Parsja 05 Chajee Sara (Bereesjiet/Genesis 23:1 – 25:19) 26 november 2005/ 24 chesjwan 5766

CHAJEE SARA (het leven van Sara). Sara sterft op de leeftijd van 127 jaar. Awraham rouwt over haar en wil haar begraven in de spelonk Machpela. Maar die is in het bezit van Efron, een Chitiet. Awrahams koopt deze. Daarna draagt Awraham zijn trouwe knecht op een goede vrouw voor Jitschak te zoeken maar geen Kena’anietische. De knecht zweert dat hij uit de familie van Awraham een vrouw zal zoeken, waartoe hij naar Aram Naharajiem reist. Hij heeft grote geschenken meegenomen. Onderweg vraagt de knecht G’d dringend hem een bepaald teken –dat hij zelf vaststelt- te geven wanneer de juiste vrouw opdoemt. De knecht arriveert bij een bron als ook Rivka verschijnt en hem op zijn verzoek te drinken geeft en ook de kamelen drenkt. Dat is precies waar de knecht G’d om gevraagd had! De knecht wordt ontvangen in het ouderlijke huis van Rivka, waar hij zijn verhaal vertelt. Na enige tijd wordt men het erover eens dat Rivka, na ook haar instemming gevraagd te hebben, met de knecht naar Jitschak meegaat. Jitschak en Rivka trouwen. Hij bemint haar en troost zich over de dood van zijn moeder. Awraham hertrouwt met Ketoera, die zes kinderen krijgt, maar Awraham zendt hen allemaal –met geschenken- weg. Awraham sterft op de leeftijd van 175 jaar. Hij werd door Jisjmaëel en Jitschak in de spelonk Machpela begraven. Koheen, 23:1-16. Awraham koopt een graf voor Sara.

“De leeftijd van Sara was honderd jaar en twintig jaar en zeven jaar; dat waren Sara’s levensjaren” (23:1).
De Midrasj becommentarieert deze openingsvers met de stelling, dat “G’d de dagen van de tsaddikiem (heiligen) kent en dat hun erfenis voor eeuwig” zal zijn: ”Net zoals zij volledig en perfect zijn, zijn ook hun jaren volmaakt. Met twintig was Sara zo mooi als toen ze zeven was. Met honderd was zij zo vrij van zonden als toen zij twintig was”. De Midrasj legt uit waarom de Tora bij elke eenheid het woord jaren schrijft: 100 jaar, 20 jaar en 7 jaar. De tekst had kunnen volstaan met 127 jaar. Maar waarom was het nodig om toe te voegen aan het eind van de openingszin: ”Dat waren Sara’s levensjaren”.

De Midrasj legt uit dat het ons leert dat de levens van Tsaddikiem in de ogen van G’d dierbaar zijn, zowel in deze wereld als in de toekomstige wereld. Maar dat spreekt toch vanzelf! En waar komt dat extra punt dat het leven van Tsaddikiem in de toekomstige wereld dierbaar is voor G’d vandaan? En wat is het verband tussen het aardse leven van Sara en haar hemelse leven hetgeen door de Midrasj aan elkaar gekoppeld wordt?
Volgens Rabbi Menachem Mendel Schneursohn legt de Midrasj daarom uit dat Sara toen ze honderd was zo vlekkeloos was als op haar twintigste, om te benadrukken dat een volmaakt leven leidt tot de onveranderlijkheid van geest die Sara kenmerkte. De herhaling van het woord jaren in de openingsvers leert ons dat elk getal met het andere te vergelijken is. Maar is het wel zo dat Tsaddikiem niet veranderen? We zeggen toch juist dat (Psalm 84:8) de heilige rechtvaardigen van het ene niveau naar het andere niveau stijgen in een constante groeicyclus?! Een heilig leven is niets anders dan vooruitgaan in spiritueel opzicht. Hoe kunnen we dan zeggen dat Sara’s leven zo constant was dat alle levensfasen met elkaar te vergelijken waren?

Hier ontvouwt zich een geheel nieuw levensperspectief.
Ons dagelijks leven lijkt een opeenvolging van ongerelateerde toevalligheden. Niets is echter minder waar. Ons leven is ideaal wanneer iedere vorige stap betekenis krijgt in de volgende stap. We leiden pas een volmaakt leven wanneer we aan het einde van onze dagen kunnen inzien waarom al die vorige stappen nodig waren. Vaak zien we pas achteraf in hoe ons leven één lange, zinnige (of helaas soms onzinnige) aaneenschakeling van gebeurtenissen was. De Midrasj vertelt dat Sara aan het einde van haar leven een bepaalde perfectie en nabijheid van G’d bereikte. De Midrasj bedoelt daarmee aan te geven dat al haar voorgaande levensfasen met terugwerkende kracht een bepaalde perfectie bereikten.

Is ons leven beperkt?
Iets dergelijks vinden we wanneer de mens tot inkeer komt en tesjoewa doet. Net zoals tesjoewa zonden uit het verleden in goede daden kan omzetten, kunnen we aan het einde van het leven duidelijk zien waarvoor we hier op aarde zijn geweest en dat verleent zin en inhoud aan alle voorgaande stadia. Maar één probleem blijft: elk leven neemt een einde en dat beperkt onze actieradius wat het doen van mitswot en het leren van Tora betreft. Sara stierf voor haar tijd.
Haar vroege dood was het gevolg van shock van de Akedat Jitschak, het binden van Jitschak, haar enig kind, op het altaar. Als zij haar leven niet heeft mogen afmaken, hoe kan het dan zijn dat zij in de Midrasj gezien wordt als perfect? De Midrasj stelt dat de Tora daarom toevoegt aan het einde van de openingszin “dit waren de jaren van het leven van Sara” omdat het leven van Tsaddikiem dierbaar is in de ogen van G’d, zowel in deze als in de toekomstige wereld. Wanneer Tsaddikiem voor hun tijd heengaan en hun werk niet kunnen afmaken krijgen ze hiertoe de gelegenheid in de toekomstige wereld.
Er bestaat een wisselwerking tussen deze wereld en de toekomstige wereld. Wanneer kinderen hier Kaddiesj zeggen, ontlenen zielen in de olam haba hieraan een enorm spiritueel genot. Zo kan in omgekeerde zin een Tsaddiek vanuit de olam haba door blijven werken in deze aardse beperking van tijd en plaats. Toch is er een punt onbesproken gebleven. Wij hebben een hoeveelheid tijd toegemeten gekregen om daar niet alleen maar goede daden in te verrichten maar ook om de tijd zelf te heiligen. Een dag die gevuld wordt met mitswot voldoet aan zijn scheppingsdoel. Dus, alhoewel Sara haar aardse taak in de olam haba mocht afmaken, blijft het tijdsheiligings-aspect nog oningevuld! Dat wil de Midrasj uitleggen met het einde van de openingsvers “Dit waren Sara’s levensjaren”. Haar jaren werden zelfs ná haar dood doorgerekend. Dit betekent dat haar weldoende en heilige invloed zelfs op een fenomeen als aardse tijd invloed had.

Levi, 23:17-24:9. Awraham begraaft Sara en laat zijn oudste knecht een vrouw voor Jitschak zoeken.

3e alija 24:10-26. Riwka doorstaat de test glansrijk.

Eliëzer gaat op zoek naar een vrouw voor Jitschak.. Dit was de eerste `sjiddoech’ – huwelijk in de Tora. Eliëzer stelde eigenlijk een onbetamelijk ultimatum aan G’d:”En het zal zijn: het meisje tot wie ik zeggen zal: neig toch uw kruik, opdat ik drinke en die zeggen zal: drink en ook uw kamelen zal ik te drinken geven – haar hebt U bestemd voor uw dienaar Jitschak” (24:14). Stel, dat het meisje om welke reden dan ook geen gunst had gevonden in de ogen van Jitschak. Eliëzer nam een risico. Ondanks de `chotspe’ – wij schrijven G’d geen testen voor – honoreerde G’d toch Eliëzers verzoek – omdat een meisje, dat geheel vrijwillig voor een totaal vreemde zo’n 400 liter water schept wel iets heel bijzonders moet zijn. Riwka was inderdaad de perfecte sjiddoech.
Uit deze episode worden veel gebruiken rond de choepa afgeleid. Zo is het gebruikelijk dat de Rabbijn voor de choepa bij het strooien van de rijst de kalla (bruid) toewenst:“Onze zuster, wees tot duizenden van tienduizenden”. Dit was de beracha waarmee de familieleden van Rivka haar zegenden toen ze vertrok om met Jitschak te gaan trouwen (24:60). In Nederland gaat alleen de kalla het mikwe (rituele bad) in maar in andere kringen dompelt ook de chatan zich in het mikwe onder op zijn huwelijksdag. Voor deze minhag (gewoonte) bestaat een aanduiding in de Tora (Dewariem 23:12):“Tegen de avond zal hij zich wassen in water”. De uitdrukking ‘tegen de avond’ komt verschillende keren voor in de Tora. In onze sidra (24:63) staat: “En toen ging Jitschak naar buiten om tegen de avond te dawwenen (bidden) op het veld’. In het werk Michtam leDavid staat dat ‘hieruit een bron te vinden is voor de gewoonte dat ook de chatan zich onderdompelt voor de choepa want toen Jitschak naar buiten ging om te dawwenen, was dat vlak voor zijn huwelijk. Op dit moment staat er ‘tegen de avond (zal hij zich wassen met water’). Ook hij moet in het mikwe vóór zijn choepa.
Normaliter dawwent men het middaggebed voor de choepa, voordat de chatan het gezicht van de kalla bedekt met een sluier. Dan kunnen chatan en kalla de widoej – zondenbelijdenis uitspreken.‘En toen ging Jitschak naar buiten om te dawwenen op het veld’ (24: 63) wordt al snel gevolgd door:“Toen hief Rivka haar ogen op en zag Jitschak. Zij nam haar sluier en bedekte zich”. Sommige Geleerden leiden hieruit af dat het bedekken van het gezicht van de kalla één van de wijzen van huwelijkssluiting is. Het heeft tevens een diepe symbolische betekenis. Het is alsof chatan en kalla tegen elkaar zeggen:“onze band gaat dieper dan wat het blote oog kan waarnemen”. Het bedekken van het gezicht van de kalla is te vergelijken met het bedekken van het gezicht tijdens het uitspreken van ‘Sjema Jisraeel’. Bij Sjema sluiten wij onze ogen voor de veelheid, die deze materiele wereld nu eenmaal is, om ons te concentreren op de achterliggende Eenheid. Wij hebben even alleen met Hem een relatie. Zo nemen ook chatan en kalla zich voor om enkel voor elkaar te leven. De Chatam Sofeer zegt dat het bedekken van het gezicht van de kalla een uitdrukking is van haar ingetogenheid. Hun relatie speelt zich af in de beslotenheid van het joodse huis.

4e alija, 24:27-52. Riwka mag mee naar Jitschak.

5e alija, 24:53-67. Jitschak verzoent zich met zijn moeders overlijden.

6e alija, 25:1- 11. Awraham trouwt Ketoera en overlijdt op 175-jarige leeftijd.

7e alija, 25:12-18. De geslachten van Jisjmaeel.

Bij de levensjaren van Sara legt Rasjie uit: “Het woord ‘jaar’ wordt bij elke tijdseenheid herhaald, om u mede te delen dat elk apart gedarsjend (uitgelegd) kan worden”. De reden, dat Rasjie niet uitlegt bij Jisjmaëels leeftijd “Toen hij honderd was, was hij als dertig, toen hij dertig was, was hij als zeven”, is vanzelf begrijpelijk. Jisjmaëel was op zijn honderdste zo krachtig als toen hij dertig was en toen hij dertig was, was hij even zondevrij als toen hij zeven was. Hij zal dus voor het eerst tesjoewa hebben gedaan, tot inkeer zijn gekomen, toen hij dertig was.
Vanwege Ja’akov
Bij de leeftijd van Jisjmaëel stelt Rasjie: “Waarom worden de levensjaren van Jisjmaëel vermeld? Om de levensjaren van Ja’akov te kunnen berekenen.” Rasjie maakt daaruit op, dat Ja’akov veertien jaar heeft doorgebracht in de Baté Medrasj (leerhuizen) van Sjeem en Ever, waar Tsaddikiem als onze derde Aartsvader Ja’akov speciaal getraind werden in de omgang met verdorven mensen als Lawan (zijn schoonvader Lawan – een aartsbedrieger – vormde later een van de grootste beproevingen van Ja’akov). Waarom de term ‘jaar’ telkens herhaald wordt bij de tijdseenheden van Jisjmaëel is geen probleem. De enige vraag, die resteert, luidt waarom de leeftijd van Jisjmaëel überhaupt vermeld wordt. Maar als deze laatste vraag beantwoord is met “om de levensjaren van Ja’akov te berekenen” dan betekent dit, dat bij Ja’akov dezelfde tijdsdimensies bestonden – alleen op een totaal andere manier.

Tesjoewa (inkeer)
De verandering rond Jisjmaëels honderdste was het feit, dat hij tesjoewa had gedaan. Uit de traditie is bekend, dat Jisjmaëel nog tijdens het leven van Awraham tesjoewa had gedaan. Bij het overlijden van Awraham was Jisjmaëel 89 jaar. Rasjie wil met de vergelijking tussen Jisjmaëel en Ja’akov aangeven, dat de tesjoewa van Jisjmaëel in het niet viel bij de ‘tsidkoet’ (oprechtheid) van Ja’akov. Op dertigjarige leeftijd is men sterk en krachtig (vgl. Pirké Awot 5:25). Omdat over Jisjmaëel geprofeteerd werd, dat hij “zijn hand overal in had” (16:12), stond dit aspect op dertigjarige leeftijd dus op de voorgrond. Desondanks bezat Ja’akov zelfs in fysieke zin grotere kracht dan Jisjmaëel. Dit blijkt uit het feit, dat hij – bij zijn ontmoeting met zijn toekomstige vrouw Riwka – in zijn eentje een enorme steen van de bron kon rollen (29:10). Als we ons realiseren, dat Ja’akov bij de bron 77 jaar oud was, valt Jisjmaëel ook op dit gebied bij hem in het niet. Op zevenjarige leeftijd is men zonder zonde. Toch was de onschuld van Ja’akov van een hoger gehalte dan de zondeloosheid van Jisjmaëel. Daarom worden de levensjaren van Jisjmaëel vermeld: om daarmee Ja’akovs grootheid beter te doen uitkomen.

Reacties zijn gesloten.