Kie Teetsee (als je uittrekt):
- Als een vrouw krijgsgevangene wordt gemaakt en een man begeert haar, dan zijn er tal van bepalingen over een huwelijk met haar.
- Als een man twee vrouwen heeft en hij houdt van de ene wel en van de andere niet, dan moet hij toch de eerstgeborene van de vrouw van wie hij niet houdt, een dubbel erfdeel toekennen.
- Een zoon die onverbeterlijk slecht is, kan door zijn ouders bij de oudsten van de stad gebracht worden om gestenigd te worden.
- Een gehangene moet dezelfde dag begraven worden.
- Een gevonden voorwerp moet aan de eigenaar teruggegeven worden.
- Mannen en vrouwen mogen niet kleding van het andere geslacht dragen.
- Een vogelnest mag je pas leeghalen als je de moeder hebt weggejaagd.
- Een dak moet een borstwering hebben en tweeërlei zaad mag je niet zaaien.
- Men mag niet met tweeërlei dieren ploegen en wol en linnen mogen niet in hetzelfde kledingstuk voorkomen.
- Wetten over seksueel (wan)gedrag worden gedetailleerd genoemd en huwelijksbeletselen worden opgesomd. Reinheid in de legerplaats wordt besproken en de slaaf die redding bij jou zoekt, mag je niet uitleveren.
- Rente mag je niet van je broeder vragen, wel van een vreemde.
- Geloften moet je volbrengen; beter is het geen geloften op je te nemen.
- Scheiding is mogelijk; de man moet zijn vrouw dan een scheidsbrief geven.
- Een pas getrouwde man is vrij van militaire dienst om zijn vrouw gelukkig te maken.
- Kidnapping wordt met de dood bestraft.
- Er worden regels voor pand-geven en –nemen vermeld.
- Ouders en kinderen kunnen niet voor elkaar bestraft worden en van de oogst moet je wat achterlaten voor de vreemdeling, de weduwe en de wees.
- De rechtspraak moet eerlijk zijn.
- Het zwagerhuwelijk wordt uit de doeken gedaan.
- Gewichten en maten moeten eerlijk zijn.
- Onthoud het gebod om Amalek van onder de hemel weg te vagen.
Koheen, 21:10-21. Een Joodse soldaat, die valt voor een heidense krijgsgevangene, moet een bepaalde procedure volgen om haar te huwen. De eerstgeborene van een minder geliefde vrouw gaat niettemin voor. De weerspannige zoon wordt gewaarschuwd en getuchtigd. Luistert hij niet dan wordt hij te dood gebracht.
► De Tora heeft liever een klein, select leger van G’dvrezende militairen.
In het boek Richteren (hoofdstuk 7) vinden wij hiervan een treffend voorbeeld. Nadat G’d Gideon opdracht had gegeven om de strijd aan te binden met de Midjanitische verdrukker, vertelde Hij hem: “Je leger is Mij te groot om Midjan in hun handen over te leveren, opdat de Joden niet trots zullen menen, dat zij door hun eigen kracht hebben overwonnen. Zeg daarom tegen je mannen: “Hij die angstig is geweest en vreest, moet terugkeren”.
Na deze aankondiging vertrokken 22.000 mannen. Er bleven 10.000 soldaten over. Daarop zei G’d tegen Gideon: “Er zijn nog steeds teveel soldaten. Breng ze naar het water en daar zal Ik ze voor je ‘screenen”. Gideon leidde het volk naar het water en G’d gaf Gideon de volgende instructie:“Verzamel alle mensen die plat op de grond liggen wanneer ze water drinken en stuur de mensen die knielen bij het drinken weg”. Slechts driehonderd mannen hadden zonder knielen water gedronken; alle anderen hadden hun knieën gebogen. G’d zei toen: “Ik zal de overwinning brengen door deze driehonderd man omdat zij vrome, oprechte soldaten zijn. Zij die geknield hebben bij het drinken waren er aan gewend om te knielen voor afgoden”.
De politiek van de Tora is anders dan het beleid van de meeste generaals. Dienstweigeraars worden meestal gestraft. De Tora kondigt aan dat alle ongemotiveerde soldaten de slagorden moeten verlaten.
► Wanneer het burgerpak verwisseld wordt voor de anonimiteit van een militair uniform, bestaat bij sommigen de neiging om ook over te schakelen op een ander normen- en waardenpatroon.
De gebruikelijke sociale beperkingen vervallen in een oorlogssituatie. Het krijgstoneel leidt soms tot een verzwakt moreel besef. Oorlog is nu eenmaal een abnormale situatie, waar andere omgangsregels gelden. De tegenstander is in principe vogelvrij. Op de grens van het land Israël, besteedt de Tora aandacht aan het morele niveau van de joodse soldaat in zijn bijzondere situatie. Daarnaast wordt in de Tora gerefereerd aan lichamelijke hygiëne in het legerkamp: “Een schepje zult u hebben bij uw wapentuig. Wanneer u buiten gaat zitten, dan zult u daarmee graven en daarna uw uitwerpselen bedekken” (Dewariem 23:13-14). Omdat in het jodendom heel de mens G’d dient, ruimt de Tora ook een plaats in voor persoonlijke hygiëne. De legerplaats moet openstaan voor het G’ddelijke. Uitwerpselen zijn het resultaat van zuiver lichamelijke functies, waarin de mens niet verschilt van het dier. Voor onze ‘dierlijke’ verrichtingen is plaats – maar buiten het legerkamp en niet daarbinnen. In de legerplaats behoort de G’ddelijke Aanwezigheid voelbaar te zijn. De concentratie op de hogere waarden van het leven, die de Tora van ons verwacht, verdraagt zich moeilijk met uitingen van onze animale kanten:“Want uw G’d verkeert temidden van uw leger, om u te beschermen en uw vijanden in uw macht te geven; daarom moet uw legerplaats heilig zijn, opdat Hij niet iets onbetamelijks onder u zal zien en G’d u niet meer zou volgen” (Dewariem 23:15). Morele onachtzaamheid leidt er kennelijk toe, dat G’d Zich afwendt van het leger met alle rampzalige gevolgen van dien.
► Een leger, dat ten strijde trekt wordt in de Tora beschouwd als een klein heiligdom.
Daarom mogen eigenlijk alleen gave, vrome mensen, die vrij zijn van spirituele smetten, deelnemen aan de strijd. Het gaat eerder om de kwaliteit van het leger dan om de kwantiteit. De nabijheid van de Sjechina moet gewaarborgd blijven door een opperste staat van zedelijke paraatheid.
Om verzekerd te blijven van de G’ddelijke Aanwezigheid dienen de dagelijkse religieuze voorschriften stipt nagekomen te worden. Wanneer men niet bezig is met voorbereidingen op de strijd, mag de Torastudie niet verwaarloosd worden. In Tenach-tijden, toen er ‘s nachts niet gestreden werd, waren de nachtelijke uren bestemd voor intensieve Torastudie. Tijdens de verovering van Kanaän verscheen een Engel aan Jehosjoe’a om hem juist op dit punt terecht te wijzen (vgl. B.T. Megilla 3a en B.T. Sanhedrien 45b). De Engel zei Jozua: “Nu het nacht is en er niet gevochten wordt, moeten jullie bezig zijn met Tora-studie”. In de Talmoed wordt aangegeven, dat ook de Torabeoefening van de achterblijvers belangrijk is. Onze nationale slagkracht ligt in onze gehechtheid aan de Tora. Verzekerd van de vervulling van de G’ddelijke opdracht hoeft men de vijand niet te vrezen.
Levi, 21:22-22:7. Zij die gestenigd werden, moeten voor korte tijd opgehangen worden voor zonsondergang. Daarna werden ze begraven. Verloren voorwerpen moeten terug gegeven worden. Als wij een dier zien vallen, moeten wij hem weer op helpen. Een vrouw mag geen mannenkleding en een man geen vrouwenkleding aantrekken. De moedervogel moet weggestuurd worden voordat men de jongen neemt.
► De weerspannige zoon heeft veel pennen in beweging gezet.
In feite heeft het kind nog niet werkelijk gezondigd en toch wordt hij al gestraft! Het lijkt een preventieve maatregel. De Tora wil voorkomen dat dit kind op het verkeerde pad gaat. Het is beter dat hij deze wereld onschuldig verlaat dan dat hij zich aan de mensheid vergrijpt.
Hoe gaat de procedure in het werk? Twee getuigen moeten een jongen van rond de dertien jaar oud gewaarschuwd hebben geen geld te stelen om wijn en vlees te kopen en later zien, dat het toch gebeurd is. Hij steelt geld van zijn ouders, koopt vlees en wijn en verorbert het op een inhalige manier in aanwezigheid van andere jeugdige crimineeltjes. Dan moeten de ouders hem naar de Beet Dien (gerechtshof) brengen waar hij malkoet (zweepslagen) krijgt. Wanneer hij de overtredingen herhaalt brengen de ouders hem wederom voor het Beet Dien. De jongen krijgt de doodstraf indien aan alle voorwaarden voldaan is. De Tora neemt aan dat hij uiteindelijk iemand zal vermoorden om aan geld te komen voor zijn verslaving (de overeenkomst met de moderne problemen in de drugscriminaliteit is bijzonder opvallend).
Er moet aan bijzondere voorwaarden worden voldaan wil deze regeling uitvoerbaar zijn. Volgens de Talmoed is het nooit in de praktijk voorgekomen dat een opstandige zoon ooit geëxecuteerd werd. Toch blijft het een belangrijk onderdeel van de Tora voor jonge ouders die met opvoedingsproblemen zitten.
► Een typisch voorbeeld van een problematische zoon was de ellende die koning David van zijn zoon Absjalom had.
Absjalom was een zoon van Ma’acha, dochter van Talmai de koning van Gesjoer. Zij was een jefat toar – een heidense vrouw die na krijgsgevangenschap met de overwinnaar trouwde. De opstand van Absjalom verdeelde het koninkrijk in twee kampen. Het veroorzaakte vele doden. David raakte vertwijfeld. Hij moest zijn vertrouwde Jeruzalem verlaten. In een soort kamikazeactie overwoog koning David om te buigen voor een afgod. Hij meende dat de mensen het G’d zouden kwalijk nemen dat Hij zo’n oprechte eerlijke koning zou straffen. Hij vreesde dat de mensen door deze opstand van zijn zoon zouden menen dat G’d de wereld niet goed leidt. David wilde zich gaan buigen voor een afgod zodat voor iedereen duidelijk werd waarom hij gestraft zou worden.
Choesjai vernam de plannen van de koning en voorkwam dat David zich ging buigen voor een beeld: “G’ds Naam zal niet ontwijd worden. Weet je waarom Absjalom niet wil deugen? Omdat hij een zoon is van een vrouw, die in de oorlog krijgsgevangen is genomen!”.
David reageerde verontwaardigd: “Maar volgens de Tora is zo’n huwelijk toch toegestaan!”. “Inderdaad”, gaf Choesjai toe, “maar in de Tora staat de afdeling over de opstandige zoon direct na de afdeling waarin zo’n krijgsgevangene heidense vrouw wordt toegestaan. De hint die de Tora wilde geven had je moeten begrijpen: als je met een jefat toar trouwt is het niet onwaarschijnlijk dat je een opstandige zoon krijgt. Daarom staan in Kie Teetsee beide onderwerpen vlak achter elkaar. Wanneer jij, David lijdt door deze zoon zal dat juist de waarheid van de Tora en de rechtvaardigheid van G’ds wegen bevestigen. David begreep dat Choesjai gelijk had. G’d straft uiteindelijk Absjalom voor de opstand tegen zijn vader en voor het overnemen van Davids bijvrouwen. Toen hij op een muilezel reed raakte zijn prachtige haar verstrengeld in de takken van een grote eik. De muilezel liep door en Absjalom hing daar tussen hemel en aarde. Joav stak drie speren in het hart van Absjalom en zijn mannen sloegen hem dood.
► Wat kunnen we leren uit de behandeling van de opstandige zoon?
Wanneer we zien dat een kind extreem ongehoorzaam is en neigt naar verslaving moeten we optreden. Ouders zijn al te vaak bereid om wangedrag van hun kinderen door de vingers te zien en het als relatief onschadelijk te bestempelen. De Tora leert ons echter dit gedrag niet als onschuldig af te doen, of te gedogen. Wanneer wij de opvoeding niet ter hand nemen, zal het einde zoek zijn. Ouders moeten durven kinderen terecht te wijzen en ze te wijzen op de juiste joodse waarden. Er is gedrag dat niet getolereerd kan worden. Puberteit is vormend. Kinderen moet bijgebracht worden dat geestelijke groei het allerbelangrijkste is en dat eten en drinken – de bevrediging van de lichamelijke basale behoeften – niet het belangrijkste in het leven zijn.
► In de Talmoed (B.T. Sanhedrien 71a) stelt Rabbi Jehoeda dat ‘de veroordeling van een opstandige zoon’, slechts kan worden uitgesproken als de ouders precies dezelfde stem hebben. Bovendien moeten ze gelijk zijn in uiterlijk en gestalte.
Dit is bijna onmogelijk zodat de Tora zelf aangeeft dat de slempende en zwelgende zoon meer theorie dan praktijk is. Bovendien moeten beide ouders de zoon willen veroordelen: zodra één ouder teveel medelijden heeft met het kind heeft wordt er niet veroordeeld. Perioden waarin hij berecht kan worden is bijzonder kort; tussen zijn dertiende en dertien jaar en drie maanden. Waarom staat deze regeling dan in de joodse praktijkleer, de Tora? De Talmoed antwoordt: “Bestudeer dit onderwerp en hiervoor krijgt u beloning”. ‘’Bestudeer’’ kan twee dingen betekenen: bestudeer het, maar ook: trek hieruit op psychologisch en pedagogisch gebied lering. Natuurlijk zijn iets teveel halfrauw vlees en sterke wijn drinken niet voldoende vergrijp om de doodstraf te rechtvaardigen. Maar de Tora vreest dat hij tot zware crimineel zal uitgroeien. Er zijn verschillende indicaties. In de Tora wordt drie keer gezegd dat hij niet naar zijn ouders luistert. Zelfs niet nadat hij door het joodse gerechtshof is geslagen. Het kind is vervallen tot totale anarchie. Hij is net in staat om zijn eigen begeerten te beteugelen; niet bij machte om zijn eigen lusten te bevechten. Die niet naar zichzelf luistert, is zeker niet bereid te luisteren naar de raad van leraren, ouders en rebbes. Hij groeit op voor galg en rad en valt van kwaad tot erger.
In feite zegt de Tora tegen volwassen mensen: “Ten koste de opstandige zoon worden wij eraan herinnerd dat wij niet in staat zijn om onze natuurlijke drives te beteugelen en niet bereid zijn om naar de leidende rabbinale autoriteiten te luisteren. Daarom zijn wij ‘opstandige vaders en moeders’’. Overmatig eten en drinken is absoluut niet het belangrijkste dat de Tora wil voorkomen. Het gaat om ons morele gedrag. En dat laat heel veel te wensen onder. We mogen ons daarom niet verbazen dat onze jeugd zich van ons afwendt…
3e alija, 22:8-23:7. Op ieder dak moet men een borstwering maken. Wijngaarden mogen niet met twee soorten zaad worden gezaaid. Met rund en ezel samen mag je niet ploegen. Wol en linnen mag je niet samen in één kledingstuk dragen. Tsietsiet (schouwdraden) zijn verplicht. Daarna worden huwelijkswetten behandeld, bijvoorbeeld de beschuldiging dat de vrouw geen maagd was. Als dit vals is, moet de man honderd zilverstukken betalen en kan zijn vrouw nooit meer scheiden. Op overspel staat de doodstraf. Bij verkrachting betaalt men vijftig zilverstukken en mag de verkrachter zijn slachtoffer nooit meer scheiden. Een mamzeer mag niet komen in de gemeente.
►4e alija, 23:8-24. Hier volgen verschillende voorschriften voor reinheid van de legerplaats, de barmhartigheid tegenover een gevluchte slaaf en het verbod op prostitutie (zowel van mannen als van vrouwen). Wij mogen geen rente vragen. Geloften moeten zo snel mogelijk worden ingelost.
►5e alija, 23:25-24:4. Tijdens het werken in de wijngaard, mag de arbeider eten van de druiven. Echtscheiding kan men alleen met een get.
►6e alija, 24:5-13. Eén heel jaar na het huwelijk is men vrijgesteld van het leger om zijn vrouw te verheugen. Men mag geen molensteen tot onderpand nemen. Dat is het leven tot onderpand nemen. Op kidnapping staat de doodstraf. De bepalingen van melaatsheid moeten strikt in acht worden genomen. De schuldeiser mag niet in het huis van de debiteur naar binnen dringen.
►7e alija, 24:14-25:19. Het loon van een dagloner moet voor zonsopgang worden uitbetaald. Vaders zullen niet sterven vanwege hun kinderen en kinderen niet vanwege hun vaders. Het recht van een vreemdeling mag niet verbogen worden. Bij het oogsten moet men een aantal gaven voor de armen laten liggen. De dorsende os mag men niet muilkorven. Wanneer een broer kinderloos overlijdt, trouwt een broer van deze overledene met zijn schoonzuster. Als hij haar niet wil huwen dan moet de chalietsa (schoenuittrekkings-procedure) volgen. Wij moeten zuivere maten en gewichten hebben. Amalek moet uitgeroeid worden.
Sjabbat Sjalom.
