ – te optimaliseren. En daarbij sluit de Tora aan en doet een beroep op ons hoogste menselijke ambities. Het Tora-leven wordt ook wel eens omschreven als een ontdekkingsreis naar ons ‘ware ik’. Maar om dat ‘echte eigene’ te bereiken, moet aan vele randvoor¬waarden voldaan worden, juist in onze jachti¬ge, prestatie- en productgerichte maatschappij. De eindeloze stroom nuttige en nutteloze informatie, het eeuwig bezig zijn met allerlei dingen buiten onszelf en onze ‘echte nesjomme’ – presteren en produce¬ren – doen ons al snel vergeten waar het werkelijk om draait in het (Joodse) leven.
Neem de Sjabbat als voorbeeld: er bestaan inderdaad veel beperkingen, geen telefoon, televi¬sie, krant of radio. Maar juist die beperkingen stellen ons in staat om ons weer eens op onszelf te concen¬treren en weer kennis te maken met wie en wat we zelf zijn in onze relatie tot G’d (dawwenen), onze medemensen – ons eigen gezin – en de gewone menselijke omgang aan tafel thuis en last but not least onze eigen religieuze, intellectuele en emoti¬onele aspecten, die we kunnen ontwikkelen in Tora-studie en diepgaande gesprekken. Wat een dag!
Wat voor de Sjabbat geldt, geldt ook voor vele andere complexen van ge- en verboden. De Tora is zo uitzonderlijk omdat zij ons – stap voor stap en ieder op zijn niveau – begeleidt bij het verwe¬zenlijken van ons ware ego. Dat ware ik is uiteindelijk onze jiddisje nesjomme. En dat is een ontdekkingsreis waar we een heel leven lang over kunnen doen.

Frisheid en extase
►Laat mij besluiten met een opmerkelijke samenloop van psycho¬logie en ons Jo¬dendom. Iedere dag rennen we naar de brievenbus voor het laatste nieuws. De woorden van de Tora echter doen bij velen ‘ouderwets’ aan. Toch stellen onze Wijzen, dat de ‘woor¬den van de Tora ons iedere dag als het grootste nieuws moeten opvallen’. Hadden onze Chaga¬miem dan geen oog voor de reali¬teit? Weer zo’n ‘moeten’ van de bovenste plank? Ik geloof van niet: de Tora wil van ons zelf-ontplooiende mensen maken. Van zelf-actualiserende mensen is het bekend, dat zij het vermo¬gen hebben om de fundamentele goederen van het leven telkens weer fris en naïef, met ontzag, plezier, verwondering en zelfs extase te appreciëren, hoe ‘oudbakken’ die ervaringen ook door anderen gevonden mogen worden.
Misschien vormt deze uitspraak van onze Wijzen een test, waar¬aan wij ons niveau van spirituele groei kunnen afmeten: indien wij keer op keer weer in staat blijken creativiteit en (mystieke) topervaring aan diezelfde gegevens, die eens 3319 jaar geleden op de Sinaï geopenbaard werden, te ontlenen, mogen wij aannemen dat we op de goede weg zijn. Bij de Tora zijn wij aan het goede adres: het is immers de weergave van de steeds vloeiende, altijd verfrissende Bron van alle Leven!

Wat doen we Sjawoe’ot ochtend?
►Tot slot enkele praktische halachische tips voor de `opblijvers’. Wanneer u op Sjawoe’ot de hele nacht doorleert, heeft u `s ochtends een probleem met de ochtendberachot. Zestien van de ochtendberachot kunnen normaal gezegd worden maar bij vier ontstaan er problemen. Deze vier zijn:

1. Al Netielat Jadajiem
2. Birchot Hatora
3. Elokai Nesjama
4. Hama’awier Sjena

Al Netielat Jadajiem
►Volgens de Rosj moet `s ochtends handen gewassen worden, omdat we tijdens onze slaap de onreine delen van ons lichaam aanraken. Volgens Rasjba worden wij elke ochtend een “nieuw mens” en moeten wij onze handen wassen ter voorbereiding van de dienst van Hasjeem, gelijk de Koheen die zijn handen waste, voordat hij de Tempeldienst begon. Wanneer men de hele nacht gewaakt heeft, moet men dan ook `s ochtends weer handen wassen? Volgens de Rasjba zou dit wellicht wel moeten maar volgens de Rosj is handenwassen niet noodzakelijk wanneer men de hele nacht wakker is gebleven. Men weet dan zeker dat de handen rein zijn gebleven. De Rema (1520 1577) harmoniseert beide meningen en stelt, dat men wel de handen moet wassen, zodra het ochtend is, maar er geen beracha over uitgesproken wordt. Niet iedereen is het met de Rema eens, daarom worden de twee volgende oplossingen aangedragen:

1. Direct na de ochtendgloren (alot hasjachar) moet men naar het toilet gaan en de handen wassen, waarna Al Nietelat Jadajiem en Asjer Jatsar worden uitgesproken. Dit is de beste optie.
2. Men moet luisteren naar iemand die wel geslapen heeft, die de beracha voorzegt met de bedoeling om de `nachtwaker’ zijn plicht te laten vervullen.

Birchot Hatora
►Sommige Poskiem zijn van mening, dat de Toraberachot van gisteren doorlopen totdat er een duidelijke onderbreking heeft plaatsgevonden, zoals slapen gedurende de nacht. Andere Poskiem zijn van mening, dat men de Birchot Hatora elke ochtend moet zeggen (wel of niet na een welverdiende slaap). Daar er niet duidelijk gepaskend wordt, worden de volgende oplossingen geadviseerd:

1. Luister naar iemand die wel geslapen heeft, die de berachot zegt om de ander zijn plicht te laten vervullen. Daarna zegt ieder de normale leerstukken na de ochtendberachot.
2. Bij de beracha voor Keriat Sjema, de beracha Ahawa Rabba, moet men de bedoeling hebben om daarmee de Birchot Hatora te vervullen. Direct naar de Sjemone Esre leert men een gedeelte Tora.
3. Indien men op Erev Sjawoe’ot (de dag voor Sjawoe’ot) tenminste een half uur geslapen heeft, mag men de Birchot Hatora op Sjawoe’ot ochtend weer zeggen ook al heeft men gedurende de nacht niet geslapen).
4. Bij het reciteren van de Birchot Hatora op Erev Sjawoe’ot `s ochtends kan men duidelijk bepalen, dat deze berachot werken tot het aanbreken van de volgende ochtend (de ochtend van de eerste dag Jom Tov van Sjawoe’ot).

Als geen van deze opties is gevolgd en de Birchot Hatora niet zijn gezegd, mag men de Berachot voor de Tora wel zeggen zodra men wakker wordt op Sjawoe’ot `s ochtends na het dawwenen.

Elokai Nesjama en Hama’awier Sjena.
►Misjna Beroera bepaalt dat het het beste is om deze berachot van iemand, die geslapen heeft te horen. Als er niemand anders aanwezig is, stellen veel Poskiem dat deze berachot gezegd mogen worden, hoewel men niet geslapen heeft.

Reacties zijn gesloten.