In verband met het spoeddebat vandaag heeft het CJO een brief gestuurd aan de Kamerfracties.
Het Centraal Joods Overleg is bezorgd over de staat van het Antisemitisme in Nederland. Dat schrijven CJO-voorzitter Willem Koster en CJO-secretaris Ruben Vis in een brief aan de Tweede Kamer.
Het CJO beschouwt de situatie van het antisemitisme in Nederland als een uiting van onaanvaardbare intolerantie jegens een bevolkingsgroep die sinds zo’n 400 jaar onafgebroken deel uitmaakt van de Nederlandse samenleving. Het is tekenend dat door bevolkingsgroepen onvoldoende tolerantie wordt betoond jegens andere bevolkingsgroepen, in het bijzonder de Joodse. En dat de overheid er niet in slaagt de gevoelens van onveiligheid bij Joden weg te nemen.
Landelijk probleem
Vandaag houdt de Tweede Kamer een spoeddebat naar aanleiding van verschijnselen van antisemitisme zoals die zijn geregistreerd in Amsterdam.
Wij moeten constateren dat joden er meer en meer voor kiezen hun identiteit te verbergen.
Het Centraal Joods Overleg benadrukt dat de in Amsterdam geregistreerde uitingen niet beperkt blijven tot de hoofdstad. Ook elders in het land krijgt wie herkenbaar Joods gekleed is, met antisemitisme te maken.
Onderwijs
Daarnaast vraagt het Centraal Joods Overleg aandacht voor de situatie in het onderwijs. Een doorgaande stroom aan incidenten en meldingen vanuit het onderwijs geeft aan dat leerlingen die Joods zijn daar voortdurend op worden aangesproken. Overigens geldt het zelfde voor leerlingen die homoseksueel zijn of zelfs maar ‘verdacht’ worden homoseksueel te zijn. Zie ook de monitoring van het homo-emancipatiebeleid 2008-2010 van het ministerie van OCW en de homo-emancipatiemonitor van het SCP.
Het is voor ons onaanvaardbaar dat dergelijke aanvallen worden gepleegd en dat door de schoolleiding niet wordt opgetreden. Toch is dit de werkelijkheid. Leerlingen die vanwege hun geloof of geaardheid van school worden gepest, die hun kluisjes opengebroken vinden met hakenkruisen, die bij voortduring door hun medescholieren worden uitgescholden en belaagd, die antisemitische graffiti aantreffen. En die moeten worden gevormd om hun plaats in de maatschappij in te nemen, in een omgeving waar over de verschrikkingen van de Holocaust in veel gevallen niet kan worden onderwezen.
Wat staat de overheid te doen
Joden moeten kunnen voelen dat de overheid hen echt beschermt. De Marcouch-inzet klinkt wellicht radicaal maar is een probaat middel dat leidt tot een op heterdaad-betrappen van daders. Een dergelijke inzet is echter nog steeds onvoldoende. Het zou een onderdeel van een mix aan maatregelen kunnen zijn. Die mix moet volgens het CJO in ieder geval (ook) bestaan uit:
– Blijven optreden tegen antisemitisme in voetbalstadions. Te lang is niet opgetreden tegen antisemitische spreekkoren waardoor de verkeerde indruk is gewekt dat die zijn toegestaan en daarmee ook dat wat je in het stadion roept, ook niet wordt gehandhaafd daarbuiten. Effectieve middelen zijn daarbij: langdurige stadionverboden en straatverboden.
– Ontkenning van de Holocaust in bovenstaand kader: geef ontkenners van de Holocaust een taakstraf. Nu dergelijke uitingen zo veelvuldig voorkomen, verdient het aanbeveling snelrecht toe te passen en een taakstraf die aan het onderwerp van het delict is gerelateerd op te leggen.
– Er moet bij ieder korps een registratie zijn van antisemitische meldingen en aangiften.
– De afschaffing van het godslastering-artikel in het WvSr staat in de politieke discussie. Antisemitisme is geen uiting van haat jegens een bepaalde godsdienst maar jegens personen van een bepaalde bevolkingsgroep.
– Geen school in Nederland zou geblokkeerd mogen worden in het onderwijs over de Holocaust, een inktzwarte periode in de Nederlandse geschiedenis.
– Holocaustherdenking en –educatie moeten niet langer eenzijdig de overeenkomsten benadrukken tussen de Holocaust en ‘andere erge dingen’ in de wereld van nu. Het moet duidelijk zijn dat genocide fundamenteel anders is dan een politiek conflict waarbij slachtoffers vallen, hoe erg men dat ook vindt.
– De Joodse gemeenschap ziet zich gedwongen zelf in belangrijke mate voor de eigen veiligheid op te draaien. Dit betekent concreet dat vrijwel geen activiteit kan worden georganiseerd zonder dat daarin kosten en moeite dienen te worden geprogrammeerd voor de waarborging van de eigen veiligheid. Er is geen enkele groep of bevolkingsgroep die voor zijn kinderuitstapjes, scholieren, ouderen en religieuze bijeenkomsten voor eerst de veiligheid moet waarborgen.
– De Joodse gemeenschap spendeert jaarlijks tot bijna een miljoen euro aan de eigen veiligheid. Dit vormt een onwaarschijnlijk zware last op de schouders van de Joodse scholen, zorgcentra, welzijnsvoorzieningen, jeugdverenigingen, synagogen, …
– De Joodse gemeenschap bereikt het punt dat dit niet meer is te financieren.
– Het CJO doet een beroep op de overheid om de morele èn fysieke veiligheid van de Joodse gemeenschap in Nederland te waarborgen en in hun bescherming ondersteuning te verlenen.
