Parsja 10 Mikeets (Bereesjiet/Genesis 41:1 – 44:17) / Chanoeka 23 december 2006 / 2 tewet 5767

MIKEETS (aan het einde). Joseef verklaart Farao’s dromen: er zal binnenkort een periode van 7 jaar van grote overvloed aanbreken, gevolgd door 7 jaren hongersnood. Fara’o stelt Joseef aan als onderkoning en geeft hem Asenat tot vrouw. Hij krijgt twee zonen: Menasjee en Efraïm.
Joseef zorgt ervoor dat heel veel voedsel wordt opgeslagen. Ja’akov hoort dat er graan is in Egypte. Zijn zoons buigen voor Joseef zonder hem te herkennen. Joseef herkent hen echter wel maar gedraagt zich hardvochtig alsof ze spionnen waren. Hij verkoopt ze wel voedsel maar houdt Sjimon achter als gijzelaar. Sjimon komt pas vrij als zij Benjamin hebben meegebracht als bewijs dat zij eerlijk zijn. Hun geweten gaat spreken over de verkoop van Joseef. Deze verstaat wat ze zeggen. Het geld voor de koop van het voedsel wordt in hun voederzakken teruggelegd en bij de ontdekking worden de broers erg ongerust. Als het voedsel op is, willen de broers weer graan kopen in Egypte.
Eerst weigert Ja’akov Benjamin mee te geven maar tenslotte geeft hij toe. Als Joseef Benjamin ziet, raakt hij erg ontroerd. Hij ontvangt hen in zijn eigen huis. Tot hun verbazing zijn hun plaatsen aan tafel op volgorde van leeftijd gedekt. Dan geeft Joseef bevel het geld weer in de voederzakken te doen. De beker van Joseef wordt in de zak van Benjamin gelegd. Als die beker ontdekt wordt, moet Benjamin de slaaf van Joseef worden maar Jehoeda bekent dat de broers schuldig zijn (aan het lot van hun vermiste broer Joseef) en stelt dat allen slaven worden voor Joseef. Deze echter weigert dit.
Rabbijn mr. drs. R. Evers

Ups en downs
► Als wij de carrière van Joseef volgen dan zien wij, dat hij aan het begin van de Sidra van vorige week de lievelingszoon van Ja’akov was. Aan het einde van de Sidra zit hij echter diep in de put. Plotseling wordt hij verheven tot de hoogst denkbare positie in het land Egypte. Kunnen wij hier iets uit leren? Wellicht zou het volgende een belangrijke “moraal van het verhaal” kunnen zijn.
Aan het begin van parsjat Wajeesjev zegt Joseef tegen zijn familie: “luister naar mijn dromen”. Het lijkt erop, dat Joseef wilde dat iedereen zich bewust was van zijn ambities en zijn aspiraties en zijn hoop op een hoge positie. Iemand die alleen maar wil dat mensen weten wat hij van het leven verwacht, creëert averechtse effecten. Aan het einde van parsjat Wajeesjev zegt Joseef tegen de schenker en de bakker: “Vertel mij jullie dromen”. Hij bedoelde hiermee te zeggen, dat hij wilde horen wat hún ambities waren, waar zij op hoopten. Wanneer men bereid is om naar de dromen en aspiraties van anderen te luisteren, is men op de goede weg. Joseef zorgt in Mikkeets voor het zieleheil van zijn eigen familie en het grote Rijk Egypte. Dat is nog een stapje hoger. Niet alleen naar anderen luisteren maar hen ook willen helpen in hun spirituele verheffing!

De zegen aan Efraïm en Menasje
► En Joseef werden twee zonen geboren. De eerstgeborene noemde hij Menasje: “want G’d deed mij vergeten al mijn tegenspoed en het hele huis van mijn vader” en de naam van de tweede noemde hij Efraïm “want G’d liet mij vruchtbaar zijn in het land van mijn ellende” (41:51-52).

► Vrijdagavond zegenen we onze jongens met de spreuk “moge G’d jullie maken als Efraïm en Menasje”. De meisjes worden gezegend met de Aartsmoeders.

► Waarom zegenen wij onze jongens nog steeds met de levensloop van Efraïm en Menasje? Sommigen stellen dat dit de eerste joodse kinderen waren, die in galoet – ballingschap – opgevoed werden. Zij konden hun joodse identiteit in de Egyptische goles staande houden. Geweldig! Maar Kabbalisten
geven een diepere betekenislaag aan beide namen. Menasje is de G’dsdienstbeleving van “het slechte doen vergeten”: weglopen van het kwade. Efraïm – van de stam vermeerderen, laten uitbloeien – duidt op het cultiveren van het goede. Dat wensen wij onze kinderen vrijdagavond: vermijd het slechte en werk aan het goede!

Joseef vergat zijn vaders huis
► Toch blijft er een groot probleem over. Waarom dankt Joseef G’d voor het vergeten van zijn vaders huis? Onbegrijpelijk! Zijn vader zat sjiwwe – rouwde – om hem. Zijn broers stonden doodsangsten uit, dat vader Ja’akov het complot tegen Joseef zou ontdekken. En hij zit daar hoog en droog op de Egyptische onderkoningstroon zijn familie te vergeten?! Dat hij zijn broers even kon missen, lijkt begrijpelijk. Ze hadden hem verkocht als slaaf, maar zijn vader, die juist hem een speciale religieuze training en voorkeursbehandeling had gegeven, díe had hij nooit mogen vergeten. Dat brengt ons op de volgende vraag: Waarom heeft Joseef niet even een boodschap gestuurd aan zijn treurende vader, via gezanten, e-mail of post, om hem te vertellen dat hij tot onderkoning benoemd was? Zijn moeder, Racheel, was inmiddels overleden. Maar zijn vader Ja’akov had hij minimaal moeten vereren met een levensteken.

Ja’akov wilde vervulling
► Eerbied voor ouders is een groot goed. Maar ontzag voor G’d staat nog hoger omdat zowel kind als ouder het G’ddelijke in de wereld moeten eren. Joseef had een droom en Ja’akov was overtuigd van de waarheid van de profetische droominhoud. De Tora vertelt zelfs dat Ja’akov uitzag naar de vervulling van de droom. Wat had Joseef gedroomd? Dat de zon, de maan en de elf sterren voor hem zouden buigen. De zon was zijn vader, de maan was zijn pleegmoeder en de elf sterren waren zijn broers. Dit was geen ordinaire droom maar een ware profetie, en zoals iedere profetie een opdracht van G’d. Zijn hele familie zou voor hem zou buigen.

De test doorstaan
► Joseef vervreemdde zich van zijn broers om een reactie aan hen te ontlokken. Zij hadden hem 22 jaar eerder verkocht. Als zij nu zouden opkomen voor de andere zoon van hun tante Racheel, Benjamin, zou hun misdaad vergeven zijn. De broers doorstonden de test glansrijk. Maar de grote vraagt blijft waarom Ja’akov zo lang verstoken moest blijven van de liefde van zijn zoon Joseef. Ja’akov zelf was ook zeer lange tijd – even lang als de scheiding van Joseef – weggeweest uit zijn vaders huis. Hoewel Ja’akov zijn ouders Jitschak en Rivka alleen had gelaten op hun uitdrukkelijke verzoek, werd dit toch enigszins laakbaar geacht. Ja’akov werd in staat gesteld om daarvoor hier op aarde te boeten, zodat hij volledig onbezoedeld en ongehinderd door enige schuld de Olam haba (de toekomstige wereld) kon binnentreden. Zuiverheid van geest en intentie was het enige werkelijke belangrijke item in het leven van onze Aartsvaders.

Chanoeka: filosofie tegenover jiddisje chogme

Hoewel wij Joden slechts een kleine minderheid zijn van de wereldpopulatie, hebben wij toch de bijna onmogelijke taak gekregen om de hele wereld te verlichten met het licht van de Tora. Wij worden geacht een licht voor de volkeren te zijn. Is dat niet wat te veel gevraagd? Nee, onze Chachamiem (Wijzen) hebben gesteld: “Aansteken is de mitswa”. Hiermee geven zij ons een hint van wat er van ons verwacht wordt.

►De Tora heeft natuurlijk zelf het G’ddelijke potentieel om zich overal te verspreiden en geaccepteerd te worden. Wat er van ons verlangd wordt is dat wij hiermee een begin maken, ondanks alle obstakels. Het aansteken is onze plicht, de rest mogen wij over laten aan de krachtige G’ddelijke boodschap van de Tora. In juridische termen kan men zeggen dat het Jodendom een inspanningsverbintenis is en niet zozeer een resultaatsverbintenis.

Zeven armen
►De zeven armen van de Tempel-Menora staan tegen over de zeven Scheppingsdagen. Ons universum kent drie dimensies: lengte, breedte en hoogte. Omdat iedere dimensie twee richtingen heeft, kent onze fysieke wereld zes ‘richtingen’: boven, beneden, links, rechts, voor en achter. Daarom werd de wereld ook in zes dagen geschapen. Sjabbat verenigt alle krachten van onze driedimensionale wereld. Het getal zeven symboliseert de perfectie van de aardse Schepping. De wereld was gereed na zeven dagen. Door op de zevende dag te rusten, gaf G’d een centraal doel aan de Schepping en al ons aardse streven. De zes armen, die voortkomen uit de centrale stang van de Tempel-Menora, symboliseren deze eenheid en geven zo inhoud aan ons geloof: we zien de krachten van het universum niet als ongerelateerde, losstaande eenheden maar als alle voortkomend uit de Eenheid, die de wereld zijn samenhang verleent: de eenheid van G’d. Dit was ook de oorlogskreet van de Maccabeeën: “Wie is als U onder de machten, o G’d”. Het woord makkabi werd gevormd naar de Hebreeuwse beginletters van deze zin.

Afgoderij is verdeeldheid
►De klassieke afgoderij kende voor alle aardse fenomenen een afzonderlijke god. Zo was er een god van de wijsheid, één voor de liefde, voor de schoonheid – ieder gebeuren had zijn eigen god. Wij Joden zien alles echter gerelateerd aan de oorspronkelijke Eenheid der dingen. Voor ons geldt, dat ‘verafgoding’ van een macht of kracht (de Mammon, schoonheid, kracht, body-building etc.) los van zijn oorsprong werkelijk afgoderij is. De ‘Kulturkampf’ met de Grieken, die de Joden probeerden over te halen tot veelgodendom, was, kort maar krachtig samengevat, de strijd tegen de Eenheidsgedachte, die de Menora uitstraalde. Daarom kreeg het opnieuw aansteken van de Menora in de Tempel, na de ontwijding door de Grieks-gezinde Syriërs, extra aandacht.

Filosofie versus Joodse wijsheid
►De Menora symboliseerde tevens de uitstraling van G’ddelijke wijsheid. De Grieks-gezinden probeerden de Joden te overtuigen van de superioriteit van hun filosofisch systeem. In de Menora brandden de lichten juist boven de houders om ons aan te geven, dat er een G’ddelijke wijsheid bestaat, die hoger reikt dan de beperkingen van de zevendaagse Schepping.
De overwinning van de Maccabeeën betekende dus tegelijkertijd, dat wij de G’ddelijke wijsheid uit de Tora hoger stellen dan zelfs de fraaiste menselijke filosofieën. De vlammen van de Menora symboliseren onze band met het Hogere. Het vertegenwoordigt de ‘verlichting’, die ons ten deel is gevallen door de Tora. De Grieks-gezinden wilden juist dit licht doven. De olie van de Menora moet rein zijn. De Grieks-gezinden wilden desnoods onrein licht tolereren in de Tempel, maar het zuivere G’ddelijke licht probeerden zij te doven. Een onaangetast kruikje olie werd gevonden, waarmee de Menora, wonder boven wonder, zelfs acht dagen kon blijven branden.

Het bovennatuurlijke getal acht
►Zeven is de perfectie van de wereld. Acht symboliseert het bovennatuurlijke, de Macht boven de aardse Schepping. Daarom droeg de Hogepriester acht kledingstukken, wanneer hij dienst deed in de Tempel. Hij gaf hiermee aan dat de Joodse geest hoger reikt dan de mensenwereld. Het is niet toevallig dat ook de Briet Mila, het verbond van de Jood met G’d, op de achtste dag werd voorgeschreven. Chanoeka is het jongste Joodse feest en is ontstaan in een periode, dat de profetie reeds uit het Joodse volk verdwenen was. Toch bleef de Jood innig verbonden met het G’ddelijke.

Olijfolie
►Alleen de zuiverste olie mocht gebruikt worden in de Menora (Exodus 27:20). De Midrasj ziet hierin de volgende gedachte: het Joodse volk wordt vergeleken met een olijf. Olijfolie brandt pas goed na een proces van uitpersen en fijnstampen. Hetzelfde kan gezegd worden van het Joodse volk. Onze geschiedenis leert ons, dat wij ons geloof nooit hebben opgegeven, ondanks alle vervolgingen. Misschien mogen wij het nog sterker stellen: ons spirituele licht schijnt het felst wanneer men ons in een hoek probeert te dringen. Er was slechts olie voor één nacht. Hoeveel onderdrukking kunnen wij verdragen? We hebben vele ‘nachten’ overleefd; een klein beetje geloof en vertrouwen heeft ons eeuwenlang in stand gehouden. De historicus Mark Twain verbaasde zich reeds jaren geleden over de geestelijke veerkracht van het Joodse volk.

Negende lampje
►Maar er is meer: olie wordt ook gebruikt voor het zalven en inwijden van koningen en priesters. Het woord Masjie’ach betekent de gezalfde met olie. Chanoeka zou ons begeleiden door het laatste Galoet tot de tijd van de Masjie’ach. Het negende lampje is de vervulling. De ‘sjammasj’ betekent dienaar, de rol die het Joodse volk zal hebben in die glorieuze toekomst, wanneer het zijn G’d ongestoord zal kunnen dienen in de derde Tempel, bimhera bejamenoe, ameen.

Reacties zijn gesloten.