In Winschoten vond afgelopen zondagmiddag het sluitstuk plaats van een groot geschiedschrijvingsproject waaraan meer dan dertig jaar is gewerkt. De laatste twee boeken van in totaal veertien delen in een serie over de Joodse gemeenschappen in de provincie Groningen werden uitgereikt aan Commissaris van de Koningin Max van den Berg, burgemeester Pieter Smit van de gemeente Oldambt en opperrabbijn Binyomin Jacobs.
Een dergelijk omvangrijk project over de geschiedenis van de Joodse gemeenschappen, waarvan de totstandkoming meerdere decennia in beslag heeft genomen, is in geen van de andere provincies gerealiseerd.
Er was een zeer grote opkomst met Groninger nazaten, zelfs uit Israel, Groot-Brittannië en Italië. Namens het bestuur van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap was Robert Heijmans aanwezig. Aan het adres van de auteurs sprak Bep Koster, voorzitter van de Joodse Gemeente Groningen, een dankwoord uit. Zij overhandigde namens de Joodse Gemeente aan de deels vrijwillige medewerkers van de De Vey Mestdagh Stichting boomcertificaten in het Groningenwoud in Israel. Aan dit project is bijna 30 jaar gewerkt.
Na de uitreiking van de eerste exemplaren verkreeg opperrabbijn Jacobs het woord. Hij benadrukte dat het enerzijds een feestelijke afronding is van een groot en indrukwekkend project. Anderzijds dient het boekwerk te worden vergeleken met een monument voor alle vermoorde Groningse Joden. Vele toehoorders moesten een traan laten. De opperrabbijn besloot zijn woorden met het uitspreken van een Jizkor (Herdenkingsgebed).
Rijksarchivaris mr. J. H. de Vey Mestdagh legde in 1970 de ‘eerste steen’ van de vastlegging van de geschiedenis van de joodse gemeenschappen in de provincie Groningen. Nu, veertig jaar later, volgt het slotakkoord met de verschijning van de beschrijvingen van de joodse gemeenschap van Winschoten en omgeving. In twee kloeke banden beschrijven de historici Han Lettinck, Els Boonstra en Wim Domburg namens de stichting die naar de grondlegger van de reeks is genoemd, de geschiedenis van de Joodse gemeenschap Winschoten, Beerta, Finsterwolde, Midwolda, Nieuwolda en Scheemda van 1683 tot 1964. De twee boeken vormen samen het veertiende en laatste deel van de reeks.
