Wajera 5771

Bereesjiet/Genesis 18:1 – 22:24
WAJERA
(en -G’d- verscheen). Er komen drie mannen op bezoek bij Araham en Sara – het blijken Engelen, boodschappers van G’d te zijn. Ze vertellen dat Sara binnen een jaar een zoon zal baren, waarover zij lacht. G’d vertelt Awraham dat Hij Sedom en Amorra zal vernietigen; Awraham houdt een pleidooi voor de steden. Zij zouden gespaard blijven als er -tenslotte- slechts tien rechtvaardigen wonen. Maar zelfs dat is niet het geval. Lot en zijn gezin die in Sedom wonen, worden met krachtige hand door Engelen gered voordat de verwoesting neerdaalt. Ondanks het verbod óm te kijken doet de vrouw van Lot dat wel en verandert in een zoutpilaar. Lots dochters vrezen dat de mensheid uitgestorven is en verleiden hun dronken vader. De ene zoon heet Moav en de andere Ammon. Op de aangekondigde tijd wordt Jitschak geboren. Hij wordt gespeend. Sara ergert zich aan Jisjmaeel en verzoekt Awraham Hagar en Jisjmaeel de woestijn in te sturen. G’d beveelt hem naar Sara te luisteren. G’d zal Jisjmaeel ook tot een groot volk maken. Hagar en Jisjmaeel komen bijna om van de dorst maar door een wonder worden ze gered. Als ultieme test draagt G’d Awraham op zijn zoon Jitschak te offeren. Awraham trekt naar de berg die G’d hem toont en Awraham heft al het mes als een Engel hem zegt zijn zoon niets te doen. G’d beloont hem door hem overvloedig te zegenen omdat hij Hem zelfs zijn zoon niet heeft onthouden.
Vajera is vierde parsja in de Tora. De Tora heeft 54 parsjiot, het eerste boek Bereesjiet bevat totaal 12 parsjiot. Vajera telt 147 pesoekiem en is hiermee de 7e langste parsja.

SEDOM SCHOND DE BASISPRINCIPES VAN EEN MEDEMENSELIJKE, MEDEDOGENDE MAATSCHAPPIJ
Sedom en omgeving waren zo onmenselijk, dat zij het leven niet verdienden. Daar was een meisje eens vriendelijk voor een arme vreemdeling, die erge dorst had. Zij verdiende de doodstraf volgens de Sedomse wet omdat ze te eten en drinken had gegeven aan een vreemdeling. De Sedomieten smeerden haar in met honing en legde haar voor een bijenkorf. Ze werd dood gestoken. Juist omdat ze zo rijk waren, vergaten ze G’d. Ze waren zo gierig, dat ze zelfs de vogels niet gunden dat ze hun nest bouwden in de takken van de bomen. Alle takken werden afgehakt.

Ook op het uitnodigen van vreemdelingen bij een diner werd zwaar gestraft. Op een keer kwam er weer een reiziger aan. Hij kreeg nergens wat te eten en wist zich geen raad. Uiteindelijk liep hij een trouwpartij binnen en ging aan tafel zitten. Zijn buurman vroeg hem door wie hij was uitgenodigd. Uit angst zei de gast: ”Jij hebt mij toch uitgenodigd?”. Zijn buurman aan tafel raakte in paniek: ”Niemand mag dit horen. Anders krijg ik heel zware straf”. Hij werd zo bang dat hij wegrende. Toen ging de reiziger naast iemand anders zitten en zei hetzelfde. Ook de tweede buurman rende weg. Zo ging het door en de reiziger kon het hele diner zelf opeten.

Een belangrijk principe in de Tora is midda keneged midda: alles gebeurt naar berekening. Ben jij onaardig voor je medemens dan is men vanuit de Hemel ook naar jou onaardig. Ben jij goed voor je medemens dan is men van Boven ook vriendelijk voor jou. Dit principe toont, dat er geen toeval bestaat in deze wereld. Als iemand beloond wordt is dat altijd precies aangepast aan de goede of minder goede daden van de mens zelf.

In de episode van Sedom komt dit principe regelmatig terug: in de vernietiging van Sedom, in Lots vrouw die verandert in een zoutpilaar en bij Lot, die kinderen verwekt bij zijn dochters.

Sedom verdiende zijn einde omdat ze iedere medemenselijkheid schuwden. Maar Lot en zijn dochters werden door een engel gered. De vrouw van Lot mocht niet omkijken. Ze veranderde in een zoutpilaar. Ze had gezondigd met zout en werd gestraft met zout. Toen de engelen op bezoek kwamen in Lots huis, was zijn vrouw het daar totaal niet mee eens. Zij probeerde op een verraderlijke manier haar man aan te geven bij de buren en autoriteiten. Ze ging naar haar buurvrouw en zei:”Er zijn gasten gekomen in ons huis. Leen mij wat zout”. Zo probeerde ze bekend te maken dat haar man, ondanks het wettelijke verbod, gasten had uitgenodigd.

Lot woonde met zijn dochters in een spelonk. Lots dochters waren bang dat zij zouden sterven zonder kinderen. Ze dachten ze dat er niemand de ramp overleefd had. Daarom verleidden zij hun vader. Lot werd heel dronken gevoerd en verwekte kinderen bij zijn dochters. Van de oudste stamt Mo’av af en van de jongste Ammon.  Zij waren de voorlopers van de Masjie’ach. Koning David, voorvader van de Masjie’ach, was een achterkleinkind van de Mo’abitische Roet. Rechave’am, zoon van koning Salomo en kleinzoon van David, was een zoon van Na’ama, een Ammonitische krijgsgevangene. Van hun stamt de Masjie’ach af. Hoewel zij ontucht pleegden, hadden de dochters van Lot met deze incestverhouding goede bedoelingen. Zij wilden de aarde weer bevolken. G’d beoordeelde Lots dochters naar hun intenties. Hun daden waren echter verkeerd. Daarom mochten de (klein)kinderen uit deze incestueuze relatie niet binnen het Joodse volk trouwen (Devariem 23:4): ”Geen Amoniet of Mo’aviet mag ooit in de gemeente van G’d komen (d.w.z. trouwen)”.

Maar waarom was Lot de klos van deze incestueuze relaties? Eerder had Lot zijn dochters aan de menigte aangeboden toen die aandrongen op sexuele relaties met Lots gasten. G’ds reactie was: ”Onvoorstelbaar. Normaliter doet een vader alles om de eer van zijn dochters te beschermen. Lot bood ze aan aan de menigte. Ik zweer je dat jij door hen nog eens zult struikelen”. Boontje kwam om zijn loontje.

Praktische Halacha in het Nederlands
Vraag : Heeft een caravan een mezoeza nodig? Je eigen caravan, die het hele jaar je eigendom is, maar waar je natuurlijk niet het hele jaar in woont. En hoe zit dat met een gehuurde caravan? 

Antwoord: Ja, als de caravan permanent bewoonbaar blijft, is een mezoeza verplicht ook al woon je er incidenteel (Minchat Jitschak 2:82). Een gehuurde caravan moet een mezoeza hebben na dertig dagen bewoning.

Vraag : Uitslapen: tot hoe laat mag je dawwenen?

Antwoord: Sjema moet je zeggen voor het einde van het derde uur op de dag. Dit is in Nederland op 21 oktober voor 10.50 uur en op 11 juni voor 9.25 uur (zie de loeach). De Sjemone esree (het achttiengebed) van het ochtendgebed moet je voor het einde van het vierde uur gezegd hebben. De uren bereken je naar de lengte van de dag. Een halachisch uur is dus 1/12 vanaf zonsopgang tot zonsondergang of vanaf het eerste krieken van de dag tot er ’s avonds drie sterren verschijnen aan de hemel. Als je toch te laat bent, mag je nog dawwenen tot midden op de dag (chatsot), wat – afhankelijk van het jaargetijde – fluctueert tussen 12.24 u. en 13.54 u. Maar dat is alleen bedi’avad (achteraf) toegestaan. Over de berachot van keriat Sjema na het einde van het vierde uur bestaat een meningsverschil tussen de grote Geleerden. De minhag is om bedi’avad tot chatsot Sjema te zeggen met berachot.

Na chatsot zeg je alleen de ochtendberachot, de pesoekee dezimra met voor- en naberacha, Sjema zonder berachot, Sjemonee esree van mincha (het middaggebed) en daarna een inhaal Sjemonee ersree van het ochtendgebed. Sommige poskiem (halachische beslissers) staan in noodgeval toch toe om gedurende de hele dag Sjema met haar berachot te zeggen.

Vraag: Hoe omzeil je i.v.m. sjabbat de problematiek van een hotelkamerdeur die je uitsluitend met een kaartje opent i.p.v. met een regulier deurslot?

Antwoord: Idealiter moet men proberen de hotelkamer op een of andere manier open te laten bijv. door er voor te zorgen, dat er geen contact bestaat tussen de slotdelen in de deur en de deurpost,  zodat men geen gebruik hoeft te maken van elektronische sleutels. Is dit onmogelijk – bijv. in verband met diefstal of onveiligheid – dan is het het beste – bij voorkeur vóór Sjabbat – om een niet-Jood – met een remez (hint) – te vragen een andere niet-Jood te verzoeken de deur met de elektronische sleutel te openen. Men zegt dan: ”Geachte heer of dame, ik kan mijn kamer niet open krijgen” of iets dergelijks. Dit laatste is een voorbeeld van een hint. Men vraagt namelijk niet direct om de deur elektronisch open te maken. Wanneer de ene niet-Jood een andere niet-Jood vraagt om de deur open te doen – wat vaak in de praktijk gebeurt in grote hotels – is er minder sprake van het geven van een opdracht aan een niet-Jood van werkzaamheden, die wij zelf niet mogen uitvoeren op Sjabbat of Jom tov.
Uit Moge uw ziel gebundeld worden:

BIKOER CHOLIEM – ZIEKENBEZOEK

De mitswa (gebod) van het bezoeken van zieken staat centraal in de Joodse traditie. Rabbi Akiwa stelt, dat degene die nalaat zieken te bezoeken is alsof hij hun bloed vergiet. Ook Rav Dimi stelt iets dergelijks: ‘Ieder die een zieke bezoekt bevordert daardoor dat deze blijft leven. Een ieder die nalaat een zieke te bezoeken bevordert dat deze zal sterven’.

Omtrent de aard van de plicht van ziekenbezoek bestaat een meningsverschil tussen de middeleeuwse geleerden. Volgens Rabbenoe Jona is ziekenbezoek een plicht uit de Tora; volgens Maimonides is dit een mitswa ingesteld door de Rabbijnen. Ziekenbezoek wordt tevens beschouwd als een vorm van volgen in G’ds wegen (Deut. 13:8): ‘De Eeuwige Uw G’d zult u nawandelen’. Het volgen in G’ds wegen is niet eenvoudig. Toch geeft de Talmoed mogelijkheden aan om dit in de praktijk te brengen: men moet pro­beren de G’ddelijke eigenschappen te imiteren. G’d bezocht de zieke Awraham (Gen. 18:1). Zo ook moeten wij zieken bezoeken.

Geestelijk en lichamelijk
De mitswa van het bezoeken van zieken bestaat uit twee onderdelen:
a. Zorgen voor alle behoeften van de zieke.
b. Voor hem dawwenen (bidden).
 Men mag niet met lege handen op ziekenbezoek gaan en men moet ervoor zorgen, dat het bezoek de zieke niet te zwaar valt.
Indien te vrezen valt dat de zieke de bezoeker verdenkt van leedvermaak, dat de bezoeker zich verheugt over de ziekte van de patiënt, is het beter om niet op bezoek te gaan. De zieke moet baat hebben bij het bezoek. Als de bezoeker geen goede bedoelingen heeft, of als hij niet heeft gedawwend (gebeden) voor de zieke, dan heeft hij de mitswa van bikoer choliem niet vervuld.

De Chagamiem (Wijzen) hebben toegestaan zieken ook te bezoeken op Sjabbat. Ook is het toegestaan om op Sjabbat een miesjèbérach (zegenwens) te laten uitspreken in de synagoge voor een ernstige zieke.

Telefonisch ziekenbezoek
Een vraag die binnen het kader van bikoer choliem tegenwoordig nogal eens gesteld wordt, luidt of men voor het vervullen van deze sociale mitswa persoonlijk bij de zieke op bezoek moet gaan of dat men deze mitswa (gebod) ook per telefoon kan vervullen.

Verschillende moderne autoriteiten hebben hun licht over deze vraag laten schijnen.
Rav J.J. Grünwald legt uit, dat bikoer choliem uit vier onderdelen bestaat:
1. Bidden om barmhartigheid.
2. De ziekenkamer en omgeving schoonhouden en verzorgen.
3. Zorgdragen voor alle overige behoeften van de zieke.
4. De zieke steunen door persoonlijke aandacht en zorg.
Hoewel het eerste onderdeel zonder de aanwezigheid van de zieke kan worden uitgevoerd, zijn de overige drie aspecten niet of nauwelijks op afstand te realiseren.

 De Amerikaanse Rav Mosje Feinstein meent, dat men de mitswa niet volledig vervult met de moderne communicatiemiddelen, omdat de zieke doorgaans meer heeft aan een persoonlijk onderhoud dan aan een ‘telefoontje’. Bovendien mag aangenomen worden, dat een bezoeker meer geneigd zal zijn te dawwenen (bidden) voor de zieke, als hij hem tegenover hem zat. Gebeden in de buurt van een zieke zijn krachtiger omdat de Sjechiena (G’ddelijke Aanwezigheid) sterker gevoeld wordt bij het hoofdeinde van het ziekbed.

De Zwitserse Rabbi Ja’akov Breish sluit zich aan bij de conclusie van Rav Feinstein en stelt nog, dat telefonisch ziekenbezoek zeker een ‘chessed’ (liefdedaad) is.

Volgens Rabbi Joseef Elijahoe Henkin vindt een zieke het niet altijd even prettig bezocht te worden. De mitswa is afhankelijk van zijn gemoedstoestand en wensen. Wanneer de zieke veel bezoek heeft, kan men het gebod ook vervullen door telefonisch contact. Rav Henkin legt dus de nadruk op de behoeften van de zieke.

Rabbi Jitschak Ja’akov Weisz stelt, dat men de eerste keer moet proberen persoonlijk aanwezig te zijn. Daarna kan men deze mitswa voortzetten door opbellen. Rav Eliëzer Jehoeda Waldenberg meent, dat men er onder de huidige omstandigheden in goed geoutilleerde ziekenhuizen of met voldoende thuiszorg van uit mag gaan dat de zieke in lichamelijk opzicht niets te kort komt. De overige aspecten acht Rav Waldenberg ook telefonisch mogelijk, zodat men dit gewichtige gebod ‘wellicht’ ook via de telefoon kan nakomen.

Reacties zijn gesloten.