WE-ETCHANAN (en ik smeekte): Mosjé smeekt toch het Land te mogen binnentrekken maar G’d weigert dat. Hij kan op de top van de berg Pisga het Land aanschouwen en hij zal Jehosjoe’a aanmoedigen. Mosjé herinnert het volk aan de Openbaring op de berg Sinaï, die voor de hele natie bestemd was. Er mag aan de Wet niets toegevoegd of afgenomen worden. Voorschriften moeten iedere generatie opnieuw overgedragen worden. Mosjé geeft een overzicht van de Tien Geboden en draagt op de Wet strikt na te leven: hebt ontzag voor G’d. Mosjé onderwijst Sjema, de centrale gedachte dat er slecht één G’d is. Bezondig je niet aan G’ds verboden, ga geen huwelijken aan met de inwoners van het Land en vernietig hun afgodische hoogten. Want de Bné Jisraëel zijn aan HaSjeem gewijd, ze mogen niet spiritueel vervallen en hun bijzondere opdracht vergeten. Mosjé voorspelt dat de Bné Jisraëel tot zonden zullen vervallen en dan verstrooid zullen worden onder de volkeren, maar uiteindelijk zullen terugkeren. In hoofdstuk zes van Devariem staat de bekende verklaring van G’ds Eenheid Sjema. Hieronder volgen enkele verdiepingen hierin.
►Sjema Jisra’eel – monotheisme
Het eerste gebod van de Tien Geboden duidt op onze overtuiging, dat G’d Eén is. Wij gaan er prat op dat wij het monotheïsme als eerste hebben ingevoerd. Wat is het grote goed van het monotheïsme en wat leert dit in onze moderne tijd? Ik denk dat juist in onze tijd van wetenschap en rationaliteit het monotheïsme onmisbaar is. Het geloof in één G’d gaat ervan uit dat alles vanuit één centraal punt geschapen is. Dit verklaart waarom alles in het universum met elkaar samenhangt. Steeds meer komen wetenschappers er achter dat er een enorme correlatie bestaat tussen allerlei natuur-, psychologische, sociologische, fysiologische en andersoortige wetten. De wetmatigheid en samenhang van alle fenomenen in deze wereld kan alleen verklaard worden vanuit één besturend Principe. Veelgodendom veronderstelt dat elk gebeuren of fenomeen een aparte god heeft. Wij gaan ervan uit dat alles vanuit één centraal Principe geschapen en gestuurd wordt. Zonder het monotheïsme is wetenschap – het steeds verder ontdekken van allerlei samenhangen en verbanden in de natuurlijke en geestelijke wereld – ondenkbaar.
►Universele religie
Het credo van het Jodendom ‘Sjema Jisraëel’, hoor Israël, HaSjeem is onze G’d, HaSjeem is Eén’ heeft overigens universele betekenis. Wij zijn geen stammengodsdienst. Ons geloof is bedoeld voor de hele wereld. Deze vers ‘Sjema Jisraëel’ betekent in feite ‘hoor Israël, G’d die nu nog onze G’d is zal eens Eén zijn voor de hele wereld’.
In Sjema (Dewariem 6:4 e.v.) staat, dat we G’d moeten liefhebben met geheel ons hart, geheel ons leven en geheel ons (materiele) vermogen. Dit wordt in de Talmoed als volgt uitgelegd: “Met heel uw hart” betekent: met uw beide neigingen. De mens heeft zowel een ‘jetser tov’, een sterke spirituele inslag als een ‘jetser ra’, een aardse neiging, die erop uit is zoveel mogelijk materieel gewin te maken. Ook met het laagste instinct moeten we G’d dienen. Al ons materiele streven moet uiteindelijk weer gericht worden op het Hogere. “Met heel uw ziel” betekent dat wij G’d overal moeten volgen, ook wanneer dit levensgevaarlijk is. Eeuwenlang hebben wij geloofsvervolgingen moeten verdragen. Velen waren erop uit om ons te bekeren tot hun geloof. Meestal weerstonden de Joden deze verleiding en waren ze bereid om zelfs hun leven te geven om maar niet te hoeven buigen voor de symbolen van andere geloven. “Met heel uw vermogen” betekent dat we inderdaad alles wat wij hier op aarde verdienen zoveel mogelijk moeten wijden aan het Opperwezen. Zelfs de meest aardse bezigheden kunnen in dienst van G’d staan. Wanneer men bij het eten stelt dat men dit lesjeem Sjamajiem – voor G’d – doet, wordt het gehele spijsverteringproces dienstbaar aan een Hoger Doel. Hierdoor verheft zich bijvoorbeeld de hele voedselketen van melkfabriek tot de fles melk op tafel, van koe tot boter, boven het gewone aardse en het dagelijkse. Het komt in een heilige sfeer. Dat is overigens de hele bedoeling van de Tora: verheffing van het aardse.
►Ee-l Melech Ne’eman.
Voor het reciteren van Sjema zegt men – als men zonder minjan davvent – Ee-l Melech Ne’eman. Dit betekent:’G’d is een betrouwbare koning’. Deze woorden worden toegevoegd aan Sjema omdat Sjema in totaal 245 woorden heeft. Samen met deze drie extra woorden telt Sjema 248 woorden, wat exact correspondeert met het aantal ledematen in het menselijk lichaam en het aantal geboden in de Tora. Ons bestaan is alleen mogelijk doordat wij de geboden van de Tora aanvaarden en praktiseren.
Volgens de Midrasj Tanchoema heeft Sjema ook een beschermende functie: ‘Wanneer men Sjema met 248 woorden met goede aandacht leest, zal G’d elk orgaan bewaken. U houdt mijn woorden in acht, dan zal Ik ook uw lichamelijk welzijn bewaken.’ Volgens anderen moet men in Ee-l Melech Ne’eman lezen: ‘Hasjeem was God voor de schepping, is Koning over de schepping en zal de doden in de tijd van de Messiaanse verlossing zeker doen herleven.’
►Eén-verklaren
Door het Eén-verklaren van G’d aanvaarden wij G’ds absolute heerschappij: ‘Kabbalat Ol Malchoet Sjamajiem’. Elk aspect van ons bestaan is onderworpen aan Zijn wil. Er zijn echter ook nog veel andere verklaringen voor Sjema. Sommigen lezen: ‘Weet, Israël, dat Hasjeem, onze G’d, de Enige G’d is.’ Anderen lezen het als een geloofsverklaring: Hasjeem alleen is onze G’d en we hebben geen goden naast hem. Hasjeem is Één, alleen Hem mag men dienen. De letters ajien en dallet van Echad zijn groot geschreven omdat wij met het uitspreken met Sjema getuigen van de Eénheid van G’d. ‘Eed’ in het Hebreeuws is ‘getuige’ in het Nederlands
►Sjema en de tien geboden
Als we Sjema Jisra’eel Hasjeem Elokenoe uitspreken denken we aan het eerste gebod: ‘Ik ben de Eeuwige uw G’d.’ Als we Hasjeem Echad uitspreken denken we aan het tweede van de tien geboden waarin staat dat we geen andere goden mogen hebben. Wanneer wij ‘u zult uw G’d liefhebben’ uitspreken denken we aan het gebod de Naam van G’d niet ijdel uit te spreken. Want wie werkelijk van de Koning houdt, zal niet vals bij Zijn Naam zweren. Wanneer wij de woorden ‘opdat jullie zullen herinneren en al Mijn mitsvot uitvoeren’ uitspreken, denken we aan het gebod om de Sjabbat te houden, want Sjabbat weegt op tegen de hele Tora. Wanneer wij de woorden ‘opdat u lang zult leven op aarde die G’d u geeft’ denken we aan het gebod onze onze ouders te eren, waar ook gerefereerd wordt aan een lang leven door navolging van de eerbied voor vader en moeder. In Sjema staat ‘u zult snel vernietigd worden’, dat slaat op het gebod U zult niet doden, want wie doodt zal gedood worden.
`U zult uw hart en uw ogen niet volgen’ verbiedt ons om overspel te plegen: de ogen zien en het hart verlangt. ‘U zult uw graan binnenhalen’ wil zeggen: ‘uw eigen graan’, en niet dat van uw buren. Dit representeert het verbod op diefstal. ‘De Eeuwige, jullie G’d is waarheid’ slaat op het gebod geen valse getuigen te nemen. ‘Je zult ze schrijven op de deurposten van je huis’ staat tegenover het gebod niet andermans bezit te begeren. Een mezoeza is verplicht op het eigen, niet op andermans huis.
►Sjachariet, Mincha, Arviet
Indien mogelijk moet men zich bij het lezen van het Sjema concentreren op de parallelpunten met de tien geboden. Sjema kan verder gezien worden als een afkorting van initialen van het bekende vers: ‘Se’oe Maron Eneechem – hef uw ogen naar de hemel om te begrijpen dat er buiten dat G’ddelijke Wezen dat de hemel omspant, niets is.’ Het Opperwezen noemen we Hasjeem. Hoewel we niets van Zijn Wezen begrijpen, is hij Één.
Sjema is eveneens een afkorting van de drie dagelijkse gebeden: Sjachariet, Mincha, Arviet, het ochtend-, middag- en avondgebed. Dit zijn de beste tijden om ons te concentreren op hogere doelen. Op wie moeten we ons concentreren? Op de Almachtige, de hoogste Koning, Sjad-dai Melech Eljon. Dan zijn wij bereid het hemelse juk, ol malchoet sjamajiem te aanvaarden. De initialen van ol malchoet sjamajiem zijn, in omgekeerde volgorde: Sjema. Sjema betekent niet alleen luisteren, maar ook begrijpen, aanvaarden, goed overdenken, concentreren.
►De vierletterige Naam
Sjema mag men in iedere taal uitspreken. De Sfat Emet legt deze Talmoedische uitspraak als volgt uit: ‘in iedere boodschap die wij horen, moeten wij het ‘Sjema Jisraeel, Hasjeem Elokeenoe, Hasjeem Echad horen.’ In alle aspecten van het leven moeten wij G’ds Éénheid en Grootheid aanvaarden. De hele wereld getuigt van het bestaan van de Schepper.’
►Het Tetragrammaton
De vierletterige G’dsnaam mag niet uitgesproken worden. Dit wordt afgeleid uit Sjemot 3:15: ‘Hasjeem, de G’d van jullie vaderen…dit is Mijn Naam voor eeuwig…’ Het woord voor eeuwig kan in het Hebreeuws ook begrepen worden als ‘om te verbergen’. Dit betekent dan: Mijn naam die verborgen moet blijven, niet uitgesproken mag worden. Daarom komt daarvoor altijd de G’dsnaam Ado-naj in de plaats. De hogepriester mocht op Jom Kippoer in de Tempel de G’dnaam uitspreken. Wanneer de priesters in het voorhof hun zegen uitspraken mochten ze ook de G’dsnaam uitspreken.
Zodra het volk de G’dsnaam hoorde, knielden ze en zei men ‘baroech sjeem kevod maloechoto le’olam va’ed’. Na de dood van de hogepriester Sjimon Hatsaddiek (omstreeks 300 v.d.g.j.) werd de G’dsnaam niet meer uitgesproken door de kohaniem in hun priesterzegen. Buiten de Tempel was het uitspreken van de G’dsnaam al sinds mensenheugenis verboden.
►Drie werkwoordsvormen
De vierletterige G’dsnaam is een samentrekking van de drie werkwoordsvormen ‘haja, hove, jie-je’: Hij was, Hij is, Hij zal zijn. Wanneer deze drie tijdsvormen samenkomen, spreken we van de Eeuwige. De G’dsnaam Elokiem, staat in het meervoud en moet worden opgevat als een soort pluralis majestatis. Dit betekent niet dat G’d meervoudig is maar dat Hij zich manifesteert in een pluriforme wereld. Elokiem betekent tevens G’d zoals Hij verschijnt in het teken van het G’ddelijke recht: middat hadien. Elokiem betekent verder G’d als Almachtige Heerser over de machten en krachten die de schepping besturen.
►Chet lang uitspreken
G’d is Eén betekent dat er niemand buiten Hem is, en dat bovendien Zijn bestaan uniek is. Bij het uitspreken van het woord Echad moet men de eerste letter E niet uitrekken: de alef staat voor Eén en representeert de Eénheid van G’d. Bij het langgerekte uitspreken van de chet (getallenwaarde 8) bedenkt men dat G’d heerst over de aarde en de zeven hemelen. Bij het uispreken van de dallet (getallenwaarde vier) moeten we bedenken dat G’d heer en meester is in de vier windrichtingen.
De dallet wordt groot geschreven omdat het de getallenwaarde vier heeft, wat G’ds uniciteit benadrukt. Er bestaan drie lagere niveau’s van leven: aardse materie, flora en fauna. Deze kunnen sterven en ontbinden. Daarnaast bestaan de hemelse sferen. Het derde niveau wordt gevormd door het leven van de Engelen. G’d staat daar oneindig boven. G’d is ver verheven boven alles wat Hij geschapen heeft. De grote ajien duidt aan dat het een goede zaak is onze ogen (ajien = oog) wijd te openen en deze verheven materie tot ons te nemen.
►De betekenis van Baroech Sjeem Kevod Malchoeto Le’Olam Va’ed
Deze tekst staat niet in de Tora, maar werd door het verzamelde volk bij de Tempel uitgesproken als antwoord op het uitspreken van de heilige G’dsnaam door de Hogepriester, de koheen gadol, zoals op Jom Kippoer. Deze tekst wordt om verschillende redenen zacht uitgesproken. In de Talmoed (B.T. Pesachiem 56a) was dit het antwoord van de kinderen op het sterfbed van Ja’akov. Toen Ja’akov op zijn sterfbed lag en zijn kinderen vroeg of zij trouw waren aan G’d, antwoordden zij: ‘Sjema Jisra’eel (Ja’akov) de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is Één.’ Ja’akov antwoordde: ‘Baroech Sjeem Kevod Malchoeto Le’olam Va’ed’. Moeten wij deze woorden nu ook in onze gebeden reciteren, zoals Ja’akov die oorspronkelijk heeft uitgesproken (die later door Mosje werden overgenomen in de Tora)? Zeker. Maar omdat de woorden ‘Baroech Sjeem Kevod Malchoeto Le’olam Va’ed’ niet in de Tora staan, moeten we ze zacht uitspreken. Een tweede traditie wil dat Mosje deze frase van de Engelen hoorde. Hij droeg het over aan het joodse volk, maar wilde dit niet luid laten zeggen omdat het niet toegestaan is om een formule van de Engelen te gebruiken. Alleen op Jom Kippoer zeggen we ‘Baroech Sjeem Kevod Malchoeto Le’olam Va’ed’ hardop want dan staan we op het niveau van Engelen.
Sjabbat Sjalom.
