Nitsawiem-Wajelech (Devariem 29:9-31:30) 16 september 2006 / 23 Elloel 5766

NITSAWIEM (staan voor): Mosjé verzamelt het hele volk en waarschuwt hen nogmaals zich aan de ge- en verboden te houden en afgodendienst en immoraliteit te verafschuwen.
Het Verbond geldt ook voor hen die niet hier zijn. Als dit overtreden wordt, zal G’d in Zijn woede het land zodanig treffen dat het lijkt op de verwoesting van Sedom en Amora. De inwoners zullen verstrooid worden over andere landen. Maar als jullie terugkeren tot G’d dan zal G’d jullie verzamelen uit alle volkeren waarheen jullie verbannen waren.
De geboden zijn niet bovennatuurlijk noch ver verwijderd, noch in de Hemel maar binnen je bereik.
Hemel en aarde worden als getuigen opgeroepen dat Mosje het volk leven en dood, zegen en vloek heeft voorgelegd.

WAJELECH (en hij ging): Mosjé vertelt het volk dat G’d hem niet de Jordaan laat overtrekken en dat hij de leiding overdraagt aan Jehosjoe’a. Dit is de laatste dag van Mosjé. HaSjeem zal de volkeren aan de overzijde van de Jordaan aan de Bné Jisraëel overgeven.
Mosjé schrijft de Tora ten einde en draagt op die eens per zeven jaar aan het hele volk voor te lezen.
G’d voorspelt Mosjé dat het volk zich van Hem zal afkeren na zijn dood.
De Tora moet in de Arke van het Verbond gelegd worden als getuige tegen het volk als ze zondigen. Koheen 29:9-28. We staan allen voor G’d en beginnen weer een nieuw verbond, dat niet alleen vernieuwd wordt met de huidige generatie, maar ook met allen die (nog) niet aanwezig zijn. Wanneer iemand verstokt blijft en niet wil luisteren naar HaSjeem, dan zal G’d die persoon niet willen vergeven. Wanneer reizigers het verwoestte Israël zien en vragen: “Waarom heeft G’d zo met dit land gedaan?” zal men antwoorden, dat men het verbond met G’d heeft verlaten.

► ‘Vandaag staan jullie allen stabiel voor Hasjem’(29:9).
Het volk had net 98 vloeken gehoord en was helemaal gechoqueerd. Ze vreesden de harde woorden niet te zullen overleven. Mosjé stelde ze gerust: ‘Wees niet bang. Ook vroeger hebben jullie G’d kwaad gemaakt en Hij heeft jullie vergeven. Daarom staan jullie vandaag stevig in jullie schoenen. Vrees niet voor de toekomst’. Is dit wel een juiste psychologische aanpak? Als men net iemand heeft vervloekt, lijkt het geen goede zaak om meteen daarna te vertellen dat hij daar niet zo over in hoeft te zitten.

► De idee van kelalot (vloeken) is niet om mensen radeloos of hopeloos te maken.
Het gaat erom dat men aan zichzelf gaat werken en voelt dat er altijd hoop is: `we hebben in het verleden misdreven, maar de toekomst zal beter zijn’. Wanhoop is een verkeerde reactie. Wanhoop leidt niet tot tesjoeva. Als we beseffen dat we altijd ‘voor G’d staan’, is er hoop en weten we dat er ‘bij U vergiffenis is, opdat U zult worden gevreesd’.

► Dit is ook de betekenis van de volksreactie op de woorden: ‘Dit volk zal opstaan en de vreemde goden van het land volgen, ze zullen Mij verlaten en Mijn verbond verbreken. Ik zal kwaad op ze worden, ze verlaten, Mijn Aangezicht voor hen verbergen en vele vreselijke tuchtigingen zullen hen treffen’ (31:16-18).
De reactie hierop luidt:’Het is omdat G’d niet in ons midden is dat deze vreselijke dingen ons overkomen’. Dat lijkt een goede reactie van het Joodse volk. Toch is het dit niet want de Tora gaat gewoon verder:’En Ik zal Mijn Aangezicht verbergen op die dag, vanwege al het kwaad dat ze gedaan hebben, omdat ze andere goden hebben aanbeden’. Onbegrijpelijk! Het volk heeft net erkend dat G’d niet meer in zijn midden is en dat daarom al het slechts hen treft. Maar de reactie is toch niet zo goed. Hier klinken wanhoop en depressie.

► Vlak voor een oorlog raken soldaten in paniek omdat ze niet weten wat hen te wachten staat.
Maar zodra ze oog in oog met de vijand staan, verdwijnt de angst. Omdat de situatie hopeloos is, staat hen niets anders te doen dan vechten. Angst is alleen functioneel wanneer men denkt het gevaar te kunnen ontwijken. Wanneer het gevaar daar is, kan men alleen nog maar handelen.

Zou G’d ons nooit vergeven, dan ‘zouden we niets aan tesjoeva hebben’ en zou er gedurende de 10 dagen van inkeer niets meer te doen zijn. Zou straf onvermijdelijk zijn dan zouden we dat aanvaarden en ons verder afwenden.
Maar omdat G’d vergevensgezind is, staan we toch weer voor Zijn Troon, omdat we beseffen dat we alles nog ten goede kunnen keren. Daarom is nog steeds de vrees voor G’d. Dit staat ook in Tehilliem:’Want bij U is vergiffenis opdat U gevreesd zal worden’ (130:4). Als G’d nooit zou vergeven, zouden we ons depressief hebben afgewend. Maar juist omdat G’d vergeeft, blijven wij aanhankelijk.

Levi (30:1-6). Na berouw komt de verlossing. Wanneer wij tot G’d terugkeren met heel ons hart, zal G’d medelijden met ons hebben en Hij zal ons verzamelen uit de volkeren. Zelfs uit de meest afgelegen gebieden zal G’d ons terughalen.

3e alija (30:7-14). Wanneer wij tot G’d terugkeren zal G’d ons een regen van zegeningen op ons laten neerdalen. Onze vijanden zullen vervloekt worden.

4e (30:15-31:6). Leven wordt met het goede geassocieerd en de dood met het kwade. Mosjé verklaart dat hij 120 jaar is en niet meer functioneren. Jehosjoe’a wordt aangesteld als opvolger van Mosjé. G’d zal Zelf voor het Joodse volk in het land uittrekken.

► ‘Zie, Ik heb vandaag vóór u geplaatst het leven en het goede, de dood en het slechte, en u zult het leven kiezen, opdat u en uw kinderen zullen leven’ (30:15-19). Vraagt de Tora alleen een keuze?
Het Jodendom is een religie van daden en alleen kiezen voor het leven lijkt onvoldoende. In de Midrasj staat dat dit kiezen, als G’dgegeven optie, eigenlijk een `tojve’ (een sympathiek gebaar) van G’d is. Wat betekent dat? De Tora geeft hier aan dat, wanneer men voor het leven en het goede, de Tora en de mitsvot, kiest, dat alleen al een verdienste is.

► Hasjeem wil dat wij kleur bekennen, maar dat is al voldoende om aangerekend te worden als een goede daad. Een goede intentie telt mee als goede daad. Dit is bijzonder bemoedigend vlak voor Rosj Hasjana.
Wij beseffen, dat wij niet aan al onze verplichtingen hebben voldaan. In wanhoop vragen wij ons af: hoe kunnen wij onze balans ten goede laten doorslaan? Serieuze aanvaarding, om de mitsvot beter te doen, geeft ons al een voorsprong. Aanvaarding van verplichtingen is meer dan alleen een algemene uitroep ‘dat men het vanaf nu beter gaan doen’. Als we serieus, met de hand op ons hart, besluiten ons leven te beteren en hierbij tot in details gaan, is dat een goede stap vooruit.

► Sinds de verwoesting van de Tempel zijn alle poorten gesloten, behalve de poorten van de tranen.
Een bekende Rebbe vroeg eens wat de betekenis hiervan is. Als de poorten van tranen nooit gesloten zijn, dan heeft men ook geen poorten nodig. Desondanks bestaan die poorten en dat betekent dat sommige tranen en gebeden erdoorheen komen en andere niet. Wanneer we huilen omdat we depressief of wanhopig zijn, geeft dit veel minder toegang tot de Hemel dan wanneer wij huilen omdat wij vanuit ons binnenste verlangen naar G’ds openbaring en hulp. Dan zijn de tranen die wij huilen het zweet van onze ziel. De tranenpoort blijft altijd open. Dat geeft hoop.

► In de tweede perek (hoofdstuk) van Bava Metsia worden de voorschriften van verloren voorwerpen behandeld.
Wanneer men geen hoop meer heeft ooit nog een verloren voorwerp terug te krijgen, wordt de band tussen het verloren voorwerp en de eigenaar verbroken. Hij heeft hier nu niets meer mee. De enige band die we kunnen houden met een verloren voorwerp is de hoop dat we het ooit nog terugkrijgen. Het Hebreeuwse woord voor hoop is tikva, van de stam kav, hetgeen lijn, verbinding, betekent. Op alle gebieden geldt dat G’d de refoe’a (genezing) voor de makka (plaag) heeft geschapen. Zodra we de hoop opgeven om onze situatie te verbeteren, is de band tussen de makka en de refoe’a verbroken.

► We heten Joden naar Jehoeda. Waarom heten wij Jehoediem?
Toen Benjamin beschuldigd werd van diefstal door de onderkoning van Egypte, was Jehoeda de enige, die hem durfde aan te spreken en hem zelfs een standje gaf. Hij durfde dit omdat hij een rotsvast vertrouwen had. Dit moet ons tot voorbeeld zijn. Wanneer wij voor de Hemelse Troon staan op de dag van de berechting, hoeven we niet helemaal geparalyseerd te raken van doodsangst. We zijn bang en nerveus maar we blijven hopen.

5e alija (31:7-13). Toen Mosjé de gehele Tora had opgeschreven, gaf hij haar aan de Kohaniem, die de Tora in het Aharon HaKodesj, Arke van het Verbond, neerlegden. Na verloop van zeven jaar op Soekkot (Loofhuttenfeest) moet het hele volk samenkomen (de mannen, vrouwen en kinderen) om uit de Tora te horen voorlezen en G’d te leren vrezen.

► Eén keer in de zeven jaar, aan het einde van het Sjemita-jaar verzamelt de koning alle burgers en leest hen delen uit Devariem voor. Sefer Hachinoeg (waarin de 613 mitswot stuk voor stuk worden besproken) acht deze mitsva van Hakheel van essentieel belang. Dit is moeilijk te begrijpen.
Het dagelijkse Sjema, onze monotheïstische geloofsbelijdenis lijkt veel belangrijker. Toch is Hakheel essentieel. Het is een herbeleving van de Matan Tora op de berg Sinai. Herbeleven doet men door de belangrijke details van een gebeurtenis opnieuw de revue te laten passeren. Net zoals aan de voet van de Sinai het hele volk bijeen stond om naar de Tora te luisteren, zo ook staan bij Hakheel alle mannen, vrouwen en kinderen in de Tempel klaar om de Tora-voorlezing door de koning te horen.

► Hiermee geven wij aan, dat wij alleen maar een volk zijn door de Tora.
Het is niet zo zeer een land dat ons bindt, of een taal, een gemeenschappelijke cultuur of een gezamenlijke culinaire beleving. Alleen de Tora is de werkelijke bindende kracht van het Joodse volk. Maimonides legt uit hoe de Tora wordt voorgelezen:’Vanaf het begin van het boek Devariem tot het einde van de parsja van Sjema’. Dan slaat de koning een stuk over en begint bij Vehaja im sjamo’a. Dan slaat hij weer een stuk over en gaat naar de afdeling van Aseer te’aseer en leest door tot het einde van de Berachot en Kelalot tot de woorden: ‘Behalve het verbond dat Hij met hen gesloten had bij de Choreev’. Dan stopt Hij’, aldus Maimonides. Waarom benadrukt Maimonides dat hier gestopt werd? Omdat het woord Choreev (een bijnaam voor de Sinai) tot in lengte van dagen zou door blijven klinken in de oren van de toehoorders.

► De aanvaarding van de Tora op de berg Sinai, was de meest monumentale gebeurtenis in de geschiedenis van het Joodse volk.
Daarom noemt Maimonides de dag van Hakheel ook ‘Jom Hakheel’, want als men dat enigszins anders punctueert staat er ‘Jom Hakahal’, de dag van de gemeente. Hiermee werd het Joodse volk een gemeente voor eeuwig.

► Interessant is de vraag waarom deze ceremonie gevierd moest worden na afloop van het zevende, sjemita-jaar. Hoe was het na het afloop van het sjemita-jaar?
Gedurende het sjemita-jaar zaten de Joden te leren. De boeren mochten niet ploegen en oogsten. Ze besteedden hun tijd aan intense Tora-studie. Maar na een jaar leren, zou de boer wel eens bij zichzelf kunnen denken, dat hij genoeg geleerd had. Daarom kwam juist na afloop van het sjemita-jaar nog een keer de mitsva (het gebod) van Hakheel.

► Het leert ons dat, als we werkelijk naar iets verlangen, we er nooit genoeg van kunnen krijgen.
Als we ons afvragen hoe we het volgend jaar beter kunnen doen, moeten we ons zelf voorhouden, dat we altijd meer tijd kunnen vinden om Tora te leren. Tora staat zo centraal in ons volksbewustzijn, omdat dit het fundament van ons volksbestaan vormt. Als we werkelijk van de Tora houden, kunnen we er nooit genoeg van krijgen.

6e alija (31:14-19). Het Joodse volk zal weer van G’d afvallen. In die tijd zal G’ds woede ontbranden. Dan zullen de mensen zeggen: “Hebben die rampen ons niet daarom getroffen, omdat onze G’d niet in ons midden is?”. G’d zal Zich volledig verbergen in deze kwade tijd. Mosjé schrijft een lied op, dat tegen het Joodse volk zal getuigen wanneer zij zondigen.

7e alija (31:20-30). Mosjé schreef het lied op, leerde het en gebood Jehoesjoe’a moedig te zijn. De Torarol moet worden neergelegd in de Heilige Arke. Mosjé voorspelt dat de Joden na zijn dood zullen afwijken van de geboden.

Reacties zijn gesloten.