Lecha Lecha 5771

LECH LECHA – Ga (voor jezelf)

G’d beveelt Awram zijn geboortegrond te verlaten om naar een onbekend land te trekken. Hij neemt vrouw, familieleden en personeel mee. G’d belooft hem tot een groot volk te maken. Wegens een hongersnood daalt hij af naar Egypte, waar hij zijn vrouw Sarai verzoekt voor zijn zuster door te gaan opdat hij niet vermoord zal worden door de Egyptenaren. Ze komt aan het hof van de Farao maar G’d zendt ziekten zodat Sarai ongedeerd blijft. Na enige tijd keert Awram met de zijnen terug. Daar er te veel vee is geeft Awram zijn neef Lot de keus waar hij zich zal vestigen. Hij kiest voor de vruchtbare grond richting Sedom. Na een oorlog redt Awram de krijgsgevangen Lot.

Awram krijgt een visioen, dat zijn nakomelingen 400 jaar onder een vreemd juk gebukt zullen gaan, maar dat ze rijk aan bezit zullen weerkeren in hun land.

Na tien jaar huwelijk heeft Sarai nog geen kinderen. Daarom vraagt ze Awram een kind bij Hagar te verwekken, zodat Sarai uit haar opgebouwd zal worden. Er komt ruzie tussen de vrouwen en Hagar vlucht de woestijn in. De zoon die zij baart heet Jisjmaeel.

G’d geeft Awram de opdracht zichzelf en alle mannen en jongens in zijn huis te besnijden. Het is een Verbond tussen G’d en Awrams nakomelingen. Wie nog geboren zal worden, moet met de 8e dag besneden worden. Awram wordt in het vervolg Awraham en Sarai Sara. Daarna belooft G’d het echtpaar een zoon, ondanks hun leeftijden: 100 en 90 jaar!

Lech Lecha is de 3e van de 12 parsjiot van Bereesjiet, bevat 126 pesoekiem (verzen) en 1 mitswa: de Beriet-Mila.

“Midden op deze dag werden Awraham en zijn zoon Jisjmaeel besneden” (Bereesjiet 17:26).

De besnijdenis wordt altijd als een bijzondere gebeurtenis gevierd. Juist tegenwoordig ontstaan er veel moderne vragen rond deze gewichtige mitswa (gebod). Vaak worden we benaderd met de vraag wat beter is: om midden op de dag de Briet-mila te laten doen omdat er dan veel mensen bij aanwezig kunnen zijn of dat het beter is om de mitswa van het besnijden zo vroeg mogelijk te doen. Uit de Talmoed (B.T. Rosj Hasjana 32) blijkt in ieder geval dat het het beste is om zo vroeg mogelijk te besnijden na de neets hachama, de opkomst van de zon – midden in de winter is dat pas om 9.50 uur.

Awraham besneed zichzelf midden op de dag omdat hij duidelijk wilde maken dat hij voor niemand bang was om zijn religieuze opdrachten uit te voeren. Dit is ook de reden dat men bij een briet-mila  een minjan (tien mannen) moet hebben om zoveel mogelijk ruchtbaarheid te geven aan deze grote mitswa.

Niet alleen Awraham en Jitschak werden besneden maar ook Jisjmaeel:”En Jisjmaeel, zijn zoon, was dertien jaar toen hij besneden werd” (17:25). In de Zohar wordt verteld dat Rabbi Chija bij deze pasoek (vers) huilde. Awraham heeft lang op een kind moeten wachten. Uiteindelijk werd Jisjmaeel geboren. Awraham besneed hem en de kinderen van Jisjmaeel vervullen de besnijdenis nog steeds tot op de dag van vandaag. Dit is voor hen een zechoet (verdienste). Maar omdat ze alleen de opperhuid en niet het dunne onderhuidje wegsnijden en de mitswa van mila niet volledig vervullen hebben ze vele jaren in het land Israël mogen wonen maar alleen gedurende een weinig productieve periode. Vlak voor de komst van de Masjie’ach zullen hun verdiensten ophouden en zullen ze niet meer kunnen heersen over het Heilige Land. Maar voordat dit zover is zullen er hevige oorlogen worden gevoerd. Door de verdienste van de Briet-mila hebben de Jisjmaelieten bezit kunnen nemen van het land en tot in de laatste generaties ons grote tsores kunnen aandoen.

Reacties zijn gesloten.